Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 755

Het lot

De avond voor de verhuizing fietst mijn vader weg. Hij kijkt om en zwaait naar mij. ‘Ik moet nog even wat regelen, jongen. Want denk maar niet dat we gaan verhuizen. Als ik laat ben, ga dan alvast maar naar bed.’ Slingerend rijdt hij weg. Zijn groene rugzak op de rug, een tas aan het stuur en de fietstassen vol met stenen. 

Vanuit mijn dakraam zie ik de zon opkomen. Iedere dag in de zomer sta ik daar. Vroeg in de ochtend met mijn pyjama nog aan, klim ik op de stoel en kijk ik naar buiten. Eerst naar de zon die een heel eind verderop tevoorschijn piept en dan naar mijn pa die ik over het grindpad hoor lopen. Van hem zie ik alleen zijn platte pet en zijn knotje haar dat onder de rand uit piept. Ik, Bert, roep hem iedere dag en hoor hem lachen terwijl hij zijn hand opsteekt. Pa begint iedere dag met een goed humeur, ondanks dat hij altijd vroeg uit de veren is. Koeien melken en de kippen voeren. Daarna op weg naar zijn werk op de timmerfabriek van oom Piet. Daar werkt hij sinds hij het meeste land verpacht heeft aan de buurman. Als hij thuiskomt blijkt dat hij zijn goede humeur op het werk heeft laten liggen. Jammer, want na een dag alleen thuis te zijn geweest, verlang ik naar wat vrolijkheid. Overigens is het wel een wonder dat pa iedere dag met een goed humeur begint. Zeker als je bedenkt dat hij een half jaar geleden moeder uit de gierput heeft gehaald. Hoe ze daar terecht kwam, weet niemand behalve misschien mijn vader. Die zegt dat het goed voor haar is dat ze er niet meer is. Volgens hem had zij er geen zin meer in. Van mij had ze wel mogen blijven, helemaal nu ik in de vakantie bijna de hele dag alleen thuis ben. 

Op mijn school zeggen ze smalend dat ik de zoon ben van de keuterboer van de Achterweg. Een armoedzaaier. Toen ik het pa vertelde moest hij lachen. ‘Wij zijn zelfvoorzienend. Dat kunnen veel anderen in het dorp niet zeggen,’ had hij gezegd. Hij heeft gelijk. Wij hebben 10 koeien, een hok vol varkens die door de blubber baggeren, kippen die eieren leggen en een eigen moestuin waaruit we al ons eten halen. Sinds kort hebben wij ook zonnepanelen op het dak. Nu hebben we stroom te over. Met ons tweeën, pa en ik, kunnen wij er goed van leven. Meer hebben wij niet nodig. 

Vanavond is pa’s humeur nog slechter dan anders. Hij is kwaad thuisgekomen. Oom Piet heeft hem verteld dat de gemeente de boeren in een straal van vier kilometer rond het dorp wil uitkopen. Er komt een rondweg en wij moeten ook verhuizen. Mijn oom heeft het van de landmeters gehoord toen hij op zijn fiets naar de fabriek reed. Zij stonden met hun apparatuur op de Achterweg. We krijgen een brief van de gemeente, zeiden ze. Daar moet alles in staan. Die landmeters en de gemeente weten het nog niet, maar wij willen niet weg. Sterker nog, wij gaan nooit weg. 

Donderdagochtend ligt een brief van de gemeente in de bus. Ik zie het aan het rode stempel dat op de voorkant van de enveloppe staat. Aan brieven van de gemeente heeft pa een hekel. Het liefst verscheurt hij die allemaal. ‘Brieven van de gemeente leveren alleen maar regeltjes op. Hoe wij willen leven dat maken wijzelf wel uit. Wat jij Bert,’ had hij laatst gezegd. Toch leg ik deze brief in de hal op het dressoir naast de telefoon in het brievenbakje. Een keer per week, op zaterdagochtend, doet pa de post. Eerder kijkt hij niet naar de post om. Hij vindt dat de mensen geduld moeten hebben als ze op zijn antwoord zitten te wachten. Toch kan ik niet wachten om het hem te vertellen. Als hij thuiskomst zeg ik direct dat een brief van de gemeente in het postbakje ligt. Tegen mijn verwachting in pakt hij de brief: ‘Dat belooft niet veel goeds Bert. Ik ga eerst even douchen jongen, daarna kijk ik er toch maar even naar. Het zal die beloofde brief wel zijn.’ De brief legt hij op de eettafel. 

Na het douchen zet hij de wasmachine aan en komt de kamer in. ‘Zo, helemaal weer het mannetje.’ Hij pakt de brief van tafel. Met zijn zakmes maakt hij de envelop open en trekt de brief eruit. ‘Eens kijken wat de gemeente te melden heeft.’ Staande leest hij de brief  en begint met zijn voet te tikken. Hij fronst zijn voorhoofd, verfrommelt de brief en gooit hem op tafel. ‘Wat denken ze daar wel bij de gemeente. Zijn ze gek geworden of zo.’

Tijdens het avondeten zegt pa geen woord. Hij prakt zijn bloemkool door de aardappelen en hapt met een stuurs gezicht het eten weg. Nog voor het toetje vertrekt hij naar de schuur. Ik schuif mijn bord aan de kant, gris mijn blauwe jack van de kapstok, trek mijn laarzen aan en loop met hem mee. Pa klimt in de schuur de ladder op. Even later hoor ik hem rommelen in de kast op zolder. Met zijn luchtbuks en een oud geweer komt hij na een paar minuten de ladder af. ‘Laat ze nu maar komen, Bert. Voordat ze ons wegjagen schiet ik ze allemaal van het terrein af,’ zegt hij met een lach op zijn gezicht. Ik schrik van hem. De buks die ken ik. Daarmee jaagt hij ieder jaar de eksters van het dak. Het geweer heb ik nog nooit eerder gezien. Het moet het oude hagelgeweer van mijn opa zijn. Later als ik achttien ben mag ik daar achter in de tuin mee leren schieten. Dat heeft pa mij beloofd. Zover is het nog niet, nog een paar jaartjes wachten. Pa geeft mij een gemoedelijk klopje op de schouder: ‘Niet zo bedrukt kijken Bert, wij gaan hier nooit weg, vertrouw maar op mij.’ Als hij dat zegt dan weet ik dat het goed komt. 

‘Laten we nog even naar de boten kijken. Ga je mee Bert.’ Ons gezamenlijke uitstapje gaat, als het mooi weer is, altijd door.

Iedere avond gaan we naar de picknicktafel die op een steenworp afstand van het dorp tussen de ophaalbrug en de sluis, op de oever van het kanaal staat. We klimmen over het hek en lopen er door het weiland  naartoe. De picknickbank is overdag een rustpunt voor menig wandelaar en fietser die vanaf deze plaats uitzicht heeft op het dorp. Iedere avond is de bank voor ons. Bij aankomst zie we de schapen die zich aan de andere kant van het kanaal tegoed doen aan het gras op de oever. In de verte zien we de auto’s die over de B-weg richting het dorp rijden. De wind vanuit het zuidoosten waait zacht en gunstig. De auto’s zijn niet te horen en zo kunnen pa en ik volop van de stilte genieten. Zelfs de trein op de spoorbrug rijdt geluidloos voorbij.

De picknicktafel is verweerd. De planken die met drie lange bouten aan weerszijden vast zitten en de vier planken die als tafelblad dienst doen, vertonen diepe barsten en zijn groen uitgeslagen. 

‘Deze bank moet ik nodig opknappen Bert. Met nette kleren kun je er niet op zitten. Ik heb bij oom Piet al hout geregeld. In het weekend stuur ik eerst een brief aan de gemeente en daarna gaan we de picknicktafel opknappen.’

De namen en gedachten, ja zelfs gevoelens in de vorm van hartjes, die in het hout gekerfd staan, zullen dan verdwenen zijn. Pa vertelde laatst al dat dat niet erg is. Al die teksten, ze stellen niets voor. Ik moet ze niet te serieus nemen. 

Het motorjacht Irene en een zeilboot met kajuit waarop de zeilers elkaar instructies toeroepen, verstoren de stilte. Zij hebben waarschijnlijk samen in de sluis gelegen. De schapen nemen niet de moeite om de boten na te staren. Zij zijn meer geïnteresseerd in het malse gras. Zo nu en dan passeert een fietser in stilte. Hardlopers die het juiste ritme te pakken hebben werken al pratend aan hun conditie. Pa zegt niet veel, hij wil nadenken. Ik mag niet met hem praten. Na een uurtje staren zegt hij: ‘Kom Bert, we gaan naar huis. Ik heb nu bedacht wat ik de gemeente zal schrijven.’ Ik spring overeind, klim over het hek en zet het op een lopen. ‘Wie het eerste thuis is’, schreeuw ik. Pa lacht en sjokt achter mij aan. 

Op de informatiebijeenkomst in het dorpshuis zien wij alle bewoners van de Achterweg. Vandaag geeft de gemeente informatie over de verkeersplannen. Ik mag mee, omdat het vakantie is. Uit de brief heeft mijn vader al begrepen dat de gemeente ons huis en de grond wil opkopen. Dat gaat niet gebeuren als pa zijn zin krijgt. Hij woont hier al zijn hele leven en kan sowieso nergens anders naar toe. Het huis, de beesten en de moestuin, ze moeten ervan afblijven. Vanavond zal hij dat wel even duidelijk maken als hij de kans krijgt. Als de bijeenkomst begint neemt de woordvoerder van Gemeentebelangen als eerste het woord. Hij is duidelijk: ‘Wij weten uit de brieven die de gemeente ontvangen heeft dat er bewoners van de Achterweg zijn die bezwaren hebben tegen de plannen. Vandaag willen wij het hier niet over hebben. Wij kunnen namelijk de vooruitgang niet opofferen aan vals sentiment van de bewoners van de Achterweg. Als ze niet meewerken, onteigenen wij de grond.’  Mijn vader staat op en wil iets vragen. De spreker wijst naar hem: ‘Wij geven vandaag alleen mondelinge toelichting op onze plannen. Deze plannen krijgt u ter inzage en daarna komt er opnieuw een bijeenkomst. Er is nu geen tijd om vragen te stellen. Wilt u gaan zitten.’ Na een uur is de bijeenkomst afgelopen. Pa weet genoeg. Als we naar huis lopen mompelt pa: ‘Ik ben het er niet mee eens Bert. De gemeente zal hier nog spijt van krijgen.’ 

Een paar weken later ligt er opnieuw een brief van de gemeente in de brievenbus. Een dikke enveloppe is het. Pa zucht als hij hem gelezen heeft. Het is het ontwerp-onteigeningsplan dat de gemeente heeft gemaakt en dat pa nu mag inzien. ‘Vanavond ga ik ze een brief schrijven Bert. Ik weet dat ik bijna de enige ben op de Achterweg die niet weg wil, maar toch ga ik het proberen.’ 

‘Als iedereen het goed vindt dan heeft het toch geen zin pa?’

Pa kijkt mij verschrikt aan: ‘Ik snap wat je zegt jongen, maar jij wilt toch ook niet verhuizen. Nou dan, wij gaan hier niet weg.’ Hij loopt naar de opkamer voor in ons huis. Als ik even later naar boven ga zie ik hem vanuit de hal door de glazen deur voorovergebogen achter zijn computer zitten. 

Morgen moeten we het huis uit en gaan we eerst een tijdje bij oom Piet wonen. Pa heeft onder protest ingestemd met de schadevergoeding. Toch wordt het nog spannend. Pa heeft nog niets ingepakt. Dat kan volgens hem altijd nog. Vorige week nog zei hij dat ze ons niet uit huis zullen zetten zolang onze spullen allemaal nog in huis staan. Ik heb mijn kleren, al mijn speelgoed en boeken toch maar alvast in dozen gestopt. Pa mag denken wat hij wil, ons huis gaan ze zeker slopen. Dat heeft oom Piet gezegd. Ik denk dat hij gelijk heeft. Vandaag heb ik allemaal vrachtauto’s met grote machines aan zien komen op de Achterweg.

Vanavond moet pa nog even weg. Hij heeft alle deuren op slot gedraaid en is op de fiets vertrokken. Zijn fietstassen puilden uit. Ik hang op de bank en zap een beetje van zender naar zender. Als ik wakker wordt lig ik nog steeds op de bank. Tel Sell reclames vullen het tv-scherm. Verder is het stil in huis. Ik loop naar de wc. De slaapkamerdeur van pa staat open. Hij is er niet. Door het zijraam zie ik auto’s over de Achterweg richting ons huis rijden. Als ik op de klok kijk zie ik dat het half acht ‘smorgens is. Vreemd. Pa heb ik niet gehoord. Niet over het pad, niet in de schuur, nergens. 

De telefoon gaat. Het is oom Piet die vraagt of pa thuis is. Als hij hoort dat ik niet weet waar hij is zegt hij: ‘Ik kom naar je toe, tot zo.’ Een kwartier later komt hij over het pad aangelopen. Hij omhelst mij als ik bij hem ben. Ik zie de tranen in zijn ogen. ‘Je vader komt niet terug Bert. Ze hebben zijn fiets gevonden midden op de spoorbrug. Kom, pak je spullen, we gaan naar huis.’

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Eelco Visser
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 110
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Het lot"

Geschreven door Eelco Visser . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
19.07.20
Feedback:
Mooie verhaallijn. Je voelt echt dat er iets vervelends gaat gebeuren.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
18.07.20
Feedback:
Mooi en triest verhaal, waarschijnlijk verzonnen, maar al te vaak echt gebeurd.
  • Lezenswaardig:
    70%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...