Klik op een van de onderwerpen voor meer informatie!

SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan!
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
OOK MEEDOEN?
Tekst inzenden:
Ook jouw artikel is welkom! Inzenden van een verhaal/gedicht is mogelijk door eerst in te loggen. Registreren is gratis! Door, na eerst in te loggen op JE VERHAAL/GEDICHT INZENDEN te klikken kom je op een pagina waar je de schrijfactiviteit kunt selecteren waar je aan mee wilt doen. Op die pagina kun je ook de titel en tekst voor je artikel toevoegen. Lees vooraf de voorwaarden. Let op: Na inzending is wijziging van je tekst niet meer mogelijk (m.u.v. Plusleden)
Je artikel is, na inzending, vrijwel direct te zien in de betreffende schrijfactiviteit en bij je profiel. We publiceren een artikel minimaal een jaar (plusleden langer!), daarna verwijderen we het artikel en de commentaren, etc. automatisch.
JE VERHAAL/GEDICHT INZENDEN

Eerst inloggen s.v.p.!

Het juiste nummer

Publicatie: 06 januari 2021

Het juiste nummer

Al dagenlang zat hij bij zijn doodzieke moeder. Zij zuchtte en kreunde in een ziekenhuisbed, op een eenpersoonszaal. Indien de verpleegkundigen er tijd voor hadden, werd zij overeind gehesen. Zuurstof stroomde via een dubbel plastic uitlaatje haar uitgezakte longen in.

Contact had hij nauwelijks meer met haar. Af en toe opende zij haar diep in het grauwe gelaat weggezonken ogen en riep zachtjes zijn naam.

‘Ik ben er nog moeder. Ik mag vannacht in het ziekenhuis blijven slapen. Als er iets is, komen ze me wakker maken. Dan ben ik nooit ver bij je vandaan.’

Op geen enkele manier liet zij merken hem te hebben verstaan.

Tot zijn schrik zag hij haar lippen paarsachtig verkleuren. Hij drukte op de bel, die aan een snoer door het bedhek gewikkeld zat.

Zij begon onrustig te ademen. Hij duwde zachtjes tegen haar schouder.

‘Moeder, hoor je me?’

Een verpleegster verscheen.

‘Mijn moeder gaat achteruit. Ik krijg haar niet meer wakker.’

Zij controleerde het infuus, mat pols en bloeddruk.

‘Ik ga de zaalarts bellen!’ beloofde zij.

Nadat zij verdwenen was, probeerde hij zijn moeder voorzichtig wakker te schudden.

Het drong tot hem door, dat hij haar wellicht snel verliezen zou. Intense smart welde in hem op. Hij verliet het zaaltje en liep naar de balie, tussen twee afdelingsvleugels gelegen.

De verpleegster stond erachter met een arts in een lange witte jas in overleg.

Zij repten zich naar het zaaltje. Hij ging erachteraan en kreeg van de verpleegster het verzoek om in de conversatieruimte te wachten.

Ze kwamen na ruim een uur naar hem toe. Al die tijd had hij heen en weer gelopen tussen het raam en de koffieautomaat in de hal.

De arts stelde zich voor. ‘De bloedgassen van uw moeder zijn niet in orde’, vertelde de arts. ‘Ze moet naar de intensive care om te worden beademd.’

‘Gaat het nog wel goed komen met mijn moeder?’

‘Dat is nog niet helemaal zeker. Als uw moeder aan de beademing ligt, wordt opnieuw bloed bij haar afgenomen. We verwachten een lichte verbetering van haar toestand.’

Hun zorgelijke gezichten stelden hem allerminst gerust.

Hij wilde hen bedanken voor de goede zorgen.

‘Er is nog een klein probleem’, zei de verpleegster.

‘We hebben op dit moment nog maar één IC-bed beschikbaar. Er is ook nog een andere patiënt die intensieve zorg nodig heeft.’

‘Kunt u mijn moeder dan niet naar een ander ziekenhuis overplaatsten?’

‘Er is nergens plek momenteel’, kwam de arts tussenbeide. Hij klonk gegeneerd.

‘Alle IC-bedden zijn door bezet door virus patiënten.’

‘We hebben in opdracht van de overheid een speciaal protocol ontwikkeld, dat op deze situatie van toepassing is. We laten het lot bepalen, wie van beiden naar de IC wordt overgeplaatst’, legde de verpleegster uit. Zij was duidelijk verlegen met de situatie.

‘De artsen loten onderling, wie er het eerst mag raden.’

Haar stem leek hem van veraf te komen. Duizelig greep hij zich aan een rugleuning vast. Voor korte tijd raakte hij van de wereld.

Hij vind zichzelf terug in een stoel in de conversatieruimte.

‘Gaat het weer een beetje?’ vroeg de verpleegster. Zij overhandigde hem een glas water.

Zijn handen trilden. Hij transpireerde.

Zij voelde zijn pols. ‘U werd even niet goed. Ik zal uw bloeddruk meten.’

Terwijl zij de manchet oppompte, kwam de arts langs.

‘Gaat het weer een beetje?’

Hij knikte.

De pols bleek aan de hoge kant, de bloedruk aan de lage kant. De verpleegster hielp hem overeind.

Gedrieën liepen zij naar het zaaltje, waar zijn moeder lag.

Haar toestand leek onveranderd.  

‘Uw moeder heeft de eerste rond gewonnen. We gaan zo meteen beginnen’, kondigde de arts aan.

‘U noemt een cijfer onder de tien. Als u het goede cijfer raadt, dan wordt uw moeder meteen naar de IC gereden. In het andere geval ga ik bij de andere patiënt langs en laat een van de familieleden naar het cijfer raden. We gaan net zolang door tot iemand het goede cijfer raadt.’

‘Maar dit is dan toch een kansspel met mensenlevens?’ riep de zoon.

De verpleegster en de arts keken bedremmeld.

‘Wij voeren ook alleen maar de voorschriften uit, mijnheer. We zien werkelijk geen enkele andere oplossing’, verklaarde de verpleegster.

‘Noemt u maar een cijfer, alstublieft. Zo snel mogelijk graag. We hebben niet de hele dag  de tijd’, maande hem de arts.’

‘Zeven.’

‘Dat is helaas niet goed. We gaan naar uw concurrent en komen zo snel mogelijk weer bij u terug’, antwoordde de arts.  

Hij hield een hand van zijn moeder vast en kreeg tranen in zijn ogen.

Wat zou die loterij uitmaken? Ze is zo ziek. Misschien redt ze het ook op de IC niet.

En al zou ze opknappen. Wat voor leven zou ze krijgen? Voor de rest van haar tijd in een stoel aan de zuurstof? Ze zou haar huisje uit moeten.

Hij vreesde dat hij haar nooit meer wakker mee zou maken. Dat hij nooit meer met haar zou kunnen praten.

‘Ach moeder…’

Het zorgzame duo kwam de kamer binnen.

‘Die had het dus mis’, verkondigde de verpleegster. ‘Ook een zeven. Ik ben bang dat we nog wel even door kunnen gaan op die manier!’

‘Zegt u het maar!’ riep de arts.

‘Twee.’

Hij zuchtte geërgerd. ‘Weer fout.’ Zij repten zich de kamer uit.

De zoon keek naar zijn moeder, Haar ademhaling was snel en oppervlakkig geworden.

Daar waren ze alweer terug.

‘Ook weer mis. Nou, mijnheer, doet u alstublieft uw best en noem dit keer het goede nummer’, verzocht hem de verpleegster.  

Wanhopig haalde de zoon zijn schouders op. ‘Vijf’, wist hij uit te brengen.

‘Dat is goed!’ riep de arts opgelucht. ‘We rijden uw moeder meteen naar de IC! Mag ik de eerste zijn om u te feliciteren?’

‘Ik ben bang dat we te laat zijn’, zei de verpleegster.

Haar patiënt haalde geen adem meer. Het gezicht zag grauwer dan ooit. De lippen waren naar vaalwit verkleurd. De ogen stonden halfopen. Er was geen pols meer voelbaar. De arts drukte een paar maal op de borst en plaatste zijn stethoscoop op de hartstreek. Hij luisterde korte tijd en trok de uiteinden uit zijn oren.

‘Overleden helaas, niets meer aan te doen.’

Hij draaide zich om naar de zoon.

‘Mag ik de eerste zijn om u te condoleren met uw verlies? Het is natuurlijk naar voor u en uw moeder, maar u moet het zo zien: een ander is ermee geholpen.’   

WAARDERING
HITS
328
AANGEPAST: 06-01-2021

Commentaar en/of waardering voor dit artikel:

Het is niet toegestaan eigen werk zelf een waardering te geven!
07.01.21
Graag je feedback a.u.b.:
Ondanks wat taalfouten een mooi verhaal.
Bizar, maar (bijna) waarheid.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
07.01.21
Graag je feedback a.u.b.:
Goed verhaal! Ik heb wel nog een paar tips:

- Indien de verpleegkundigen er tijd voor hadden, werd zij overeind gehesen - Ik zou hier van maken Wanneer de verpleegkundigen er tijd voor hadden.

- de zoon - je schrijft het verhaal voornamelijk in de ik-vorm. Het ineens overgaan op de zoon is verwarrend. Ik zou het bij een perspectief houden, die in de ik-vorm.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig