Klik hieronder op een van de mogelijkheden.

Het gat van de wereld

 

Ik steek graag m’n bourgondische neus weleens in een whiskyglas. De navrante geur lokt me naar de heimelijke geneugte die opstijgt vanuit het goudkleurig drankje. 

Diezelfde zondige lokroep voerde me op citytrip naar het mekka van dit vuurwater: Dublin! Deze stad pronkt op haar stadsplan met haar legendarische ‘gouden driehoek’, waar je struikelt over de ene stokerij na de andere, die stuk voor stuk in de aanhorige proeverij elke ‘geïnteresseerde’ toerist omtovert in een rasechte beschonken Dubliner.

Na de derde distilleerderij besloot ik terug te keren naar m’n hotelletje en keek wat beteuterd naar m’n stadsplannetje dat merkwaardig genoeg wat 3D-allures had gekregen. Ik had geen idee meer waar ik zat. Een stevige wandeling zou me alleszins deugd doen, dus begon ik aan een omzwerving die me nog lang zou heugen.

Op een gegeven moment schrok ik van een luidkeels kabaal dat opsteeg vanuit de openstaande poorten van een enorm Victoriaans gebouw. Van onder de glazen koepels van een reusachtige hall stonden marktkramers hun waren aan te prijzen. Het leek me leuk om eens ergens anders m’n neus in te steken en wandelde naar binnen.

De meeste kramen hadden het voorzien op toeristen. Allerlei handgemaakte snuisterijen, kunstwerkjes, foto’s, bedrukte paraplu’s, gepersonaliseerde kopjes… zowat alles om me hier zo snel mogelijk naar buiten te werken bokte me schreeuwerig van het ene naar het andere stalletje. Tot ik daar voor een tentje stond met een zeker Harry Potter gehalte, wat me nieuwsgierig deed stilstaan.

Het was eigenlijk helemaal geen kraam, eerder een soort van woonwagentje zonder wielen en helemaal dicht getimmerd. De ingang was achteloos afgesloten met een zwaar gordijn dat langs enkele kieren slechts de donkerte binnenin verried. Enkele kleurrijke platen maakten duidelijk wat je hier kon vinden: ‘Tarot Readings’ – ‘Please Have A Seat In The Waiting Room And A Reader Will Be With You Secretly’.

Wat me vooral intrigeerde was dat laatste woord: “Secretly”. En alhoewel ik me graag zie als een objectief denkend mens, was m’n nuchterheid ergens die dag op de bodem van een glas blijven steken. Gans dit tafereeltje had me stiekem te pakken genomen.

Toen viel m’n oog op een afgebladderde tekst boven de ingang: ‘The Omphalos'.

En plots was ik terug die jongeman van lang geleden, op tour in Griekenland speurend naar de eeuwenoude mythen die ons allen samenbinden. Daar zat ik terug in het amfitheater van Delphi, zo’n 2500 jaar geleden gebouwd halverwege op een steile berghelling en keek weer in diezelfde duizelingwekkende diepte die verder achter de bühne een afgrond intuimelt. In de oudheid werd -daarbeneden achter het amfitheater, in een tempeltje- de mythologische navel van de wereld afgesloten door de stenen ‘Omphalos’, een sluitsteen, bewaakt door een orakelende zieneres omhuld door zwavelgassen die opstegen vanuit de scheuren onder de steen.

Terwijl ik daar verloren in m’n herinneringen naar het woonwagentje stond te gapen, werd ik me bewust van enkele voorbijgangers die me geamuseerd bekeken. Betrapt op m’n nieuwsgierigheid wilde ik gauw doorwandelen, maar hield me met een ruk in. Was het niet precies diezelfde schaamte die me toen in Delphi parten had gespeeld?

Ik beweer niet dat ik een levendige verbeelding heb, het is eerder m’n imaginatie die soms met me op de loop gaat. 

Zo ook toen in Delphi, zittend op die stenen trappen, blikkend in de diepte. Ik zag daar -voor m’n ogen- al die oude Grieken in hun lange gewaden plaats nemen voor het nieuwste theaterstuk. Met m’n fantasie helemaal op drift, doemt daar plots Socrates voor me op. Met een uitnodigend gebaar vraag ik hem plaats te nemen naast me en kijk hem aan… of althans waar hij voor m’n geestesoog stond, want in de plaats daarvan -te midden van het toeristengewemel- nam een jonge vrouw me geamuseerd op. Met een sierlijke zwier -als nam zij haar gewaad onder de arm- stond zij op en stak me haar hand uitnodigend toe, meespelend in m’n illusie. Gloeiend beschaamd -betrapt in m’n waan- keerde ik me van haar af en daalde de duizelingwekkende trappen af, de afgrondelijke diepte in.
Haar stem klonk me na. “Don’t you want? Or don’t you dare?

Die schaamte zou me nu niet meer doen wegkijken. Al jaren brandde de vraag in m’n hart of ik haar ooit nog zou terugzien. En dát gingen die verdomde tarotkaarten me vertellen.
Ik sloeg het gordijn open en betrad het schemerige kamertje waar ik plaatsnam aan een krakkemikkig tafeltje.  Na enkele minuten waren m’n ogen gewend aan de duisternis. M’n zintuigen waren inmiddels wat overspannen, dus ik schrok behoorlijk toen een vage gestalte zich verhief vanuit een zeteltje in de hoek en recht tegenover me ging zitten. Het was een wat oudere vrouw van ongeveer mijn leeftijd, die me nadrukkelijk opnam vanachter een doorzichtige sluier. 

“Yes?”, vroeg ze me.
Tja, die taalbarrière had ik voor het gemak even vergeten… In m’n beste Engels trachtte ik haar te vertellen waarom ik hier naar binnen was gekomen.
Well, very long ago… euh… euh…”.
Gelukkig hielp zij me uit de misère. 
It’s ok, just ask me what you want to know.
Nu het zover was leek me gans dit gedoe een behoorlijk belachelijkheidsgehalte te krijgen. Maar de snelste weg om zonder schaamte terug naar buiten te raken was gewoon door de zure appel heen bijten.
Will I see her ever again?”, kwam het er aarzelend uit.

Het bleef stil. Zo mogelijk nog stiller. De stilte achter de Omphalos.

Toen stond zij op, sloeg de gordijn weg en stapte het verblindende licht in.
Forget her”, knarste zij me vanachter haar rug toe. “You don’t dare”, en verdween in het gekrioel van de markt, me achter latend in het gat van de wereld.

© Hans Van Battel op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.