Danny Vandenberk

Geven en nemen

© Danny Vandenberk op 28.10.2022.

Een tijdje geleden had Alia haar vaderland verlaten om, helemaal alleen, haar geluk te zoeken in Europa. Nochtans is het geluk zoals de liefde, dacht ze bij zichzelf. Het is iets wat je vindt. Zomaar. Op z’n onverwachts. Zoeken is bijna zinloos. Die liefde was iets voor later. Ze wilde eerst ontdekken wie ze zelf was. Wat ze wel had gezocht was werk. Geen sinecure. Ze sprak geen letter Nederlands, alleen wat Frans en Engels dat ze op school had geleerd in voor haar ver vervlogen tijden, ook al telde ze amper negentien lentes.

Haar hemelsblauwe uniform droeg ze met trots. Het stond haar ook beeldig. Ze was slank, had een glanzend donkere huid, gitzwarte lange haren, hagelwitte tanden en een mooi, vriendelijk gezicht met amandelvormige ogen en perfect gevormde lippen. Een natuurlijke schoonheid. Wat was ze zenuwachtig geweest toen ze een zestal weken geleden kwam solliciteren in dit majestueuze, sierlijke gebouw met die gigantische neon belettering in blauw, zwart, rood, geel en groen die ze zo fascinerend vond. Hotel Olympic. Een begrip in Brussel. Ze werd meteen aangenomen, hoewel niemand haar begreep. Geen begrip in Brussel. Als ze zenuwachtig was, sprak ze immers alleen nog Bamum, een regionale taal uit het westen van Kameroen, waar ze opgroeide in moeilijke omstandigheden waarover ze liever niet sprak en van waaruit ze ontsnapte naar Europa op een manier waar ze ook al niet zo graag al te veel over communiceerde. Alia was helemaal niet zo’n pratertje. Dat had je al begrepen. Fotomodel worden was haar grote droom, maar de realiteit had haar zo hardhandig met haar mooie neusje op de feiten gedrukt dat ze aanvankelijk al heel blij was geweest met een job als poetshulp in een basisschool, zodat ze zich een piepklein appartementje in de Brusselse stadsrand kon veroorloven. Toch bleef ze dromen. Hier, in Hotel Olympic, waar dagelijks honderden mensen uit alle hoeken van de wereld logeerden en binnenliepen, was de kans dat ze interessante types tegen het lijf zou lopen zoveel groter. Misschien wel invloedrijke figuren uit de modewereld, waarom niet? Dromen mogen onbereikbaar lijken, opgeven mag je ze nooit.

In principe was ze aangenomen om kamers te poetsen nadat gasten uitgecheckt hadden, vandaar dat het verbale niet zo belangrijk was voor haar functie, maar door haar mooie verschijning, haar altijd aanwezige glimlach en haar tomeloze inzet werd ze al snel opgemerkt door de Room Service Manager, die haar prompt een proefperiode als kamermeisje aanbood. Een kans die ze met beide handen greep. Ze deed het verre van slecht, ook al bleef haar gebrekkige talenkennis een werkpunt. Zonder het te beseffen werd ze, en zelf vind ik dit wel grappig, een kamermeisje uit Kameroen. Het doet me op een vreemde manier denken aan de toevalligheid van een ongevallenexpert uit Botswana, een koorddanser uit Litouwen, een broodfokker uit Honduras of een parttime beenhouwer die zijn werk halfslachtig doet. Van halfslachtigheid en neerslachtigheid had Alia nochtans absoluut geen last.

Met zelfbewuste, elegante tred duwde ze een serveerwagentje met daarop enkele indrukwekkende schotels met sushi in de richting van kamer 321. De derde verdieping van het hotel, die met de gele vloerbekleding en de okerkleurige muren, was de voorbije weken integraal afgehuurd door de Japanse Basketbalfederatie in het teken van een Europese stage van het nationale basketbalteam, met interlands tegen België, Nederland, Duitsland en Frankrijk. In tegenstelling tot de voorbije dagen, toen het hele verdiep soms wel leeg leek vanwege de relatieve stilte, de ingehouden spanning en de sereniteit, hing er vandaag een uitgelaten, luidruchtige sfeer. Van ontlading waarschijnlijk, want de stage en de wedstrijden zaten erop en morgen werd er weer afgereisd naar Tokio. Sommige kamerdeuren stonden open en er was heel wat tumult en gelach. Toen ze kamer 304 en 312 passeerde, werd ze zelfs nagefloten. Alia lachte. Zoals steeds. Na drie korte klopjes op de deur van de allerlaatste kamer van de gang, die met het nummer 321, werd de deur bruusk geopend door Shinji, een enorme kleerkast, een jaap van een Japanner van twee meter en zeventien centimeter lang. Het champagneglas dat hij in zijn andere gigantische kolenschophand vastklemde, was helemaal leeg. ‘Aha, sweety with sushi!’ bulderde hij, waarna een viertal andere hoog opgeschoten basketinternationals luid lachten en Alia van boven tot onder inspecteerden terwijl ze gezwind het eten de kamer binnenbracht. Geen van allen droeg een T-shirt, hemdje of pull. Met ontbloot bovenlijf en rood glanzend broekje zagen ze er allemaal min of meer hetzelfde uit, met uitzondering van Shinji, die veel gespierder was en helemaal vol tatoeages stond. De kamer leek ontploft. Koffers, vuile kleren, lege champagneflessen, snoeppapiertjes, gekreukelde zakken ... Hier en daar lagen restjes chips, gedeukte drankblikjes en nog meer van dat fraais. Een rommeltje. Alia kreeg direct zin om op te ruimen en te poetsen, iets wat ze eigenlijk best graag deed. ‘You nice eyes,’ zei er eentje. ‘Nice ass!’ grinnikte een andere, waarna er in groep geschaterd werd. Shinji deed de deur zachtjes weer dicht, zette zijn champagneglas weg, kruiste zijn armen en spande zijn borstspieren. ‘We have vagina eyes,’ fluisterde hij in een gebrekkige poging om het begrip ‘spleetogen’ te vertalen, net voor hij haar vastgreep en op zijn bed gooide. Enkele tellen later vlogen er vijf rode blinkbroeken in maat XXL en een blauw uniformpje in het rond. Alia spreekt niet graag over de dingen die daarna gebeurden. Helemaal niet graag. De volgende dag ging ze niet meer werken. Nadien is nooit nog iets van haar vernomen.

 *

Francesca Swerts bezat een soort innerlijke goedheid die je dezer dagen niet meer al te vaak tegenkomt of terugvindt. Altijd vriendelijk, hulpvaardig, verzorgend, begrijpend, geduldig en liefdevol, zichzelf wegcijferend en eerst aan anderen denkend en daarna pas aan zichzelf, áls ze daar al aan toe kwam. Een goed mens, kortom. Helaas wordt zulks in deze harde wereld nauwelijks erkend of herkend en al zeker niet financieel beloond. Ze hield zich bezig met vrijwilligerswerk voor Kind & Gezin en tal van andere organisaties die in het teken staan van steun aan kinderen en jonge moeders. Ze voelde zich gelukkig als ze hen kon helpen, op welke manier ook.

Haar naam was veel minder gelukkig gekozen. Ze leed aan macroglossie, een in haar geval aangeboren aandoening waardoor haar tong chronisch gezwollen was. Dit zorgde voor een logopedisch probleem waarbij vooral de uitspraak van sisklanken zwaar bemoeilijkt werd. Als ze haar volledige naam moest uitspreken, leek het alsof ze vol overgave het geluid van een drukke autosnelweg imiteerde. Als je allergisch blijkt te zijn voor alle aardappelsoorten, is het ook best lullig als je ouders bij je geboorte voor de naam Wilfried kozen. Zeker als je van je vader, die van Spaanse origine is, de achternaam Mayo erft. Pech bestaat. Ongelukkig toeval eveneens.

Toevallig was het geenszins dat Francesca zich zeven jaar geleden, bij de oprichting van de Brusselse vondelingenschuif van de vzw Moeders & Mama’s, kandidaat had gesteld als conciërge. Hierdoor verhuisde ze naar een bescheiden rijhuis in Schaarbeek. Tussen haar conciërgewoning en haar buur was er een piepkleine ‘tussenruimte’ met een stoel, een tafel met allerlei folders en vooral het luik met een verwarmd kinderbedje. De vondelingenschuif is er voor de radeloze moeder, om haar de kans te geven haar kindje anoniem een warme en veilige plek te geven. Er hangen geen camera’s. In feite is het eerder een soort sluis, een beetje te vergelijken met een kleine selfbank. De moeder kan achteraf anoniem contact opnemen, want er is een eigen telefoonnummer, waar ze terechtkan voor een gesprekje of voor nuttige raad en daad. Eens een baby in de schuif wordt gelegd, gaat ze ook echt dicht en kan niemand er nog bij. De moeder heeft daarna vijf minuten tijd om afscheid te nemen. Daarna treedt een alarm in werking. Dat alarm gaat eerst af voor de conciërge en enkele minuten later klingelt het ook bij alle andere leden van de vzw Moeders & Mama’s.

Wat een zaligheid! Af en toe heeft een mens dit eens nodig, dacht ze. Languit in bad liggend, genietend van hele kleine deininkjes in het water. ‘Piep! Poing! Piep! Poingpoing! Piep! Poingpoingpoing!’ Francesca schrok zich een badmuts, want haar oplichtende en vibrerende smartphone lag vlak naast haar van jetje te geven. Op die manier viel hij bijna vanop de rand van het bad in het beschuimde badwater. Dit was het alarm! Dit was wel degelijk het alarm! Ze hoorde het nog maar voor de vierde keer in haar leven: een keer voor jongetje Bas zes jaar geleden, een keer voor meisje Emma drie jaar geleden en een laatste keer vorig jaar voor niks, bij een technische storing. Van opwinding grabbelde ze naast haar grote roze handdoek, waardoor ze uitschoof en haar smartphone alsnog in het badwater belandde. Gelukkig had ze zich niet bezeerd. Die smartphone, waar ze nochtans altijd heel voorzichtig mee omsprong, was plots van geen enkel belang meer. Terwijl hij naar de bodem zonk, dacht Francesca alleen nog in infinitieven: afdrogen, aankleden, rennen en hopen dat het geen loos alarm was!

Haar hart huppelde van opwinding toen ze zag dat er daadwerkelijk een baby’tje in het bedje lag. Het weende helemaal niet zoals Basje en Emmaatje jaren geleden. Met de armpjes en de beentjes in de lucht lag het gewoon wat te spelen en gelukkig te zijn en toen het Francesca zag, schrok het heel even, maar bijna onmiddellijk was het beginnen te lachen. Eerst een klein glimlachje, daarna met luide kirretjes en kraaitjes. Het allerschattigste en allermooiste wezentje dat ze ooit had mogen aanschouwen! Francesca was op slag verliefd op het kleine, guitige jongetje met z’n zalig geurende, donkere huidje, zijn stugge, zwarte haartjes en z’n wondermooie pretoogjes.

Het zeldzame alarmsignaal zorgde natuurlijk voor heel wat commotie en nieuwsgierigheid. Ondertussen kwamen Paula, Judith, Thea en nog een hoop andere vrijwilligsters toe. Telkens stond Francesca te pronken alsof het haar eigen vlees en bloed was dat ze in haar armen hield en steeds weer maakte ze op haar manier duidelijk wat een mooi en lief ventje ze nu had gekregen. Voor het eerst in haar leven voelde ze een zweem van bezitterigheid, van egoïsme. Zij wilde voor dit kindje zorgen. Zij alleen. Dat gevoel zou enkel nog toenemen. Met plezier nam ze alle zorgen op zich.

De volgende dag kwamen alle leden van de vzw samen bij Francesca. Er moest immers beslist worden over een naam voor het baby’tje. Je zou verwachten dat daar een hele procedure of althans iets officieels voor in werking treedt. In de praktijk is dat totaal niet het geval. Bas werd Bas omdat hij erg fors kon huilen. Barry van ‘bariton’ was ook een optie geweest, maar uiteindelijk koos de meerderheid voor Bas. Vroeger werd er bij vondelingen alleen een voornaam vastgesteld, maar tegenwoordig kiest men meteen ook een achternaam. Omdat Bas bij de vondst een rompertje droeg met kleine afbeeldingen van allerlei bomen, koos de vzw voor Bas Van Den Bossche. Emma betekent letterlijk ‘groot’ en werd gekozen omdat ze een flink uit de kluiten gewassen baby was. Emma werd na kort overleg Emma Vercammen, omdat haar gekrulde haartjes niet zo makkelijk te kammen waren en gewoon, omdat het lekker bekte. Deze keer was de opgave veel lastiger. Jan, Piet of Klaas zou belachelijk zijn. Ze moesten op zoek naar iets exotisch, daarover waren ze het eens, want dit lijkt wel een Afrikaantje. Of een Aziaat. Plots werd er gegiecheld door Paula en Gilberte. ‘Ja, zo was het!’ gierde Rosalie. ‘Bij mij ook, bij mij oohook, haha!’ proestten Judith en Annemie. Blijkbaar had Francesca gisteren steeds weer hetzelfde gezegd als ze ‘haar mannetje’ (want zo had ze het kleine bengeltje van bij het begin genoemd) voorstelde aan de druppelsgewijs arriverende vrijwilligsters. Na wat nader onderzoek werd de voorgestelde naam genoteerd als “Kekishwa N’Entoffe”. Ook Francesca vond het wel komisch, al had ze aanvankelijk even het idee dat ze werd uitgelachen met haar logopedische handicap. Dat was geenszins het geval. Qua inzet en toewijding was Francesca een toonbeeld voor velen en ze was erg graag gezien bij alle leden van de vzw, omdat ze altijd en overal voor iedereen klaarstond en altijd even vriendelijk en hartelijk was. Niemand zou het in zijn of haar hoofd halen om met haar te spotten. Bovendien vond ze de naam zelf ook heel mooi. Kekishwa had iets Aziatisch en was voor haar perfect uitspreekbaar. N’Entoffe klonk dan weer Afrikaans. Passender kon bijna niet, aangezien haar mannetje overduidelijk van Afro-Aziatische origine was.

‘Te gepasten tijde, over zes maanden exact, zullen we de media op de hoogte brengen van Kekishwa. Ondertussen kunnen we op zoek naar een gepast pleeggezin, net zoals bij Bas en Emma,’ sprak Petra, de voorzitster van de vzw. ‘Uiteraard is er ook nog de mogelijkheid dat de natuurlijke mama contact opneemt en zich eventueel bedenkt. Tot nu toe was dat bij de anderen nog niet het geval, toch weet je maar nooit. Francesca zal deze week de zorg voor kleine Kekishwa op zich nemen, daarna neemt Judith een week over. Het vervolg van de planning bespreken we op onze eerstvolgende vergadering.’

Gelaten en beheerst luisterde Francesca toe. Heel even had ze de drang gevoeld om het woord over te nemen, om te roepen dat ze hem helemaal niet wilde afstaan, zelfs niet voor twee minuten, laat staan voor een hele week. Heel even. Al snel vond ze het verstandiger om te zwijgen en kalm te blijven, zich sereen te gedragen en zelfs mee te lachen met iedereen, vooral niet jaloers te worden als iemand Kekishwa knuffelde of zijn vieze pamper verving. Wat was ze verrukt toen iedereen rond tien uur ‘s avonds weer naar huis ging en ze hem heel even bij haar in bed kon nemen voor ze hem te slapen legde in zijn wiegje. Haar mannetje was doodmoe. Hoe kon het ook anders, schatje, dacht ze, met al die stoute, oude tantes die de hele tijd aan je zitten te frunniken ...

Twaalf uur later, toen Thea en Annemie aanbelden bij Francesca nadat ze bij de apotheek een grote pot Nutrilon zuigelingenmelk hadden gekocht, kwam er niet meteen reactie. Opnieuw bellen, zachtjes kloppen op de deur, later zelfs bonken, ook op de rolluiken … Alles bleef muisstil. Ze verwittigden Petra, die over een reservesleutel van de conciërgewoning beschikte. Toen ze uiteindelijk binnen konden, merkten ze dat alles nog exact hetzelfde stond als gisterenavond. De tafels opzij geschoven in de keuken en de woonkamer, de stoelen, de besmeurde kopjes, de vorkjes en de schoteltjes die gisterenavond niet meer in de overvolle vaatwasmachine konden ... Achteraan in de living was de deur met de trap naar boven. Op de derde trede lag een briefje: ‘Zoek ons niet. De toekomst lacht ons toe. Gun ons dit geluk. Bedankt. Francesca & zoon.’ Boven vonden ze een leeg bed en een leeg wiegje. De grote, eiken kleerkast stond wagenwijd open, eveneens helemaal leeg. Het was pas toen ze de rolluiken omhoog deden en vanuit de slaapkamer op straat keken, dat ze merkten dat Francesca’s grijze Fiatje nergens geparkeerd stond. Nadien is nooit nog iets van hen vernomen.

 

 

Geplande einddatum publicatie van deze inzending:
27-10-2023

Hits: 301

Enthousiast over deze inzending?

Dank voor het lezen van de inzending van deze schrijver. Je kunt nu een reactie geven, meer publicaties lezen of bijv. zelf meedoen aan een schrijfactiviteit. Klik hieronder s.v.p. op de gewenste mogelijkheid!

KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.