1 post

Gerrit

51 Hits.

Gerrit woonde een steenworp afstand van ons, iets naar links, aan de overkant van de straat.

Aan de dorpsrand, we speelden elke dag met elkaar,         

hij was mijn kameraad.

We liepen achterlangs de keuken in bij elkaar, elke dag over en weer.

Dat kon toen nog  zonder problemen, de straat was nog verstoken         

van verkeer.

We speelden en ravotten in de hof en het land, we rolden en tuimelden van plezier.

We waren nog maar kinderen         

van net over de vier.

Op een bepaald moment veranderde er iets, ‘Gerrit ligt op bed,’ zei z’n moeder.

Zij stuurde mij terug de straat over, wist ik veel,         

vond haar een loeder.

Toch samen op avontuur naar de kleuterklas.

Bij onze moeders op de fiets omgedraaid achterop,          

onze benen in de fietstas.

Het jaar erop van de kleuterschool naar het grotere werk.

Maar niet meer met elkaar, Gerrit moest ‘s morgens eerder weg          

eerst naar de kerk.

Dat kende ik niet, de bijbel was bij ons de voordeur nooit gepasseerd.

‘Respect bestaat ook zonder bidden en zonder knielen,’ zei vader,         

al vroeg geleerd.  

De ouders van Gerrit, had ik bedacht, leefden met een ander idee.

Hun zoon werd de andere kant op gestuurd, de goede kant,         

daarheen mocht ik niet mee.

Samen voetballen werd eveneens uitgebannen, ook niet voor de gein.

Daarin kon Gerrit kiezen, niet of naar een andere club,         

ze kregen hem wel klein.

Zelf bepalen wanneer samen kon niet meer, het maakte mij verdrietig en ziek.

Gerrit was neutraal, haalde zijn schouders op, maar kon het niet veranderen,        

zij waren katholiek.

We spraken elkaar minder in de prépuberjaren, alleen nog stiekem, bovenal mondjesmaat.

Ik vervloekte zijn moeder, zij als de boze feeks, ik wist het zeker         

de gezant van het kwaad.

Maar later werd ik wijzer, ik zat er akelig naast. Zijn moeder hield hem niet aan de band. 

Het was Gerrit zelf, zijn slechte momenten, nu nog af en toe,         

moeilijk te vatten want

ik was te jong en wist niet beter, ervoer alleen dat de verhouding ontspoorde.

Ik speelde, schepte en zeulde, mijn vriend gaf alleen aanwijzingen en lachte          

tot ik het hoorde. 

Eerst nog maar een gerucht, het geurde door de straat als de lucht van het lekkerste gerecht.

Een nieuwtje, zomaar op de vleugels van de wind kwebbelde door de buurt:       

‘het is echt, 

die jongen van Frans heeft iets, ze weten niet wat, het is de lichamelijke kracht

die langzaam afscheid van hem neemt.’ Ik hoorde het van moeders,     

ik dacht

Gerrit komt toch uit een gezin dat erg gelooft, dat bidt en prevelt met hart en ziel.

Dan heeft hij van boven iets te verwachten, ik geloofde werkelijk         

tot het medische oordeel viel.

Ongeneeslijk ziek, daarom dus was hij zo ondeugend, en vaak onhebbelijk recalcitrant.

Elke ontsnapping vierden we daarop, in lange middagen         

langs de beekrand.

Sporadisch goede momenten, samen, het summum, van vrijheid en avontuur.

Dat hield hem nog een tijd op de been, tot het eind,       

op het laatste uur

zworen we elkaar eeuwige trouw, met een mes, een bloedsband of zoiets, oh hoe triest bedacht.         

Kon ik weten dat de werkelijkheid ons naderde,      

ik had het nooit verwacht    

omdat Gerrit nog altijd fantaseerde en droomde over de meiden, over zoenen en verkering.

Dan vloekte ik, want het stagneerde de voortgang van ons geheime onderkomen,      

‘krijg de tering,  

natuurlijk word jij heel gelukkig met een vrouw en een huis vol van dat kleine grut.’

Ik ageerde en oreerde, ‘onze schuilplaats moet af,’         

hij zuchtte en kuchte, maar zag het nut.

Dan, op een vrije middag van school, ik werd weggestuurd, ‘Gerrit kan niet meer.’

Daarop ben ik in onze hut gekropen, alleen, met een kop vol ongeloof.        

Vol zeer,

terwijl het een doodgewone middag was, alleen de regen miezerde over het land.

Eigengereid wachtte ik in de hof onder de appelboom       

tuurde naar de overkant.

Mijn moeder zag het, ze kwam naast me staan en sprak zacht.

Gerrit komt niet meer, iemand is bij hem langs geweest en heeft het licht uitgedaan     

vannacht.

Dat kan niet waar zijn, ik weet het nog zo goed, heb gevloekt, gescholden, wilde haar niet aanhoren.

Want bloedbroeders waren we, iets van trouw en altijd samen      

dat heeft hij mij gezworen.

De dag erop, een zwarte wagen gleed statig langzaam weg van hun huis.

Ik ervaar het weer, gebrek aan zuurstof een zwaar machteloos gevoel         

en oorverdovend gesuis.

Daar ging Gerrit, zonder aankondiging, zonder plan, zonder ook maar het geringste teken.

Mijn brief aan hem op een geheime plek in onze hut lag er jaren later nog,         

half vergaan maar onbekeken.

Enkele tientallen jaren gingen voorbij, ik woon inmiddels op dezelfde plek, in diezelfde straat.

Ik heb ze gekregen: een vrouw en kinderen.

Kijk elke dag even naar de overkant, denk aan hem, want

Gerrit was wel mijn kameraad.

Alleen Plusleden kunnen een eigen artikel aanpassen na publicatie. KLIK HIER om alle voordelen van een pluslidmaatschap te bekijken.

De auteur van dit artikel Jan van Beek:

Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen mogelijkheid voor reacties.

Ook jouw mening is hier welkom!

Reacties:

10.09.21
Feedback:
Wat een mooie sfeer heb je m.i. neergezet met dit verhaal.
  • Waardering
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Meer van deze auteur:

Titel:Hits:Waardering:Link:
De achtervolging
90
Lezen?
Slangetje
39
Lezen?
Vergissing
25
Lezen?