SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Geheim van de Bovenkamer

Publicatie: | Erik van der Velden

‘Vierennegentig…vijfennegentig…’ De glibberige stenen van de wenteltrap soppen aan haar voeten. Het belletje aan haar gulden enkelkettinkje rinkelt bij elke stap. In haar hand draagt ze een boek met een kaft van bladgouden bloemen. Ze weet niet wat erin staat; het is verzegeld met een hangslotje. Haar sopraanstem galmt angstig in de schemerige toren. ‘Honderddertien…honderdveertien…’ In de verte tingelt druipend water. Haar transparante nachtjapon heeft ze enkele decimeters opgetild om hem niet te bevuilen met modder. Spinnenwebben draperen de muren als maagdelijke sluiers. Ze ontnemen haar het schrale zicht. Af en toe wuift ze enkele spinnengordijnen rillend weg. Honderdvijfenzestig. Het getal flitst door haar hoofd; nog vijftien treden. Ze zoekt alvast naar een deur in de draaiing, maar raakt in paniek als ze alleen grijze stenen ziet.

‘Honderdvijfenzestig,’ kreunt ze hijgend. Ze kijkt wanhopig naar de kale muur. Er is geen aanwijzing te bekennen dat zich hier een deur bevindt. Slobberend gehijg achter haar sterkt aan. Angstig slaat ze tegen de koude stenen. ‘Laat me binnen alsjeblieft!’ Huilend botst ze met haar voorhoofd tegen de muur. De smaragd in haar hoofdkettinkje gloeit op. De muur kraakt onheilspellend en splinters steen spatten ervan af. Een diepe groef in de vorm van een deur tekent zich af en Madelon kijkt verbaasd op. Haar frons verruilt zich voor een glimlach op haar lieftallige gezicht. Naderende voetstappen en een grommend gesmak jagen haar opnieuw schrik aan. Wanhopig duwt ze tegen de muur die brokkelend opengaat.

De ruimte is behaaglijk warm. Aan de ronde muur hangen acht fakkels die de zaal volledig verlichten. Een zoetige geur bedwelmt haar en ze voelt zich al gauw heerlijk loom. De muur valt achter haar dicht, precies in de uitsparing. Veilig, denkt ze en ze kijkt rond in de bijzondere ruimte. In het midden staat een eikenhouten tafel gevuld met allerhande vloeistofglaasjes. Die koken rustig op gekleurde vlammen. Tussen twee smalle zuilen hangt een manshoge spiegel. Nieuwsgierig loopt ze ernaartoe. Ze is blij verrast door de schoonheid die ze erin gadeslaat. Ze brengt haar handen voor haar mond en slaakt een kirrend kreetje. ‘Ben ik dit?’ jubelt ze giechelend.

Twee aquamarijn blauwe irissen in prachtig grote amandelvormige ogen prijken in haar jonge gelaat. Haar konen kleuren zacht roze; een ontloken roos, wennend aan de eerste stralen van het ochtendgloren. Ze lacht en bemerkt hoe haar volle lippen een verliefd gevoel bij haar opwekken. Strelend verkent ze haar lichaam en ze geniet van haar fraai gewelfde vormen. Dartel draait ze een paar rondjes, waarbij haar gekrulde haren wuft mee zwaaien. Uiteindelijk landen ze in een grove spiraal over haar mond en schouder. Ze ruiken naar verse bloemen en glanzen goudkleurig in het fakkellicht.

‘Bevalt het je wat je ziet?’

Madelon schrikt op en kijkt om zich heen. Gegeneerd brengt ze haar haren als scherm voor haar borsten en houdt het vergulde boek preuts voor haar kruis. Haar spiegelbeeld zwelt aan. De witte japon verdonkert erin naar grijs en uiteindelijk matzwart. Haar haren veranderen in een capuchon die doorloopt in de gevormde pij. Ze kan haar gezicht op twee lichtende ogen na niet meer zien. Ze gilt het uit van schrik als de persoon plots uit de spiegel stapt. De spiegel verdwijnt geluidloos in de muur.

‘Alstublieft, doe me geen kwaad,’ smeekt ze grienend.
‘Je hoeft niet bang te zijn, je bent hier veilig.’ De stem van de man is warm en diep, bijna vaderlijk. Madelon ontdooit. Ze kijkt hem geïntrigeerd aan.
‘Wie bent u?’ vraagt ze verlegen. De mysterieuze man trekt een stok uit de mouw van zijn pij en draait er soepele rondjes mee.
‘Ik ben de Verhalentovenaar. Niet iedereen beheerst de magie van een verhaal, Madelon. Het begint met een kiem, soms slechts één woord.’ Madelon ziet hoe de lucht aan de punt van de stok sliertig wordt. ‘De woorden vormen zich tot zinnen…’ Lange draden lucht binden zich wollig aan het uiteinde. De man blijft onverminderd doordraaien. Madelon kijkt gebiologeerd toe. ‘De zinnen worden alinea’s en op het eind heb je een prachtig weefsel van woorden die volledig met elkaar zijn verbonden. Voor jou: een suikerspin…’ Madelon neemt de grote suikerspin gretig aan. ‘…of een tunnelwebspin,’ zegt de man onheilspellend. Gillend laat Madelon de suikerspin vallen als ze ziet hoe een grote harige spin er wroetend uit tevoorschijn komt. Het geheel lost onmiddellijk op in de vloer.
‘Waarom deed u dat?’ vraagt ze boos. ‘Ik ben als de dood voor spinnen!’
‘Dat deed ik niet. Ik denk dat je het nog niet helemaal begrijpt.’
‘Wat valt er te begrijpen? U heeft die heerlijke suikerspin voor mij verpest,’ simt ze, ‘en ik houd nog wel zo van suikerspinnen…hé, hoe wist u dat eigenlijk?’
‘Heb je nog steeds geen idee waar je bent?’ vraagt hij, terwijl hij een dampend paars drankje van de brander neemt.
‘Waarschijnlijk droom ik,’ zegt ze somber. ‘Alles is nep.’
‘Alles is zo echt als je maar wil. Je bent in de Bovenkamer; de machtigste plek voor jou op aarde. Van hieruit heb je kansen om jouw wereld te regeren, alleen benut je ze nog niet. Hier, drink dit op, dan zal ik je laten zien wat ik bedoel.’
Madelon neemt de kolf met de dampende vloeistof aarzelend in haar hand en zet het glas aan haar lippen. Het ruikt naar een bloemenveld in de lente. Ze neemt een flinke teug. De smaak is onbeschrijflijk lekker en ze voelt zich heerlijk licht. De stenen uit de grijze muur klappen open en vervormen tot gekleurde vlinders. Ze fladderen achter elkaar aan richting de middagzon. De vloer verandert in gras dat aan haar voeten kietelt. De fakkels groeien tot grote populieren die ritselend wuiven in de lentebries. Achter de bomen ziet ze de prachtigste kleuren van een weids bloemenveld dat haar een serenade van geuren schenkt. Madelon spreidt haar armen en snuift de frisse luchten in met haar ogen gesloten. Wanneer ze die weer opent, is ze terug in de schemerige toren. Ze staart naar de kolf. Het laatste beetje vloeistof erin is helder en transparant.
‘Dat is gewoon water. Drink het, sluit je ogen en beschrijf wat je zag in je gedachten.’
Ze glimlacht en geeft een gedetailleerde beschrijving van haar belevenis. Ze gaat er zo in op dat ze de beelden weer levendig voor zich ziet. Ze voelt het boek dat ze nog steeds in haar hand draagt, gloeien. Bij elk woord dat ze spreekt, hoort ze gekras, alsof iemand erin schrijft. Het kietelt plezierig in haar handpalmen. De tovenaar houdt een gulden sleuteltje voor haar ogen en duwt het in het slotje.
‘Lees maar wat erin staat,’ knipoogt hij. Madelon schrikt van verbazing als ze haar woorden in haar eigen handschrift terugleest. Ze kijkt de man verbluft aan.
‘Woorden zijn magisch. Ze vormen jouw werkelijkheid. Jouw innerlijke schoonheid is je nieuwe uiterlijk geworden. Maar niet alleen dat; er is nog meer. Jouw zinnen hebben het vermogen om mensen te helen en valse ideeën om te buigen. Alles wat je schrijft, zien mensen voor zich. Jij zal ze sturen als een gids door de duisterste nachten van hun bestaan en ze doen inzien wat hun intenties tot gevolg kunnen hebben.’
‘Maar er zijn toch meer mensen die verhalen schrijven?’ vraagt ze laconiek.
‘Die mensen hebben geen gouden ganzenveer,’ antwoordt de man grijnzend. Prompt dwarrelt er een gulden veer neer op het geopende boek. ‘Wanneer je ermee in het boek schrijft, kun je er mensen mee sturen. Ze worden willoos en volgen jouw plot. Maar gebruik de veer niet voor eigen gewin, want dan gaat hij zich tegen je keren. Het vergt enige oefening, dus stel je doelen in het begin niet te hoog.’ Madelon knikt begrijpend. Ze voelt zich oppermachtig en wil niets liever dan wegdromen om haar verhalen te vormen en mensen gelukkig maken. ‘Ga nu terug via de trap waarlangs je bent gekomen. Als het je lukt om Gorgel met de ganzenveer te verslaan, ben je klaar voor je taak.’ De muur opent zich weer en Madelon rent zelfverzekerd en machtsgeil naar buiten met de veer in de aanslag.
‘Kom maar op, Gorgeltje!’ roept ze. Het monster stond haar ongezien op te wachten en met een brul zet hij zijn klauwen in de frêle deerne. Na enkele kreten is het stil.

De tovenaar schudt zuchtend zijn hoofd. ‘Shit.’

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
13.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
wat een triest verhaal zeg! Ik geef je vijf sterren en een dikke pluim! Ik hou van je! Wat een goed verhaal zeg
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.