Hanne Lemahieu

geest van de kattenridder

© Hanne Lemahieu op 04.12.2022.

… Als de lange, koude nacht tot een einde kwam, werd het verlaten rijtuig gevonden door een boer en enkele van zijn zonen. In het rijtuig vonden ze de baby, onderkoeld maar levend. Het kind werd warm gehouden door een grote zwarte kat die zich er beschermend omheen had gekruld, als ware het haar eigen jong.
Van de ouders is nooit iets vernomen en vermoed wordt dat zij hun kind achtergelaten hebben omdat het bezeten was van de Duivel.
Het enige spoor dat zou kunnen leiden naar de familie van het kind was het lichaam van een geharnaste ridder die vermoedelijk deel uitmaakte van een escorte. De familie wiens embleem op het harnas van de dode stond, ontkende echter het bestaan van een pasgeboren nazaat en schaarde zich achter de stelling dat de dode in kwestie het harnas gestolen moest hebben.
Het verhaal van de duivelsbaby verspreidde zich snel door het land en de bewuste route werd jarenlang gemeden. Alleen enkelingen op doorreis kwamen nog over de en passeerden dan lang het rijtuig. Als zij over hun reis vertelden, werd hen meteen gevraagd of zij niet weggevlucht waren door de stank van het lijk. Dan vroegen zij: “Lijk? Welk lijk?”
Een van hen antwoordde na het drinken van een grote kroes bier om op te warmen: “Een lijk? Was het maar een lijk. Wat ik gezien heb, is veel erger. Een geest!
Verschrikt vroeg men wat hij bedoelde.
“Ik heb zijn gezicht niet kunnen zien maar wat kan het anders geweest zijn dan de geest van die ongelukkige die destijds nabij die ongelukkige plek gestorven is?”

Het is een warme nacht. De maan staat helder aan de hemel als boer Ferguut zijn erf op loopt. De kippen en ganzen liggen al lang te slapen. Twee knechten volgen de boer tot bij het brandhout dat ze die middag gesprokkeld hadden. De grootste van de twee draagt een zak over zijn schouder, de ander een houten knuppel en een zware hamer. Ze praten opgewonden. De knecht met de zak onderbreekt zichzelf af en toe met een geluid van pijn en laat de zak op zijn rug dan even omhoog wippen.
Noch de boer noch de knechten zijn zich ervan bewust dat drie paar ogen hen in de gaten houden.
Boer Ferguut heeft zijn kroost en zijn vrouw naar bed gestuurd maar Andrew en Ben zijn veel te nieuwsgierig wat hun vader zou doen nadat hun moeder er enorm ophef over had gemaakt tijdens het avondeten. Elizabeth, de jongste spruit, wil niet onderdoen voor haar broers en volgt hen als ze stilletjes hun bed uit stappen en naar buiten sluipen, erop beducht om hun moeder niet wakker te maken.
De ene knecht gooit de zak neer naast de vuurplaats terwijl de ander zijn voet op de zak zette. Er klinkt een luid gemauw uit op .
Lizzie zegt luidop: “Er zitten katten in die zak!”
Een van haar broers, Andrew, knijpt haar in haar arm.
“Au!”
“Stil! Ze mogen ons niet horen.
Lizzie wrijft verongelijkt over haar arm maar zegt niets meer.
“Waarom doet papa dit ’s nachts?” vraagt de andere jongen, Ben, fluisterend.
“Wat maakt het uit?” vraagt zijn broer.
“Het zou warmer zijn als het geen nacht was.”
Andrew rolt met zijn ogen.
“Wat gaan ze doen?” vraagt Lizzie.
“Ze gaan die katten doden”, antwoordt Ben prompt. Hij rilt even. “Ik wist niet dat vader zoveel van die duivelse mormels in de schuur hield.”
“Hoeveel zouden het er zijn?” vraagt Andrew, iets te gretig.
Ben haalt zijn schouders op. “Als ze volwassen zijn, niet meer dan vier of vijf.”
Andrew knikt.
Lizzie deelt de koelbloedigheid van haar broers niet. Ze wordt bang.
“Moeten we dit nu wel doen? Wat als HIJ komt opdagen?”
“Och kom, Liz, je gelooft toch niet echt dat de geest van de kattenridder zal komen om ons allemaal het vel af te stropen?” vraagt Ben.
“Nee, alleen papa en de knechten”, zegt Andrew
Zijn zus begint hem te slaan. “Idioot! Zeg dat niet. Je maakt me bang!”
“Jij bent altijd bang.”
“Hij zal alleen naar papa en de knechten komen”, zegt Ben, “zij zijn immers degene die de katten zullen martelen en dood doen. En niemand weet dat wij hier zijn.”
“Stil!” fluistert Andrew dringend. De langste knecht die de houtblokken gebogen had gestaan, was overeind gekomen. Had hij hen gehoord?
“Alsof een vader en moeder echt een baby zouden achterlaten die dan na een hele nacht in de kou nog altijd leeft” zegt Ben die weigert zich door zijn broer het zwijgen te laten opleggen.
“Ja,” zegt Lizzie, “de Duivel zou zo’n baby met huid en haar verslonden hebben.”
“Doe niet zo dom. Zo’n kat is veel te klein om een baby op te eten.”
“Oh, ja? Waarom zijn ze dan zo gevaarlijk?”
“Stil nou!” sist Andrew, “Als vader ons betrapt, hangt hij ONS in een zak boven dat vuur.”
“Jakkes, Andrew!” zegt Lizzie. Ze vergeet om te fluisteren. “Hoe kun je dat nu zeggen van papa?”
“Stil!” snauwt Andrew opnieuw “Hou nu eens eindelijk je grote mond.”
Lizzie wil iets terug snauwen maar op dat moment verstijven ze alle drie. Ze hadden het gesnuif van een paard en het gekraak van takjes gehoord.
“Hij is er!” zegt Lizzie, in paniek maar ook triomfantelijk.
In het licht van de maan zien de drie kinderen inderdaad de gestalte van een ruiter op een paard. Ze houden hun adem in terwijl het paard vlak langs de struiken loopt waar ze zich verstopt hebben.
Boer Ferguut en de knechten hebben de ruiter ook opgemerkt. De lange knecht sloeg net met de grote hamer tegen de zak toen de boer en de andere knecht naar de bezoeker staarden. Uit de zak komt een luid gesis en gemiauw. Het vuur is nu aangemaakt en werpt groteske schaduwen over de aarde.
De ridder zijn stem klinkt zwaar maar niet onvriendelijk. “Goede avond, heren.”
De knechten kijken elkaar een beetje bedremmeld aan. Boer Ferguut antwoordt: “Goede avond, heer ridder. Zoekt u onderdak voor de nacht?”
“Nee. Ik heb niet de intentie om van uw gastvrijheid gebruik te maken. Doch u kunt mij wellicht wel helpen.”
“Maar natuurlijk.”
“Ik ben op zoek naar een kat.”
Boer Ferguut is meteen terughoudend. “Een kat, zegt u?”
“Ja, ik ben haar verloren deze middag. U hebt haar niet toevallig op of rondom uw hoeve opgemerkt?”
Hierop liegt de boer gezwind. Uiteraard heeft hij de kat wel gezien. Enkele uren voor zonsondergang had hij haar over het erf zien lopen, in de richting van de kippen en de ganzen. De blazende ganzen verjoegen haar en hadden zodoende de aandacht van boer Ferguut getrokken die de kat met een welgemikte steen tegen haar kop voldoende had versuft om haar op te pakken en op te sluiten bij de andere katten in de schuur die hij had ‘opgespaard’ om zijn knechten een avondje plezier te kunnen gunnen.
“U was van plan zich te vermaken met zowel het verbranden van katten als een heel… eigen vorm van katknuppelen?” De stem van de ridder klinkt nog steeds vriendelijk maar krijgt een scherp, waarschuwend kantje. Boer Ferguut merkt dit op.
“Niet zomaar vermaken’, antwoordt hij, “We beschermen onszelf. En als we ons daarbij wat kunnen vermaken, waarom zouden we het dan laten?”
“Inderdaad”, zegt de ridder, nog steeds met een schijn van welwillendheid. “U kent ongetwijfeld mijn geschiedenis?”
Boer Ferguut antwoordt niet meteen.
“Nee? Dat verbaast me. Mijn verhaal is tegenwoordig even bekend als de Bijbel”
Boer Ferguut vond zijn stem terug. “Ja, toch wel, ik bedoel, natuurlijk weet ik wie u bent. Maar dat kan niet. Bent u dan echt? Bent u echt de geest van de kattenridder?”
Boer Ferguut zijn stem trilt een ogenblik. De ridder lacht. “Een geest ben ik niet, mijn beste. De kattenridder, of duivelsridder, is wat men van mij maakt.”
Boer Ferguut weet opnieuw even niet hoe hij moet reageren. De ridder zucht licht. “Men gelooft dat de baby die men in dat rijtuig vond de door de Duivel bezeten reïncarnatie was van de geharnaste ridder die enkele kilometers verder de Dood vond. Het leek onmogelijk dat een onschuldige baby een hele nacht in de kou had kunnen overleven. Maar zie! Ik leef nog steeds, en in uiterst goede gezondheid. De mensen durven niet geloven dat ik nog leef en denken dat ik de toen overleden ridder ben of zijn geest, die komt spoken.”
De ridder maakt een snuivend geluid van minachting dat door zijn paard benadrukt wordt. “De man werd net als ik voor dood achtergelaten nadat het konvooi waar hij net als mijn ouders en ik deel van uitmaakte werd overvallen door struikrovers. Maar de goede man was niet dood. De zware kou die nacht deed hem uit een diepe bewusteloosheid ontwaken. Iets – mijn gehuil of de kat – moet zijn aandacht getrokken hebben en ondanks zijn eigen slechte toestand slaagde hij erin mij naar een weeshuis in de dichtstbijzijnde stad te brengen. Later kreeg ik te horen dat hij mij een aantal keer bezocht heeft maar uiteindelijk alsnog bezweek aan de gevolgen van ontbering en slecht geheelde wonden. Dezelfde verpleegster verzekerde mij ook dat ik de tocht van het bos naar de stad waarschijnlijk niet overleefd zou hebben als de kat mij die vorige nacht niet had warm gehouden.”
Plots wordt de ridder heel ernstig. “Een kat heeft toen mijn leven gered. Ik zal nooit toestaan dat een kat een haar gekrenkt wordt.”
Het zwaard komt een beetje naar boven uit de schede. Boer Ferguut merkt dit en hervindt gedeeltelijk zijn zelfvertrouwen.
“Daar ben ik mij allemaal van bewust, ja. Maar het verandert niets aan het feit dat een kát een duivels beest is.”
“Het feit dat ik de beproeving overleefd heb die mijn ouders mij als baby hebben laten doorstaan, is het werk van God, niet dat van de Duivel.”
“Hoe weet u dat zo zeker?”
“Om dezelfde reden dat u gelooft dat ik net als de kat die mij redde een verpersoonlijking van de Duivel in hoogsteigen persoon ben: ik gelóóf het.”
“Beweert u dat ik een ongelovige ben?”
“Nee. Integendeel. Ik zeg niet dat u te weinig gelooft. U gelooft teveel. Bijgeloof is een slechte raadgever.”
Boer Ferguut kijkt de jongere en sterkere man intens aan voor hij zegt: “Ja. Ik kan zien dat u oprecht gelooft wat u mij zegt. Ik bewonder uw moed maar betreur uw roekeloosheid.”
De ridder maakt een kleine buiging in erkenning van het halve compliment. “Ik zou bijna geloven dat het ook waar moet zijn wat u zegt aangezien u die katten uw moed waardig acht.”
De boer lijkt zelf een beetje terug te schrikken van de plotse plechtstatigheid van zijn woorden.
“Iedereen is vrij om voor zichzelf uit te maken of men iets of iemand zichzelf waardig acht”, antwoordt de ridder, “Dat is het verschil tussen God en de Duivel, tussen geloof en bijgeloof: de vrije wil om te kiezen wat men gelooft en hoever men hierin gaat. De Duivel legt zijn eigen wil op, God begeleidt ons in het pad dat we zelf kiezen, of we hem nu volgen of niet. Zij die afdwalen zullen altijd opnieuw welkom zijn in de omhelzing van de Heer. Zij die voorheen of herhaaldelijk gedwaald hebben werden vergeven, alsof zij nooit weggegaan waren. Zij die zullen afdwalen, zullen altijd in Zijn licht blijven wandelen, dat hen eraan herinnert terug te komen. Maar wat we ook doen, we doen het zelf, uit overtuiging dat het Juist is en geluk en rechtvaardigheid met zich meebrengt.” De ridder sloeg zijn cape naar achter in een plechtig gebaar en trok zijn zwaard. De boer deinst achteruit. De edelman glimlacht. “Het is mijn mening dat het juist is om deze onschuldige dieren te laten leven. Als u denkt dat het juist is deze dieren te martelen en te doden, ga dan vooral uw gang. Maar weet dat ík het in dat geval mijn plicht acht om in te grijpen.”
De boer twijfelt maar maakt dan een ongeduldig gebaar naar zijn knechten die de ridder beiden een vuile blik toewierpen, beroofd van hun vermaak.
De langste van de twee snijdt het touw door waarmee hij de zak eerder had opgehangen aan een driepoot in de plaats van de kookketel. De zak valt met een plof in het vuur eronder. Onmiddellijk stijgt er een hels gekrijs op uit de zak. In een razendsnelle beweging stijgt de ridder van zijn paard en staat plots naast de kleinste knecht. De wreedaard kan het niet laten een klap op de zak te geven met een van de houtblokken bedoeld om het vuur later op te porren. De ridder duwt de wreedaard aan de kant zodat deze op de grond valt, grijpt het uiteinde van het koord dat door een gelukkig toeval net naast het vuur beland was en sleept de zak uit de vlammen. Net als de bijgelovige boer en zijn twee knechten iss hij een ogenblik ongevoelig voor het aanhoudend overstemd gepiep en alles overheersend gekrijs dat uit de zak blijft komen.
Als hij de zak buiten het bereik van de vlammen heeft gebracht, doet hij een stap achteruit en gebaart met zijn zwaard naar boer Ferguut die er een beetje beteuterd bij staat.
“Openmaken.”
“Wat?”
De boer weet op dat moment net zo goed als de ridder dat de eerste de beste die de zak aanraakt kennis zal maken met een aantal bijt- en krabgrage tanden en nagels.
De ridder is echter onverbiddelijk en laat de arme boer geen keuze. Ferguut loopt schoorvoetend naar de zak toe, blijft staan, doet nog een paar stappen, kijkt om, ziet het zwaard van de ridder blinken in het maanlicht. Hij doet nog een stap, bukt zich en raakt de rand van de zak aan. Het gekrijs en gepiep dat verstomd was, herbegint en vijf katten barsten tegelijk naar buiten als knisperende vonken in een vuur als er een nieuw houtblok op gegooid wordt. De boer deinst achteruit maar kan niet voorkomen dat een van de katten tegen hem opspringt. Hij valt languit op de grond en de kat loopt over zijn borst en zijn gezicht heen, zonder zijn belagers of de andere katten nog een blik waardig te keuren. Een dikke, grijze kat volgt al snel. Twee magere roodharige katten en een witte lopen weg in de tegenovergestelde richting, naar de struik waar de drie kinderen nog steeds zitten. Lizzie is doodsbang en zit als versteend met haar handen tegen haar mond gedrukt, haar tanden in het vlees van haar vingerkootjes. Ben en Andrew zijn verbijsterd maar ook onder de indruk van het autoritaire optreden van de ridder. Andrew lacht zelfs als de lange knecht de ridder van achteren besluipt met een nog ongebruikt houtblok boven zijn hoofd geheven dat hij bijna op zijn eigen hoofd laat vallen als de twee rode katten tussen zijn voeten door rennen en hij zijn evenwicht verliest.
Een elegante zwarte kat stapt parmantig uit de zak met haar kop en staart omhoog alsof ze wil zeggen: “Wel? Wie weet nog wat?” De ridder fluit kort. De kat kijkt op, herkent de ridder, loopt trippelend naar hem toe, laat zich door hem over haar kop aaien, gaat tussen zijn voeten zitten en begint haar pootje te likken dat ze vervolgens over haar kop strijkt. De boer kijkt vol verbazing naar de kat die zo onbezorgd lijkt, alsof ze niet zojuist aan een zekere dood ontsnapt was.
Schijnbaar zonder zich om de kat tussen zijn voeten te bekommeren draait de ridder zich om en stapt naar zijn paard dat staat te grazen. Het dier heft zijn kop op en laat het dan weer zakken alsof het een onderdanige buiging maakte voor zijn berijder.
“Mijn beste, ik wens u allen nog een goede nacht.”
De ridder stijgt op en terwijl hij zijn paard keert, zegt hij nog klaar en duidelijk: “Onthoud het.”
“Onthoud wat?” vraagt Lizzie nadat het paard opnieuw vlak langs hen heen gelopen is.
“Dat je geesten niet mag tergen?” vraagt Ben plagerig.
“Nee,” zegt Andrew afwezig. “dat niet alles is wat het lijkt.”
“Wat bedoel je daar nu mee?” vraagt Ben.
“Snap je dat niet? Het is toch duidelijk! Niet elke kat is een Duivel. Sommigen zijn goed en veilig, volkomen onschuldig.”
“Ja, best, maar dat weten wij zelfs. Ik ben er zeker van dat die ridder iets helemaal anders bedoelt.”
“Dat geloof ik ook”, zegt Lizzie zachtjes.
“Precies.”, zegt Andrew. Hij houdt eventjes zijn adem in alsof hem iets te binnen schiet.
“Wat?” vraagt Ben ongeduldig. “Wat doet het ertoe? Laten we maken dat we binnen zijn voor vader de deur op slot doet.”
Daar zijn ze het alle drie mee eens. Terwijl de knechten het vuur uitmaken, kijkt boer Ferguut toe. Niet alleen uit gewoonte maar ook omdat hij voelt dat hij de rest van de nacht geen oog meer dicht zal doen. De kinderen slagen erin door het donker naar de zijkant van de hoeve te lopen en zich platgedrukt tegen de muur door de openstaande zijdeur naar de slaapkamer te reppen voordat de knechten in de schuur gaan slapen en hun vader de deuren vergrendelt.
Voor hij in slaap valt, fluistert Ben tegen Lizzie: “Nu weet ik wat Andrew daarstraks buiten bedoelde toen jij zei: “Ik geloof het ook.” Dat is wat de riddergeest zei…”
“De riddergeest?” herhaalde Lizzie sceptisch. Dat was geen geest.”
“Om het even! Daar gaat het niet om”, fluistert Ben, “Het gaat erom wat je gelóóft. En IK geloof dat het een geest is.”

 

Enthousiast over deze inzending?

We nodigen je graag uit om je mening te geven over deze publicatie. Dat is mogelijk door een commentaar van jou toe te voegen en/of door een waardering te geven. Klik hieronder s.v.p. op het gewenste item!

  • Jouw commentaar toevoegen? Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Dat is mogelijk in de tekstbalk

    Voeg hier je commentaar toe...
    You are a guest ( Sign Up ? )
    or post as a guest
    Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

    Wees de eerste om commentaar te geven.

    Je kunt ook een waardering geven voor deze publicatie!
  • Graag jouw waardering voor de kwaliteit van deze inzending: 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.
    Schrijf een commentaar
    PLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
     
    Je kunt ook een commentaar toevoegen voor deze publicatie!
  • Toelichting

    Op Schrijverspunt kun je in principe bij elke publicatie, d.m.v. een commentaar en/of een waardering, je mening geven. Alleen als een auteur feedback niet op prijs stelt is de mogelijkheid niet zichtbaar. De praktijk heeft geleerd dat de meeste auteurs feedback op prijs stellen. We nodigen je dan ook graag uit om je mening te geven over een publicatie. Dat is op twee manieren mogelijk:

    Commentaar

    Je kunt jouw commentaar geven op een publicatie of reageren op een ander commentaar of reactie.
    • Je kunt jouw commentaar toevoegen in de tekstbalk (Voeg hier je commentaar toe...) van het blok commentaar. Je commentaar is dan direct zichtbaar. Bij je commentaar kun je b.v. ook een emoji toevoegen.
    • Wil je een reactie toevoegen bij een ander commentaar of reactie? Klik dan bij het betreffende commentaar op 'Reageer'. ook dan verschijnt er een mogelijkheid om je tekst toe te voegen.
    • Elk commentaar is welkom. Dus geef gerust aan als je de publicatie met plezier hebt gelezen, maar ook opmerkingen over de stijl en het taalgebruik van de publicatie worden op prijs gesteld. Een mooie manier voor auteurs om eigen schrijfwerk te verbeteren.
    Commentaren of reacties lezen.
    • Bij elke publicatie kun je de commentaren of reacties lezen. Op de homepagina is daarnaast ook nog eens een overzicht van de actuele commentaren/reacties te vinden.
    • Wil je een bericht ontvangen van nieuwe commentaren/reacties dan kun je dat bovenin het blok Commentaar aangeven bij 'Ontvang een bericht bij nieuwe commentaren' of als je zelf een commentaar of reactie geeft.
    • Wil je alleen de commentaren zien bij een publicatie en geen reacties daarop? Klik dan bovenin het blok Commentaar op 'Inklappen alles'.
    Voorwaarden:
    Schrijvers en dus ook wij stellen een commentaar bij een publicatie erg op prijs. We proberen daarbij de mogelijkheid op Schrijverspunt om feedback te geven liefst zonder regels te laten. Dat vraagt alleen soms wat tolerantie en misschien wat invoelingsvermogen voor de ander. Samengevat respecteer elkaar.
    Is een commentaar of reactie volgens jou ongepast? Door met je muis over het commentaar of de reactie te gaan verschijnt er rechts een vlaggetje. Klik daar op om dit te melden bij websitebeheer.

    Waardering:

    Je kunt  commentaar geven op een publicatie, maar het is ook mogelijk om een waardering in cijfers te geven. Bij een waardering gaat om een beoordeling door jou van de kwaliteit van de publicatie. Je kunt kiezen uit 5 mogelijkheden om op te stemmen. 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.  De waardering is anoniem.
Hits: 84
Lekkerboek voor betaalbaar leesplezier
Tweedehands boeken
Nu opruiming!

Menno Ten Brink: De vijf Joodse feestrollen

- Klik hier!-

Meer publicaties lezen of zelf meedoen aan een schrijfactiviteit?

Klik op een van de mogelijkheden.