SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Frans fabrikaat

Publicatie: | Bart Jongeling

In de autowerkplaats in Saint Léonard de Noblat was de roldeur vanwege de hitte omhoog gedraaid. Lance Armstrong had de tour gewonnen-al wist nog niemand dat hij doping had gebruikt-er was een Concorde neergestort in Gonesse, de bossen in de Limosin hadden zware littekens van de kerststorm, maar Zinedine Zidane had Frankrijk Europees kampioen gemaakt.In de gapende opening die de werkplaats scheidde van een parkeerplaats met zinderend asfalt stond een lange man van ongeveer dertig jaar. Zijn donkerblonde haar krulde weelderig rond zijn bezwete slapen. Zijn ogen keken hulpeloos de wereld in, als een kind dat zijn moeder kwijt was.‘Monsieur, mon enchappement est dans le chemin,’ sprak hij in een hopeloos Frans.‘U bedoelt wat met uw uitlaat ligt op de weg? Het overige verkeer, kan het passeren? Is het noodzakelijk voor het aanroepen van de politie?’ sprak de patron van de werkplaats.‘Non, non, le police n’est pas nececaire,’ sprak de man. Aan zijn lelijke accent te horen was het een Duitser. Of erger, een Nederlander.‘Goed. Als ik u begrijp goed, ik moet u helpen met een auto kapot. Mag ik weten het merk?’ Als de patroon niet oppast rijdt die vreemde snuiter in een Saab. Of erger, een Vauxhall. Of in wat voor technische idiotie die noorderlingen zich nog meer verplaatsen. Inreparabel.‘C’est un Peugeot. C’est pourqoui je suis tres heureuse de trouver votre garage.’ De lange man giechelt raar.Maria zei dank. Dat viel weer mee. Gelukkig had die vent een fatsoenlijke auto. Maar wat lulde hij nou over een uitlaat op de weg? Peugeots verliezen nooit hun uitlaat. Die zijn gemaakt in Frankrijk!‘Is het mogelijk voor u te vertellen waar we vinden uw auto?’ vroeg de patron van de garage.

‘Ah, oui. Ma voiture est juste dans le frontière municipal. Dans le Dee trente trois.’

‘Aha. Dat is dichtbij.’ De patron liep door de open roldeur de felle zon in naar de blinkende metallicblauwe Peugeot 206 van de zaak.

‘Zet u. We berijden deze auto precies naar uw auto,’ sprak de patroon terwijl hij de deur openhield voor de man.

‘Votre voiture est froide,’ zei de man terwijl hij voorover boog richting de airco.

‘Van waar komt u?’ Vroeg de patroon.

‘Je suis Hollandais,’ zei de man.

‘U kent Eric Dekkérre? Het was in Limoges dat hij won. Dat is vlakbij hier, u weet?’ sprak de patroon.

‘Qui, Erik Dekker. Un cicliste très sportive,’ zei de man. ‘Arretez,’ viel hij zichzelf in de reden en wees naar de kant van de weg. ‘Ici mon vehicule!’

Verbaasd keek de patroon naar de berm. Half gekapseisd stond daar een geribbeld koekblik. Het was een J7. De patron wist precies wanneer hij voor het laatst zoiets had gezien. In 1980, toen hij tien was. Toen had de bakker er eentje. Hij kreeg een zoet broodje, maar dan wilde de bakker wel een wederdienst….

Geïrriteerd draaide de patroon de 206 voor het oude gevaarte en wendde zich naar zijn passagier.

‘Luister meneer. U zegt mijn auto, het is een Peugeot. Maar u zegt niet: mijn auto hij is oud! Hoe kunnen wij repareren een auto zo oud?’

‘Pardon monsieur, mon Fransais est trop mal pour expliquer…’

‘Wel, kijken wat of we kunnen doen,’ sprak de patroon. Hij stapte uit, gevolgd door de bedremmelde Hollander. De patroon keek naar het hoge gras waarin een roestbruine uitlaat lag uit te rusten van een lange reis.

Het was weer 1980. Hij had honger. De dikke bakker wenkte hem vanuit de deuropening van zijn Peugeot J7.

‘Is het dat je wil een broodje met chocolade, mijn kleine? Kom! Bestijg mijn wagen!’

De patroon duwde de schuifdeur van de Hollandse J7 open. De Hollander was naast hem komen zitten.

‘Kunt u openmaken de motorkap?’

De Hollander gehoorzaamde. Hij haalde de kap die als een deksel van een cassouletpan tussen de voorstoelen inrustte er vanaf, om de motor te onthullen.

De patroon bekeek de schade. De twee meter lange pijp was van het spruitstuk gebroken.

In de J7 van de bakker rook het naar zoet deeg en zweet. ‘Dit blijft ons geheimpje, mijn jongen!’

‘Vous pouvez réparer, vous pensez?’ verdrong de Hollander de herinneringen van de patron.

‘Ja, ja. U kunt gewoon rijden. Ik pak een touw om te binden uw uitlaat aan uw stoelpoot. Hij zal maken alleen wat lawaai. Dat is alles.’

 

De patroon reed weg van de Hollander en zijn verdomde koekblik. In zijn achteruitkijkspiegel zag hij hoe de J7 zich vulde met blauwe koolmonoxide.

 

 

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
20.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Prachtig verhaal Bart!!. Wees op uw hoede met de Franse depannage! Ik zal u geven de 5 sterren.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.