Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 700

Els

Onverwachts had ik tussen Kerst en Nieuwjaar een kaart gekregen met een wens erop. Geluk, liefde en gezondheid voor iedereen die me lief is, stond er opgeschreven, alleen de afzender ontbrak. Lang hoefde ik niet na te denken om te vermoeden wie mij de kaart gestuurd zou kunnen hebben.                                                        De kaart deed me denken aan de winters van vroeger, wanneer er een dik sneeuwpak lag, de bloemen op de ramen zaten en je kon schaatsen op bevroren sloten en plassen.                                                                    Inmiddels zijn de kerstdagen weer voorbij en is het nieuwe jaar pas begonnen. Van een echte winter zoals op de kaart was geen sprake, het was redelijk zacht weer en af en toe kwam de zon door de donkere wolken.

Zondagmorgen half elf. Zonlicht valt door het dakraam van mijn slaapkamer op mijn gezicht als ik slaapdronken morrend antwoord geef op geroep dat van onder aan de trap komt. ‘Als je nog naar de kerk wilt, dan moet je nu wel een keer opstaan,’ roept Anne, mijn moeder.                                                                     Altijd dat gezeur denk ik, ik ben geen klein kind meer. Ik voel mijn jongeheer opzwellen en besluit mij nog eens om te draaien in bed, weldra gaat mijn droom weer verder.                                                                              Korte tijd later word ik wreed wakker geschud door mijn vader. ‘Kom je er nu nog uit of niet?’ vraagt hij. Ik besluit te blijven liggen. Mijn ouders zijn nog trouwe kerkgangers, maar zelf kom ik er allang elke zondag niet meer.

Zaterdagavond was ik tot in de late uurtjes aan het stappen geweest met Els en met een paar goede vrienden. Toen ik ’s avonds, iets voor half tien, op mijn Puch aan kwam rijden bij de afgesproken plek, stond ze al te wachten. De handen had ze diep in de zakken van haar jas en voor de mond had ze een sjaal geslagen. Het weer was in korte tijd omgeslagen. Het was koud. ‘Stond je er al lang?’ vroeg ik toen  ik zag hoe koud ze het had. Ze keek op haar horloge en zei: ‘nee, ongeveer vijf minuten.’ Door de kou vormde de uitgeademde lucht zichtbare condens druppeltjes.                                                                                                                              We liepen door een steegje met leuke boetiekjes die je verder in de binnenstad niet of nauwelijks zag. Af en toe bleef ze even stilstaan voor een etalage om te kijken of er nog iets tussen zat dat ze wel leuk vond en eventueel wel zou willen hebben. ‘s Nachts durf ik hier echt niet alleen te lopen,’ zei ze toen we door het steegje liepen. ‘Er zijn er al heel wat meisjes lastig gevallen.’                                                                                                          Het was beginnen te sneeuwen. Het was een mooi gezicht, die neerdwarrelende sneeuwvlokken. Eerst waren het nog van die kleine vlokken, maar het duurde niet lang of ze werden groter en bleef de sneeuw liggen. Ik hapte naar de sneeuwvlokken, Els moest lachen. Toen er een paar jongens vlak achter ons liepen en opmerkingen maakten, pakte ze mijn hand nog steviger vast en begon ze wat harder te lopen.

Even na half tien stonden we te wachten in de lange gang naar de discotheek, die kortgeleden kunstzinnig was geschilderd. Eind jaren zestig was een oud pakhuis in de binnenstad omgetoverd tot een heuse discotheek, waar het sindsdien in het weekend vreselijk druk was. Vooral op zaterdagavonden. Jongens en meisjes kwamen uit de verre omtrek naar de discotheek in de stad aan de IJssel. Ook deze zaterdagavond was het er weer vreselijk druk en kwam je niet zomaar naar binnen of je moest een goede bekende zijn van de portier. Een fooi als je wegging, wilde de volgende keer nog wel eens helpen om naar binnen te komen.                                                              We gaven onze licht besneeuwde jassen aan het meisje dat in de garderobe stond. Toen ze onze jassen aanpakte, zei ze iets tegen Els dat ik niet goed kon verstaan. Ze zat bij haar in de klas en heette Eva.                Ze lachte altijd heel vriendelijk als ik mijn jas aan haar gaf, maar lange tijd wist ik niet hoe ze heette totdat Els het me onlangs vertelde. Eva had Els verteld dat er nog meer klasgenotes binnen waren. ‘Wie dan?’ had ze gevraagd. Een paar namen wist Eva nog, de rest was ze door de drukte vergeten.

Els stopte het bonnetje in haar tas en we worstelden ons langs de menigte op de dansvloer en liepen het trapje op naar de bootbar. We hadden geluk, er waren nog een paar vrije plekken aan de bar. Achter in de discotheek hadden we een mooie plek om onder het genot van een lekker pilsje gezellig met vrienden en bekenden te kletsen. De vrijgezellen onder ons, Bart en Jeroen, hebben vanaf hier een mooi uitzicht op het vrouwelijk schoon dat op de lager gelegen dansvloer aan het dansen is. Ze zijn nog steeds op zoek naar ‘een lekker ding’ zoals Bart het zegt. Zelf kwam ik een paar weken geleden Els hier in de discotheek tegen en we zien elkaar sindsdien regelmatig. Als ik haar zie, voel ik me anders. Een gevoel dat ik op deze manier nog niet vaak had.

Dit artikel delen?
Auteur: ©Harry Boerkamp
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 187
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Els"

Geschreven door Harry Boerkamp . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
19.07.20
Feedback:
Correctie i.v.m. oude waarderingen.
  • Lezenswaardig:
    80%
  • Passend in deze rubriek:
    60%
Show more
0 van de 0 respondenten vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!