SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

EERLIJK DELEN

Publicatie: | W.J. (Hans) Villerius
Voor mijn allerlaatste zaakje half september ging ik te rade bij het Oude Testament. Ik had geen puf om mijn eigen hersens erg in te spannen. De voorgenomen trip naar de Tropen eiste mijn volle toewijding op.
 
Wat een gedoe, zeg, zo’n reis! Volgens de planning zou ik een paar maanden wegblijven. Het hoofd liep me om: paspoort verlengen, injecties halen, reservepaspoort organiseren (een vals, want je weet maar nooit), koffers pakken. Sjuul moest ergens onder dak. Daarenboven wilde ik de opbrengst van het akkefietje met Ferdinand Colijnse wegsluizen. Een half miljoen investeren viel lang niet mee. Het duurde bijvoorbeeld een dikke maand, voor ik een manier verzonnen had om mijn ouders een winnend staatslot te bezorgen.
 
En wie moest er zolang mijn kamerplanten water geven? Rinus achtte ik ongeschikt. Anneloes had verkering gekregen met een Fries uit Franeker. Zij trok optimistisch bij hem in. Ik kon er niet van op aan, dat het van korte duur zou wezen.
 
Ik nipte van mijn gratis espresso. Het was maandagavond. Een kerkklok sloeg acht maal. Aan de bar hing een jonge vent van ongeveer mijn leeftijd. Halverwege zijn derde pils begon hij zijn hart te luchten tegen de kroegbaas. Rinus zag de plensbui hangen en stuurde hem botweg mijn kant op. “Vincent hier heeft een leuke puzzel voor je.”
 
De man oreerde omslachtig. In het kort zat het zo: Hij was net afgestudeerd- met voor het eerst een aanstelling als geschiedenisleraar op een middelbare school. Hij behandelde de opkomst van het Fascisme in de tweede klas. Vanochtend had hij een schriftelijke toets afgenomen. Bij het nakijken van de antwoordblaadjes stuitte hij op een vergissinkje. ‘Bonita Muscolini’ las hij. Kon gebeuren zo’n verhaspeling. En ‘1933’ in plaats van 1922. Geen kwartier later merkte hij dezelfde vergissingen elders op. Dat achtte hij onwaarschijnlijk. Hoe moest het nu verder? Hij vreesde ordeverlies en reputatieschade. Deed hij te streng, dan werd hij gehaat. Deed hij te laks, dan werd hij de risée.
 
“Waar woon je, Vincent?”
 
“Om de hoek.”
 
“Ik wil je helpen. Uurtje werk. In ruil voor twaalf keer vijf minuten.”
 
“Eh?”
 
“Ik help jou, als jij mij helpt.”
 
“Waarmee?”
 
“Planten water geven.”
 
“Welke planten?”
 
“De mijne. Ik ga hoogstens twaalf weken weg. Of iets korter. Jij helpt mij, als ik jou help. Deal?”
 
Hij ging ermee akkoord. Ik beloofde de volgende dag naar zijn school te komen. Volgens rooster had hij Atheneum Twee na de middagpauze.

                                                                                                                 *

Om 12.30 uur maakte ik mijn entree in het leslokaal. Ik zette de reden van mijn bezoek uiteen. “Ik hoor, dat er gespiekt is bij de schriftelijke overhoring. Jullie geschiedenisdocent wil niemand vals beschuldigen. Daarom heeft hij mij als onpartijdig onderzoeker verzocht de ware toedracht te achterhalen. Dat is mijn werk. Ik ben een soort rechercheur. Ik ga jullie het komende lesuur stuk voor stuk aan de tand voelen.”
 
Geroezemoes.
 
“Zet jij twee stoelen buiten de deur?” Ik keek vragend naar een lange jongen. “Hoe heet je?”
 
“Saïd.”
 
Ik streepte zijn naam door op mijn leerlingenlijst.
 
“O, en blijf daar meteen. Dan ben jij de eerste.”
 
Het verhoor stelde geen klap voor. Na Saïd riep ik elke leerling apart de lege gang op. “Zit.” En ze deden het. Ik zette me zwijgend op de andere stoel ertegenover. Trok de mijne naar voren tot onze knieën elkaar raakten. Raadpleegde mijn horloge. Deed het af. Schudde er langdurig aan. Bestudeerde de wijzerplaat. Legde het klokje op de grond. Sloeg de armen over elkaar en vroeg: “Wie heeft afgekeken: Margot of Rita?” Na een halve minuut was de volgende aan de beurt.
 
In deze ondervragingstechniek op zich had ik geen fiducie. Hij leverde niks bruikbaars op: Wel voelde de helft van de leerlingen zich ergens anders schuldig over. Ik zweer het. Daarover ging het niet. Ik werkte naar een apotheose toe.
 
Margot en Rita behandelde ik heel verschillend ten opzichte van de vorige leerlingen, minder kortaangebonden. Ik nodigde hen tegelijk bij mij op de gang. “Ga alsjeblieft zitten, Rita.” Het dikke meisje zakte op een lage stoel. Ik bleef wijdbeens staan. Mijn horloge hield ik om. “Jij ook, Margot.” Het andere kind deed, wat ik vroeg.
 
Ik gunde Rita geen blik waardig, maar richtte me tot Margot: “Die toets over het Fascisme heb je heel goed gemaakt. Met maar een paar piepkleine foutjes. Bij je antwoord op vraag zes schreef je ‘Bonita Muscolini’. En je liet de Mars Op Rome elf jaar te laat plaats vinden. Als Rita niet hetzelfde had opgeschreven, dan kreeg je vast een 9. Nu zul je dat cijfer met haar moeten delen. Ieder een 4,5. Veel plezier ermee, meiden.”
 
Margot kon een triomfantelijk lachje niet onderdrukken, signaleerde ik. Rita beet even op haar lip. Terneergeslagen? Er bestond onmiskenbaar een verband tussen deze reacties.
 
De goddeloze, moderne jeugd kent de Heilige Schrift niet. Die biedt elk wat wils. Je kan daarin terecht voor al je porno, racisme, kannibalisme en waanzin- en ook voor spiekende leerlingen. Een wijze koning uit het Oude Testament had ooit zijn zwaard gepakt bij een geschil over moederschap tussen twee lichtekooien. Zijn uitspraak luidde: “Ieder de helft?” De ware moeder verried zichzelf onwillekeurig. Ze had liever helemaal geen baby dan een halve.
Met de halvering van de 9 gaf ik mijn eigen salomonsoordeel: Margot, die haar geschiedenis niet geleerd had, vond die 4,5 een meevaller. Menig docent had een 1 uitgedeeld. Voor Rita, die zich probeerde flink te houden, viel de eerlijke verdeling ongunstig uit. Ze had een 9 kunnen krijgen, als Margot niet had afgekeken.
 
“Neem ieder je stoel mee terug de klas in.” Ze deden het. Ha, machtswellust: een verrukkelijke sensatie!
 
Bij de nabespreking moest ik aan Vincent haarfijn uitleggen, waarom Rita eigenlijk recht had op een 9. Ik merkte, dat hij nooit van Salomo had gehoord. Het viel me vies van hem tegen. Maar, bedacht ik, rudimentaire psychologische vaardigheden heb je niet nodig voor het begieten van begonia’s en ficussen. Regelmaat en liefde volstaan.

                                                                                                                *

Bij de sleuteloverdracht eind september keek ik vreemd op: “Alles goed op school, Vincent?”
 
“Best.”
 
“Geen vervelende nasleep?”
 
“Nnnnnnnnnnee.”
 
“Klinkt niet als ‘NEE!!’ “
 
Hij zette uiteen, hoe hij ontdekte, dat Rita en Margot allebei hadden gespiekt. Hij had in de schoolkantine onbedoeld Ronald afgeluisterd, die tegen een klasgenoot opschepte over ‘een goeie grap’. Hij had de vriendinnen vanaf de voorste rij een papiertje met twee foute en achtentwintig goede antwoorden toegespeeld. Ronald bezat het brein van een nerd, maar de ziel van een rat: Die fouten had hij opzettelijk gemaakt.
 
“Dus ik zat mis. En die 4,5 is een 1 geworden?”
 
“Ik heb het zo gelaten, als jij gezegd hebt.”
 
Daaruit sprak zelfvertrouwen. Mooi. Verstandige beslissing, meende ik. Mijn zelfvertrouwen had evenwel een flinke deuk opgelopen. Fingerspitzengefühl verloren? Ik had de respons van Rita volslagen verkeerd geïnterpreteerd. Ze had zich niet zitten verbijten na afloop van mijn ondervraging. Ze had een ongepaste grijns onderdrukt.
 
 
 
[hoofdstuk uit De Notitieboekjes Van Ursula Griep]

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
27.12.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Fantastisch verhaal, maar, beste leraar, fascisme zonder hoofdletter.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • W.J. (Hans) Villerius 27.12.21
    Scherp opgemerkt: Die abjecte ideologie verdient inderdaad geen hoofdletter. Niet mijn schuld. Ik verschuil mij achter een fictief personage . Dit egodocument is niet door een leraar geschreven, maar door Ursula Griep (particulier detective).
    • W.J. (Hans) Villerius 28.12.21
      Ursula ziet er misleidend naïef uit (kort rokje, blonde krullen, roodgeverfde mond). Zij laat gepikeerd weten, dat soms een onderscheid wordt gemaakt tussen Fascisme met hoofdletter en fascisme zonder hoofdletter, waarbij Fascisme verwijst naar de oorspronkelijke Italiaanse politieke stroming. De rest is ordinair huis-tuin-en-keukenfascisme. In haar verslag gaat het over Fascisme, zegt ze. (Daarbij citeert ze bijna letterlijk een aan Wikipedia ontleende passage.)
27.12.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Met plezier gelezen!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.