Een zachte plek

Hoe oud het kind was, viel moeilijk te zeggen. Het kon acht zijn, maar ook vijftien. Het had een heel groot hoofd met een vreemde, platte schedel. De zuster had uitgelegd dat in het midden nog steeds een zachte plek zat zoals bij pasgeboren baby's, de schedel was daar niet dichtgegroeid.

Meneer B. voelde zich op een eigenaardige manier aangetrokken door dat grote, platte hoofd. Wat zou hij graag even in die weke massa prikken, voelen hoe zacht het was en hoever het meegaf. Zijn vinger jeukte en hij kon zich maar nauwelijks bedwingen. Toen hij zelf nog een kind was, had hij vaak ook zo'n gevoel gehad wanneer hij zichzelf in de spiegel bekeek. De bijna onweerstaanbare neiging om een vinger in zijn oog te steken.

Er zaten vast heel veel hersens in dat hoofd. Misschien was dit monstrum wel een hoogbegaafd kind, een wonderkind.

Meneer B. kon zich niet langer beheersen. Hij verfrommelde een stuk papier en legde het voorzichtig op de schedel die zo plat was dat het er pas afrolde toen het kind zijn grote hoofd naar hem toedraaide. Twee uitdrukkingloze blauwe ogen keken hem strak aan.

- Dat mag u nooit, nooit, nooit meer doen, zei het kind heel rustig en zonder enige stemverheffing.

Meneer B. schrok. Hij voelde zich schuldig. Misschien kon die kwetsbare plek zelfs de druk van een prop papier niet verdragen. Hij had zich beter moeten beheersen. Hij wendde zich tot de vader van het kind, een jongensachtige man van een jaar of veertig met bolle ogen en een enorme onderkaak, waardoor hij op Popeye the Sailorman leek.

- Kan er niets aan gedaan worden? vroeg meneer B. en hij legde zoveel mogelijk medeleven in zijn stem.

- Wat wilt u dat er aan gedaan wordt? zei de vader. Ze kunnen bot uit zijn bekken halen en daarmee de schedel repareren, maar dat is een gevaarlijke operatie die het bekken ernstig kan verzwakken. Voor zo'n groot hoofd is veel botweefsel nodig. Dus dat zou tot gevolg hebben dat de kleine misschien nooit zal kunnen lopen.

Meneer B. wilde vragen of het kind dan nu wel kon lopen. Het was immers al die tijd nog niet van zijn plaats gekomen. Maar voordat hij die vraag kon stellen wendde de vader zich tot een van de andere aanwezigen - overigens allemaal mensen die hij niet kende - met wie hij een geanimeerd gesprek begon.

Ondertussen had het kind uit een grote mand vol speelgoed een klein kinderstrijkijzertje gepakt. Hij hield het boven zijn hoofd en streek er toen stevig mee over zijn platte schedel. Meneer B. was tegelijk verontwaardigd en opgelucht. Zo erg was die prop papier dus ook weer niet. Het kind zag er trouwens helemaal niet zo zwak of kwetsbaar uit. Het zat rustig te spelen en de vader scheen zich er niet om te bekommeren. Zaten ze hem hier soms een beetje in de maling te nemen?

© Ferenc Schneiders

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief