Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een visserskind
Inzendingen: 877
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."

Een visserskind


De werkmannen zijn zojuist vertrokken. Ons nieuwe huis is pas gebouwd. Het rijst majestueus omhoog als een Feniks uit zijn as. Hoog torent het boven de rijtjeswoningen uit.
'Ik wou dat ma dit kon zien' zeg ik tegen mijn man.
Haar leven was een getuigenis van afzien en armoede. De wankele houten tafel in de keuken, beschenen door een eenvoudige petroleumlamp.
We zaten met zijn allen bergen garnalen te pellen, uren achtereen, tot onze vingers pijn deden.
Ik kwam vaak te laat op school. Het geld was te hard nodig.
De meester van de vierde klas was streng. Hij sloeg mij met een liniaal, bedoeld om mij te corrigeren zei hij, en ook om mij te straffen.
Mijn klasgenoten lachten, opgelucht omdat zij deze keer van het noodlot werden gespaard, tevreden met mijn vernedering, het armste kind van de klas uit de Visserstraat.
Een blond meisje, Elanora, de dochter van de burgemeester, zat achter mij. Ze droeg, zoals altijd, een satijnen jurk met roezels en witte fluwelen linten in het haar.
Jaloers keek ik naar de dure stof, snoof de geur op van lavendel, en vergeleek deze met mijn naar vis riekende klederdracht, uniform gedragen door al mijn dorpsgenoten.
'Een dubbeltje wordt nooit een kwartje', zei mijn moeder, berustend in haar lot. Ze zweeg gelaten toen ze haar twaalfde kind verwachtte. De Here had deze weg voor haar bestemd. En dan was er geen twijfel, slechts acceptatie.
Mijn vader was een visserman. Voor dag en dauw voer hij uit, samen met zijn broer Klaas.
Opa had vroeger altijd mee gevaren, maar hij was te oud en woonde nu bij ons in. Hij lag op zolder in bed, zonder het donker op te merken, wachtend tot hij zou sterven. Een enkele keer zat hij aan de houten keukentafel, een haal nemend van zijn sigaar, nippend aan de jenever, maar dat was alleen op zondag.
Mijn oudere zus droeg de afdankertjes van de grotere meiden. Tegen de tijd dat het mijn beurt was, was al het mooie er vanaf.
'Ooit word ik rijk. Rijker dan de burgemeester en zijn dochter,' zei ik tegen mijn moeder, toen ze moe en uitgeblust in de bedstede lag.
Deze zwangerschap viel haar zwaar, het was erger dan bij de vorige keren, en dat viel ook al niet mee.
'Dit wordt een eigenwijze,' glimlachte ze vermoeid, 'het is vast een jongen, en hij lijkt ongetwijfeld op jou.'
'Als ik geld heb mam, help ik jou. En dan hoef je nooit meer te werken,' bracht ik gepassioneerd uit, starend naar buiten, gefixeerd op een betere toekomst.
'Ach ja kind, dat zou mooi zijn.' Het klonk zwak.
Het was een strenge winter, de warmte van de houtkachel kon de kou haast niet verdrijven. Sneeuw viel, en bleef vallen, uren achtereen.
Op een donkere dag in december keek ik in de po en zag bloed.
In paniek stormde ik naar de keuken, waar mijn moeder en zussen aan tafel garnalen pelden, met warme doeken gedrapeerd over hun schouders.
Mijn zussen giechelenden bij het zien van mijn geschokte blik.
'Je hebt de rommel dus,' merkte mijn moeder op. 'Dan ben je nu een vrouw.'
Ze stond op en drukte een paar witte, dikke lappen in mijn handen.
Ik had ze vaak op maandag zien hangen aan de lijn, soms lagen ze te weken in een emmertje in het washok.
'Was dat dáárvoor?' wilde ik weten.
'Het is morgen kerstavond. Neem jij je broer en zus mee naar de mis?'
Ze zag bleek en ze was ondanks haar zwangerschap magerder dan ooit.
Ik knikte. Het was beter om haar te ontzien.
De nachtmis trok me niet meer dan de gebruikelijke diensten. Preken duurden altijd te lang, en mijn knieën klopten pijnlijk op het harde hout. Mijn broer en zusje waren uitgelaten, want na de mis zouden we brood met boter en suiker krijgen en een stuk taai uit de trommel, bij hoge uitzondering.
Een wonderlijk indigo licht bescheen de besneeuwde straten toen we terugliepen van de kerk naar huis. Bijna alsof iets hogers ons wat duidelijk probeerde te maken, een signaal dat ik nog niet kon bevatten of begrijpen.
Bij de deur werd ik tegengehouden.
Mijn broer en zusje renden naar de straat en speelden lachend in de sneeuw. Een buurvrouw, gekleed in zwart, stond in het licht en drapeerde een wit laken voor haar raam.
'Wat is er?' vroeg ik, met een bang voorgevoel, want witte lakens werden alleen voor de ramen gehangen wanneer er iemand was gestorven.
Vanuit de deuropening hoorde ik zacht gehuil. De diepe uithalen bereikten mijn hart en ziel.
'Is het geboren?' riep ik naar binnen.
Mijn oudste zus duwde de deur verder open, maar ze keek niet blij. Was ze niet gelukkig met de geboorte van het kind?
'Is het gezond?' vroeg ik, mijn overslaande stem trillend. Want ik wist ergens al datgene wat ik niet weten wilde, alsof ik mezelf zo nog iets langer kon beschermen tegen de waarheid, en die wilde ik zolang mogelijk van mij weghouden, hoewel het zinloos was en er toch niet aan viel te ontsnappen.
Het kind, een jongetje, was levend geboren. Het was klein, maar gezond.
Helaas gold datzelfde niet voor mijn moeder. Verzwakt door honger en kou had ze de bevalling niet goed kunnen doorstaan. Kort na de geboorte van mijn broertje Klaas, vernoemd naar mijn oom, was ze overleden. Heengegaan, thuis geroepen, naar God de Here, zoals dat heette.
De aanraking van mijn man brengt me terug naar het heden.
Hij weet waar ik aan denk. De lucht is vanavond anders, het heeft een zonderlinge kleur, indigo haast.
Aan tafel zitten mijn kinderen, mijn broertje Klaas, en mijn kleinkinderen. De tafel is gedekt, gevuld met heerlijkheden. Dingen waar mijn moeder destijds alleen van kon dromen.
Er zijn geen garnalen.
'Ik denk dat ze het toch wel kan zien,' zegt mijn man troostend. We draaien ons om en sluiten de deur. De eerste sneeuw valt. Het is bijna Kerstmis.
Dit artikel delen?

Publicatie op .
Hits: 113

geef een waardering voor: "Een visserskind"

Geschreven door Nicole Schilder . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
13.11.20
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
12.11.20
Feedback:
Wat prachtig geschreven, Nicole.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!