Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een tas vol verdriet
Inzendingen: 881
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."

Een tas vol verdriet

‘Rustig aan man, trek niet zo. Ik mag hier toch zeker wel even liggen. En schreeuw niet zo tegen mij. Deze bank in het parkje is voor iedereen, dus het heeft geen zin om mij weg te jagen. Oh ik begrijp het al, u wilt hier even zitten. Dat kan u dan ook gewoon vragen hoor. Waarom stapt u nu achteruit, bent u bang voor mij? Ach nee, natuurlijk niet. Als u bang voor mij zou zijn dan was u met een boog om mij heen gelopen. Net als al uw buurtgenoten. Dan had u mij niet in mijn slaap gestoord. Overigens, nu zie ik het pas, ik ken u. Dan hoef ik je ook niet langer met u aan te spreken, toch? Herken jij mij niet? Jaren geleden kwam je bij mij iedere donderdagavond in mijn kroeg. Buurtcafé Het Stoepje op de hoek van het Maasplein en de Wolgadijk. Toen schreeuwde je nooit tegen mij en konden we het goed met elkaar vinden. Ik schonk jouw borrels in terwijl je aan de bar zat. Alles op de pof. En jij maar mopperen over je vrouw die volgens jou steeds meer van je eiste.  Omdat je haar gezeik zat was kwam je bij mij aan de bar hangen. Ik was het nooit met je eens. Ik kende je vrouw als een vriendelijke dame die als mantelzorger in de buurt de boodschappen voor veel oudjes haalde. Toch luisterde ik geduldig naar jouw geklaag zoals een goed gastheer hoort te doen. Zo was het toch? En weet je wel wat er gebeurde nadat je vanuit de kroeg naar huis ging? Ik zal het je zeggen: alle mannen die aan de bar zaten en hadden meegeluisterd verklaarden je voor gek. Ze waren jaloers op jou omdat je zo’n mooie, lieve en zorgzame vrouw had die met haar donkerbruine, golvende haren en het stralende gezicht niet zou misstaan als fotomodel op de cover van modebladen.  Een bezoeker noemde jou zelfs steevast een blinde die de schoonheid van zijn vrouw niet zag. Hij had wel met je willen ruilen. 

Hè, hè, nu zie ik je blik van herkenning. Het heeft even geduurd. Dat snap ik wel. Ik zie er ook wel een beetje anders uit. Vooral onverzorgder in mijn versleten corduroy broek, de afgetrapte Meindls, mijn groene jack uit de legerdump en de blauwe wollen muts. Het is geen gezicht, ik geef het direct toe, maar het is nu even niet anders. Dit is mijn avond- en nachtkleding waarmee ik mij nog enigszins warm kan houden. 

Ik zie aan je gezicht dat jij je afvraagt waarom ik hier op het bankje lig. Nou, dat zit zo. Nadat mijn zaak jaren geleden failliet is gegaan, is er veel voor mij veranderd. Mijn zaak ben ik niet alleen kwijt geraakt, maar ook mijn woning. Kijk niet zo verrast. Je weet toch zeker wel dat de kroeg failliet ging en dat ik uit de wijk ben vertrokken. Nou ja, om een lang verhaal kort te maken, zonder inkomen belandden mijn vrouw, dochter en ik op straat. Mijn vrouw en dochter konden dit niet aan en zijn naar mijn schoonouders in Thailand vertrokken. Ik mis ze erg, maar zeg nou zelf, wat moet ik als Nederlander in Thailand. Een paar weken vakantie is nog tot daaraan toe, maar leven en werken, mij niet gezien. Daarom ben ik hier gebleven om werk te zoeken en een woning te vinden. Een woning is nog niet gelukt en zodoende lig ik ‘s nachts op dit bankje in het park. Ik weet dat ik hier redelijk veilig kan liggen, want de buurt ken ik immers nog van vroeger. 

Deze wijk vond ik in de tijd dat ik hier woonde van een naoorlogse schoonheid. Lelijk maar functioneel. Vergeef me het cynisme. Rechte straten volgebouwd met fantasieloze huizen die oorspronkelijk ruimte boden aan kinderrijke gezinnen, maar daarna overbevolkt waren met studenten die opeen gestapeld in woningen woonden. Woningen die slecht geïsoleerd en zeer gehorig zijn. Volgens mij is dat nog steeds zo. En toen waren er ook al heel veel tegeltuinen. Er zijn mensen die dit mooi vinden of op zijn minst praktisch, maar voor bewoners die van groen houden, zoals mijn vrouw bijvoorbeeld, zijn tegeltuinen minstens zo verpauperend als rondslingerend plastic en blik. Iedere dag als ik naar huis liep moest ik mijn negatieve gevoelens onderdrukken. Al was mijn eigen huis mij naar het zin, het stond op de verkeerde plaats. Zo dachten mijn vrouw en ik er toen over. Nu denk ik daar vanzelfsprekend heel anders over. Wat had ik hier nog graag mijn huis gehad. Want een dak boven het hoofd is altijd beter dan slapen op straat. 

Toen ik hier woonde dacht ik nog dat het mooie van de wijk in de mensen zat die er woonden. Zij kwamen in mijn café om gewoon een pilsje te drinken of om zo nu en dan een familiefeestje of een verjaardag te vieren. Een prachtige en gezellige tijd. Maar toen kwam die verrekte crisis. Het kroegbezoek daalde en ik kon het niet meer bolwerken. Zoals ik al zei, de kroeg ging failliet en ik raakte alles kwijt. En weet je wat mij is opgevallen. Die wijkbewoners die vroeger allemaal zo vriendelijk voor mij waren, zien mij nu niet meer staan. Ik kom ze nog regelmatig tegen als ik aan het begin van de avond door de wijk loop op weg naar het bankje in het park, maar ze groeten mij niet meer. Het lijkt net of ze bang voor mij zijn. Misschien zelfs wel vies van mij zijn. Eigenlijk begrijp ik het ook wel een beetje. Zo verzorgd zie ik er in deze kleding niet uit. En dan die grote, rode, plastic tas van de supermarkt. Als ik zelf vroeger zo’n man tegen zou zijn gekomen had ik waarschijnlijk ook gedacht dat hij een landloper was die wel een douchebeurt kon gebruiken. Dat geef ik eerlijk toe. 

Overigens, ik zie je ook steeds naar mijn plastic tas gluren. Ben je nieuwsgierig? Je snapt toch zeker wel wat er in mijn plastic tas zit. Mijn hele hebben en houden, man. De koopakte van mijn oude woning, een verzekeringspolis, de brieven en foto’s die ik van mijn vrouw heb gekregen, de beduimelde knuffel van mijn dochter en een mapje foto’s van vroeger toen alles nog hosanna was. En verder nog wat kleding, een kussen en een dunne slaapzak. Weet u hoe ik mijn tas noem. Ach, u raadt het toch nooit. Wat zeg je, de tas van Dirk. Ha,ha, grappig hoor. Dat is te gemakkelijk man. Dirk, dat staat er immers op. Je denkt nog maar even lekker verder.

Nee, onderbreek mij niet. Nu eindelijk iemand naar mijn luistert, wil ik graag mijn verhaal kwijt. Ik vertelde je al dat niemand die mij tegenkomt mij groet laat staan een woord tegen mij zegt. Daar is maar één uitzondering op. Dat is mijn oude buurvrouw van vroeger. Met haar heb ik nog contact. Zij wast één keer per week mijn kleren en zo nu en dan mag ik, als haar man op zakenreis is, bij haar eten. Meer zit er niet in. Dat begrijp ik wel en daarom dring ik ook niet aan. Alle hulp is welkom, hoe gering het ook is. Wat dat betreft is deze wijk nog net even beter dan de villawijk in het zuiden van de stad. Een reservaat voor rijke stinkers. Als ik daar op een bankje zit, zijn de bewoners in rep en roer. Stervens benauwd dat ik ze kom beroven. Ze bestoken elkaar met Whatsappjes en één keer stuurden ze zelfs de politie op mij af. Dat is mij hier nog nooit overkomen. Trouwens, de hele tijd heb ik zitten denken: hoe heet jij ook al weer. Vaag herinner ik mij dat je een Deense naam had. Björn of zoiets. Björn, ach ja dat was het. Nu weet ik het weer, je staat nog op mijn lijstje. Björn Matsen. Klopt hè? 

Hoe laat is het eigenlijk, Björn. Wat zeg je, kwart voor zeven al? Ach dan moet ik verder. Nog even mijn schone kleren halen uit de kluis op het centraal station en dan hup de trein in en naar het werk. Wat kijk je verbaasd. Zo ken ik je niet Björn. Dacht je dat ik de hele dag op straat zou blijven rondhangen soms. Nee toch zeker. Je bent toch niet wereldvreemd. Ook ik moet werken om te te leven hoor, wat dacht jij. Nou Björn, hoogste tijd. Bedankt dat je even naar mij hebt willen luisteren. By the way, laat die drankrekening maar zitten. Die heb je door nu te luisteren wel betaald. Volgende keer zal ik je weer vragen om de naam van mijn tas te raden. Ik ben benieuwd. Nu je alles bijna van mij weet, kan dat niet zo moeilijk meer zijn. Tot ziens Björn. En nog een prettige dag verder. 

 

Dit artikel delen?

Publicatie op .
Hits: 73

geef een waardering voor: "Een tas vol verdriet"

Geschreven door Eelco Visser . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
12.11.20
Feedback:
Goed verhaal
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Eelco 12.11.20
    Dank voor de positieve reactie. Dit verhaal stond op de shortlist van VerhaalvdMaand augustus 2020
12.11.20
Feedback:
Dag , Eelco. Voor mij werkt dit niet in de vorm van een monoloog, daarvoor is het me te lang. Misschien meer iets voor een ongemakkelijke dialoog?
Grammatica & Spelling:
Goed
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Eelco 12.11.20
    Dank voor de feedback Vincent. Waarschijnlijk is de spreker wel 10 minuten aan het woord. Dat is veel tijd voor een monoloog, dat klopt. Tijdens het schrijven heb ik hieraan niet gedacht. Een snelle spreker spreekt 160/minuut.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!