SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan!
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Een spoor van regenwormen

Publicatie: 03.07.2021 | Monique Cunnen
Gitta trekt de regenworm uit elkaar en kijkt hoe beide delen van zijn lijfje kronkelen op de vloer van de schuur. Het is een fabel dat zijn voor- en achterlijf blijven leven, weet ze nu. Ze pint de glibberige stukjes vast op de achterste schuurwand, eentje boven de linkse rij en de andere rechts, als de rails van een spoor. Ze wacht totdat het stuiptrekken is afgelopen en de sliertjes in een verticale lijn hangen. Tegen die tijd is haar eigen pijn verdoofd. Naar Koens lichaam heeft ze niet gekeken. Ze kon hem niet eens zien door het treinstel dat op hem stond. Vanaf toen telt ze al dertig stukjes lijf aan de wand, twee voor iedere dag. Een moordenaar moordt.
Ze sluit de deur en loopt naar het woonhuis. Het licht op de slaapkamer van Koen is alweer aan. Hoe krijgt ze mama naar beneden? In zijn kamer verslijt ze de pyjama van Koen eerder dan hijzelf gedaan zou hebben door de stof tegen zich aan te drukken, zijn geur op te snuiven en erin te snotteren. Heeft Koens geur een houdbaarheidsdatum, net als parfum?
Onderaan de trap roept ze: ‘Mam, help je me met mijn werkstuk? Het moet morgen af zijn.’ Liegen doet haar weinig meer.
Ze kijkt naar papa die met de afstandsbediening in de hand naar een zwart tv-scherm staart. ‘Je moet eten ook al heb je geen honger. Dat zeggen jullie zelf. Pap!’ Hij schrikt als ze de afstandsbediening afpakt. ‘We gaan eten. Haal jij mama naar beneden?’
Ze plaatst de borden op tafel en om stiltes te voorkomen zet ze de radio aan. Sneller dan ze verwacht had, klinken hun voetstappen op de trap.
‘Gitta, víer borden, hoe vaak moet ik dat nog zeggen?’ Mama loopt naar de kast, pakt een bord en Koens mornings suck-mok.
Een leeg bord is erger dan geen bord. Een leeg bord geeft de hoop dat Koen aanschuift en hoe langer het daar staat hoe meer verwijten het haar maakt.
De stem op de radio lacht. Ze herkent erin het getingel van haar glazen windgong. Van haar eigen lach kan ze zich de klank niet herinneren. Koen schaterlachte altijd en schudde daarbij overdreven met zijn hele bovenlichaam. Waarom wilde hij nou per se mee naar het spoor? Spanning zocht hij toch alleen in zijn leesboeken? Weggedoken in de relaxstoel, beet hij dan op zijn nagels, zijn benen als een verdedigingswal opgetrokken. Spanning daagde haar juist uit, ze dook er vol in tot ze verveeld raakte en op zoek ging naar iets nieuws. Koen keek verwonderd naar haar ruzies met papa en mama. Hun lievelingetje was zij nooit geweest, niet zolang zij niet normaal kon doen.
Tien jaar is veel te jong had ze duidelijk tegen Koen gezegd. Hij was wel een keer mee geweest om toe te kijken. Zittend op het dak van de kazemat zagen ze de trein van verre aankomen. Niet de goederentrein, maar de snellere intercity. Koen bleef achter op het dak. Zij klom naar beneden, wachtte tot de Hondekop bij het elektriciteitshuisje was, en rende het spoor over. Het oorverdovende getoeter gaf haar een optater waardoor ze sprintte en haar hart rond stuiterde, zelfs nog nadat de trein uit het zicht verdwenen was.
Zo had het weer moeten gaan. Waarom bleef Koen die middag zeuren dat hij meewilde? Ze had alleen ingestemd, omdat hij beloofde te wachten op het dak. Ze knippert met haar ogen. De beelden verdwijnen niet: ze puft weer uit aan de overkant van het spoor, draait zich om en ziet hoe Koen naar haar lacht en het spoor over rent. De Hondekop was allang voorbij het elektriciteitshuisje. Hing zijn veter los? Hoe kon anders zijn schoen vastzitten tussen de balk van de rails? De machinist toeterde aan een stuk door. Ongeloof trok over Koens gezicht. En direct daarna een blik die haar ’s nachts wakker houdt. Zag haar gezicht er net zo verwrongen uit? Is dat het laatste wat hij van haar zag? Ze probeerde bij hem te komen, schreeuwde, maar de trein was er voordat ze iets kon doen.
‘Speelden jullie vaak bij het spoor?’ Mama legt haar mes en vork neer en verkruimelt de boterham op haar bord.
Weer die vraag. ‘Niet heel vaak. Koen was er eigenlijk nooit bij.’
‘Wat deed je dan?’
‘Langs het spoor lopen, de wind voelen als de trein voorbijkwam.’
‘Zo dichtbij?’ Mama maakt de kruimels steeds kleiner. ‘Jullie liepen dus ook op het spoor?’
‘Ik soms. Koen alleen die ene middag.’ Alle details hoeft mama niet te weten.
‘Hoe haal je het in je hoofd? Je bent vijftien, je begrijpt toch hoe gevaarlijk dat is? Je verzint de gekste dingen, vroeger al. Normale-’
Papa heeft zijn stoel achteruitgeschoven en staat op. ‘Kunnen we hiermee ophouden? We zullen verder moeten, hoe weet ik niet, maar het moet.’ Hij legt zijn hand op Gitta’s hoofd en loopt de keuken uit.
Mama ruimt stil de tafel af en zet alles in de vaatwasser ook al is het niet haar taak. Gitta loopt met buikpijn naar boven. Het Beest in haar bijt weer. In Koens kamer ziet ze zijn pyjama op bed liggen. Ze stopt hem onder in de wasmand en kruipt in bed.

In de tuin zet ze met kracht de schop in de grond en keert de aarde om. Een regenworm slingert zich eruit. Ze laat hem op haar hand kruipen: ‘Ja, nu leef je nog en dadelijk ben je ineens dood.’ Ze loopt de schuur in, gooit hem op de grond en hakt met haar schop de worm doormidden. Alles went, ze doet haar ogen niet eens meer dicht. Deze keer wacht ze tot het spartelen voorbij is, voordat ze de punaises in het slijmerige wormpje prikt. Een paar regenwormen aan de wand zijn ondertussen verkleurd, eentje is bijna zwart.
‘Gitta!’ Mama trekt de schuurdeur open.
Vlug veegt ze haar kleverige hand aan haar broek af.
‘Koens pyjama. Ben je helemaal gek geworden?’ Mama kijkt haar verslagen aan.
‘Als je Koen niet meer ruikt, huil je ook minder.’ Het slappe gevoel in Gitta’s benen neemt toe en ze gaat op de grond zitten.
Mama schuift naast haar. ‘Door zijn pyjama was hij een beetje bij me.’
‘Zet je daarom zijn bord op tafel?’
‘Ja, zoiets.’
‘In mijn hoofd hoor ik Koens stem en zelfs zijn lach. Denk je dat we ooit verder kunnen, zoals papa zei?’
Mama drukt haar tegen zich aan. ‘Daar gaan we ons best voor doen. En misschien heb je me een tikkeltje geholpen met zijn pyjama. Je had het me alleen van tevoren moeten vertellen.’
‘Kunnen moordenaars ook hun best doen?’ Gitta kijkt niet op.
‘Hoe kun je dat nou zeggen! Koen liep zelf op het spoor en hij kwam vast te zitten. Dat is niet jouw schuld.’
‘Hij was daar door mij. Als ik het niet had voorgedaan, had hij het niet eens gedurfd.’
‘Zelfs Koen doet weleens riskante dingen. Je bent geen moordenaar en ik wil zoiets niet meer horen.’
‘Ik mis Koen, mam.’ Het Beest vreet zich opnieuw een gat in haar buik.
Mama houdt haar stevig vast. ‘Beloof je me dat je niks gevaarlijks meer uitspookt?’
Telt een bijna onzichtbaar knikje?
‘We doen ons best in kleine stappen. Vandaag is een begin, oké?’
Gitta knikt, duidelijker dan zojuist.
‘We gaan over tien minuten eten. Dek jij de tafel?’
‘Voor ons drieën?’
‘Ik heb mijn portie voor vandaag wel gehad. Kleine stappen, schat.’ Mama glimlacht en laat de schuurdeur voor haar openstaan.
Gitta pakt het punaisedoosje en trekt voorzichtig de punaises uit de wand. De lijfjes vallen op de grond en ze veegt ze met de handveger bijeen. Buiten ligt het gat in de grond er nog precies zo bij als dat ze het achterliet. Ze laat het treurige hoopje van het blik glijden en dicht het massagraf. Een begin, dat is wat mama zei. Het gevoel van opwinding moet ze begraven, net zoals de dode regenwormen. Normaal doen. Ze denkt aan de snelheid van de trein, en aan haar eigen snelheid, de wind die aan haar trekt zonder haar omver te kunnen blazen. Vijftien jaar is niet te vergelijken met tien. Een nieuw begin. Braaf zijn. Aan Koen te zien was dat een makkie. Als ze nu vertrekt, ziet ze voor de laatste keer de intercity voorbijrazen.

Ze loopt langs het spoor, neemt in de verte het elektriciteitshuisje waar en opnieuw Koens lachende gezicht. De gele Hondekop doemt op. Wat dacht Koen? Dat ze trots op hem zou zijn? Zijn schoen, die spoorbalk. Kijk dan Koen, zo: je moet rennen, en tegelijk opletten waar je je voeten tussen de rails plaatst, je benen hoog optillen. De toeter waarschuwt, en nog eens, maar haar benen sprinten deze keer niet. Ze staat stil, keert zich om en kijkt naar Koens uitgestrekte hand. De angst net zo dichtbij als het geluid van piepende remmen, dan pakt ze zijn hand. Ze kan het: met haar ogen stelt ze hem gerust.
 

WAARDERING

HITS:

348

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Commentaar en/of waardering voor dit artikel:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een waardering geven voor dit artikel! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs.
19.07.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Prachtig aangrijpend verhaal en terecht gepubliceerd in de bundel van de Raadselige Roos!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Monique Cunnen 19.07.21
    Dat je dat wist! Dank je, Annemarie
    • Annemagenta 29.07.21
      Ja, ik heb die bundel in huis. Heb zelf ook meegedaan aan die wedstrijd maar mijn verhaal heeft het niet gehaald. Dat jouw verhaal erin staat is terecht.
05.07.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Een vreselijk, tragisch verhaal, dat je enorm goed hebt geschreven.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
Naar boven

Ook meedoen aan een schrijfactiviteit? Meedoen is gratis. We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door eerst in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.