Korte verhalen

55 woorden verhalen op Schrijverspunt
  • Korte verhalen op Schrijverspunt

    Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

    De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

    Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.
  • Wil je ook een kort verhaal publiceren op Schrijverspunt? Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Graag eerst even inloggen (lid worden is gratis).Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.
  • Waardering voor een artikel
    Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

Een heerlijk avondje

Door de besmeurde ruiten van de metrowagon konden zij in het donker bijna niets zien.
Vage omtrekken van lage gebouwen schoven voorbij. Lantaarnpalen wierpen er oranje lichtkegels overheen.
Een door een hoge betonnen muur omgeven terrein kwam in zicht. Hier stonden zes vuilwitte flatgebouwen. Telkens een toren dichtbij de spoorlijn en een naar achteren geplaatst.
De Bijlmerbajes.
In de meeste cellen brandde licht. Voor enkele raampjes stonden figuurtjes, waarvan er enkele zwaaiende bewegingen maakten. Hun armen leken insectenpoten.
‘Komt Sinterklaas ook bij die mensen?', vroeg Pim.
‘Als ze zich goed gedragen wel. Maar ze mogen geen drugs verhandelen, anale seks uitvoeren of anderen in elkaar slaan.’
Linda, die tegenover hem zat, keek hem fronsend aan. Als bijgebouwtjes had zij Pim en Jantje links naast zich neergezet. De kinderen aten Liga’s.
‘Hou je een beetje in!’, beet zij hem toe.
‘Sorry.’
Haar magere gezicht stond vermoeid en droeg een grauwe kleur onder het neonlicht, zoals het zijne. Zij keek naar beneden en controleerde de tassen met geschenken en surprises, alsof haar bagage er anders uit zichzelf vandoor zou gaan. 
Met de hand in zijn jaszak voelde Alex de enveloppen met gedichten. Omdat het plakband op was, konden ze die niet aan de pakjes vastmaken.
Gelukkig dat die twee rustig zijn, dacht Alex. Zijn rug deed pijn door de harde leuning. Hij zakte iets onderuit en stootte daarbij een van de tassen om.
Heel even keek Linda hem aan, boog zich voorover en begon met handige bewegingen alles weer op te bergen.
‘Sorry.’
Hij trok zijn voeten terug en ging weer overeind zitten.
Van zijn fiets stond de voorband leeg, zodat zij wel anderhalve kilometer naar het metrostation hadden moeten sjouwen.
Als een berg zag hij op tegen alle inspanningen die zij zich zouden getroosten: de wandeling naar de flat, praten en eten, het aan elkaar voorlezen van de zouteloze gedichten en vervolgens, even onvermijdbaar als de dood zelf, de terugreis, sjouwend met half slapende kinderen.
Alex had voorgesteld om de kinderen een nieuwe kinderwagen cadeau te doen, zodat zij althans Jantje rijdend zouden kunnen vervoeren. De oude kinderwagen was onherstelbaar defect geraakt.
Maar het geld was op. Volgende maand kon het misschien wel.
Het heeft geen zin om uit verlangen naar het einde ongeduldig te zijn, overwoog hij. De tijd is een langzame stroom. Ook al lopen we van elkaar weg, we worden allemaal in de zelfde richting gedreven. Ik laat me meevoeren, zodat ik zal merken dat ik nooit sneller had kunnen zwemmen. Ik hoef alleen maar te blijven drijven.
Met een gezicht waar weerzin op te lezen stond keek Linda hem aan.
‘Ik geloof dat jantje een vieze broek heeft’, sprak zij met opeengeklemde tanden.
‘Jantje is vies’, beaamde Pim. ‘Ik niet!’
Inderdaad kwam een scherpe strontlucht om hen heen hangen.
‘Dan maak je hem toch schoon?’, sprak Alex op een toon, alsof hij dit haar al honderden malen had voorgesteld.
Maar zij schudde haar hoofd. ‘Ik kan het niet schoonmaken hier. Er is geen toilet waar ik water uit kan halen. Het moet straks bij Frits en Tina maar.'
Jantje leek nergens last van te hebben. Hij leek zelfs wel een beetje trots op zijn prestatie.
‘Mama, Jantje is vies hé?’
Linda streelde zijn donkerblonde haar. ‘Wees jij nou maar stil, jij bent vroeger net zo vies geweest. Denk maar aan de cadeautjes die je straks mag uitpakken.’
‘Ik wil geen cadeau!’ Met de armpjes over elkaar keek Pim kwaad naar buiten.
‘Nou, dan krijg jij geen cadeau.’
De wagon gleed een metrostation binnen en hield langzaam halt. Er was niemand te zien. Kranten en papieren bekers werden door de wind over het perron geblazen.
Snel haalde Alex de tassen naar zich toe, zodat hij Jantje niet zou hoeven dragen.
Zuchtend kwam Linda overeind. Jantje hield zij tegen zich aan, met de hand steunend onder de broek met de strontluier. Pim hield zij aan de andere hand.
Slechts enkele passagiers stapten uit. Al snel waren die via de roltrap verdwenen.
De metro schoof het station uit, de duisternis in.
Zwijgend zakten zij naar beneden en liepen beneden langs een controlepost waarin televisieschermpjes stonden opgesteld. Zij boden zwartwitbeelden van de perrons. Er zat niemand achter.
Tijdens de wandeling naar de flat probeerde Alex een grappige anekdote uit zijn laatste kantoor dag aan Linda te vertellen, maar zij luisterde maar half. Haar lichaam hing scheef.
Pim probeerde soms in te houden om met zijn rode laarsjes in plassen te stampen.
‘Jantje zal straks wel weer rode billetjes hebben’, probeerde Alex toen maar.
Linda zuchtte. Zij hevelde Jantje over naar haar andere arm.
‘Ja Alex, ik weet ook niet hoe dat anders moet. Als ik van jou geen Pampers meer mag kopen.’
‘Je weet dat we daar nou even geen geld voor hebben.’
Alex wist dat Linda meestal moeite had om snel uit een humeurige bui te komen. Misschien dat de ontmoeting met hun vrienden zo dadelijk hierin een gunstige rol zou spelen.
Een koude wind deed hen huiveren. Het was maar net boven nul. Alex verhuisde alle tassen naar zijn linkerhand en tilde Pim op, die het ondertussen op een huilen had gezet. Hij zag dat één van de rode laarsjes was gescheurd.
Na een wandeling van honderden meters langs slecht verlichte trottoirs en door een vrijwel donkere tunnel bereikten zij de flat waar hun vrienden woonden.
De lift bleek defect. De plastic knoppen in het paneel waren bruin verschroeid en half gesmolten.
Langzaam beklommen zij de betonnen treden naar de vijfde verdieping. De stront in de luier was waarschijnlijk veranderd in een schrijnend plakkaat, want terwijl Pim zijn mondje hield, begon nu Jantje te wenen. Het gehuil galmde door het trappenhuis.
Zo snel zij konden liepen zij over de galerij. Nog even en zij waren uit de kou, in de beschutting van een centraal verwarmde flat, met stromend water.
Voor de donkerrode deur stonden zij stil. Vincent belde aan. Maar er werd niet opengedaan.
Zij keken door de vitrage van het keukenraampje heen, zonder iets te kunnen zien.
Er werd geen lichtschakelaar aangeknipt. Enkele seconden bleven ze roerloos staan.
Linda liet Janneke van zich afglijden en begon haar pijnlijke arm heen en weer te bewegen.
‘Misschien zijn zij nog even naar de winkels.’ opperde zij.
‘Maar alles is al dicht. Bovendien zou dan toch iemand zijn achtergebleven om ons binnen te laten.’
‘Hoe kan dat nou?’, vroeg zij. Haar ogen werden vochtig. ‘We hebben toch zaterdagavond afgesproken? Het is nu zaterdagavond.’
‘Ja, dat weet ik. Ik zat erbij toen we die afspraak maakten, mocht je dat vergeten zijn.’
Alsof hij onder de indruk was, hield Jantje op met huilen.
‘Waar zijn Bennie en Keesje nou?’ vroeg Pim met een door tranen verstikte stem.
De wind blies hier nog harder dan daarnet.
Linda stapte opeens naar de volgende deur en belde aan.
Alsof zij had staan luisteren, zo snel opende een vrouw de deur. Zij was van middelbare leeftijd en droeg een kapsel van zwart haar, waarin grijze strengen.
Linda stelde zich voor en vroeg of zij misschien wist waar haar buren waren.
‘O, die zijn naar een sinterklaasfeestje’, wist zij.
‘Mag ik misschien een beetje water van u, dan kan ik mijn kind verschonen.’
‘Maar natuurlijk!’ Zij week opzij en nodigde hen met uitnodigende gebaren uit tot binnenkomen.
Linda en de kinderen liepen de flat binnen.
‘Komt u toch ook binnen, mijnheer, het is veel te koud om te blijven staan!’
‘Nee, dank u, mijn vrouw zal zo wel klaar zijn.’ Met verbazing op haar gezicht verdween zij naar binnen. De voordeur liet zij op een kier staan.
Alex draaide zich om en leunde over de balustrade.
Als reusachtige computers stonden overal flatgebouwen met regelmatige rijen lichtjes. Natte sneeuw daalde neer.
Al dagen kreeg hij die door hemzelf geschreven rotgedichten niet meer uit zijn hoofd.
Dat stupide, cliché achtige gerijm. Het was wel leuk, wanneer het lukte hiermee hun vrienden op de hak te nemen, maar na een paar keer sinterklaas vieren was alles op elkaar gaan lijken.
Als de sint eraan zou denken, ons een auto te schenken.
Frits en Tina hadden er wel een. Waar deden ze dat toch van?
Als eigen vervoer bezaten Alex en Linda slechts een stel oude fietsen.
In gedachten trok hij de enveloppen uit zijn zak, verscheurde de inhoud en wierp de snippers over de balustrade. Droge sneeuw. 
Straks die tocht naar huis! Hij liet zijn hoofd op de leuning rusten, zodat een verdovende kou zijn schedel introk. Na enkele seconden ging hij rechtop staan en keek op zijn horloge.
Kwart voor zeven. Honger overviel hem, maakte hem duizelig.
Hij schrok toen Linda naast hem verscheen. Ze sloeg een arm om hem heen.
‘Die mevrouw brengt ons naar huis!’ sprak zij op een toon van een kind dat een dagje naar de dierentuin is beloofd. ‘Met de auto!’
De vrouw verscheen in winterjas, met hun beider kinderen aan de hand.
Alex begon haar te bedanken, maar zij wuifde het weg en liep voor hen uit de galerij af. In het trappenhuis namen zij de kinderen van haar over.
‘Jullie zijn zo koud en hongerig.’ sprak zij, terwijl zij de trappen afdaalden. ‘Dit is toch wel het minste wat ik kan doen. Het is maar een kwartiertje! Ik heet Carrie, trouwens. Mijn man was Spanjaard en noemde me altijd Carmelita. ’
Al snel bereikten zij de parkeergarage. De auto was ruim en begon al na een paar honderd meter een weldadige warmte te verspreiden. Alex zat voorin het dashboard te bewonderen.
Carmelita reed voortreffelijk. Zij vertelde dat later op de avond haar zoons uit Spanje aan zouden komen. Zij maakten muziek. Haar man was enkele jaren geleden overleden.
Zij verklaarde graag iets voor anderen te willen doen. Dan werd het leven er toch alleen maar beter op. Alex en Linda knikten. Op de achterbank leunden de kinderen slapend tegen hun moeder aan.
Vrijwel geluidloos, als een vliegend tapijt, leek de auto over de weg te zweven.
Binnen een kwartier bracht zij hen tot bij hun voordeur.
‘Ik weet niet, hoe wij u moeten bedanken’, zei Linda, terwijl zij het portier aan de straatzijde opendeed en Pim uit de auto tilde.
Alex zag een briefje op hun voordeur hangen. Het was met een plukje kauwgom vastgemaakt.
Nieuwsgierig geworden schakelde Carmelita de motor uit en stapte uit.
Samen met haar en Linda las Alex het briefje. Het was geschreven in haastig geschreven, hoekige  letters.  Alex en Linda,
zij hier geweest volgens afspraak
waar zijn jullie?
Kinderen erg teleurgesteld
Bennie nog in zijn broek gedaan ook!
 Tina en Frits
p.s. De pakje sturen we met kerstmis wel op!

Zij konden niet zien wie van de twee het geschreven had.
‘Dat is nou toch ook sneu!’ vond Carmelita.
Vertwijfeld keken Alex en Linda elkaar aan.
Met enorm vertoon van praten en gebaren zorgde Carmelita ervoor dat het hele gezin binnen enkele seconden weer in de auto zat. 
Zij waren te moe, te hongerig en te verbaasd om te protesteren.
Met redelijk hoge snelheid reed zij terug naar de flat. Pim was opnieuw in slaap gevallen, Jantje sliep door.
Carmelita liep voor hen uit naar een lift die werkte. Alex tilde Pim, Linda tilde Jantje.
De tassen met surprise en geschenken, opgeborgen in de kofferbak,  vergaten zij mee te nemen.
Even later belde de buurvrouw bij Tina en Frits aan, die met vragende blikken in de deuropening verschenen.
Verbaasde uitroepen, begroetingen, omhelzingen.
Carmelita wilde zich in haar flat terugtrekken, maar werd door haar buren uitgenodigd.
Tina had hun kinderen al naar bed gebracht. Zij stelde voor dat Alex en Linda hun kroost op hun bed te slapen zouden leggen, zonder ze eerst te wekken om te eten.
Even later zaten ze met zijn vijven om de salontafel heen. Alex en Linda hielden koppen dampende soep in beide handen. Zij doopten er stokbrood in.
‘We moeten het volgende week maar opnieuw vieren’, stelde Frits voor.
‘Kom dan maar bij ons langs. Jullie hebben een auto’, vond Alex.
‘We komen jullie in het vervolg gewoon ophalen’, zei Tina. Het is zo’n roteind met die metro.’
Vanuit de flat van Carmelita klonk het geluid van trommeltjes.
‘Dat zijn mijn zoons, wat zijn ze vroeg!’ Zij sprong op, verontschuldigde zich en verliet na een algemene groet de flat.
‘Die zoons spelen in een Spaans bandje. Hun vader was een Spanjaard’, verklaarde Frits.
‘Ze treden overal op. Ze zijn nu op tournee in Nederland. Weet je dat ze zelfs in de Bijlmerbajes voor de gevangenen hebben gespeeld?’ 
Nee, dat wisten zij niet.
Zij hoorden gitaarmuziek.
Tina trok de kurk uit een wijnfles en schonk glazen halfvol.
‘Nou, op het heerlijk avondje dan maar!’ riep Alex. Zij lachten, maar niet van harte.
De voordeurbel klonk. Tina ging opendoen. Zij hoorden de luide stem van Carmelita, die de woonkamer binnenkwam. Zij droeg een lange donkerrode rok, die aan de onderkant wijd uitliep.
‘Komen jullie bij mij?’, vroeg ze. ‘Ik heb sangria en mooie muziek!’ Zij maakte een pirouette, die haar jurk deed opwaaien.
‘We moeten eigenlijk naar huis.’ zei Alex. ‘Het is al laat.’
‘Onzin.’ vond Frits. Wij brengen jullie toch?’
Even later ontmoetten zij Carmelita’s zoons. Het waren slanke, bleke jongemannen met bakkenbaarden en bijna zwarte ogen. Carmelita schonk sangria in.
De salontafel was opzij geschoven. Het gezelschap nam plaats in pompeuze stoelen, die om een tapijt heen stonden.
De broers gingen op stoeltjes vlakbij de televisie zitten. De jongste van de twee klemde twee aan elkaar gemonteerde trommeltjes tussen zijn knieën.
Hij begon hierop percussie uit te voeren. Toendehoempa! Toendehoempa! Toendehoempa!, klonk het. Een Rumba.
De oudste broer nam een klassieke of flamencogitaar van een standaard en speelde een paar akkoorden, waarna hij in het door zijn broer gespeelde ritme aan een melodie begon. 
Carmelita kwam overeind een voerde danspassen uit. Zij zwaaide hierbij met haar rok, zodat haar volle, bleke dijen zichtbaar werden. Frits en Tina trokken Alex en Linda overeind.
Alex had een grondige hekel aan dansen. Hij voerde een paar slecht gecoördineerde bewegingen uit met heupen en armen en wilde weer gaan zitten. Dit echter werd hem door Carmelita verhinderd. Zij trok hem naar zich toe en begon pasjes voor te doen, die hij met de blik op haar voeten gericht probeerde te imiteren. Algemeen gelach volgde, ook van de muzikanten.
De Rumba werd afgesloten met tromgeroffel en snelle slagen op de snaren.
Een statige dans volgde, die enigszins aan een Sirtaki deed denken.
‘Dit is een Zambra!’ riep Carmelita en begon met danspassen in tweekwartsmaat. Onder algehele hilariteit probeerde beide stellen haar te imiteren. Maar het leek nergens op.
De daarop volgende Rumba kon het gezelschap beter volgen.
Alex zag dat Linda kleur op haar gezicht had gekregen. Zij bleek tijdens het dansen veel minder houterig te bewegen dan hij had vermoed. Met de rug naar hem toe maakte zij een cirkel om hem heen.
Zij dansten tot zij buiten adem waren.
In de flat daarnaast waren de kinderen door de muziek wakker geworden. Pim hielp Jantje van het bed af. De jongetjes ontmoetten elkaar in de hal. Onder aanvoering van Bennie en Keesje plunderden zij vervolgens ijskast en koektrommel.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 481
(Gemiddelde waardering 0 met waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Hoogste beoordeelding:

Top 10 : Meest gelezen

Schrijfactiviteiten