Hanne Lemahieu

Een gordijn van angst

© Hanne Lemahieu op 04.12.2022.

De jaguars

Er heerste een vredige rust aan de oevers van de Amazone die baadde in het zonlicht. Een lichte wind veroorzaakte hier en daar een rimpeling op het wateroppervlak. Bea stond aan de reling van het kleurrijke toeristenbootje en staarde ingespannen naar de oever om een glimp op te vangen van de bewoners van het machtige Amazonewoud.
Het liefst van al wou Bea jaguars zien. Deze grote katten waren de grootsten in het Amazonewoud en als katachtigen behoorden ze voor Bea sowieso tot de mooiste dieren ter wereld.
Achter zich hoorde ze mensen lachen. Ze draaide zich om. Joe Vernet, een forsgebouwde man en een enthousiast verteller, kwam haar richting uit. Op korte tijd had hij een opmerkelijk groepje geboeide toehoorders om zich heen verzameld door voortdurend sterke verhalen te vertellen over de meest indrukwekkende avonturen die hij hoogstwaarschijnlijk nooit had beleefd. Wat zou een simpel boottochtje een doorgewinterde avonturier als wie hij zich voordeed immers nog te bieden hebben?
In zijn meest recente verhaal beweerde Joe dat hij bijna door een jaguar was opgegeten maar dat hij het dier ‘een poepje had laten ruiken’ en erin geslaagd was de kat op de vlucht te jagen, zodat hij het dier niet had moeten doden om te overleven. Deze vredelievende nuance in zijn verhaal was natuurlijk bewonderenswaardig, maar Bea was er zeker van dat hij in zijn leven al even vaak aan leeuwen, tijgers, panters, lynxen en poema’s was ontsnapt als aan jaguars. En dat de sappige details bij elke versie van elk verhaal veranderden en aangedikt werden als hij merkte dat zijn publiek niet voldoende geboeid werd door zijn verhaal.
Bea lette erop dat ze met haar rug naar de groep toegekeerd stond terwijl ze dichterbij kwamen.
En op dat moment zag ze wat ze al sinds ze thuis in het vliegtuig gestapt was, had gehoopt te zullen zien: jaguars.
Een prachtig exemplaar kwam uit het groen tevoorschijn en liep naar een dunne zandstrook langs het water. Het was een moederdier. Drie welpen volgden haar. De moeder keek om zich heen om zich ervan te vergewissen dat er geen gevaar dreigde en liep toen naar het water om te drinken.
Joe had in zijn laatste verhaal beweerd dat jaguars voornamelijk solitair leefden. Ze waren de grootste en sterkste oerwoudbewoners en stonden dus bovenaan de voedselketen. En toch moesten ze voortdurend op hun hoede zijn voor hun eigen mannelijke soortgenoten die er niet voor zouden terugdeinzen om wijfjes én welpen te doden. Ook al hadden ze die welpen zelf verwekt.
De natuur zat soms wreed in elkaar.
Twee kleine jaguars begonnen te stoeien en achter elkaar aan te rennen tot de een de ander tegen de grond wierp en ze begonnen te rollebollen toen de verliezer weigerde zich zonder meer over te geven. Het derde jong, dat er zwakker en kleiner uitzag dan de anderen, bleef rond zijn moeder heen draaien. De twee wildebrassen renden vlak langs hun broertje of zusje heen. Ze stoeiden weer even en toen liep de een hard weg, even achteromkijkend of de tweede achter hem of haar aankwam en botste pardoes tegen het derde katje op, dat omviel. Bea lachte hardop en een paar hoofden draaiden zich in haar richting.
De getroffen kleine jaguar draaide zich om naar het diertje dat tegen hem of haar aan gelopen was en nu zijn pijnlijke kop schudde en sprong er toen bovenop. De derde kwam er zich al gauw mee bemoeien en weldra waren ze alle drie in een vechtpartij verwikkeld.
De moeder liet hen begaan. Ze had een korte blik geworpen op haar jong dat naar het water was gelopen en had zich toen neer gevleid op een grote steen. Bea vermoedde dat ze sliep ook al sloeg de staart af en toe door de lucht om insecten te verjagen.

Neergeschoten

Bea zat nog steeds in vervoering met haar hoofd en armen op de reling nadat de boot een grote bocht omgevaren was en ze de jaguars al lang niet meer kon zien.
“Vond je het mooi?” klonk een warme, vriendelijke stem achter Bea. Ze keek op en zag Steven achter haar staan. Steven was een collega en goede vriend van haar ouders die al lange tijd in Brazilië verbleef en hij had hen uitgenodigd voor een korte vakantie. Bea had meteen enthousiast gereageerd toen Steven hen uitgenodigd had voor deze boottocht. Haar ouders waren niet te vinden geweest voor wat ze ‘een dagje safari op het water’ noemden, maar hadden er onmiddellijk mee in gestemd dat Bea zou meegaan.
“Volgens onze gids zitten er hier relatief veel jaguars op dit moment. Hij zei dat er tijdens de voorbije tochten die hij gemaakt heeft, opvallend veel toeristen deze katten opgemerkt hebben.”
Iets naast hen op het dek trok plots Steven zijn aandacht en hij draaide met een ruk zijn hoofd om. Bea volgde zijn blik maar haar aandacht werd afgeleid. Op de oever, op een grote steen stond een reusachtige jaguar. Bea ging ervan uit dat het een mannetje was en dat hij al redelijk oud moest zijn. Ze hield een ogenblik haar adem in. Zoals het daar stond in al zijn majesteit en zoveel kracht uitstraalde, leek het alsof het dier besefte dat het gefotografeerd werd en wilde poseren.
“Wat een prachtig dier”, zei Bea, zo zacht dat ze betwijfelde dat Steven haar kon horen. Ze kon haar ogen niet afhouden van de bewuste plek terwijl de boot verder voer.
De jaguar maakte aanstalten om zich om te draaien toen hij plots door zijn poten zakte.
Bea greep de reling met beide handen vast en boog zich er zover over als ze kon maar de boot voer veel te ver van de oever voor Bea om duidelijk te kunnen onderscheiden wat er gebeurde. Ze draaide zich om naar Steven maar die was verdwenen.
Iedereen stond bij de reling aan de andere kant van de boot, zich te vergapen aan een troep otters die vrolijk door het water kliefden. Maar Steven stond er niet bij. Waar was hij zo plots naartoe?
Met een laatste blik over haar schouder liep Bea naar de andere reling terwijl ze zichzelf ervan overtuigde dat ze het verkeerd gezien moest hebben. Die jaguar kon toch niet werkelijk onder haar ogen neergeschoten zijn?

De ara

Een ara vloog laag over de rivier terwijl de otters spetterden en plonsden. De passagiers van de boot werden onthaald door een luid geschetter uit een stel bomen vlakbij waar er verscheidene koningsara’s in de takken zaten. Weldra kwamen meerdere papegaaien uit de bomen naar de boot toe gevlogen. Sommigen cirkelden vlak boven de boot, anderen bleven hoger in de lucht hangen.
Bea hield haar handen over haar oren tegen het luide gekwetter terwijl ze omhoog naar het bonte blauwgele spektakel. Ze vergat even dat ze Steven aan het zoeken was en vroeg zich in de plaats daarvan af hoeveel kwetterende ara’s er rondfladderden. Het leek een onmogelijke opdracht vanop die gegeven afstand om ze te tellen maar Bea probeerde het. Ze kwam niet verder dan tien. Maar er waren er zeker drie keer zoveel.
Het enthousiast geroep en de opgewonden gesticulaties van de toeristen elke keer dat de vogels apart of per twee langs scheerden schrokken de papegaaien allerminst af.
Iedereen in de onmiddellijke omgeving van de reling waar Bea stond, was zich gewaar van de doffe plof op het dek.
Een van de ara’s was uit de lucht gevallen.
Dood.
Uit de buik van de ara staken draadjes en allerlei elektronische rommel waar Bea niets van kende naar buiten. Wat ze wel begreep was dat deze ara geen echte, levende, papegaai was maar een vermomde drone of camera. Was dit een van die nepbeesten die ze naar het scheen gebruikten om het bestaan van dieren van heel dichtbij te kunnen filmen? De ogen van de valse papegaai zouden best minuscule cameraatjes kunnen verbergen. Het idee liet Bea niet meer los en ze ging er zelfs zo hard in op dat ze wou vragen aan Steven of iemand de vogel uit elkaar zou halen zodat ze konden zien of het om een spionnencamera ging.
Maar waar was Steven?
Ze draaide zich om en haar neus prikte zowat in een dikke buik in een te strakzittend hemd.
Ted, de kompaan van Joe, stond achter haar. Ted was even forsgebouwd als Joe, met dat verschil dat Joe spieren had en hij vet. Bea mompelde een verontschuldiging. Ted glimlachte en maakte een wegwuivend gebaar.
Steven was nergens te bekennen. Bea liep naar de andere kant van de boot. Op het achterdek liep ze bijna tegen een lange, Braziliaanse vrouw aan. Bea herkende haar als de vrouw die hen had geholpen bij het opstappen als een soort airhostess, maar dan op een boot. De vrouw keek geschrokken om en begon een boze opmerking te maken maar onderbrak zichzelf. Ze keek naar haar gesprekspartner die Bea niet eerder had zien staan omdat de vrouw zo lang was.
Het was Steven.
Hij was bezig met iets in zijn zak te steken toen hij Bea zag staan. Zijn beweging stokte.
Met nog een nerveuze blik op Bea, haalde de vrouw haar hand weg die ze in haar decolleté had zitten en beende weg. Steven glimlachte geforceerd en vroeg: “Bea. Zocht je mij?”
“Euh… ja.”
“Wel, hier ben ik. Wat scheelt er?”
Bea vertelde hem aarzelend over haar idee. Steven fronste eerst zijn wenkbrauwen maar lachte toen hij zei: “Dat klinkt alsof we in een James Bond-film verzeild geraakt zijn. Ik denk niet dat iemand hier aan boord iets kan met die rommel. Maar het incident wordt zeker later nog onderzocht.”
Steven wilde het hier duidelijk bij laten en ze voegden zich weer bij de groep kijklustigen op het voordek. Joe stond nog altijd tussen hen in. Ted tikte hem op de schouder. Een plots voorgevoel deed Bea achteromkijken. Ze voelde de klap in haar nek maar voor de pijn zich kon laten gelden, werd het zwart voor haar ogen.

Ontvoerd?

Bea had zware hoofdpijn. Ze draaide zich op haar zij en schrok even toen ze de vrouw zag, die aan een tafel vlakbij zat. De grote, Braziliaanse vrouw waarmee Steven had staan praten. Bea kwam half overeind, wat niet gemakkelijk was in de zachte kussens.
“Wat is er gebeurd?” vroeg Bea die bang werd.
“Je bent onwel geworden op de boot. We zitten hier vlak bij een dorpje waar we onderdak gekregen hebben om je te laten rusten. Er is hulp onderweg om je naar huis te brengen.”
“En Steven?” vroeg Bea. De uitleg van de vrouw stelde haar niet echt op haar gemak. Ze kon zich niet herinneren dat ze flauwgevallen was.
“Hij is al langsgekomen toen je nog sliep. Hij komt je hier ophalen als jullie vertrekken, maar voorlopig zul je het met mij moeten doen.” Ze glimlachte geforceerd. Bea vermoedde onmiddellijk dat ze zich ongemakkelijk voelde onder de situatie. “Mijn naam is Frenna.” Ze stak haar hand uit. Bea nam de hand aan. “Ik heet Bea.”
Bea keek om zich heen en nam de ruimte opnieuw in zich op. Ze bevonden zich niet langer op de boot. De donkere, houtkleurige wanden om haar heen bevestigden dat. Voor zover ze zich kon herinneren, was er op de hele boot geen spaander die niet in een vrolijk kleurtje of witgeschilderd was. Het bed waarin Bea lag, stond in een van de hoeken in een rechthoekige oppervlakte die was afgezet met traliewerk als muur en plafond. De kooi, bij gebrek aan een beter woord, was sober ingericht met een tafel, stoelen, een kast en – verrassend ˗ een toilet zoals die op bouwwerven gebruikt werden. Op de tafel lagen een paar boeken en een pak kaarten.
Hoelang zat ze hier al? Bea had geen benul van de tijd. Frenna had gezegd dat ze zich in een Braziliaans dorpje bevonden. Was dit dat een grote schuur of barak?
Ze keek opnieuw om zich heen en schrok. Zij en Frenna waren niet alleen in de schuur.
Er waren nog drie andere kooien, een in elke hoek. In de kooi tegenover de hare lag een jaguar. Het dier lag met de rug naar Bea toe maar de twee welpen die lusteloos rondlummelden maakten duidelijk dat het een moederdier was. In de kooi in de tegenoverliggende hoek liep een grote jaguar heen en weer. Bea vermoedde dat dit een mannetje was. De grote kat was zichtbaar nerveus en Bea hoopte plots heel erg dat het zwaar ogende hangslot aan zijn kooi het niet zou begeven. In de vierde kooi lag de grootste jaguar die ze ooit gezien had. Het dier was een toonbeeld van sereniteit. De immense kat lag languit op de vloer van aangestampte aarde en straalde zelfs in die luie positie nog kracht en waardigheid uit.
Bea dacht terug aan het moment op de boot en de indrukwekkende verschijning van de jaguar op de rots. De jaguar die even later neerviel. Was dit dezelfde jaguar? Was het dit dier dat ze toen gezien had en waarvan ze zo onder de indruk was geweest? Bea besefte dat het belachelijk was, maar ze geloofde niet dat er nog andere dieren bestonden die even bijzonder waren als dit exemplaar.
Maar als het dezelfde jaguar was, wat was er dan met hem gebeurd? Ze keek met een mengeling van schrik en fascinatie naar het slapende dier. De afstand tussen beide kooien was veel te groot en het dier lag met zijn rug naar haar toe dus Bea kon niet zien of zijn borst bewoog. Sliep hij werkelijk alleen maar? Of was hij dood?

De maskers vallen af

Bea dacht nog altijd aan de jaguar terwijl zij en Frenna een spelletje kaart speelden. In het begin ging ze helemaal op in het spel en vergat al de rest. Maar toen ze een paar spelletjes na elkaar verloor, begonnen haar zin en aandacht af te nemen. Om zich een houding te geven na haar verlies wierp ze snelle blikken in de richting van de kooi van de grote jaguar. Die had zich nog altijd niet verroerd.
“Misschien moesten we maar eens stoppen”, zei Frenna en ze begon de kaarten bijeen te rapen voor Bea kon antwoorden.
Bea vroeg: “Scheelt er iets met hem?” Ze wees naar de grote jaguar.
Frenna stak de kaarten terug in het doosje. “Hij slaapt”, antwoordde ze alleen maar.
“Hebben ze hem neergeschoten?”
Frenna keek op. “Waarom denk je dat?”
“Ik vroeg het gewoon maar. Het duurt wel lang voor er iemand ons komt halen”, probeerde ze opnieuw een gesprek op gang te brengen.
Frenna haalde een gsm uit haar zak, keek op het schermpje en stak hem toen weer weg. “We zitten hier ook ver van de bewoonde wereld”
Bea vroeg zich opnieuw af wie deze vrouw was. Van waar kende zij Steven en waarover hadden ze staan praten toen ze hen samen gezien had? De deur van de schuur werd geopend en twee mannen stapten naar binnen. Bea herkende Joe en Ted onmiddellijk.
Ted wreef zich in de handen. “Laat het spektakel maar beginnen!” zei hij luid. Joe lachte even maar zijn stem klonk ernstig toen hij zei: “Eerst de inspanning, dan de ontspanning.” Hij liep naar de wand naast Bea’s kooi. “Straks kun je genieten van de show.” Er verscheen een grijns op zijn gezicht toen hij Frenna’s blik ving. Hij zei: “Een nederlaag slikken is pijnlijk, hé liefje?”
Hij liep achter Ted aan naar de muur waar de voorraden lagen maar draaide zich halverwege weer om. “Weet je, Frenna. Ik zou je wel gemogen hebben als lid van onze groep. En zo’n moordgriet als jij zouden we best kunnen gebruiken om dat oersaaie bureauwerk op het ministerie wat op te fleuren.” Hij tilde zijn hoofd weer omhoog. “Een moordgriet die bovendien bloed aan haar handen heeft.” Hij maakte een smakkend geluid met zijn lippen.
“Joe! Kom je me nu nog helpen of moet ik het allemaal alleen doen?”
“Gun me nou dit pleziertje, Ted”, zei Joe terwijl hij een pruillip trok. Hij rechtte zijn rug. “Een laatste momentje samen.” Hij wilde zijn hand rond die van Frenna vouwen waarmee zij de tralies omklemde. Frenna trok haar hand weg.
“Je bent een fantastisch verteller, Joe, dat heb het intussen wel bewezen: jullie hebben mij in de tang. Maar waarom hebben jullie Bea hier opgesloten?”
“Alles wat jij moet weten, Frenna, is dat je eraan gaat als je je niet gedeisd houdt. Een woord van Steven en je hangt.” Joe haalde zijn wijsvinger langs zijn brede nek. “Je dacht dat het voldoende zou zijn om die camera te vernietigen, maar daardoor heb je juist Steven zijn achterdocht gewekt en jezelf verraden.” Joe zijn gezicht kreeg een ernstige uitdrukking. “Die camera werd daar toevallig op dat moment getest, waarschijnlijk door natuurliefhebbers of activisten zoals jij die een of andere documentaire willen maken om de mensen te ‘sensibiliseren’. Al had je waarschijnlijk wel gelijk dat iemand vroeg of laat de beelden ervan zou bekijken en jou over het dek zou zien flaneren met een mes in je hand. Maar wat had het uitgemaakt? Steven heeft je betrapt voor je hem kon doden. Maar door je onbezonnenheid, weet hij nu wel dat jij het was die hem al geruime tijd te grazen wil nemen. Zijn advocaat zal geen genade tonen voor je, noch voor Sonja als je medeplichtige, ook al vertel je aan de rechter dat Sonja Steven zijn arme, mishandelde, ex-verloofde is die je wou wreken.” Joe richtte zich op. “Het woord van een moordenares weegt niet op tegen dat van een gerespecteerd man.”
“Ik laat me niet intimideren, Joe”, zei Frenna met een stem als staal, “Vroeg of laat komt de waarheid aan het licht.”
“Natuurlijk. Maar het gaat erom hoeveel en welke mensen die waarheid geloven, denk je ook niet? Je slaapt al maanden met Sonja, je hebt haar lijf gezien nadat Steven daarachter gekomen is. Ze heeft ongetwijfeld haar hart bij je uitgestort nadat Steven haar ˗ eindelijk – verlaten had. Want ondanks alles houdt die teef nog altijd van hem.”
“Laat Sonja hierbuiten!”
Joe stoorde zich niet aan haar uitroep. “Laat me je waarschuwen, Frenna. Voor je eigen bestwil, en voor Sonja, waag het niet om Steven ook maar een haar te krenken.”
“Joe!” riep Ted.
Joe zuchtte theatraal maar zonder boosheid. “De plicht roept, zo te horen.” Hij riep naar Ted: “Ik kom, zagevent!” en zei toen tegen Frenna: “Denk goed na over wat ik gezegd heb.”
Bea had de hele conversatie met stijgende verontwaardiging en afgrijzen gevolgd.
Het kon toch niet. De man die Joe beschreef, kon toch niet dezelfde zijn als de vriendelijke, knappe, warme man waarmee ze thuis vertrokken was?
Ze rilde over haar hele lichaam terwijl ze op het bed ging zitten, met haar rug tegen de muur, zo ver mogelijk van Joe en Frenna vandaan. Ze sloeg de deken om zich heen maar dat verjoeg het beven niet.

De show

Drie mannen kwamen de schuur binnen. Ze waren allen gewapend met verdovingsgeweren Twee anderen die na hen binnenkwamen, hadden hun handen vol met toortsen. Na hen kwamen Ted en Joe naar binnen. Ze waren allemaal gekleed in weinig verhullende zwarte latex pakken. De jaguars werden prompt onrustig. De welpen kropen angstig weg tussen de poten van hun moeder die achteruit stapte. De twee mannetjes, bleven staan waar ze stonden. Het jonge mannetje leek zich wel voor te bereiden op een aanval, zijn kop laag tegen de grond, zijn rug rond, zijn spieren in zijn poten en flanken gespannen. Het oude mannetje was op zijn hoede, misschien ook bang, maar Bea vermoedde dat hij bij de minste beweging eerder achteruit zou deinzen dan toe te springen. Joe blafte een kort bevel en twee van de mannen met verdovingsgeweren draaiden zich om en liepen naar de kooi van de moeder en haar welpen. De ene stak een van de fakkels aan die een magere slungel hem aanreikte en hield de volwassen jaguar daarmee op afstand terwijl zijn kompaan zijn verdovingsgeweer aan de kant zette en de deur van de kooi openzette. Een derde man kwam met een fakkel naderbij en liep de kooi in. Hij zwaaide de fakkel met grote halen in het rond en joeg de welpen de kooi uit. Bibberend van angst stonden de kleintjes even later alleen in het midden van de barak. Het moederinstinct van de volwassen kattin kreeg op dat moment de overhand en ze overwon haar angst voor het vuur. Ze sprong naar voor maar een van de mannen schopte de deur van de kooi dicht en ze knalde er met haar kop tegenaan. De jaguar was een paar tellen versuft en de mannen maakten daar gebruik van om de deur op slot te draaien.
De doodsbange welpen piepten om hun moeder maar die kon niets anders kon doen dan de angstkreten en smeekbedes van haar jongen aan te horen.
De mannen lachten luid. Steven, Joe en Ted zaten op klapstoeltjes. Tussen Joe en Steven stond een krat bier. Joe bukte zich en raapte iets op dat achter de bierbak lag en smeet dat met een grote boog naar de kleine jaguars toe. Een witte kei viel in het zand naast een van de welpen. Het diertje sprong piepend opzij en produceerde een geluid dat gebrul zou geweest zijn als het welpje ouder was geweest.
De steen was blijkbaar een afgesproken teken want er werden nu van alle kanten stenen naar de katjes gesmeten. Eerst bleven de drie bij elkaar zitten bibberen en om hulp roepen. Toen ze begrepen dat hun moeder hen niet te hulp zou komen, renden twee van hen in de richting van de kooi, waar ze onmiddellijk werden teruggedreven in de kring die de anderen mannen inmiddels hadden gevormd. De man in kwestie gebruikte hiervoor een immense zweep die zelfs op de aangestampte aarde nog een knetterend geluid maakte.
Bea keek met stijgende ontzetting en schrijnend medelijden voor de welpen en de moeder naar het tafereel. Af en toe wierp ze een blik op Steven die ze altijd zo lief en knap gevonden had. Eenmaal kruisten hun blikken elkaar. Steven glimlachte en Bea voelde haar hart een ogenblik in haar borst bevriezen. Die glimlach leek zo onmogelijk oprecht en vriendelijk, alsof ze samen naar een goede film zaten te kijken.
Steven genóót hiervan. Hij, Joe en Ted en al die anderen die ze niet kende, amuseerden zichzelf met het mishandelen van de jaguars.
Vier van de mannen hadden zich nu op vier verschillende punten opgesteld zodat ze een vierkant vormden binnen de cirkel. De anderen gingen opzij en gingen verheugd op een rij staan aan weerszijden van Steven, Ted en Joe.
Bea vermoedde en hoopte dat het hiermee afgelopen was maar ze had het mis. De man met de zweep was een van de vier ‘hoeken’ van het vierkant. Hij liet de zweep knallen. De twee welpen die de vorige keer het eerst in beweging waren gekomen in een poging om te ontsnappen, deden deze keer hetzelfde maar het mocht niet baten. De man met de zweep leek zich als een vlieg door de barak te verplaatsen en zat de twee katten na met zijn marteltuig. Een van de drie andere kerels kreeg ook een zweep overhandigd en bestookte het derde jong zweepslagen. Zijn zweep was iets korter maar niet minder effectief. Het katje bleef rillend van angst zitten maar kromp bij elke knal van de zweep dieper in elkaar.
Lange tijd lieten de mannen de katjes zo rondrennen tot ze uitgeput waren en niet langer wegvluchtten. Toen de man met de grote zweep het zwakste katje een harde klap verkocht en het dier bloedend bleef liggen, gaf Steven het bevel om op te houden.
Bea haalde opgelucht adem en drukte zich tegen Frenna aan. Frenna legde haar hand op haar achterhoofd en drukte haar tegen zich aan.
“Wat is de bedoeling hiervan?” schreeuwde ze naar Joe, Ted en Steven die nog steeds zaten te lachen en te drinken. Steven en Joe keken loom op van hun glazen bier en Steven maakte een nonchalant gebaar naar Ted terwijl Joe naar de kooi toeliep. “Moet dit nu echt zo waar zij bij is?” voer Frenna meteen uit.
“Je onderschat de jeugd van tegenwoordig, Frenna. Die kunnen wel tegen een stootje. Wie weet vindt ze het stiekem wel leuk.”
“Laat haar gaan, Joe”, herhaalde Frenna, schijnbaar onbewogen, “Wat heb je eraan dat het kind moet toekijken en er misschien de rest van haar leven nachtmerries over zal hebben?”
“Dat maakt het alleen nog maar beter. En nu bek dicht.”
De moeder jaguar was nu woedend. De angst om haar jongen en het getreiter met het vuur hadden haar doen koken van woede. Ze brulde vervaarlijk en nam eenzelfde positie aan als Bea het jonge mannetje eerder had zien doen, klaar om aan te vallen, en niet bereid om voor wie dan ook nog uit de weg te gaan. Een van de mannen naderde de kooi met twee fakkels. De kattin maaide met haar poot tussen de tralies van de kooi en sloeg met een beweging de beide fakkels uit zijn handen. De man schreeuwde en stopte zijn beide handen tussen zijn knieën terwijl hij zich inhield om niet opnieuw te gillen.
Steven keek omhoog naar Joe die nu achter hem stond en knikte. Joe grijnsde breed. Hij nam zelf een fakkel en stak die aan terwijl Steven zijn jasje en hemd uittrok.
Bea dacht voor stierendoder zou spelen en verwachtte dat Joe of Ted hem een rode doek zou aanreiken. Maar hij kreeg iets anders in zijn handen gestopt door de twee magere slungels die als manusjes-van-alles leken op te treden: een professionele sportboog en een pijlenkoker. Steven sloeg de laatste om zijn schouder en knikte.
Een van de magere kerels boog het hoofd maar Bea zag dat hij onwillig was om te doen wat hem gevraagd werd. Hij draaide de zware sleutel om in het slot van de kooi van de moeder jaguar en zette de deur open waarna hij ijlings naar de muur naast de kooi liep en zich er zo dicht mogelijk tegenaan drukte.
De jaguar stoof razendsnel de kooi uit, even snel als de pijl die haar op een haar na miste en zich tussen haar poten in de grond boorde. Ze ontweek behendig alle pijlen die zich nu langs alle kanten tegelijk op haar stortten terwijl ze naar haar jongen toe rende.
Steven nam een grote boog aan van een van zijn kompanen die zich vervolgens snel weer weg haastte. Met ontzagwekkende kalmte, legde Steven een pijl op de boog, hief het ding langzaam op, legde aan, mikte en schoot toen een pijl rakelings over het hoofd van de jaguar. In verwarring gebracht, bleef het dier even staan.
Steven glimlachte. Zijn stem galmde klonk luid door de barak die doodstil geworden was. ”Laat haar maar los. Zoveel moed en liefde verdient een laatste eerbetoon. De jaguar brulde woedend en ging op haar achterpoten staan. Ze maakte zich op om Steven te bespringen maar deze laatste was sneller. Onder luid gebrul en gejuich van de omstaanders, schoot Steven zijn pijl recht in het hart van de grote kat. Het dier viel met een doffe plof op de grond. Bea sloeg haar handen voor haar mond en wendde haar gezicht af. Frenna sloeg haar armen om haar heen en trachtte haar te troosten. Een plotseling bulderend gelach van Joe deed beide vrouwen opkijken. De kooi werd opengetrokken en voor Bea besefte wat er gebeurde, werd ze uit de kooi gesleurd en een eind verder op de grond gesmeten.
“BEA!” De gil van Frenna ging door merg en been. Er liep een rilling over Bea’s rug en ze had het plots ijskoud. Joe draaide zich loom half om naar Frenna, haalde een pistool uit zijn achterzak en schoot. Frenna zakte voorover tegen de nu bebloede tralies. “Ik had gezegd dat je je bek moest houden.”
Bea gilde en sprong achteruit hierbij gehinderd doordat Joe haar nog steeds vasthield. Toen hij haar losliet, viel ze viel achterover op de grond en bleef als versteend zitten.
Iemand deed het elektrisch licht uit dat blijkbaar overal in de grote schuur aanwezig was en de fakkels werden gedoofd.
Bea slikte, nog steeds stijf van angst.
In het duister lichtte er plots aan haar andere kant iets op aan de andere kant, ver van de fakkel vandaan.
Twee ogen.
Er stond een jaguar op nog geen twee meter van haar vandaan!
Een verslindende angst raasde door Bea heen. Ze wist zelf niet vanwaar de schreeuw kwam toen ze het uitgilde.
Ze draaide zich om en begon te rennen maar bleef toen plots stokstijf staan. Ze mocht niet bewegen! Ze moest het dier laten geloven dat ze dood was. Katten waren jagers en geen aaseters. Ze aten niets dat ze niet zelf eerst gevangen en aan stukken gereten hadden. Ze bleef staan en keek naar de blinkende ogen. De angst belette haar helder te denken en de afstand tussen haar en de kat in te schatten maar Bea was ervan overtuigd dat de afstand tussen haar en de kat groter geworden was. Ze slikte en bleef hijgend staan waar ze stond terwijl de angst die eerder om haar heen had gehangen als een wolk zich nu dichter om haar heen begon te wikkelen en in haar naar binnen begon te dringen. Het bevroor haar en ze kon geen stap verzetten toen de jaguar op haar afsprong.
Bea kon zich alleen inbeelden hoe de opengesperde muil van de kat er moet hebben uitgezien. In het donker hoorde ze alleen het gegrom. De angst werd haar te veel en ze viel flauw, buiten het bereik van de kat die over haar heen sprong.

Een akelig slot

Bea werd wakker door water dat in haar gezicht werd gegooid. Er werd aan haar geschud. Het weinige dat haar geest aan elkaar wist te puzzelen, verbrokkelde opnieuw toen iemand haar toesnauwde: “Kom! Opstaan!”
“Rustig, Joe.”
Bea knipperde met haar ogen. Ze zag twee gezichten boven zich. Het ene gezicht was het brede gezicht van Joe. Het andere dat van Steven.
Een golf van angst rolde over haar heen.
“Kom nou, meid.” Steven hielp haar overeind te gaan zitten, zijn stem en gebaren even vriendelijk als altijd.
Het volgende moment gebeurde er van alles tegelijk. De deur van de barak werd opengetrapt, ook al was die niet op slot. Twee mannen en een vrouw met kogelvrije vasten stormden met geheven geweren naar binnen. Bea herkende haar vader, haar oom en haar moeder.
Haar oom hief zijn geweer. “Handen omhoog! Iedereen!”
De meeste aanwezigen gehoorzaamden geschrokken. Ted verzette zich eerst door een verdovingsgeweer op Bea’s moeder te richten maar toen die het wapen ontweek en haar geweer tegen zijn slaap zette, bond hij in. Joe volgde woedend zijn voorbeeld toen Bea’s oom hem met zijn geweer in de rug porde. Een van de magere slungels greep Bea van achteren vast in een en trok haar naar achter. Hij sloeg zijn arm als een ijzeren beugel om haar nek. Bea had geen andere keuze dan te gehoorzamen als ze niet wilde stikken.
Ze werd eensklaps doodsbang.
Haar belager siste in haar oor: “Hou je gedeisd, schatje. Of ik jaag je een kogel door je hals in plaats van een verdovingsnaald.” Bea dacht dat hij blufte, ze had immers nog geen andere wapens gezien dan de verdovingsgeweren, maar ze keek er niet naar uit om zo’n naald in haar hals geschoten te krijgen.
Hier kwam Steven voor het eerst tussen beiden. Hij stond loom op uit zijn stoel.
“Je hebt hem gehoord, Thomas. Laat jullie wapens vallen. Laten we allemaal kalm blijven en…”
Bea zag haar moeder op Steven afstormen. “Klootzak! Klootzak!”
Ze begon hem te slaan op zijn borst met haar vuisten. “Wat hebben jullie met mijn dochter gedaan? Waarom heb je haar ontvoerd? Waarom?!”
Bea deinsde achteruit toen ze haar moeder op Steven af zag gaan en een beeld van een klauwende jaguar verscheen voor haar ogen. Haar vader probeerde zijn vrouw te kalmeren maar tevergeefs.
“Nee, Thomas, ik moet het weten. Ik wil uit zijn mond horen waarom hij mijn dochter ontvoerd heeft.”
Steven zijn gezicht vertoonde geen enkele emotie toen hij antwoord gaf. “Bea was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Ze was getuige van een confrontatie tussen mij en Frenna, die niets met Bea of dit hier te maken heeft.” Hij gebaarde met een zwaai van zijn arm naar de barak. Hij haalde zijn schouders op. “Mijn… politieke oriëntatie, zou je kunnen zeggen, wordt de laatste tijd in vraag gesteld. Thomas is eerlijk als goud en iedereen weet dat hij op de barricade staat voor het Amazonewoud. De aanwezigheid van zijn dochter onder mijn hoede was het ultieme bewijs van onze goede relatie. Immers, Thomas zou nooit vriendschapsbanden onderhouden met die ‘natuurvernielers’ zoals de meer zachtzinnige journalisten ons noemen. Niemand zou mijn banden met de stroperij of dit project vermoeden” Steven gezicht vertoonde voor het eerst emotie. Hij was onmiskenbaar boos.
Thomas keek zijn collega alleen maar verbijsterd aan. Zijn vrouw sloeg Steven hard in zijn gezicht. “Hoe kun je zó laag vallen?” Als ze dat niet op een haast sissende toon had gezegd, was Bea weggelopen van het angstbeeld van een jaguar die een poot in de lucht hief en Steven in zijn gezicht klauwde.
Haar moeder sloeg Steven opnieuw. “Hoe dúrf je?”
Thomas en zijn broer leidden de razende moeder resoluut weg naar de jeep waarmee de politie ter plaatse was gekomen. Een vrouwelijke agent wilde zich over Bea ontfermen maar die reageerde nog altijd niet. De overige politieagenten waren inmiddels begonnen met alle aanwezigen in de boeien te slaan en naar buiten te leiden. Twee van hen bekommerden zich om het lijk van Frenna. Joe slaakte een kreet maar die werd gesmoord door de agent die bezig was zijn armen op zijn rug te draaien. Steven draaide zich met een scherpe boog om. Nog terwijl een tweede waarschuwing klonk – deze keer van Ted ˗ sprong de jonge mannelijke jaguar boven op Steven en wierp hem ruggelings tegen de grond.
Er werd geschreeuwd en plots liep iedereen door elkaar heen zo snel mogelijk naar de uitgang. Haar gijzelnemer liet Bea los en rende met een schrille angstkreet weg. Het gegrom van de jaguar maakte Bea doof voor de roep van haar vader en terwijl de jaguar de fatale beet toediende, dacht ze terug aan het moment dat ze zelf oog in oog had gestaan met een jaguar die op haar afsprong en kromp in ware doodsangst in elkaar.
De jaguar leek instinctief te weten dat hij een slagader moest doorbijten want hij zette zijn tanden heel berekenend neer. Bea gruwde van het tafereel maar ze kon haar ogen niet afwenden of neerslaan en bleef staren naar de slachtpartij, nam er elk detail van in zich op. Iemand sloeg zijn armen om Bea heen. De plotse, heftige aanraking werd Bea te veel en deed haar in paniek slaan.
“Bea, wat is er? Schatje, ik ben het, mama!”
Bea bleef staan terwijl de woorden van haar moeder door de plotse mist in haar hoofd heen drongen. Het laatste wat ze zag, was de jaguar die eerst zijn kop optilde, om zich heen keek en toen verbaasd naar zijn flank waar een verdovingsnaald uit stak.
Een langgerekte gil van Steven was het laatste wat ze hoorde voor haar moeder en haar oom haar naar buiten brachten waar ze door haar benen zakte.

Het gordijn van angst valt

Bea knipperde met haar ogen tegen het felle licht toen agent Simon haar trachtte bij te brengen. Bea zag aan zijn kledij ˗ een grijs T-shirt, donkerblauwe broek en een kogelwerend vest – dat hij niet tot de bende behoorde die haar ontvoerd had.
“Is iedereen in orde?”
Bea’s vader antwoordde: “Mijn dochter. Alstublieft. Is zij oké?”
Bea schurkte zich zoveel mogelijk tegen de muur aan toen ze de onbekende man op zich af zag komen. Hij bleef op een kleine afstand van het bed staan, boog voorover en zei vriendelijk: “Hallo.”
Bea sloeg haar ogen op maar verroerde zich ver niet.
“Bea?”
De agent had een vriendelijke, aangename stem. Bea wilde haast dat hij meer zou zeggen zodat zij zelf naar hem kon luisteren en niets hoefde te zeggen of doen.
“Bea?” De agent deed nog een stap naar voor en ging toen op zijn hurken zitten. “Bea, mijn naam is Simon. Ik ben een politieagent.”
Bea kon niet reageren. Hoe graag ze het ook wilde. Ze kon niet bewegen, ze kon niet spreken.
Er kwam iemand achter de agent staan. Bea herkende haar vader maar nog steeds gaf ze geen antwoord.
De beide mannen leken wel onbereikbaar voor haar, achter het gordijn van angst dat over haar heen lag. Alleen, aan haar kant van het gordijn, zo ver mogelijk er vandaan, was ze veilig. Als ze te dichtbij zou komen, of het gordijn zou aanraken en opzij zou schuiven, zou iets vreselijks zich op haar storten.
Dat was wat Bea dacht terwijl haar vader naast haar op het bed ging zitten en over haar haar streelde. Het was een gebaar dat ze goed kende. Het sloeg het gordijn van angst bij haar vandaan, net als vroeger, wanneer ze wakker schrok uit een nachtmerrie. Dan ging hij naast haar op het bed zitten en begon door haar haren te kroelen met zijn vingers. En ook al bleef ze vaak met haar rug naar hem toe liggen, hij wist dat ze bang was en hij verjoeg de angst.
“Ze lijkt me niet gewond”, zei de agent, “Maar ze is in shock.”
“Wat is er eigenlijk gebeurd? Hoe kon die jaguar uit zijn kooi ontsnappen?”
“Ik vermoed dat een van die kerels bezig was de kooi te openen om de jaguar te gebruiken voor een volgende ‘act’. Door onze inval zal er een ogenblik van onachtzaamheid ontstaan zijn waar het dier handig gebruik van wist te maken.
Haar vader stond op en Bea voelde meteen het zware gordijn van angst weer op zijn plaats vallen toen de ruimte naast haar plots weer koud en leeg werd.
“We moeten hier vandaan. Nu.”
“We doen ons best om u beiden zo snel mogelijk naar de stad te krijgen. Het lijkt me het beste als u probeert om uw dochter zover te krijgen dat ze met u meekomt. Ik denk dat het correct is om te stellen dat ze in haar huidige toestand naar niemand anders zal luisteren.”
Bea voelde zich meteen heel wat lichter toen het gordijn weer opgetild werd door de vingers van haar vader die opnieuw door haar haren streelden. Hij begon zacht tegen haar te spreken.
“Ik ben hier, Bea. Ik ben bij je.”
Ja
“Kom met me mee, Bea. We moeten hier vandaan.”
Bea trok zich los. Komen? Naar waar? Naar het gordijn? Naar achter het gordijn, en de angst?”
Vingers krulden zich om de hare heen en namen haar hand vast.
“Kom maar, Bea. Ik ben bij je, er kan je niets gebeuren.”
Nee.
“Vertrouw me, Bea. Kom maar. Er zal je niets gebeuren. Deze mensen willen ons helpen. Ze zullen ons naar huis brengen.”
De vingers verdwenen opnieuw uit haar haar.Ze werd opgetild!
En toen viel het gordijn. Een alles verslindende angst.
Ze gilde.

Naar huis

Het eerste wat Bea hoorde toen ze wakker werd, was een onbekende stem. De angst lag op de loer toen ze het gebrom van een motor vlakbij hoorde, maar ze was niet bang, besefte ze. Tegelijk met deze gedachte werd ze zich gewaar van de strijkende beweging van de vingers door haar haren. Ze bleef met haar hoofd tegen haar vaders borst en haar ogen dicht liggen luisteren naar de conversatie.
“Hoe gaat het met haar?”
“Niet zo best, vrees ik”, antwoordde Thomas, “Ze reageert op niets meer.”
De agent knikte meelevend. “Ze is in shock. We doen er alles aan om jullie zo snel mogelijk in de bewoonde wereld terug te brengen waar ze professioneel opgevangen zal worden. We hebben de autoriteiten al verwittigd, maar de helikopter kan hier niet landen. En ik twijfel er aan dat Bea de reddingswerkers zal toelaten om haar via de touwladder in de helikopter te helpen. Een politieboot tracht ons zo snel mogelijk te bereiken. Dat is alles wat we voorlopig kunnen doen.”
“Ik kan het nog altijd niet geloven. Ik heb Steven jarenlang gekend. We vertrouwden elkaar zoals soldaten in de loopgraven. Ik zou hem mijn leven toevertrouwd hebben. En nu… Misschien heeft Bea wel een trauma opgelopen voor de rest van haar leven!”
“Hij is een wreed man”, merkte Simon zacht op. “Dieren vangen en martelen in een soort privé circus…” Zelfs Bea hoorde het venijn in deze twee woorden. “Allemaal om een krankzinnige, bloeddorstige lust te bevredigen. De advocaten en de gerechtspsychiater zullen hier een vette kluif aan hebben. Zeker met de moord op die vrouw erbij.”
“Dat betwijfel ik. Veel magistraten zullen even corrupt blijken als Ted en Joe. Maar er een kind als Bea bij betrekken… Een kind!”
“Ik besef dat het gemakkelijk is voor mij om dit te zeggen, maar we moeten ons concentreren op de positieve feiten. Uw dochter leeft nog en ze is fysiek amper gewond geraakt. Het zal tijd vragen, en veel geduld, maar samen kunnen jullie dit. Als een hecht gezin kunnen u en uw vrouw Bea hier doorheen helpen. Het komt goed.”
“Dank u. Voor alles. Uw hulp, uw advies…”
“Wij doen onze plicht.
“Ik mag er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als u niet met ons meegekomen was, agent”, zei Bea’s moeder. Ze rilde.
“Dat is met plezier gedaan, mevrouw. U mag erop rekenen dat deze schurken zwaar gestraft zullen worden. Veel sterkte. Meneer. Mevrouw. Dag Bea.”
Bea keek met glazige ogen naar de helikopter die op het water lag te wachten. Niemand om haar heen wist dat ze vanbinnen stierf van angst door de beelden die door haar hoofd spookten, het motorgeronk van de helikopter en de schrikwekkende draaibewegingen van de rotorbladen.

Enthousiast over deze inzending?

We nodigen je graag uit om je mening te geven over deze publicatie. Dat is mogelijk door een commentaar van jou toe te voegen en/of door een waardering te geven. Klik hieronder s.v.p. op het gewenste item!

  • Jouw commentaar toevoegen? Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Dat is mogelijk in de tekstbalk

    Voeg hier je commentaar toe...
    You are a guest ( Sign Up ? )
    or post as a guest
    Loading comment... The comment will be refreshed after 00:00.

    Wees de eerste om commentaar te geven.

    Je kunt ook een waardering geven voor deze publicatie!
  • Graag jouw waardering voor de kwaliteit van deze inzending: 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.
    Schrijf een commentaar
    PLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
     
    Je kunt ook een commentaar toevoegen voor deze publicatie!
  • Toelichting

    Op Schrijverspunt kun je in principe bij elke publicatie, d.m.v. een commentaar en/of een waardering, je mening geven. Alleen als een auteur feedback niet op prijs stelt is de mogelijkheid niet zichtbaar. De praktijk heeft geleerd dat de meeste auteurs feedback op prijs stellen. We nodigen je dan ook graag uit om je mening te geven over een publicatie. Dat is op twee manieren mogelijk:

    Commentaar

    Je kunt jouw commentaar geven op een publicatie of reageren op een ander commentaar of reactie.
    • Je kunt jouw commentaar toevoegen in de tekstbalk (Voeg hier je commentaar toe...) van het blok commentaar. Je commentaar is dan direct zichtbaar. Bij je commentaar kun je b.v. ook een emoji toevoegen.
    • Wil je een reactie toevoegen bij een ander commentaar of reactie? Klik dan bij het betreffende commentaar op 'Reageer'. ook dan verschijnt er een mogelijkheid om je tekst toe te voegen.
    • Elk commentaar is welkom. Dus geef gerust aan als je de publicatie met plezier hebt gelezen, maar ook opmerkingen over de stijl en het taalgebruik van de publicatie worden op prijs gesteld. Een mooie manier voor auteurs om eigen schrijfwerk te verbeteren.
    Commentaren of reacties lezen.
    • Bij elke publicatie kun je de commentaren of reacties lezen. Op de homepagina is daarnaast ook nog eens een overzicht van de actuele commentaren/reacties te vinden.
    • Wil je een bericht ontvangen van nieuwe commentaren/reacties dan kun je dat bovenin het blok Commentaar aangeven bij 'Ontvang een bericht bij nieuwe commentaren' of als je zelf een commentaar of reactie geeft.
    • Wil je alleen de commentaren zien bij een publicatie en geen reacties daarop? Klik dan bovenin het blok Commentaar op 'Inklappen alles'.
    Voorwaarden:
    Schrijvers en dus ook wij stellen een commentaar bij een publicatie erg op prijs. We proberen daarbij de mogelijkheid op Schrijverspunt om feedback te geven liefst zonder regels te laten. Dat vraagt alleen soms wat tolerantie en misschien wat invoelingsvermogen voor de ander. Samengevat respecteer elkaar.
    Is een commentaar of reactie volgens jou ongepast? Door met je muis over het commentaar of de reactie te gaan verschijnt er rechts een vlaggetje. Klik daar op om dit te melden bij websitebeheer.

    Waardering:

    Je kunt  commentaar geven op een publicatie, maar het is ook mogelijk om een waardering in cijfers te geven. Bij een waardering gaat om een beoordeling door jou van de kwaliteit van de publicatie. Je kunt kiezen uit 5 mogelijkheden om op te stemmen. 1=minimaal, 2=matig, 3= voldoende, 4=goed, 5=perfect.  De waardering is anoniem.
Hits: 90
Lekkerboek voor betaalbaar leesplezier
Tweedehands boeken
Nu opruiming!

Boys of Winter 2: IJskoud Verzet - S.R. Grey

- Klik hier!-

Meer publicaties lezen of zelf meedoen aan een schrijfactiviteit?

Klik op een van de mogelijkheden.