Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 559
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

Vrijdagmiddag

| Eduard Brand
Het is vrijdagmiddag, één uur, en ik ben uit. Het is weekend, maar blij ben ik niet. Ik ben verliefd op een meisje uit de derde. Ze heeft blond haar en heeft een unieke kledingstijl: ouderwets en modern tegelijk. Ze valt niet op, maar ze is te herkennen uit duizenden. Ze heeft zeeblauwe ogen die niet te beschrijven zijn. En ik mis haar, want deze week, de laatste voor de lange kerstvakantie, heb ik haar niet gezien. Ik hoopte dat ik haar nog vóór Kerstmis zou spreken.

De bel is gegaan. Ik sta op, schuif mijn stoel aan en loop samen met de rest van de klas het lokaal uit, op weg naar een twee weken durende, eeuwige vrijheid. Ik, daarentegen, wacht niet op een eeuwige vakantie. Ik zal haar dan niet kunnen zien, aangezien ze niet in de buurt woont. We wonen in een grote stad. Leerlingen lopen de trap af. Ik volg. Voordat ik een traptrede passeer, lijkt een uur voorbij te gaan, maar uiteindelijk bereik ik mijn kluisje op de begane grond. Ik pak mijn jas, trek mijn handschoenen aan en praat nog wat bij met vrienden. Ook in de aula grijp ik mijn kans om vrienden alvast een gelukkig nieuwjaar en een vrolijke kerst te wensen. Nu ga ik toch echt naar mijn fiets, naar de grauwe fietsenstalling van deze grote school. Ik fiets naar huis.

Waar was je dan ook? vraag ik mezelf af. Je bent toch niet dood? Verongelukt wellicht? Ik zoek verklaringen waar ik ze nooit vinden zal. Verderop zie ik de afslag die ik altijd neem om snel thuis te zijn. Ooit fietsten wij samen hier. We spraken geen woord, maar onze ogen konden ook praten. Ik haalde haar in om vervolgens deze afslag te nemen en ik keek om: zij fietste door.

Ik kijk meteen om wanneer ik word ingehaald en zie vele gezichten. Ondanks dat het er een stuk of vijf zijn, herken ik haar gezicht direct: soms vrolijk, altijd scherp, als de snavel van een merel. Ze haalt me in, samen met de rest van de groep. Zij fietst rechtdoor. De rest van de groep neemt echter de afslag naar links. Nu besluit ik ook rechtdoor te fietsen. Ze werkt nu eenmaal als een magneet.

Bij het stoplicht stopt ze. Ik stop naast haar en kan het niet laten om te lachen. Hopelijk zie je het niet, mompel ik. Onbewust kijk ik haar aan: de zoveelste bevestiging dat ik niet zonder haar kan. Ze heeft me door en ik moet koeltjes groeten: ‘Jij zit ook op het Sint Ignatiuscollege, toch? Je bent het mooiste meisje van de school.’ Volgens mij weet ze niet goed hoe ze moet reageren. Ik excuseer me en vertel dat ik het niet zo bedoelde, maar van haar mag ik meefietsen.
‘Lange dag gehad?’ vraag ik.
‘Ja, jij ook?’
Het is pas een paar minuten over één, maar ik zeg toch ja. Rillend van de kou kijk ik om me heen: groen gras, kale bomen en een felle zon, ondanks de kou. We fietsen door een parkje. Boven ons ruik ik de blauwe, frisse lucht. Hoe ziet zij de wereld nu?

Opeens stopt ze, stapt ze af en vraagt ze lief en hoopvol, maar onzeker: 'Hoe nu verder?'

Vorige week zorgden onze lesroosters ervoor dat onze ogen elkaar kruisten. We moesten tegelijk op school zijn. Lopend naar de ingang zag ik haar in de spiegeling van de deur. Ik probeerde naar haar te glimlachen. Zag ze het? De deur hield ik voor haar open en ik weet dat ze een knipoog gaf: 'Dankjewel!' Zo graag had ik haar hand willen vasthouden. Ze houdt niet van publiciteit, meen ik, net als ik. Daarnaast wachtten haar vriendinnen al op haar, giechelend terwijl zij nog een schattige glimlach liet zien. Toen kwamen mijn vrienden ook en zij begonnen gesprekken over van alles. Haar heb ik die dag niet meer gezien.

Maar nu staan we tegenover elkaar en ik stel voor om samen te wandelen. Naast haar en mij is er niemand in dit parkje te bekennen.
'Ik heb het koud,' zegt ze, alsof ze niet wil, maar dan leunt ze zich tegen me aan. 'Snel dan.' Ik wil haar hand vasthouden, maar twijfel.
'Nou, waar wacht je op?' vraagt ze. En ik pak haar hand.
Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 319

(De gemiddelde waardering is 3 door 2 stem(-men)

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Het syndroom van Asperger

Geschreven door Han Maas. Geplaatst in Kort verhaal.
Ik schrijf nu een verhaaltje dat ik niet wil schrijven. Het kan alle kanten opgaan. Tegen ook mijn (schrijf)regels in, laat ik het niet gebeuren, maar vertel ik het; al moe...
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

 Een leugentje om bestwil.

15, mei, 2020 Jan Boxem

Een sprankje hoop

07, mei, 2020 Esther Goesinne
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!