Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 

99 Hits

Publicatie op:
De waarheid van Kloos

‘Je hoeft niet bang te zijn in het donker. Echt niet, lieverd.’

Ik vond Marijke de hele avond ontzettend spannend, maar nu blijkt ze toch een andere spanning te brengen, dan ik had gehoopt. Ik kijk richting het gesnotter en zie dat de vrouw tegenover me niet echt gerustgesteld is door mijn woorden.

‘Ik wil het risico gewoon niet lopen.’

‘Het is maar een voetgangerstunnel en het licht is er toevallig stuk. Kom op zeg, daar is toch niets engs aan en daarnaast: ik ben bij je.’

Ik probeer niet geïrriteerd te klinken, maar ik ben er niet zeker van of me dat lukt. Deze avond loopt opeens heel anders dan ik een half uurtje geleden nog had gedacht. In ’het Wapen’ leek het erop dat we rond deze tijd al samen in mijn bed zouden liggen of op zijn minst met een wijntje in de hand op de bank tegen elkaar aan gekropen zouden zitten.

‘Maar het zwart…’

‘Die tunnel?’

‘Het zwart, dat is de dood.’

‘Nee, het is gewoon een donkere tunnel en zoals met alle tunnels en zelfs met het leven; er is licht aan het einde van de tunnel.’

‘Dat is er niet! Wij zijn het licht en buiten dat licht, buiten ons leven, is er enkel de dood.’

Hoppa, daar is ‘ie: de doodsteek van mijn romantische avond. Mijn God, heb ik weer, een gek aan de haak geslagen.

‘Weet je wat? Draai je maar om en ga naar huis of naar de kroeg terug, om mijn part.’

Ik hoor de teleurstelling van mijn eigen stem afdruipen.

‘Je gelooft me niet?’

‘Ach, hou toch op.’

‘Waarom geloof je me niet?’

Zelfs snikkend en snotterend blijft Marijke wel een mooie vrouw. Ik weet dat ik hier en nu weg zou moeten lopen, toch kijk ik haar nog even aan.

‘Wacht maar, ik laat het zien.’

Ze voelt zich schijnbaar aangemoedigd door de blik in mijn ogen. Plotseling lijkt de jonge vrouw vastbesloten mij te overtuigen van haar waanbeelden. Als reactie begin ik me om te draaien. Zij schreeuwt plotseling:

‘Stop!’ 

Haar overslaande stem maakt dat ik als het ware bevries in het midden van mijn beweging, mijn mond half open, mijn armen half geheven, mijn torso half gedraaid. Met zachte stem vervolgt ze:

‘Ken je Kloos?’

‘De dichter?’

Ik ontspan me een beetje en neem weer een iets gemakkelijkere houding aan.

‘Ja, mijn moeder citeerde me vroeger altijd één van zijn regels: een ieder is die God in het diepst van zijn gedachten en zit in het binnenst van zijn ziel ten troon.

Ja hoor, een intellectuele gek, het kan niet op vandaag, die zijn het ergst, want die blijven maar doorpraten.

Vlak voor me vouwt Marijke haar handen met een blik in haar ogen alsof ze God zelf hiernaartoe zal roepen om me te overtuigen. Haar armen verkrampen en ze zet daadwerkelijk veel kracht, want haar vingertoppen en knokkels kleuren wit van de inspanning.

‘Weet je, ik moet echt gaan.’

Ze hoort me niet of in ieder geval trekt ze zich niets van mijn woorden aan. Tergend langzaam haalt ze haar handpalmen uit elkaar, terwijl haar vingertoppen als twee klauwen met de nagels aan elkaar vastgenaaid, contact blijven houden. Vreemd genoeg beangstigt het me een beetje, het beeld van deze vrouw die hier in stilte en in grote spanning voor me staat.

Tussen haar handpalmen verschijnt een minuscuul klein lichtpuntje. Een koud wit licht, zo geconcentreerd dat het ervoor zorgt dat de nabije omgeving van het licht nog duisterder lijkt. Sterker nog, ze trekt nu ook haar vingertoppen van elkaar, zodat haar handen een kom vormen, waar een kleine vijf centimeter erboven een heel klein bolletje vuur in de lucht hangt. Langzaam wordt een grotere bol zichtbaar, een dikke zwarte rand vult de lucht rond het kleine lichtpuntje, de aanblik heeft iets onheilspellends. Als ik beter kijk, zie ik dat de zwarte rand de lucht niet vult, maar juist opzij duwt. Het is ruimte zonder iets, het is de meest absolute vorm van leegte die ik ooit heb gezien en toch is het krachtiger dan de lucht eromheen.

‘Het zwart, dat is de dood, geloof me maar.’

Verbijsterd kijk ik haar aan.

‘En dat licht?’

‘Dat is de creatie.’

‘En jij…?’

Ieder is die God in het diepst van zijn gedachten.

Marijke kijkt me glimlachend aan. Een vergeten traan nog halverwege haar wang.

Ik glimlach onzeker terug.

‘Je beseft het nog niet, hè?’

Ik schud de glimlach van mijn lippen.

‘Nee.’

‘Dit zijn wij.’

Haar blik beweegt van het zwarte zwevende niets boven haar handen via de duistere tunnel naar de donkere hemel boven ons.

‘In de ruimte is geen leven mogelijk, de ruimte is de dood, gecreëerd tegelijk met het leven en gedoemd weer tot elkaar te komen.’

In de zwarte bol in haar handen zie ik miljoenen, nee, miljarden lichtjes verschijnen. Zonnen, sterren, melkwegstelsels, omzwachteld door het zwart, omringd door de dood, een Mortiversum.

‘Een heelal in mijn hand en de onzekerheid van: wie houdt ons lot in handen?’

‘God?’

Ieder is die God.

De bol in haar handen groeit en groeit, tot het zo groot is als een basketbal.

‘Hun tijd is om.’

In ongeveer vijf seconden slinkt de bol tot het kleinste puntje dat ik me voor kan stellen en direct daarna verdwijnt het helemaal. Het laatste dat ik zie: een stipje van het zuiverste zwart.

Verbluft kijk ik Marijke aan. Zij kijkt niet naar mij, maar naar de donkere voetgangerstunnel. Ik volg haar blik en zie het nu ook.

‘We lopen om.’


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "De waarheid van Kloos"