Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 728

De terugkeer

Er hangen witte nevelslierten in de lucht als hij de piepende deur van de boswachterswoning opent. Rakker rent blij naar hem toe en drukt zijn natte neus tegen zijn groene broek. Het bos ligt als een trouwe vriend op hen te wachten – bekend en toch altijd weer geheimzinnig.

Hij aait de hond over zijn rug en ziet hoe hun beide ademstoten witte wolkjes achterlaten in de koude lucht. “Kom jongen, tijd voor ons eerste rondje!” Het dier loopt naast zijn baas, stil, zonder te blaffen.

Arnold staat regelmatig stil. Alle pootafdrukken worden bekeken. De reeën in de bosweide zijn zo aan hem gewend, dat ze rustig verder grazen na even oplettend de kop op te hebben geheven. Bij de grote boom roept hij, zoals elke ochtend. Hij hurkt en houdt de nootjes in zijn hand. Het duurt niet lang of de eerste eekhoorn rent langs de boomstam. Natuurlijk weet de jonge boswachter dat de diertjes zijn voedsel niet nodig hebben. Maar hij geniet van het schouwspel, iedere dag opnieuw, als sinds hij een kind is en hier met zijn vader liep.

Bij het bosmeer draaien ze om. Het is erg modderig na de regenbui van gisteren, hoewel een deel van de modder licht bevroren is. Hij begint trek te krijgen in zijn ontbijt en een warme mok koffie. Bij de grote tamme kastanjeboom verzamelt hij de vruchten die afgelopen nacht zijn gevallen. Hij zal ze dadelijk pellen en dan lekker met zout bestrooid roosteren boven het vuur.

Als hij terug is bij het reeën weiland, ziet hij tot zijn verbazing dat de dieren in paniek wegspringen. Alleen hun grappige witte konten zijn nog te zien. Hij hoort het gekraak en gesteun van een wandelaar, uit de richting van het bospad dat van links komt. Het enige paadje dat hij nooit inslaat...

Arnold kijkt verwonderd naar de vrouw. Er komen hier zelden mensen, en zeker niet 's ochtends vroeg en uit die richting. Ze ziet er oud uit, met heel veel rimpels en mooie grijze haren die onder haar regenhoed uitpiepen. Maar haar ogen stralen als die van een kind. Ze heeft een pak op haar rug, net als de mensen vroeger, en in haar hand houdt ze een lange stok om op te steunen.

Ook zij staat stil. Lange seconden staan ze daar en kijken elkaar aan. Het is alsof heel het bos de adem in houdt. Rakker draait vragend zijn kop naar het baasje toe. Maar de baas is stil en staart.

Dan beseft hij pas hoe onbeleefd hij is. Ze ziet er vermoeid uit, wie weet van hoe ver ze komt. Hij kucht en verbreekt de stilte. “Goedemorgen mevrouw, u bent er vroeg bij!”

Ze kijkt hem aan met die wonderlijke stralende ogen en antwoordt: “Ach, mijn jongen, wat is vroeg? Ik ben te laat gekomen, veel te laat.”

Weer staart hij haar aan en opnieuw kucht hij voordat hij zijn vraag stelt: “Mag ik u vragen waar u vandaan komt?”

“Ik kom uit het verleden jongen, uit tijden die vergaan zijn.”

Hij gelooft niet in spoken en de vrouw heeft ook niets weg van een geest. Arnold besluit haar uit te nodigen in zijn eenvoudige woning. Ze hijst het pak beter op haar rug en loopt met hem mee.

Als ze bij het oude stenen huis zijn gekomen staat ze stil. Ze kijkt rond en zucht, maar ze zegt niets.

In het bos begint langzaam de zon het te winnen van de kou. Een paar vogels schetteren in de lucht, een paar noten vallen met harde ploffen uit een boom. Rakker heeft zijn kop op de poten gelegd in de ingang van zijn hondenhok, maar hij houdt de indringer nauwlettend in de gaten.

Ze strijkt met haar hand over de muren van het huis en plukt automatisch wat onkruid weg uit de tuin. Arnold neemt het pak van haar over. Bovenop zit een groot plastic kleed, de rest kan hij niet zien. “Komt u binnen. Lust u koffie? Hebt u al ontbeten?” Het zijn veel vragen voor de zwijgzame jongeman. Ze knikt als antwoord en neemt plaats in de grote leunstoel die altijd leeg staat. Zijn vader zat altijd in de schommelstoel voor het raam die nu zijn plekje is geworden.

Terwijl hij nog wat hout op de kachel gooit en de koffie staat te pruttelen, begint de vrouw plotseling te praten. Hij kent haar niet, dat weet hij zeker. En toch lijkt ze zo bekend.

“Ik kon niet slapen” zegt ze met een vermoeide stem. “Ik kan meestal niet slapen, maar nu met de volle maan helemaal niet. Toen heb ik besloten om het niet langer uit te stellen. Ik heb al te lang gewacht mijn jongen, veel te lang...”

Hij zet twee dampende mokken koffie op de houten tafel, daarnaast de zoute gepofte kastanjes en grote hompen brood. Verse boter en een kan melk maken het ontbijt compleet. De jonge boswachter vouwt zijn handen, zegt een kort gebed en ziet door zijn wimpers dat ze mee bidt.

Een tijd lang eten en drinken ze zonder te spreken. Dan zet ze haar beker en haar bord op tafel en kijkt hem aan. “Het spijt me zo Arnold, ik schaam me zo.”

Hij had haar zijn naam nog niet gezegd en kijkt haar verwonderd aan.

“Ik heb het gehoord over je vader, ze hebben het me gelijk verteld. Maar ik ben niet naar de begrafenis gekomen. Ik kon niet...” Haar stem stokt en er staan tranen in haar ogen.

“Is hij goed voor je geweest?”

Hij weet niet wat hij zeggen moet. Hij weet niet wat zij weet. En dus zwijgen ze allebei.

“Ik had je mee willen nemen destijds, maar ik maakte geen kans.” Ze haalt een doosje uit haar zak en neemt er een erg bekend tabletje uit. “Ja, ik neem ze ook mijn jongen. Ze zeggen dat het niet erfelijk is, maar ik weet wel beter. Ze zeggen dat onze opa het ook had, maar niemand wilde er over praten. Ik neem de pillen allebei en altijd... Hij deed dat niet. Alleen als hij depressief was, dan wist hij dat hij hulp nodig had. Maar in zijn manies voelde hij zich zo geweldig dat niemand hem moest vertellen dat hij medicijnen nodig had. Je moeder...” Ze slikt en maakt haar zin niet af.

Arnold hangt nu aan haar lippen. Eindelijk iemand die hem begrijpt, eindelijk iemand die hij vertrouwt.

“Hebt u mijn moeder dan ook gekend?” vraagt hij met een aarzelende stem. Hij wil ineens zo veel vragen. “Wie bent u? Waar komt u vandaan? Waarom bent u niet eerder gekomen?” Maar de andere vragen stokken in zijn keel.

“Heb je het kruisje gevonden?” vraagt ze terug.

Hij weet niet waar ze het over heeft en schudt van nee.

“Kom”, zegt ze en pakt zijn hand. Ze doen hun jassen weer aan en gaan naar buiten. De zon heeft het gewonnen van de kou. Een paar mussen scharrelen door de droge bladeren. Een eekhoorn schiet de boom in. In de lucht krast een Vlaamse Gaai. Hij haalt diep adem en wacht op wat komen gaat.

Ze leidt hem terug naar het bospaadje. Het paadje dat van links komt. Zijn vader had hem altijd verboden om dat pad in te slaan en hij had nooit geweten waarom. Rakker rent vrolijk achter hen aan. Hij houdt van wandelen en voelt de spanning niet.

De eeuwenoude eikenboom kijkt krakend op hen neer. Als bomen toch eens konden spreken... Precies hier, iets na de kruising, bij de ingang van het pad had Arnold hem gevonden: zijn vader. Het jachtgeweer was uit zijn handen gevallen. Hij lag daar als een laatste boodschap dat dit pad verboden is. Arnold was geschrokken, ontzet geweest. Maar ook opgelucht, vreselijk opgelucht dat het eindelijk voorbij was. En tegelijk schaamde hij zich zo dat hij opgelucht was. Het was zacht gaan regenen en het had aangevoeld of de druppels alles weg wasten. Alle pijn, alle schaamte, alle roddels uit het dorp. Maar hij moest hulp gaan halen.

En nu staat hij weer hier, hand in hand met de vreemde bekende vrouw. Ze trekt hem mee het pad in. Hij volgt haar. Het hele bos is zijn verantwoordelijkheid als boswachter en hij doet zijn werk goed, maar hier begint de wandelweg overwoekerd te raken door lange brandnetels en ander onkruid. Ze klauteren over een omgevallen boom en ploegen een stukje door het hoge gras als er een grote plas op de weg staat. Haar voetstappen van die ochtend zijn er nog duidelijk te zien. Bij een kleine weide met prachtige wilde bloemen staat ze stil. Ze trekt hem mee van het paadje af. Hij volgt haar en ziet de voetstappen die ze die ochtend heeft achtergelaten.

Achterin de weide, bij de rand van het bos, staat een houten kruisje.

“Hier is het”, zegt ze bijna fluisterend.

“Mama?” vraagt hij.

Ze knikt.

Zwijgend lopen ze terug.

Zelfs de hond is ongewoon rustig.

Ze hebben veel om over te praten die avond.

Papa's ziekte, die zij zo goed kent en begrijpt. Hoe mama plotseling verdwenen was. Hij kende de roddels uit het dorp, dat hij zo veel mogelijk vermeed, maar antwoordde altijd dat mama weg was gegaan. En toch had hij dit eigenlijk nooit geloofd.

Zijn vader was razend op zijn moeder geworden – vertelt ze – toen ze hem in zijn manie stiekem medicijnen had geprobeerd toe te dienen. Hij liet zich niet behandelen als een kind, ze onderschatte hem. Hij was de baas en niet zij.

Hun spaargeld had ze weggestopt, de andere vrouwen geprobeerd te negeren. Als het kind er niet geweest was, was ze al lang weggegaan.

Op die vreselijke dag had haar broer haar gebeld, vertelt de vrouw. En toen, met een zucht, voegt ze er aan toe dat ze zijn tante is, de oudere zus van haar papa.

Hij had haar alles verteld en zij had niet geweten wat ze doen moest. Als hij spijt had, liet hij altijd anderen de rommel opruimen. En ze had het nog gedaan ook. Sinds die tijd sliep ze niet meer, ook al nam ze iedere dag trouw haar medicijnen in.

Uit het pak komen oude foto's en ze vertelt, tot ze bijna geen stem meer heeft.

Het is al laat als hij haar met de jeep naar huis brengt.

Hun gesprek is afgelopen. Beiden zitten zwijgend naast elkaar in de auto. Hij is niet boos op haar. Hoe vaak had hij niet geprobeerd goed te maken wat zijn vader had verknoeid? Hij legt zijn rechterhand op haar knie en zonder woorden begrijpen ze elkaar.

De volgende dag begint Arnold het bospad op te ruimen. Zijn trouwe maatje rent in het bos, om steeds weer bij hem terug te keren.

Al het onkruid wordt gekapt, de grote boom van het pad verwijderd. Hij schildert opnieuw de kleuren op de bomen van de wandelroute. En hij verwijdert het kruis, zodat geen wandelaar het ooit toevallig zal kunnen ontdekken.

Het voelt alsof hij van binnen heeft opgeruimd. Zijn leven kan opnieuw beginnen.

Uit de lucht vallen de eerste sneeuwvlokken en al snel wordt alles wit, witter dan het in vele jaren is geweest.

 

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Janneke De Leeuw van Weenen
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 305
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "De terugkeer"

Geschreven door Janneke De Leeuw van Weenen . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
22.08.20
Feedback:
Waarschuwing vooraf: Mijn kritiek is vaak verlammend en daardoor zelden leerzaam.
Je gebruikt simpele woorden. Slechts een enkele maal waag je je aan een gezochte vergelijking (bos als trouwe vriend). Op die manier voorkom je misverstanden over de grote lijnen: Tante komt onverwachts langs bij neef en onthult de doodsoorzaak van diens vader.
Het zijn vooral de details, waarmee ik problemen heb: verse voetsporen op de bevroren grond; prachtige wilde bloemen in de vroege winter; onprofessionele boswachter, die een deel van het terrein mijdt (bos toch geen vriend!); wel bidden voor het ontbijt, maar moeder geen christelijk graf gunnen; raar begroetingsgesprek (antwoord: “Uit tijden die vergaan zijn” in plaats van: “Ik ben je tante, mallerd”).
Hier wil ik het voorlopig bij laten. Ik hoop, dat je er wat aan hebt. O ja, kijk ook nog even naar de derde alinea: '(...) als sinds hij een kind is (...).
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    40%
  • Passend in deze rubriek:
    60%
Show more
2 van de 2 lezers vond deze review nuttig
  • Janneke De Leeuw van Weenen 22.08.20
    Kritiek is voor mij niet verlammend hoor Hans, voor mij werkt geen kritiek krijgen verlammend! Ik ben hier namelijk om te leren. Hartelijk bedankt dat je het gelezen hebt en ik hoop dat mijn volgende verhaal beter wordt!
18.07.20
Feedback:
Correctie tgv oude waarderingen.
  • Lezenswaardig:
    70%
  • Passend in deze rubriek:
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...