Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 

61 Hits

Publicatie op:

Op zoek naar schrijfwedstrijden?

De Sociale Vlinder

De nachtelijke rust van de wijk werd verstoord door zes gepantserde wagens die een straat in raasden en halt hielden voor een alleenstaande woning.

De speciale eenheden sprongen uit hun wagens. Een soldaat schopte de deur open en de agenten verplaatsten zich via de gang naar de living. Het interieur leek in alle opzichten op dat van een normale middenklasse. Het was voor de agenten onbegrijpelijk hoe zulke burgers zo’n verderfelijke misdaad konden begaan. Maar het was de taak van de inspecteurs om de gedachten van zulke schepsels te ontrafelen. Zij moesten gewoon de criminelen vatten.

Ze liepen de keuken binnen. Via de glazen schuifdeur die uitkeek op de binnentuin, aanschouwden ze een gruwelijke scene: vier jongvolwassenen aan een tuintafel die al lachend bier zaten te drinken. De muziek uit de draadloze speaker die op de tafel lag, vervolmaakte het afgrijselijke spektakel.

De getrainde speciale eenheden herstelden zich snel van de shock. Ze braken het glas. De op heterdaad betrapte criminelen probeerden nog snel op te staan en te vluchten, maar werden murw geslagen, tegen de grond gedrukt en geboeid.

De wakker gemaakte buurtbewoners keken ontzet toe terwijl drie mannen en een vrouw uit het huis werden geleid en in aparte wagens werden geduwd. Een oude dame die op de drempel van haar open deur stond, sloeg haar handen voor haar mond. Ze had nooit gedacht dat haar buur tot zoiets in staat was. Een jong kind van acht jaar oud keek toe van achter de ramen. Zijn jonge hersens waren nog te jong om te begrijpen wat er zich aan het afspelen was, maar de gebeurtenissen van die nacht hadden al een plaats gekregen in zijn onderbewustzijn. Later in zijn leven zou de jongen therapie nodig hebben om alles te verwerken.

***

Inspecteur Huys nam de details van de zaak nog eens door met een uitdrukkingsloze expressie. Het was een act. Zelfs voor de 58-jarige veteraan was dit psychologisch erg zwaar. Door het glas observeerde hij de jongeman die alleen in de ondervragingskamer zat.

Arne Plasman. Een 22-jarige uit Sint-Martens-Latem. Enig kind van twee ouders. Net als elke jongere tussen de achtien en vijfentwintig ontving hij 60 sociale credits elk jaar waarmee hij aan sociale gebeurtenissen kon deelnemen. Twee weken geleden had hij zelfs nog acht credits uitgegeven aan een kappersbeurt in Gent. Geen noemenswaardige incidenten op zijn naam, geen strafblad, geen enkele aanwijzing van asociaal gedrag. ‘Wat bezielde de jongeman toch?’ was de eerste gedachte die in hem opkwam.

Maar zonet had de inspecteur schokkende nieuwe informatie gekregen. Deze jongeman was geen brave burger die gemanipuleerd werd om zoiets te begaan. Integendeel, meneer Plasman was een ontspoorde mensenmens. Een lolmaker. Een verachtelijke sociale vlinder die zijn medemens aanzette tot gruweldaden.

De inspecteur haalde diep adem en trad de kamer binnen. Hij zat neer.

Na een korte stilte begon Arne het gesprek.  “Ik heb mijn schuld bekend. Waarom moet ik nog ondervraagd worden? Stuur me gewoon naar de bak.”

Inderdaad, als iemand zonder strafblad kon hij binnen de vijf jaar al thuiskomen indien hij zijn kaarten goed speelde bij de rechtbank. Met goed gedrag zou de jongeman zelfs na twee jaar al terugkeren in de maatschappij. De gedachte alleen al maakte de inspecteur ziek.

De vijftiger vouwde zijn handen. “Geduld, meneer Plasman. Laten we even de zaken overlopen. Op 16 februari organiseerde u een tuinfeest rond tien uur ‘s nachts, wat op zich al niet mag. U nodigde drie medeplichtigen uit, en was van plan om ...” de inspecteur aarzelde even. “... het feest illegaal voort te zetten binnen.”

Arne ontkende dat. “We gingen de hele nacht buiten zijn.”

Natuurlijk zou hij dat niet toegeven, dacht inspecteur Huys. Het verschil tussen een feest buitens- en binnenshuis was even groot als dat tussen doodslag en moord op voorbedachten rade.

Subtiel schakelde hij over naar een informelere toon.

“Dus niemand heeft gebruik gemaakt van het toilet in je huis?” Vroeg de inspecteur.

“... Enkel mijn knuffelcontact, Alisa.”

“Het forensisch team is nochtans je tuin gaan onderzoeken. Er is geen enkele urinespoor gevonden.”

Arne haalde nonchalant zijn schouders op. “Mijn vrienden hebben een grote blaas, zeker?”

De inspecteur had het al gevraagd aan de monitoringsdienst, maar er waren geen luchtdrones in de buurt die nacht. Daarmee kon hij hem niet pakken.

“Ik zie het punt niet van deze ondervraging. Mag ik weg?” vroeg Arne met een provocerende glimlach. “Mijn vrienden zullen me een tijdje moeten missen, maar ik kan niet wachten tot ik weer onder de mensen kom.”

Het grote probleem in de Belgische wetgeving was dat enkel de organisator een echte celstraf kreeg. De medeplichtingen kregen enkel een boete van 18.000 euro en 24 maanden voorwaardelijk.

Het was tijd om die glimlach van zijn smoel te vegen.

“Je hebt gelijk dat we je in deze zaak enkel bioterrorisme in de buitenlucht ten laste kunnen leggen, meneer Plasman. Maar ... is dat heus je enige misdaad?”

Arne fronste onbegrijpend.

“Op 8 Januari nam je alleen de trein naar Oostende om 10u35 als deel van je jaarlijkse solovakantie.”

Het gezicht van de jongeman vertrok lichtjes, maar hij herstelde zich snel. “Dat kan best zijn.”

“Is er niets gebeurd tijdens die treinrit?”

Geen antwoord.

“Echt niets, meneer Plasman?”

Voor het eerst werd Arne onrustig. “Ik heb geen idee waarover je het hebt.”

“Zoals je weet, gelden er speciale regels op de treinen. Een van die regels is de zogezegde raamzitregel.”

Hij legde een ontsmet, geplastificeerd A4’tje op tafel.

---

DE RAAMZITREGEL

Passagiers die vertrekken naar kustbestemmingen, moeten aan het raam zitten. Deze regel is niet van toepassing indien er wordt voldaan aan twee van de drie volgende voorwaarden:

  • De passagier maakt gebruik van de trein op een weekdag tussen ofwel 6:14 en 8:37, of 21:03 en 23:35.
  • Het aantal passagiers in een bepaalde wagon bedraagt minder dan 19.67% van het totale aantal beschikbare zitjes voor die wagon (afgerond naar beneden, behalve op feestdagen).
  • De druktebarometer voor de kustbestemming in kwestie was ten tijde van het vertrek groen of lichtgroen.

Er bestaan twee uitzonderingen op deze uitzonderingsclausule:

(1) De trein is niet van het nieuwe in 2022 ingevoerde type M2020 (of nieuwer) en bezit bijgevolg onvoldoende ventilatievermogen.

(2) Er bevinden zich in totaal drie of meer mensen in de rij voor, achter, naast of diagonaal tegenover die van de passagier in kwestie.

---

Arne wierp een blik op het document. “En dan? Ik volgde de regels. Ik mocht op het zitje aan het gangpad zitten.”

“Doe niet alsof je neus bloedt. Je wist dondersgoed wat je aan het doen was. We hebben de conducteur van dienst ondervraagd. Zelf herinnert de arme man zich niets, maar gelukkig is elke conducteur verplicht om een verborgen camera bij zich te dragen.”

De jongeman werd bleek.

De inspecteur legde een foto op tafel. “Wat heb je hierop te zeggen?”

Het was een ietwat wazig beeld, maar het toonde duidelijk hoe een moeder met zijn kind diagonaal achter Arne zat. In de rij vóór hem zat een oude man de Metrokrant te lezen.

De jongeman balde zijn vuisten samen. “K-Kinderen tellen niet ...”

“Ga jij nu zo’n flauw excuus verzinnen? In de regel staat duidelijk het woord ‘mensen’. Kinderen zijn bij mijn weten ook mensen. Misschien denk je daar anders over, meneer Plasman. Misschien zijn de levens van anderen voor jou niets waard.”

Hij keek Arne recht in de ogen. “Je denkt enkel aan jezelf.”

“Jullie zijn allemaal gestoord!” snauwde Arne. Hij stond abrupt recht en probeerde zich te smjiten op de inspecteur. De oude man ontweek hem behendig. Twee bewakers stormden de kamer binnen en hielden hem in bedwang.

Arnes gezicht was vertrokken van woede. “Jullie snappen er niets van! Deze hele maatschappij is verrot! Jullie dwazen leven allemaal in een bubbel!”

De jongeman ging als een wild beest tekeer. De agenten smeten hem tegen de grond.

“Er zal een dag komen! Een dag waar mensen massaal zullen bijeentroepen, elkaar zullen betasten, aanraken, plezier maken!” 

 Die woorden ... Nu viel alles op zijn plek. Arne was lid van een extreem-sociale beweging.

Hij liep naar de jongeman en rolde zijn mouw op. Hij greep Arnes arm en zocht naar iets. Het was te vinden op zijn onderarm: een tattoo van een blauwe vlinder.

“De socioterreurgroep de Sociale Vlinder,” zei de inspecteur zacht. Hij vloekte toen hij besefte dat Arnes vrienden al vrijgelaten waren.

Een glimlach keerde terug op Arnes gezicht. “Geniet van deze sociale orde nu je nog kan. We gaan ze omverwerpen.”

Huys moest onwillekeurig slikken. Deze zaak was nu veel te groot geworden voor hem.

“Contacteer de anti-terreurdienst,” zei hij tegen de agenten die Arne uit de kamer sleurden. “En spoor snel zijn vrienden op.”

De inspecteur ging even zitten op een stoel om te bekomen. Drie socio-extremisten op vrije voeten. Als ze niet snel gevonden werden, dan waren de gevolgen niet te overzien.

Ze konden op dit eigenste moment al plannen maken om pret en vertier te zaaien.

Een illegaal feest.


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "De Sociale Vlinder"

© Wouter Jacobs
02.06.21
Feedback:
Met plezier gelezen.
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig