Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Kort verhaal
Inzendingen: 893
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."

De ooms en tantes van de Helmholtzstraat

bio was logisch
de melk had een blauwe dop
en ik was nog groen

 

‘Hè, altijd tegen etenstijd.’ Ik hoor het mijn moeder zo weer zeggen. Bertus stopte dan ‘s zomers met zijn ijskarretje op de hoek van de Helmholtzstraat en de Finsenstraat. Twee wafels met een schijf vanille- of bananenijs; van een dubbeltje of een kwartje. Een heerlijk gezicht als hij een nieuwe staaf in de houder liet glijden.

      Alle zomers waren warm. Thuis heb ik geen ansichtkaart waarop een kar met paard, maar wel foto’s: van een pony voor een fruitkar: Tommie. Van de Helmholtzstraat met slechts een paar auto’s. Van het landje met de boerderij waarop later Albert Heijn werd gebouwd. Van de tuinen die nog gras hadden en nog niet ontsierd werden door allemaal verschillende erkers. Zelfs geen schuurtjes.

      Het was de tijd waarin de buurman ‘oom’ en de buurvrouw ‘tante’ heette. Oom ging naar zijn werk en tante deed het huishouden, boodschappen bij de groenteman, de slager en de kruidenier. En op maandag de was met… een wasmachine! ‘s Middags wachtte ze met een kopje thee op de kinderen. Oom had net zijn eerste DAF 33 aangeschaft die hij iedere zaterdagmiddag waste.

      De melkboer, die zich door veranderende tijden ‘melkman’ ging noemen, bracht de melk aan huis en de bakker het brood. De kippenboer kwam wekelijks langs met zijn oude Ford Transit (zonder koeling!). De harmonicaman liep ‘s avonds door de straat en speelde zijn deuntjes. Om beurten gooiden mijn zusje en ik wat muntjes in een papiertje van het balkon af naar hem toe. De hond rook de schillenboer al van ver aankomen.

      ‘Pas op, de Kip,’ of ‘de Juut,’ waarschuwden we elkaar. We mochten op de hoek niet voetballen. Menig keer kwam er een Volkswagen Kever langs: deur open, bal in beslag genomen. Of er kwam een ‘stille’ langs op de fiets. Een wijkagent avant la lettre, maar dan in burger, zal ik maar zeggen. Die sprak ons dan op dreigende toon aan. Hij zou ons wel meenemen naar het bureau. Ik zie hem nog rood worden toen een jochie zei: ‘We kunnen nooit allemaal achter op uw fiets.’ Geen gevoel, zeker niet voor humor.

      Het was een feest als je zomers na het eten nog even buiten mocht spelen. Spelletjes als stand in de wand, stoepranden, verstoppertje of spoorzoekertje waren onze ‘games’ waar we alleen een bal, krijt en elkaar voor nodig hadden. Meer dan dertig kinderen woonden er in te kleine huizen die groot genoeg moesten zijn.

      Op de hoek van de Fraunhoferstraat en de Middenweg had een kale man met een snorretje een drogisterij: ‘Snorretje’. Een plank met vergeelde pakken waspoeder en een glazen snoeptafel. Geduldig wachtte hij totdat je eindelijk naast zoethout voor een cent de rest van je zakgeld zou uitgeven aan drop, zwart op wit, een stroopsoldaat of kauwgom. Dik werd ik er niet van. Wel iets zwaarder door het amalgaam dat tandarts Kroese, van de Middenweg even verderop, in mijn kiezen propte.

Alle winters waren koud. Iedere kerstvakantie sneeuwde het en bouwden we sneeuwhutten.

      Het was eind 1962, begin ’63. Ik dacht dat de Jaap Edenbaan er altijd al was geweest, maar die bleek pas een jaar daarvoor te zijn geopend. Aan de kant van de baan schuifelde mijn moeder op lage suède laarsjes met spekzolen. Ze was een soort juk met emmers: mijn zusje en ik hingen aan haar armen. Als de een op de been bleef, ging de ander wel weer onderuit. Het was de winter van Elfstedentochtwinnaar Reinier Paping, voor mij nog altijd de personificatie van ijspret en vooral heroïek. De Linnaeusparkweg werd opgebroken om te worden geasfalteerd (nu liggen er weer klinkers), maar het begon streng te vriezen. Met tuinslangen werd de straat opgespoten zodat we een perfecte ijsvloer hadden. In mijn herinnering heeft het wel maanden geduurd… Op mijn houten schaatsen heb ik daar en op de ijsbaan leren schaatsen.

      In de bocht van de ijsbaan bij het restaurant stond destijds de oliebollenkraam. Mijn zusje en ik kochten oliebollen zonder krenten en rozijnen: die waren goedkoper. Van het geld dat we daarmee uitspaarden, kochten we er nog twee. Toen we ouder werden, reden we rondjes met muziek van een nieuwe popgroep: de Beatles. De ijsbaan werd het podium van verliefde tieners. Tieners zonder Facebook maakten hier échte vrienden en vriendinnen: ‘volgers’ en ‘likers’ genoeg.

      Toen tijdens de feestdagen een buurmeisje en haar ouders verongelukten, begon de eeuwige sneeuw van mijn jeugd te smelten.

   De authentieke Jaap Edenbaan waar de ouderwetse prikkabel met de lampjes als een parelsnoer in de wind danst. De baan die ik af en toe verguis als het dagen achtereen regent, moet nooit overkapt worden. De baan waar BN’ers kwamen voordat ze zo heetten: Anneke Grönloh kreeg er koude voeten na Brandend Zand. Die baan mag nooit verdwijnen voor huizenbouw, bedacht door een of andere bewindsvoerder die niet eens in de Watergraafsmeer woont. Het Science Park aan de Kruislaan, waar ik de hoge bomen nog heb zien staan, is al erg genoeg.

      Hoog Sammy kijk omhoog Sammy want daar is de blauwe lucht

   Mijn rondjes zitten er weer op. Op het bankje in de buitenlucht maak ik minutieus mijn dure klapschaatsen droog. Alles is nieuw, alles is gemoderniseerd. Over de Kruislaan loop ik langs de Linnaeusparkweg naar de Helmholtzstraat. De laatste authentieke huurster is onlangs overleden. De ooms en tantes zijn voorgoed verdwenen. Huurders deden blijkbaar iets verkeerd. Kopers die ontevreden iedere muur slopen en erkers bouwen voor hun woongenot zijn nu op de voor hen goede weg. Studenten bevolken de hele Watergraafsmeer en zorgen voor de nodige overlast. De melkboeren en bakkers aan huis zijn uitgestorven. Je breekt je nek over de fietsen of de fietsers breken haast jouw nek als ze op de stoep fietsen met hun ogen gericht op hun smartphones.

      Ik steek mijn sleutel in het slot van mijn ouderlijk huis en denk toch even aan Wim Sonneveld.

      De nieuwe tijd, net wat u zegt. Ik was een kind, hoe kon ik weten dat dat voorgoed voorbij zou gaan.

Dit artikel delen?

Publicatie op .
Hits: 176

geef een waardering voor: "De ooms en tantes van de Helmholtzstraat"

Geschreven door Han Maas . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
20.08.20
Feedback:
U schrijft prachtig. Een warm verleden, wat is er veel veranderd.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Han Maas 21.08.20
    Dank je hartelijk, Nicole. Dat je 'u' tegen mij zegt, maakt het nog nostalgischer. Zeg maar 'je' hoor.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !