Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 700

DE MISDAAD VAN POIROT

PROLOOG

Het jaar 2014 is bijna voorbij. Dat kan u niet ontgaan zijn. Mijn toekomst duurt waarschijnlijk korter dan mijn verleden, want ik heb inmiddels de eerbiedwaardige leeftijd bereikt, waarop staatslieden hun memoires te boek stellen. Ook ik heb er behoefte aan mijn herinneringen vast te leggen. Het broze lijf takelt af. Daaraan is weinig te doen. Ik hoop door te schrijven mijn hersens in elk geval lenig te houden. Aan vijfhonderd woorden zal ik waarschijnlijk niet genoeg hebben. U bent gewaarschuwd.

Ik heet Bettina Olyslager en tegenwoordig leid ik een onopvallend bestaan in Ter Apel. Dat was vroeger anders. Eind jaren zestig van de vorige eeuw verliet ik het ouderlijk huis met slaande ruzie. Ik vertrok naar Amsterdam en kreeg avontuurlijke vrienden. We leefden volgens het immorele beginsel Ik heb, dus ik ben. Bijgevolg namen wij het niet zo nauw met de wet en hadden weinig op met het gezag- geheel in overeenstemming met de tijdgeest.

Ik zag er leuk uit, al zeg ik het zelf: helderblauwe ogen, kastanjebruine krullen, eindeloos lange benen. Ook de rest kon ermee door. Ik kwam op de gekste plekken aan de zelfkant van de maatschappij. Zo herinner ik mij een verjaardagsfuif bij Jean Dumoulin thuis, vlak naast het Vondelpark. Na afloop van die bijeenkomst vroeg Eric me plompverloren ten huwelijk. Ik aarzelde niet en zei ja. Een week later had ik al spijt. Ho, stop! Daarover gaat het hier nog niet. Ter zake:

FEEST

Zelden liet Dumoulin zich uithoren over zijn loopbaan als inbreker- ook niet nadat hij zichzelf gepensioneerd had. Slechts één enkele maal, op een zomeravond in 1975 versprak hij zich en daarvan kan ik getuigen: “In 1953 liet ik Poirot arresteren.” Aangezien zijn gehoor die avond grotendeels bestond uit gewezen collega’s plus vriendinnen, meende hij vrijuit te kunnen spreken, toen men hem dringend om opheldering vroeg.

“Hier zijn toch geen juten of verklikkers,” gromde hij, terwijl hij om zich heen blikte. Dumoulin vierde zijn vierenzeventigste verjaardag in zijn huis op de Overtoom, hoek Eerste Constantijn Huygensstraat te Amsterdam. Je zou hem geen dag ouder dan zestig schatten: een gedrongen, stevig kereltje. Hij staarde eventjes dromerig omlaag naar mijn korte, gele katoenen jurk. Keek me plots met een ruk van het ronde hoofd scherp aan. “Of wel soms?”

Mijn wangen en hals werden warm. Ik voelde, dat ik bloosde.

“Wie,” vroeg ik aarzelend, “is die Poirot?”

“Kijkkijk,” sprak hij waarderend, “de juffrouw slaat de spijker op zijn kop.”

Hij schonk zichzelf whisky bij. Vervolgens openbaarde hij een van de best bewaarde politiegeheimen uit de moderne geschiedenis van de Engelse misdaad. Ik zal trachten zijn verhaal zo nauwkeurig mogelijk weer te geven- zo niet naar de letter, dan toch zeker naar de geest.

AANKOMST

De voordeur van het hotel in Brighton stond wijd open. De geur van pas gemaaid gras dreef naar binnen tegelijk met het gekrijs van een paar meeuwen. Mevrouw Murray paste in de lobby op de telefoon. Ze stelde tevreden vast, dat het nu eindelijk zomer werd. De middagmaaltijd was net afgeruimd. De gasten keuvelden achter in de tuin of wandelden over de boulevard- behalve de steenrijke Amerikaanse weduwe Masterson, die zich in haar suite had teruggetrokken voor een dutje.

De telefoon rinkelde. Louise Murray nam de hoorn op. Een damesstem aan de andere kant van de lijn: “Spreek ik met het management van Hotel Zeezicht?”

Mevrouw Murray antwoordde bevestigend.

“Hier de secretaresse van de fameuze detective Hercule Poirot. Mijn naam is Lemon. Ik zou graag een kamer voor mijn patroon willen reserveren. Kan dat?”

“Jazeker. Het seizoen is nog niet echt begonnen. Kamer 8 op de eerste etage is beschikbaar. Wanneer kan ik meneer verwachten?”

“Fijn. Dank u wel. Rond theetijd, denk ik. Hij komt met de auto. Kapitein Hastings brengt hem. Die houdt niet van treuzelen.”

* * *

Gierende remmen. Een dichtknallend autoportier. Mevrouw Murray keek verontwaardigd op. De chauffeur van de rode sportwagen met open dak brulde: “Tot ziens, Poirot.” De wandklok boven de balie sloeg vier maal.

De bestuurder van de auto gaf ferm gas. Opspattend grind. Onderaan de trap naar het bordes stond een gezette heer. In zijn hand een klein valies. Het gebrul van de optrekkende motor stierf weg.

Stilte. Mevrouw Murray snoof: een vluchtige geur van benzine en olie. “Adieu, Hastings,” zei de nieuwe gast toonloos. Mm, dacht Louise. Dus zo zag de beroemde detective eruit: van boven een glanzende gleufhoed en van onderen glimmend gepoetste lakschoenen, die blijkbaar erg krap zaten.

De nieuwe gast schuifelde de trap op, betrad de hal en naderde pijnlijk glimlachend de balie. “Madame,” fluisterde hij, terwijl hij met de linkerhand zijn hoed afnam en met de rechterhand zijn snorpunten opdraaide, “geeft u mijn sleutel, wat ik u bidden mag. Ik heet Poirot. Er is voor mij een kamer gereserveerd.”

De gast kreeg zijn sleutel en verdween naar boven. Een kwartier later voegde hij zich bij de andere hotelgasten in de beergarden. Daar zou hij zich snel mateloos populair maken.

MYSTERIE VAN DE VERDWENEN KATER

Hercule Poirot zette zich aan een tafeltje in de buurt van een Nederlands echtpaar. Hij bestelde warme chocolademelk en bezag iedereen welwillend, zich intussen het voorhoofd bettend met een welriekende zakdoek.

Het gezelschap bestond- behalve uit dominee van Dam en echtgenote- uit vier anderen: Mevrouw Masterson dronk thee. Mevrouw Murray was aangeschoven met een glas spuitwater, want Phyllis deed nu dienst achter de balie. Een jonggehuwd stel, dat Jones genoemd werd en op huwelijksreis was, nuttigde bier in een zonnig hoekje. De conversatie ging kennelijk over weggelopen huisdieren.

Van Dam sprak. De man was evident niet goed snik. Zijn echtgenote wist het. En daar maakte zij geen geheim van. Aarzelend kuchte hij: “Nee, een poes hebben we nooit gehad, hè lieve? We hadden vroeger een teckel. Die verdween soms spoorloos.”

Mevrouw van Dam sloeg zuchtend haar ogen ten hemel.

“Op mij was het beest dol. Wilde overal mee naar toe- ook als ik moest vergaderen met de kerkraad of zo. Mocht natuurlijk niet. Op een dag klimt hij stiekem in de auto. Verstopt zich op de achterbank. Op mijn eindbestemming glipt hij ongemerkt mee naar buiten. Ik ga de consistoriekamer in. Na drie uur is de bijeenkomst bijna afgelopen.” Een retorische vraag uit effectbejag volgde: “Wat denk je, dat er gebeurt?”

“O,” zei Poirot, die eenvoudige humor nooit versmaadde, “dat kan ik u zo wel vertellen. Uw hond belt aan, trippelt naar binnen en keft verontwaardigd om consumptiebonnen.”

Het hele gezelschap begon te schateren. Alleen mevrouw van Dam bewaarde haar zelfbeheersing.

Louise Murray stond op. “Waar zou die verdraaide kat zitten?” mompelde zij bezorgd.

De Belgische gast klampte haar aan. “Pardon. Een kat, madame? Is het daarnaar, dat u zoekt?”

“Ja, meneer. Ik heb overal gezocht en geroepen. Geen antwoord.”

“Nergens op de grond te zien, is het niet?”

“Inderdaad.”

“Ah, is hij niet weggelopen, dan is hij mogelijkerwijs weggevlogen. Is het waarschijnlijke niet gebeurd, dan moet het onwaarschijnlijke hebben plaats gegrepen. Niet op de grond. Eh bien, dan in de lucht.”

“U schertst, meneer.”

Non, non, madame.” Hij wees omhoog naar een zwart met witte vlek boven in de gigantische coniferen dertig meter verderop naast de moestuin. Qu’est-ce que c’est que ça, madame?

Mevrouw Murray begon te stralen. “James,” riep ze. “James, kom eens gauw met een trap.

De tuinman verscheen met een houten ladder en liet zich vervolgens naar de coniferen dirigeren. Zijn bazin liep mee en gaf luidkeels aanwijzingen.

De keukendeur ging open. Emily, de dochter des huizes, wilde haastig wegglippen langs de bessenstruiken. Op haar wangen sporen van pas vergoten tranen. “Hier is iets gepasseerd,” stelde Poirot hardop vast. “Bent u ook iets kwijt, juffrouw?”

NIEUWE PROBLEMEN

Emily stortte haar hart uit: “Ik had een afspraak met Henri.”

“Wie is,” begon de ander.

“Henri, de nieuwe kok. Ik ben verliefd.” Ze corrigeerde zichzelf. “Ik was verliefd. Liet ik daarnet merken. Gaf hem een zoen. Zo vernederend! Hij vloekte.”

Comment?

Ze keek hem vragend aan.

“Ik bedoel, wat vertelt u me daar? Wat zei hij precies?”

“Hij zei: ‘Shit, Em Murray.’

“En deze chef. komt hij uit Frankrijk soms?”

Emily knikte.

“Aha, hij schold niet, hij vloekte niet, hij beloofde slechts: ‘Je t’aimerai.’ Het betekent in het Frans: Jou zal ik beminnen.”

“Oh, maar dan, eh, dank u wel meneer.” Opgelucht holde Emily terug naar de keuken. Het pasgehuwde stel wisselde begripvolle blikken uit.

* * *

Tien minuten later naderden James Hobbes en zijn werkgeefster het terras. De laatste droeg een zwartwitte kater en leek dolgelukkig. “Stoute George, was je weggevlogen?” zong ze teder. De eerste daarentegen wreef zich vergeefs in zijn bloeddoorlopen rechteroog en was er beduidend slechter aan toe.

Het gezelschap leefde mee. De dames joelden: “Wat is het?”

Verward antwoordde mevrouw Murray: “Een gecastreerde kater.”

James corrigeerde haar: “Het is een kleinigheid.”

“Een kleine geit?” informeerde Poirot gekscherend.

James mopperde half hoorbaar op buitenlanders in het algemeen en Belgen in het bijzonder.

Poirot liet zich niet van de wijs brengen: “Tiens, laat mij eens kijken. Hij verrees en toverde een loep tevoorschijn uit zijn vestzakje. Drukte James in de vrijgekomen stoel, boog zich over hem heen en bestudeerde diens rechteroog. “Mon Dieu,” prevelde hij, “zit doodstil en fixeer een vast punt links van mij.” Door het vergrootglas turend en met behulp van een pincet verwijderde hij een hard schilletje. “Voici!” Hij toonde een piepklein stukje van een conifeer. “Het vruchtfragment had zich aan het hoornvlies gehecht als een zuignapje.”

“Nou James, je mag meneer wel bedanken. Dat scheelt weer een doktersvisite,” meende mevrouw Murray en tegen de gasten: “Goed, tot ziens. Mocht u iets nodig hebben, Phyllis heeft de leiding en zit in de hal. Het diner wordt om kwart voor acht geserveerd. Tot die tijd ben ik niet beschikbaar.”

Nog geen twee minuten later opende zij een raam op de tweede verdieping aan de tuinkant en jammerde radeloos: “Houd de dief!”

Hierop moest Poirot gewacht hebben. Staande dronk hij zijn cacao op. Haar wanhoop gaf zijn leven zin. Het roofdier in hem ontwaakte. Hij wreef zich in de handen. “De teerling is geworpen,” constateerde hij tevreden.

“Iedereen dient buiten te blijven,” sprak hij op gezaghebbende toon. “Ik zal de zaak ter plaatse onderzoeken. We zien elkaar bij het diner.” Hij schuifelde naar binnen en klopte even later aan bij de privévertrekken van mevrouw Murray. Zij stelde hem een loper voor alle hotelvertrekken ter beschikking plus de sleutel van de kluis.

Hij troostte haar vaderlijk en zond haar omlaag, waar zij zich bij de anderen voegde. Poirot had nu het rijk alleen en benutte de situatie.

WELKE DIEF?

Twee uur later weerklonk de gong voor de avondmaaltijd. De gasten druppelden de eetzaal in. Daar werden alle tafels in een lange rij bijeen geschoven volgens aanwijzingen van de man, die het onderzoek leidde. Louise Murray nam plaats in het midden bij de soepterrine. Het voltallige personeel- met inbegrip van de tuinman- stelde zich achter haar stoel op. De overigen gingen zitten. Alleen Poirot bleef overeind. Hij sloeg met een mes tegen een wijnglas.

 “Geachte dames en heren.” Hij zweeg een ogenblik. “Het is mijn gewoonte om mijn bevindingen ten overstaan van alle verdachten te onthullen, zodra ik mijn onderzoek heb afgerond. Dat moment is thans aangebroken dankzij dit gereedschap.” Hij toonde zijn loep en tikte zich daarmee op het voorhoofd. “En dankzij mijn geoefende grijze cellen. Onze gastvrouw werd ergens tussen half twaalf en half zes bestolen. Tot die tijd stond het juwelenkistje in elk geval onbeheerd op haar toilettafel. Slordig!” zei hij verwijtend. “En na die tijd ontdekte zij de diefstal. Ik onderzocht vervolgens ongestoord de omstandigheden. Wie was de dief? Waar zouden de sieraden kunnen zijn? Madame, hebt u overal goed genoeg gezocht?”

Louise Murray knikte.

“Hebt u ook alle schalen ingezien?” Hij wees naar de soepterrine. En lichtte vervolgens het deksel op. “Een kleine surprise.”

Alom verbazing: geen soep, maar het volle sieradenkistje.

Mevrouw sprong overeind en viel de detective op on-Engelse wijze om de hals. Ze besloot haar dankbetuiging met twee klapzoenen op beide wangen en zei vol ontzag: “Merci! Wat bent u ongelofelijk slim!”

“Het was me een genoegen om u de gestolen goederen terug te bezorgen. Maar de dief hebben we nog niet te pakken.” Hij liet zijn ogen over het gezelschap dwalen. “En daarom zie ik me helaas genoodzaakt mijn korte vakantie voortijdig af te breken. Mag ik de rekening, alstublieft?”

Verwarring: “En de dief dan?”

“Het spoor leidt naar Londen. De dader is voornemens vanavond bij mij thuis in te breken. Geen paniek! Scotland Yard is telefonisch gewaarschuwd. Hij wordt ongetwijfeld vannacht in hechtenis genomen. Vanzelfsprekend moet ik zo spoedig mogelijk ter plaatse assistentie verlenen. Een en ander betekent gelukkig, dat geen van u ook maar ergens van verdacht wordt. En daarom zeg ik niet: Au revoir, mesdames et messieurs. Ik zeg: Au revoir, mes amis.”

De maaltijd werd opgediend. Poirot weigerde categorisch mee te eten. Hij haalde zijn bagage op, nam afscheid en stapte in een gereedstaande taxi, die hem naar de trein bracht. Op het station kocht hij een ticket.

BEKENTENIS

Pas de volgende dag deed men in Zeezicht een onaangename ontdekking: De hotelkluis bleek leeg. De diamanten van mevrouw Masterson waren verdwenen. Hoe had dit kunnen gebeuren?

“Bij de schuldvraag,” sprak onze jarige gastheer, “draait het altijd om de volgende kwestie: Wie deed wat waar, wanneer, waarom, waartoe en waarmee? De sleutelwoorden, als het gaat om een alibi, luiden: ‘Waar?’ en ‘Wanneer?’. Voordat ik mijn geniaalste en tevens laatste misdrijf beging, besloot ik voor een uniek bewijs van onschuld te zorgen. Gewoonlijk maken misdadigers zich daarover pas druk, als ze verdacht worden. Kijk, dan is het meestal te laat.

“In 1953 opereerde ik met succes in Engeland. Gewoonlijk werkte ik op eigen houtje. Soms beschikte ik over twee capabele medewerkers. Zij voerden eenvoudige opdrachten uit in ruil voor een zeker bedrag. De tomeloze hebzucht van mijn ex-vrouw, Marie, en haar minnaar garandeerden ook ditmaal loyaliteit- althans in de cruciale, voorbereidende fase.

“Betrouwbare informatie is bij een goede voorbereiding onontbeerlijk. Als juwelendief wilde ik de hand leggen op iets bijzonders, waarna ik het rustig aan kon doen. Ik had mijn oog laten vallen op een kostbare diamanten ketting. De eigenaresse verbleef in mei van dat jaar aan de Engelse zuidkust en logeerde in Brighton. Nu wist ik toevallig, dat miss Lemon, de secretaresse van Poirot, gedurende dezelfde periode vrijaf genomen had in verband met familiebezoek. Tegelijkertijd- eind mei- vertrok zijn vriend Hastings naar Zuid-Afrika op olifantenjacht. En Japp, zijn aanspreekpunt bij Scotland Yard, onderzocht precies sinds halverwege diezelfde maand een dubbele moord in het noorden van het land. Met andere woorden: Hercule Poirot zou zich een poosje moederziel alleen en verlaten voelen.”

“Nou en, wat dan nog?” vroeg iemand.

Dumoulin maakte een afwerend gebaar. “Deze informatie was essentieel. Om een lang verhaal kort te maken, ik ging bij Poirot op visite met een smoesje, bedwelmde hem met chloroform, legde hem op bed, knipte zijn snor af, schoor zijn schedel kaal, trok hem een grijze overall aan en een paar ruime veterlaarzen. Ik liet hem verder over aan de zorgen van Marie, die een gediplomeerd verpleegster is. Zij hield hem slapend.”

“Waarom?”

“Om hem vierentwintig uur van de wereld te hebben. Hèhè, mag ik mijn verhaal afmaken?”

Men zweeg.

Dumoulin vervolgde: “Ik pakte mijn spullen in: een valse snor, een vergrootglas en een driedelig kostuum. Onderweg verkleedde ik me en plakte de snor op. Mijn postuur komt enigszins met dat van de Belg overeen. Een meevaller! En ook ik ben een geboren Belg. Weer een meevaller! Want voor deze klus had ik dringend behoefte aan een alibi. Niet voor mezelf, maar ten gunste van de grootste detective van Groot-Brittannië en het continent tezamen. Ik zorgde ervoor, dat juffrouw Lemon een kamer besprak in het hotelletje met de kluis, waar de gewenste briljanten lagen. Moet ik nog benadrukken, dat mijn ex-vrouw zich voorbeeldig van haar taak gekweten heeft?”

Een bewonderend gemompel steeg op. Dumoulin herstelde de orde door zijn stem te verheffen: “Ik liet de vriend van mijn ex optreden als kapitein Hastings. Hij bestuurde de auto, waarmee Poirot in de badplaats arriveerde. Wie zal nu nog betwisten, dat een medeminnaar niet te versmaden is?

“Haha, voldoende getuigen zouden zweren, dat Poirot vanuit het hotel de autoriteiten waarschuwde voor een onbekende indringer. Vanzelfsprekend had ik Marie tevoren een seintje gegeven. Ze was weg, toen de politie binnenviel.

“Die slaperige, dikke kaalkop in dat Londense appartement kon Poirot niet zijn. Hij werd immers gearresteerd op aanwijzing van de geniale Poirot.”

Onze gastheer nipte van zijn glas. “De identiteit van de speurder in Brighton berustte uitsluitend op horen zeggen. De oplossing van een paar simpele kwesties- een zoekgeraakt huisdier, een verkeerd begrepen krachtterm- droegen bij tot het grenzeloze vertrouwen, dat hij daar genoot.

“Ik verdonkeremaande de prulletjes van mevrouw Murray reeds tien minuten na mijn komst. De hotelkluis leegde ik gedurende mijn zogenaamde onderzoek. Kinderspel, want ik kreeg de sleutel.

“Mijn timing was perfect. Maar ik geef toe, alles zat me mee: Als gevolg van de verwarring en opluchting, die mijn zogenaamde onthulling veroorzaakte, trok geen mens mijn overige beweringen in twijfel.

“Goed, ik smeerde hem. Natuurlijk reisde ik niet als Poirot naar Londen. Ik ging zonder snor naar Amsterdam via Dover.

“Pas twee weken later keerde de ware miss Lemon van haar logeeradres naar Londen terug. Ze miste haar baas en sloeg alarm. Inspecteur Japp werd teruggeroepen uit Liverpool voor deze zaak. Hij identificeerde Poirot in de politiecel.

“En ik? Ik zat allang hoog en droog hier.” Onze gastheer glimlachte. “Want in ruil voor diamanten beschikte ik inmiddels over deze riante bovenwoning.”

Een hels piepen en knarsen weerklonk van buiten. Lijn 2 ging luid rinkelend en bellend door de bocht. Blij toe, dat ik elders woonde.

EXTRA INFORMATIE

Hebt u nu nog niet genoeg van oplichter Jean Dumoulin? Lees dan vooral ‘De notitieboekjes van Ursula Griep’. Dit e-book van mijn hand is een paar maanden geleden als BookBuster  uitgegeven en te koop voor €2,50 via de winkel van Schrijverspunt.

O ja, opbouwende kritiek stel ik op hoge prijs.

Dit artikel delen?
Auteur: ©W.J. (Hans) Villerius
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 292
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "DE MISDAAD VAN POIROT"

Geschreven door W.J. (Hans) Villerius . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!