Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 743

De inbraak (uit mijn roman 'het Geheim')

De inbraak

7 februari 1943

Mijn lief,

Ik ben zo blij dat de postbode me jouw brief kwam brengen. Elke ochtend sta ik vroeg op in de hoop iets van jou te horen. En nu word ik beloond! Op een goed tijdstip ook eigenlijk. Maar daar wil ik het nu nog niet over hebben.

Nu schrijf je dat je geen boekhouder meer bent, maar net als de anderen in een fabriek moet werken. En waarom heeft die Duitser jou eigenlijk vervangen? Ik kan me herinneren dat je zo accuraat was in je werk. Ik snap er niets van! Lief, ik ben niet meer naar je kantoor gegaan omdat ik bang was dat het nu aan de Duitsers toebehoort. Wil ik deze oorlog ontvluchten? Misschien.

Gistermiddag kwam ik terug van een bezoek aan onze huisvriendin Lidy. Je weet wel, de vrouw die een boekwinkel heeft en nu nog zo weinig werk heeft. Ik trof ons huis in een chaos aan. Alle laden in de woonkamer waren leeggehaald en op de vloer lagen stapels papieren. Ik dacht dat ik een hartaanval kreeg! Maar ik schrok nog meer van het feit dat iemand onze muur in de woonkamer had beklad met een tekst. Samuel, er stond in het rood geschreven: JUDENSCHWEIN! Het zweet brak me uit! Ik ben op de grond gaan zitten en kon geen traan laten. Ik voelde zo’n woede dat ik bang werd van mezelf! Het kwam in eerste instantie niet eens in me op om te gaan kijken of er soms spullen ontbraken. En wat moest ik doen? De politie waarschuwen? Jij weet ook wel dat dit geen zin had gehad. En daarna kwam de wanhoop, en ik bleef daar maar zitten op die koude vloer.

Het is allemaal goed gekomen, hoor Samuel. Na enkele minuten vond ik de kracht om Barbara te bellen en die is direct gekomen. Haar gezicht stond zorgelijker dan ooit. Je weet misschien dat haar man ook niet meer thuis is. Ze weet niet eens of hij nog wel in leven is.
‘Micha,’ zei ze, ‘Ga kijken of je spullen mist.’

Dus stond ik op en liep de kamer rond. Nee, niets leek veranderd. Ik trok een lade open en zag toen dat mijn eetbonnen waren verscheurd. Niet zo heel erg volgens Barbara, want zij hadden eten genoeg. Ze zag me zitten als een brokje wanhoop en stelde voor om boven een kijkje te gaan nemen. Wat is ze toch flink! Ik begon te huilen. Toch tranen!
‘Nee, ik wil het niet weten!’ schreeuwde ik bijna tegen haar. ‘Ik durf echt niet naar boven!’
‘Blijf jij maar beneden,’ zei Barbara zacht, maar ik liep haar toch achterna.

Boven stond alles nog op zijn plaats. Mijn schaarse juwelen (die mooie ketting die ik van je heb gekregen) lagen nog steeds keurig gerangschikt in de lade van mijn toilettafel in de slaapkamer. Hadden ze me dit willen besparen?

Barbara ging op ons bed zitten.
‘Luister Micha, natuurlijk kun je dit aangeven, maar de tijden zijn veranderd. Jij en ik weten dat het verspilde energie is.’
’Hoe zijn ze binnengekomen?’ mompelde ik, meer tegen mezelf.
‘Ik heb niet gezien dat het slot geforceerd is.’
En dan weet ik het. Het zolderraam stond open. Dus liep ik naar de zolder en ik zag inderdaad aarde op de vloer. Welke gek was naar binnen geklommen en om wat te doen?
‘Dit zijn dreigementen, Micha, en die moeten we echt serieus nemen,’ zei Barbara.
‘Ik adviseer je om je spullen te pakken en met mij mee te gaan.’
Ik keek haar glazig aan.
‘Nee, dat wil ik niet, Barbara, want dan hebben ze gewonnen. Ik blijf.’
’Voel je je dan nog wel veilig in je eigen huis?’
Wat is Barbara toch altijd bezorgd.

‘Natuurlijk wil ik je helpen met het opknappen van je woonkamer en als ze...’ ‘Als ze terugkomen,’ onderbrak ik haar, ‘dan zal ik wel een waakhond nemen. Eentje waarvan ze zo zullen schrikken dat ze weg zullen blijven, en ik zal alles goed op slot doen.’
Barbara ging staan.
‘Ik ga thee zetten en dan gaan we een plannetje maken. We gaan mensen inschakelen om het weer wat leefbaarder te maken hier. Echt, ik vind het erg knap dat je hier wilt blijven.’

Er was iets veranderd in haar stem. Ze leek minder aangedaan te zijn.

Oorlog, Samuel, het weeskind, Sarah, wat staat me nog te wachten? Het huis verlaten waar we zo gelukkig zijn geweest?, Dat nooit!. Deze waanzin moet stoppen! Het is vreemd hoe mensen toch kunnen veranderen. Men zegt dat de meeste mensen hun hele leven toch min of meer hetzelfde karakter houden, maar ik vraag me af of dit bij mij ook het geval is. Als ik in de spiegel kijk zie ik een verbeten blik. Bitter ben ik geworden…En in een korte periode ook jaren ouder. En sterker! Schaapje? Nee, ik ben geen schaapje meer. Ik heb meer iets van een terriër gekregen. Ik wil me vastbijten in het laatste wat ik bezit en dat is ons mooie huis met al zijn herinneringen.
‘Het is goed zo,’ zei ik langzaam tegen mijn vriendin.
‘Jij hebt het helemaal niet gemakkelijk, terwijl ik nog blij mag zijn met zijn schaarse brieven. Het is goed zo.’

Barbara glimlachte.
‘Ja, ik bespeur in jou wel een verandering, Micha. Robert en ik zeiden wel eens tegen elkaar: hoe gaat ze het redden, deze mooie rode roos, maar je lijkt nu veel weerbaarder.’
Ik glimlachte ook.

‘Rozen hebben doornen, Barbara. Ik had in een kamp kunnen zitten, net zoals Samuel, en het zijn die brieven die me op de been houden. Hij schreef me alleen dat hij overgeplaatst wordt en dat baart me wel zorgen. Ik hoor het ook van anderen. Opeens komen de Duitsers met nieuwe plannen en nog meer kampen. Afijn, ik hoef jou niets te vertellen.’
’Barbara had even gezwegen. Wat was ze veranderd. Zo mager en zo terneergeslagen.
‘Geen nieuws is zelden goed nieuws,’ kon ze er nog net uit brengen. ‘Wij moeten sterk blijven.’
Ik schonk opnieuw thee in. ‘En dat zijn we toch? Omdat zij het willen, jouw Samuel en mijn Robert’.

Samuel, ons huis ziet er weer prachtig uit en ik heb geen hond genomen. Het beest zou hier geen leven hebben. En we zijn toch alle twee meer kattenmensen. Als ik dit schrijf aan de tafel bij het raam heb ik uitzicht op onze winterbloeier, je weet wel, die boom met die prachtige paarse takken. En weet je dat ik er gisteren een mus op bespeurde? Ik was aangenaam verrast. Kwam je me een bezoekje brengen, lieve schat? Heb je het erg koud? Altijd diezelfde vragen waar ik geen antwoord op krijg. En wat bedoel je precies met die medicijnen die ik moet gaan halen bij de apotheek? Ben je soms ziek? Ik ken die medicijnen helemaal niet. Ik heb ze al gehaald bij die vriendelijke apotheker. Nog iets, Samuel. Waarom wil je dat ik naar de notaris ga om onze hypotheek te veranderen?

Wil je me alsjeblieft weer snel schrijven?
Je Micha

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Ingrid Karsten
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 93
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "De inbraak (uit mijn roman 'het Geheim')"

Geschreven door Ingrid Karsten . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
09.09.20
Feedback:
Ontroerend geschreven, Ingrid. Heel mooi. Je ziet ze als het ware door het huis lopen om te kijken of er wat verdwenen is. En je voelt het gemis van Samuel.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
09.09.20
Feedback:
Dat schrijf je prachtig. Mooi gedaan.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Ingrid Karsten 09.09.20
    Wat lief Nicole, dank je wel! Ik denk dat verhalen mij beter liggen dan gedichten! Liefs

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...