Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 

86 Hits

Publicatie op:

Op zoek naar schrijfwedstrijden?

De grandioze diagnose

‘Kom op, mevrouw Versmissen, wat is er heerlijker dan een lekkere varkensworst! Daar kan u toch geen nee tegen zeggen?’

‘Dokter! Wat zegt u nu? Ik vrees dat…’

‘Onzin! U hoeft niets te vrezen! Van een lekker stukje vlees is nog nooit iemand gestorven. Schlemielige modeverschijnsels zijn het! Van voorbijgaande aard dan nog! Uitgevonden door gefrustreerde, levensmoeë redactrices van lusteloze vrouwenblaadjes. Laat u daar niet aan vangen, mevrouw Versmissen. U bent al aan de slanke kant, u balanceert op het randje van ondergewicht. Worst, kaas, melk, pudding, yoghurt, room… U gaat dat allemaal moeten missen! Laat me nu even advocaat van de zuivel spelen: wat gaat u nog wél eten? Alleen maar groenten? Hummus? Falafel? Quorn? Nog meer van die onzin? Bah! Een mens zou voor minder anorectisch worden! Mijn motto is: doe maar gewoon. Mensen eten vlees. Punt. Dat is altijd zo geweest. Alsof die vegetariërs nog niet erg genoeg waren! Nu krijgen we idiotie in de vergrotende trap! Totaal geen dierlijke producten meer! Tegenwoordig word je als een misdadiger bekeken als je een wollen trui aanhebt, laat staan als je een leren jas draagt of in een restaurant een entrecote met peperroomsaus bestelt. Waar gaat het naartoe, zeg! Komaan!’

Dokter Diederik De Doncker ging zijn laatste maand in als huisarts. Al jaren had hij ernaar uitgekeken om zijn stethoscoop definitief aan de haak te kunnen hangen waaraan nu zijn pas aangeschafte fiets hing. Fietsen, wandelen, lezen, studeren, reizen, koken… Geen moment zou hij zich vervelen tijdens zijn pensioen. Geen moment! Niet dat hij dat nu wél deed. DDD, want zo werd hij in de volksmond genoemd, was een gedreven arts, een fanatiekeling, altijd even enthousiast en gemotiveerd. Veel complexen kende hij niet, tenzij een: het Napoleoncomplex. Hij trachtte zijn kleine gestalte te compenseren door extreem ambitieus te zijn in alles wat hij deed. Elke consultatie was een uitdaging. Het stellen van de juiste diagnose was voor hem een absolute nood- en erezaak, de patiënt iets bijbrengen op levensbeschouwelijk vlak al bijna even belangrijk en een babbeltje over koetjes en kalfjes een prettige bijkomstigheid.

‘Ik denk dat ik het begrijp,’ stamelde mevrouw Versmissen.

Mariska Versmissen was een bijzonder intelligente en gerespecteerde dame in het dorp en bovendien een knappe verschijning. Haar kledingstijl was een stijlvolle mix van rasechte elegantie en geraffineerde wulpsheid. Met haar engelachtig gezicht en stralende glimlach, haar gitzwarte lange lokken en haar nagenoeg perfecte figuur deed zij menig mannenhart sneller kloppen. Drie jaar geleden, op haar drieëndertigste, werd zij de jongste directrice ooit in de bijna honderdjarige geschiedenis van ‘De Zwaluw’, de plaatselijke basisschool. In normale omstandigheden was zij de kalmte zelf, maar hic et nunc (hier en nu; voor ze benoemd werd tot directrice was ze lerares Latijn) was ze helemaal niet op haar gemak.

Dokter De Doncker knikte en glimlachte. Zijn kleine handjes rustten op het blad van zijn massief eiken bureau. Hij hield ze gevouwen alsof hij op het punt stond om het Onzevader te bidden. Zijn ogen hield hij enkele tellen gesloten. Deze pose was typisch tijdens momenten van zelfvoldaanheid. Wat hield hij er toch van om gelijk te krijgen.

‘Voilà,’ sprak hij. Alweer een discussie die hij op overtuigende wijze winnend had afgesloten. Zijn handen had hij inmiddels geopend, zoals een priester bij het beëindigen van zijn preek, of zoals een fruitverkoper die vol trots zijn waren aanprijst en in elke hand een sappige, megadikke bergappelsien torst.

‘U heeft me verkeerd begrepen, dokter. Ik zei daarnet dat ik van mezelf vermoedde dat ik lijd aan vaginisme. U heeft waarschijnlijk veganisme verstaan.’

Ze voelde zich alsof ze net een stuk hete aardappel had ingeslikt. Ze kende het gevoel. De pijn. De veel te warme gloed. Kleine paniekaanval. Als kind was ze ooit flauwgevallen nadat ze half per ongeluk, half uit gulzigheid, een gefrituurd Parijs aardappeltje in één keer had doorgeslikt. Het kon niet anders of haar gezicht was zo rood als een rijpe tomaat. In werkelijkheid viel het allemaal best mee.

‘Ach zo… Dat verandert de zaak een beetje. Ja. Dat verandert de zaak een beetje.’

DDD kuchte en dacht na. Met de wijsvinger en de duim van zijn rechterhand plukte hij aan de grijze haartjes op zijn kin. Dat sikje had hij al sinds zijn puberteit, oorspronkelijk om er iets volwassener uit te zien ondanks zijn babyface, naderhand werd het een symbool van zijn, naar eigen zeggen, wereldse wijsheid.

‘Een vreemd, maar vrij frequent voorkomend feminien fenomeen. Ik gebruik hier feminien in plaats van vrouwelijk, omdat het zo lekker ‘bekt’ in deze context, maar vooral om de overgang naar de bekkenbodemspieren wat vlotter te laten verlopen, want daar situeert zich namelijk uw probleem, mevrouw Versmissen, in de bekkenbodemspieren. Deze trekken onvrijwillig samen rondom de vagina, waardoor geslachtsgemeenschap pijn kan veroorzaken of zelfs onmogelijk gemaakt wordt. Sorry trouwens dat ik u daarstraks die varkensworst wilde opdringen. Heeft u deze problemen al langer en heeft u momenteel een vaste seksuele partner, mevrouw Versmissen?’

DDD kneep een oog dicht. Met het andere bekeek hij haar plots indringend, nadat hij tijdens zijn uitleg intensief met zijn Parker pen had gefrutseld, zonder haar ook maar een keer aan te kijken. Het maakte haar nog ongemakkelijker dan ze al was. Het licht in de spreekkamer werd ineens veel feller. Alsof hij plots een bureaulamp op haar richtte.

‘Enkele weken geleden heb ik iemand leren kennen. Alex. Eergisteren hadden we het wel heel gezellig. Hij had zulke mooie bloemen voor mij gekocht. Ik had gekookt en na het eten gingen we knusjes in de zetel wat televisiekijken en van het een kwam het ander. U kent dat wel. We kusten en knuffelden wat, maar zoals u al kon voorspellen blokkeerde ik volledig toen we een stapje verder wilden gaan.’

‘Hoelang heeft u al een rijbewijs in het geslachtsverkeer?’

‘Pardon?’

‘Bent u nog maagd, mevrouw Versmissen, of heeft u al seks gehad in het verleden?’

‘Ik… Ja… Maar niet met een man. Wel met een vrouw. Of… Meisje… Ik heb een relatie gehad met een vrouwelijke collega uit het lerarenkorps. Het is lang geleden. We waren nog jong. We…’

‘Kom kom, mevrouw Versmissen. Daar is helemaal niets verkeerd mee, hoor. Integendeel. Een mens wordt verliefd op een ander mens. Het geslacht is bijzaak. Zo simpel is dat. Maar misschien is het voor u wel een hoofdzaak, als u begrijpt wat ik bedoel.’

‘Neen.’

‘Een hoofdzaak. Hoofd-zaak.’ Hij sprak traag en tegelijkertijd wapperde hij met beide wijs- en middenvingertjes, lucht-aanhalingstekens uitbeeldend.

‘Het zit in uw hoofd. De oorzaak van uw probleem is namelijk bijna altijd van psychische aard, maar u kan in de nabije toekomst ook alvast proberen om bij een volgende gezellige gelegenheid nog wat langer tijd te besteden aan het voorspel. En anders…’

Terwijl hij zijn patiënte strak bleef aankijken, opende de dokter de bovenste bureaulade aan zijn rechterkant en haalde er een fles Napoleon cognac en twee borreltjes uit.

‘Kijk, ik heb al honderden artikels gelezen over relaxatiemethodes, ademhalingstechnieken en ontspanningsoefeningen, maar onze Napoleon hier is veel efficiënter. Ik kan u nog veel vertellen over onweerstaanbare drang en onweerstaanbare drank. Weet u wat? U bent mijn laatste patiënte. Ik begeleid u even naar mijn woonkamer. Dat praat wat makkelijker. Volgt u mij maar, mevrouw Versmissen.’

Tien minuten, een kleine verhuizing en een borreltje later zoemde de smartphone van Mariska Versmissen. ‘Het is Alex. Ik neem even op,’ zei ze bijna verontschuldigend. DDD gebaarde dat ze dat zeker moest doen. Ondertussen nam hij de gelegenheid te baat om, sippend van zijn tweede borrel, de openingen in haar lichtbruine, geruite mantelpakje en vooral haar in zwarte nylonkousen gehulde lange benen te inspecteren.

‘Ons afspraakje van morgen gaat niet door. Hij voelt zich wat ziekjes,’ zei Mariska na haar telefoongesprek op een toon die verried dat ze twijfelde aan de oprechtheid van haar, misschien onder invloed van de voorbije gebeurtenissen ietwat teleurgestelde, nieuwe liefde. Zelf was ze ook min of meer onder invloed of alleszins een heel klein beetje alcoholisch geïntoxiceerd.

‘Onweerstaanbare drang, daar ging het over,’ zei DDD, zijn inmiddels van patiënte naar gaste geëvolueerde gesprekspartner negerend, ‘of onweerstaanbare dwang, want dat is hetzelfde op basis van artikel 71 in het strafwetboek, druist in tegen de vrije wil. Men verkeert als het ware in de onmogelijkheid om zelf te beslissen over zijn handelingen. Een pyromaan bijvoorbeeld heeft de onweerstaanbare drang om brand te stichten. U wilt niet weten, mevrouw Versmissen, hoeveel van die gekliste luciferlovers al vrijgesproken zijn na gewiekste pleidooien van hun uitgekookte advocaten. Pleidooien die vaak bijna even vurig waren als hetgeen de pyromaan in kwestie zelf had aangericht. Maar zo zijn er tal van voorbeelden. Zoals de zogezegde pathologische leugenaars. Zij hebben de onbedwingbare dwang om te liegen. Bijgevolg kunnen ze naar believen valse verklaringen afleggen. Makkelijk, toch? Ontoerekeningsvatbaarheid noemt men dat. Sorry. Ik ben te streng. Ik ben zelf ook niet vrij van drangen en dwangen. Ik lijd aan het Syndroom van Jillery.’

‘Is dat levensbedreigend?’ vroeg mevrouw Versmissen, al had ze terecht de indruk van niet.

‘Geenszins! Smalend noemt men het ook “laatstewoordisme”: de onweerstaanbare drang om het laatste woord in een discussie te hebben. Heeft te maken met het vrijkomen van het gelukshormoon endorfine, maar op die manier wordt het misschien te technisch. Herinnert u zich mijn “voilà” van daarstraks en mijn zelfgenoegzame gedrag? Dat alles veroorzaakt een geluksflow. Daaraan kan ik niet weerstaan.’ Net zomin als aan u, dacht hij erbij.

Hij schonk nog een borrel in. Zowel voor zichzelf als voor mevrouw Versmissen, die hij tijdens hun gesprek inmiddels al enkele malen lieftallig ‘Mariskaatje’ genoemd had.

‘Ik heb, naast mijn seksuele probleempje, ook een soort dwang, denk ik. Ik…’

‘Iedereen heeft wel een afwijking!’ onderbrak DDD haar resoluut. ‘Mijn echtgenote bijvoorbeeld lijdt aan streelzomanie. Dat is een vorm van frigiditeit waarbij men niet goed tegen liefkozende aanrakingen kan, voorspel verafschuwt en liever meteen overgaat tot de coïtus. De term ‘streelzomanie’ heb ik trouwens zelf uitgevonden, maar zoiets bestaat wel degelijk, jammer genoeg. Ik ben daarentegen een echte knuffelaar, een contactpersoon in de zin van een aanraker, een streler. Daarom klikt het niet zo goed tussen mijn vrouw en ik op seksueel vlak. Ik heb het gevoel dat dat met jou helemaal anders zou zijn, Mariskaatje. Jij bent alles wat ik zoek in een vrouw. Volgens mij lijd jij aan kleptomanie. Je hebt immers mijn hart gestolen, net als dat van vele andere mannen.’

Mariska Versmissen bloosde, al kwam dat waarschijnlijk deels door de cognac. Het was niet de eerste keer dat ze een complimentje kreeg of een ware liefdesbetuiging mocht ontvangen.

‘Wat bent u toch een verstandig man en een geweldige charmeur, dokter.’

‘Diederik! Noem me toch Diederik.’

‘Oké, Diederik. Bedankt voor de gezelligheid en uw wijze raad, maar nu moet ik er helaas dringend vandoor.’

‘Hoe jammer! Wanneer spreken we nog eens af?’ vroeg DDD hunkerend, net niet hijgend.

‘Binnenkort, Diederikje. Binnenkort…’ Ze knipoogde en kuste hem op zijn voorhoofd. Daarna stapte ze heupwiegend de woonkamer uit. Heel kordaat en vastberaden, zij het ook enigszins opgewonden, verliet ze daarna het huis van dokter De Doncker. In haar handtas zaten, naast het gebruikelijke, een stethoscoop, een Parker pen, een leeg borrelglaasje en een bijna lege fles Napoleon cognac.

‘Binnenkort, ja. Voilà.’ Dokter De Doncker glunderde voldaan, terwijl hij haar nakeek en met zijn rechterhand zachtjes zijn sikje streelde.

 
PS:

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "De grandioze diagnose"

© Danny Vandenberk
13.05.21
Feedback:
Met veel plezier gelezen.😄
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
12.05.21
Feedback:
"Advocaat van de zuivel spelen", mooi! :-D

Ik ben momenteel bezig in uw 'Ik ben, mijn pen is'. Grote fan van de vele woordspelingen en taalkunstjes erin!


Groet,
Junior
  • Schrijfkwaliteit
    4.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Danny Vandenberk 13.05.21
    Dank je wel, Junior Leroux. :-) Super dat je in 'Ik ben, mijn pen is' bezig bent! Het is een beetje een cultboek geworden, wegens uit de handel laten nemen (door mezelf, onder dwang van buitenaf), ontslag op mijn werk.. Na verloop van tijd opnieuw verkrijgbaar geworden via mezelf. Ondertussen zit ik al aan vier boeken. Woordspelingen blijven typerend in alles wat ik schrijf. :-)
    • Junior 13.05.21
      @Danny Vandenberk Tussendoor probeer ik wat nog wat verhalen te schrijven ja. Er liggen er al een aantal klaar voor een volgende bundel. Op dit moment even andere (werkgerelateerde) prioriteiten, maar het schrijversbloed kruipt waar het niet gaan kan zeker 😄
    • Danny Vandenberk 13.05.21
      @Junior Valerie heeft inderdaad al enkele boeken van mij gelezen. Klopt! Ik heb inmiddels wat research gedaan en haar recensie van jouw werk gelezen. Afgaande op wat ik hier en daar lees, zou zeker mijn 'Mandus, in 's helsnaam' goed in jouw kraam passen. Ook al bezig met nieuw werk?
    • Danny Vandenberk 13.05.21
      @Junior Dat lijkt me een leuk compliment ;-) Dan zal ik jou ook eens moeten gaan researchen.
    • Junior Leroux 13.05.21
      Goed bezig zou ik zeggen! Ik had van mijn debuutbundel 'Leesvoer voor fijnproevers. Verhalende prozapoëzie voor tijdens het schijten' een recensie gekregen van Valerie (valeriesboekenwereld). Zij zei dat mijn schrijfstijl haar erg aan die van u deed denken, dus ben ik op speurtocht gegaan 😉