SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

De eik

Publicatie: | Lieven Vandekerckhove

Ieder jaar op die vermaledijde verjaardag stapte mijn vader naar het centrum van de stad om er een poosje te verwijlen in de schaduw van de fameuze Eik. Zolang mijn moeder leefde, gingen ze er met z'n tweeën naar toe. Na haar dood is vader dat nog jaren alléén blijven doen, ieder jaar op 27 april.

Rond de Eik staat tegenwoordig een lage, ijzeren omheining, waardoor de boom iets méér de allure van een monument heeft. Want voor de rest is hij niet bijzonder monumentaal, hij draagt zijn kroon zoals alle andere eiken ter wereld. Doch voor heel Baskenland, Euskadi, is het géén eik als een andere. Iedere Bask kent de geschiedenis ervan, want die wordt ieder kind in Baskenland met de paplepel ingegeven.

Het is de vierde Eik op rij die daar staat. De eerste heeft het bijna vijfhonderd jaar uitgehouden. Enkele eeuwen lang werden de heren van Biskaje - nu één van de drie provincies van Baskenland - onder die boom ingezworen. In het Euskara, onze eigen Baskische taal! Gedurende eeuwen ook werd onder die boom recht gesproken. In het Euskara. En mijn vader heeft zelf nog meegemaakt dat de regeringsleider van Baskenland onder de mythische Eik de eed van trouw zwoer aan Euskadi. In het Euskara! Daarom is die boom geen boom zoals eender welke andere boom, geen eik zoals eender welke andere eik. Hij is 'de Eik van Guernica', symbool bij uitstek van de bewogen geschiedenis van ons volk als souvereine gemeenschap.

Talloze keren heb ik het verhaal uit de mond van mijn vader gehoord. Hoe vier generaals van het Spaanse leger het in 1936 op de Spaanse Republiek gemunt kregen, en in het licht daarvan ook op de vrijheden die de Republiek aan het Baskenland had toegekend. Hoewel de burgeroorlog, die de generaals onder leiding van Franco ontketenden, aanvankelijk gericht bleef op de verovering van de Spaanse hoofdstad, volgden de Basken de ontwikkelingen bijzonder alert. Het duurde meerdere maanden vooraleer het geweld zich naar het Noorden verplaatste. Madrid hield lang stand, en al die tijd was er in Guernica niet veel van de oorlog te merken. Mijn vader vertelde dat veel mensen bij ons zelfs geen idee hadden van de burgeroorlog. Maar dat veranderde snel toen Franco besloot om zijn pijlen op het Baskenland te richten. Euskadi moest en zou weer helemaal aan het centraal gezag van Madrid onderworpen worden. Aan de regering in Bilbao werd een ultimatum gesteld: gaven de Basken zich niet over, dan werd Euskadi met de grond gelijk gemaakt. In onze stad ging het gerucht dat de putchisten erop uit waren onze Eik met bijlen te attaqueren. Vader draalde niet, en sloot zich aan bij de vrijwilligers die zich rond de boom zouden opstellen om hem tegen een mogelijke aanval te beschermen.

Op 27 april 1937 verschenen kort na de middag de eerste vliegtuigen boven Guernica – vliegtuigen met hakenkruisen beschilderd. Vader was met mijn oudere broertje Federico op een muilezel onderweg. Hij vermoedde wel dat er onheil dreigde, maar omdat er verder niets gebeurde, dacht hij dat de vliegtuigen koers zetten naar Bilbao. Het bleef inderdaad een tijd rustig, en daarom besloot vader dat hij met Federico in de stad kon blijven. De rust was evenwel van korte duur. De jagers van het Duitse Condor-legioen, door de Führer gestuurd om Franco aan de overwinning te helpen, doken terug op, en om kwart over twee vielen de eerste bommen op Guernica. De stad had eigenlijk niet veel militaire betekenis, maar was niettemin in het vizier van de putchisten gekomen omwille van haar grote culturele betekenis voor Euskadi. De klokken luidden alarmerend om de mensen te waarschuwen, doch voor de meesten kwam het signaal om nog naar de hoger gelegen schuilplaatsen te vluchten te laat. De verrassing was kompleet. Het regende bommen. De mensen op straat wisten niet waarheen, ze liepen in alle richtingen, vluchtten kriskras door elkaar, want de dood kwam plots van overal. Sommigen gingen plat op de grond liggen om de schrapnellen te vermijden. Vader bevond zich met Federico in de buurt van de Eik, en repte zich, snokkend aan het zeel waarmee hij het lastdier leidde, naar het eerste het beste portiek waaronder ze konden schuilen. Daar nam hij zijn zoontje van de ezel af, en ging snel met het kind op de grond liggen. Hij legde zijn arm beschermend over Federico, en sloot het jochie dicht tegen zich aan. In het midden van de weg zag hij een moeder met haar dode kind in de armen tegen de hemel staan schreeuwen. Het lawaai van de vliegtuigen, van inslaande bommen en van instortende huizen was oorverdovend, zó luid, dat hij haar gehuil niet eens hoorde. De ene gevel na de ander viel in puin, het stof kleurde de haren wit, kleefde in het zweet op de huid. Doordat daarenboven vele huizen van hout waren, stond de stad op korte tijd in lichterlaaie. Overal schoten vlammen en rookpluimen omhoog. Nooit eerder werd een burgerbevolking zo massief aangevallen.

Talloze keren heeft vader verteld hoe hij verstijfde van angst toen het portiek boven hen scheurde. Een loodzwaar blok kwam naar beneden en raakte met zijn kant het hoofd van Federico en verder vaders arm, die rond het jongetje lag. In hevige pijn richtte mijn vader zich wat op, en probeerde vruchteloos zijn arm te bevrijden. Hij zag hoe het bloed over Federico´s gezicht liep. Het jongetje schreeuwde niet, weende niet, bewoog niet. Het geweld raasde hevig, maar vader zag niets of niemand nog bewegen op straat. Alleen stofwolken dansten traagjes voorbij. Als de laatste bom geknald had, goed drie uren na het begin van de aanval, drong pas echt tot hem door dat Federico dood was. Omwonenden kwamen naar buiten om de gewonden te helpen en de doden van de straat te rapen. Twee mannen kregen het stuk portiek opzij dat mijn vader en mijn broertje gevangen hield. Federico werd op een matras gelegd en van tussen de verspreide brokstenen weggebracht.

No pasaràn? Het is helaas niet méér dan een dure eed geweest. Want bij ons in Guernica zijn ze wél doorgekomen. En wat hebben ze achtergelaten? Het lijk van mijn broertje, de lijken van nog tientallen andere onschuldige burgers, en een totaal verwoeste stad.

Zo lang hij kon, is vader ieder jaar op 27 april naar de Eik gegaan om er Federico te gedenken, die in de buurt ervan onder het geweld van de putchisten is omgekomen. Met de jaren kon het verdriet om de dood van zijn zoontje slijten en ruimte laten voor het troostende besef dat alvast de Eik, die hem zo dierbaar was, het duivelse bombardement overleefd had.

De Eik van Guernica stáát er, onbuigzaam, en dag en nacht getuigt hij: Euskadi versaagt niet, nooit ofte nooit.

 

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een reactie geven! Schrijvers stellen vooral je tips en opmerkingen op prijs.
04.08.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Alsof ik in een film zit. Prachtig geschreven
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
24.07.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Prachtig geschreven!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.