Loading...
Kort verhaal

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.

Korte verhalen

De Bookstore

                                            Den Haag, september 2016.

De dertigjarige Monique Hoeksema staat op het punt om naar een feestje te vertrekken. Ze is aan de late kant en moet haast maken om op tijd klaar te staan voor de taxi, die ieder moment kan arriveren. Tijdens het passen van de zoveelste jurk raakt ze behoorlijk gestrest. Tijd om te gaan winkelen voor iets nieuws, heeft ze nog niet gehad. Het is topdrukte in de bookstore en het loopt haar allemaal een beetje over. Sinds de opening, een halfjaar geleden, heeft ze amper tijd voor zichzelf. Personeel aannemen durft ze nog niet, maar dat zal op korte termijn toch moeten. Wekelijks komen er stapels tweedehands boeken binnen, die allemaal moeten worden nagekeken en gesorteerd. De zware volgepakte dozen staan bijna tot aan het plafond opgestapeld. Een innamestop zou een oplossing kunnen zijn, maar ze kan moeilijk nee zeggen tegen de mensen die hun boeken komen aanbieden.                                                                         
        De taxi staat al te wachten als ze nog bezig is met de make-up. Boos op zichzelf; ze had meer tijd moeten vrijmaken, vliegt ze de trap af en neemt plaats voorin de taxi. Het is een halfuur rijden naar Wassenaar, waar haar goede vriendin Sandra woont. Monique wilde liever met de bus gaan, maar dat vond Sandra niet goed: een taxi geeft meer status. ‘Dat zal allemaal wel, maar het is ook veel duurder,’ wierp Monique tegen. ‘Maakt niet uit, ik betaal wel,’ bood Sandra aan. Zo ging het altijd. Sandra is al van jongs af aan haar beste vriendin en komt uit een welgestelde familie. Haar echtgenoot Rudolf is werkzaam in het bankwezen en heeft daar een hoge functie. Wat precies weet Monique niet. Het interesseert haar ook niet echt; ze moet niet zoveel meer van hem hebben. Op een feestje bij vrienden heeft Rudolf geprobeerd haar te versieren en sindsdien is ze volledig op hem afgeknapt. ‘Hoe haal je het in je botte hoofd om Sandra te belazeren!’ had ze hem toegebeten. Het speet hem heel erg en hij bood Monique menigmaal zijn excuses aan; bang dat ze het zou doorvertellen. Monique verzekerde hem dat ze het stil zou houden, maar dat ze hem niet zou sparen als hij het nog een keer zou flikken, met wie dan ook.                                
       Aangekomen bij de prachtige rietgedekte villa, wordt ze hartelijk onthaald door Sandra. ‘Dag lieverd, ik ben blij dat je toch gekomen bent.’

         ‘Tuurlijk, al viel het niet mee om op tijd weg te komen.’

         ‘Laat me raden. Je kon weer niet beslissen wat je moest aantrekken?’ zegt Sandra fronsend. ‘Het is altijd hetzelfde met jou, en het zal ook wel nooit veranderen.’

         ‘Nee, dat denk ik ook niet,’ zegt Monique met enige zelfspot, ‘maar dit keer lag het niet zozeer aan mijn besluiteloosheid, maar aan de drukte in de bookstore.’

         ‘Jaja, geef je werk maar weer de schuld!’ zegt Sandra bij het betreden van de woonkamer. Het is er al gezellig druk. Er zijn een aantal collega’s van Rudolf, die je er zo tussenuit haalt met hun gladgestreken pakken en foute stropdassen. Verder zijn er een aantal familieleden van Sandra en een paar gezamenlijke vriendinnen, die Monique al een poosje niet meer heeft gezien.         
        Op een tafel staan de cadeaus voor de verjaardag van Sandra. Monique verschiet hevig van kleur. In al de haast is ze helemaal vergeten om haar cadeau mee te nemen. Dat staat nog keurig ingepakt in haar keuken. Ze stelt voor om het alsnog te gaan halen, maar Sandra vindt dat niet nodig. ‘Ben je gek! Ik kom om in alle prullaria.’ zegt ze met een grote glimlach. ‘Dat jij hier nu bent is al een cadeau op zich. Door je drukke leventje zie ik je bijna nooit meer. Dus vergeet wat je wilde meenemen, dat komt wel een andere keer, oké?’

         ‘Ja, dat is goed, maar ik vind het zo stom van mezelf!’

         ‘Maakt niet uit, er zijn ergere dingen.’

         Tijdens het bijkletsen, komt er een aantrekkelijke man met donker haar en een licht getinte huidskleur de woonkamer binnen. Hij is binnengelaten door Rudolf en loopt rechtstreeks op Sandra af. ‘Gefeliciteerd,’ zegt hij met een brede glimlach als hij haar een keurig ingepakt cadeau overhandigt. ‘Dank je. Fijn dat je gekomen bent.’

          ‘Ik had geen idee wat ik moest meenemen voor een vrouw die alles al heeft, maar na lang nadenken is het toch gelukt.’

         ‘Ja, dat hoor ik vaker. En toch zijn er nog genoeg hebbedingetjes waar ik blij van word hoor.’

         ‘Oh, nou stuur mij dan volgend jaar maar een WhatsApp, dat scheelt mij enorm veel tijd.’

         ‘Nee, dat is niet leuk. Dan is de verrassing er vanaf.’

         ‘Ja, daar heb je wel gelijk in, maar dan weet ik in ieder geval zeker dat het niet meteen wordt gedoneerd aan de kringloopwinkel,’ zegt hij met een knipoog. Sandra moet er hartelijk om lachen.                   
        Met een wijntje in de hand loopt hij naar de andere genodigden om zich voor te stellen. Monique, die zich een beetje afzijdig hield, is zeer onder de indruk van zijn verschijning en heeft hem tijdens het gesprek met Sandra geen moment uit het oog verloren. ‘Wat een knappe vent! Wie is dat?’ vraagt ze op een fluistertoon aan Sandra.

        ‘Dat is Johan… Johan Uiterwaarde. Ik dacht wel dat je hem leuk zou vinden.’                                                                                                      
        ‘Nou, dat kun je wel stellen. Al ken ik hem natuurlijk nog helemaal niet en kan hij wel ontzettend tegenvallen.’

         ‘Dat denk ik niet. Hij is echt leuk en volgens mij passen jullie wel bij elkaar.’

         ‘Oh, en waarom denk je dat?’ vraagt Monique, terwijl ze Johan op een afstand toelacht.

         ‘Hij heeft een beetje dezelfde humor en is ook een boekenwurm. Volgens mij is er geen boek dat hij niet heeft gelezen. Bovendien is hij sinds kort weer vrijgezel, dus sla je slag als het je wat lijkt,’ zegt Sandra met een listige knipoog.

         ‘Waar ken je hem van dan?’

         ‘We hebben hem ontmoet tijdens een feestje bij vrienden. Het klikte meteen en sindsdien is hij goed bevriend geraakt met Rudolf. Ze gaan regelmatig golfen of naar een museum, waar ik niet zoveel aan vind.’

         ‘Naar een museum…hij!?’ zegt Monique verbaasd.

         ‘Ja, ik zei toch dat hij goed bij je past. Jij bent er ook niet weg te slaan en kunt uren naar een stoffig schilderij turen, zonder dat het je verveelt. Mij niet gezien! Ik ben een keer met ze mee geweest naar het Rijksmuseum, maar dat was ook de laatste keer. Ik heb me nog nooit zo verveeld. Uit frustratie ben ik overal met mijn vingers aan gaan zitten, in de hoop dat we eruit gestuurd zouden worden, maar dat is niet gelukt, helaas.’

         Monique schiet hevig in de lach. ‘Dat is typisch iets voor jou om dat te doen,’ zegt ze als ze is uitgelachen.

         Tijdens de gesprekken met haar vriendinnen, kan Monique haar ogen niet van Johan afhouden. Onopvallend volgt ze al zijn bewegingen en probeert iets van de gesprekken op te vangen die hij voert. Door al het geroezemoes om haar heen zijn het maar flarden die ze meekrijgt, maar ze is onder de indruk van zijn lage stemgeluid. Het mooiste vindt ze zijn lach. Hij heeft een bijzonder vrolijke lach, dat alle andere geluiden overstemd. Iedere keer als Johan in de lach schiet, moet Monique er zelf ook om glimlachen. Het is lang geleden dat ze zó onder de indruk was van een man, zonder dat ze ook nog maar een woord met hem heeft gewisseld. Het ‘liefde op het eerste gezicht’ gevoel, heeft ze ooit een keer eerder ervaren tijden een vakantie in Portugal. Dat is toen zeer tegengevallen en ze geloofde er sindsdien ook niet echt meer in; de ware zal wel een keer op haar pad komen, hield ze zich voor. Haar leventje als ‘happy single’ bevalt haar prima; ze kan doen en laten wat ze maar wil. Bovendien heeft ze het te druk met haar werkzaamheden en zit ze zeker niet te wachten op rondslingerende kledingstukken of andere ergernissen van een op de bank hangende minnaar.

         Tijdens het inschenken van een glas wijn, komt onverwachts Johan naast haar staan. Hij heeft het geschikte moment afgewacht om op Monique af te stappen. Er is verder niemand in de keuken aanwezig en hij begroet Monique met een vriendelijke glimlach. Monique schrikt een beetje van zijn plotselinge verschijning en morst daardoor een paar druppels rode wijn op haar suède pumps. Met een rood aangelopen hoofd van schaamte en schrik, grijpt ze snel naar het vaatdoekje in de gootsteen. Johan is haar een slag voor en spoelt het eerst uit onder de warme kraan. Op zijn hurken probeert hij de wijn van de pumps te vegen, maar de vlek breidt zich alleen maar verder uit. ‘Het spijt me, het wil er niet meer uit,’ verontschuldigt hij zich.

         ‘Dat was te verwachten,’ zegt Monique met een minzame blik.

         ‘Het enige wat nog kan helpen, is er witte wijn overheen te sproeien,’ stelt Johan voor. ‘Dat is een oud trucje van mijn wijlen moeder, en dat hielp altijd goed.’

         ‘Dat is niet nodig,’ zegt Monique, terwijl ze stiekem geniet van de hulp die Johan haar biedt. ‘Het zijn toch al oude pumps, die ik bijna nooit meer draag.’

         Na een poging te hebben gewaagd, blijkt dat de rode wijn er niet meer uit te krijgen valt en dat de schoenen als verloren kunnen worden beschouwd. Met een paar geleende pumps van Sandra, is Monique opgelucht dat ze niet de rest van de avond op blote voeten hoeft door te brengen.                                      Plaatsgenomen naast Johan in de woonkamer, schiet de vonk pas echt over bij Monique. ‘Van Sandra heb ik begrepen dat je rechercheur bent bij de politie,’ zegt ze zwoeltjes.

         ‘Ja, bij moordzaken, en we hebben het helaas zeer druk.’

         ‘Dat geloof ik best. Je kunt geen krant openslaan of er staan weer de nodige schietpartijen in.’

         ‘Nou, zeg dat wel,’ bevestigt Johan. ‘Het lijkt wel of de wereld gek aan het worden is en dat niemand nog wat van een ander kan verdragen.’

         Monique is niet meer bij Johan weg te slaan. Het klikt goed en ze praten uren over alles wat hen bezighoudt. Pas ver na middernacht besluit Johan om te vertrekken. Hij heeft Monique aangeboden om met hem mee te rijden. Het was eigenlijk de bedoeling dat ze een nachtje zou overblijven, maar na overleg met Sandra, die bewust Johan had uitgenodigd om hem in contact te brengen met Monique, is het plan gewijzigd.                                                                         
         Even later rijdt Johan in volle vaart richting Den Haag. Het is niet druk op de wegen en voordat Monique er erg in heeft, staan ze al voor de bookstore in de Denneweg, waar Monique voorstelt om boven nog iets te gaan drinken. Johan laat zich dat geen twee keer zeggen. Met een tevreden glimlach loopt hij met Monique mee naar het appartementje boven de store, waar hij plaatsneemt op de bank. Van hieruit heeft hij een goed overzicht over de hele woonkamer. Het is keurig ingericht met moderne witte meubels en abstracte kunst. Terwijl hij rustig om zich heen kijkt, komt Monique weer terug uit de keuken. Naast Johan plaatsgenomen, schenkt ze ieder een glaasje wijn in. ‘Je hebt wel smaak,’ zegt Johan. ‘Alles is keurig op elkaar afgestemd.’

         ‘Dank je,’ zegt Monique gevleid. ‘Het heeft me ook jaren gekost om het zo in te richten. Regelmatig bezoek ik de kunstmarkten, op zoek naar juist dat ene kunstvoorwerp dat mij aanspreekt.’

         ‘Nou, ik moet eerlijk toegeven dat ik van kunst helemaal geen verstand heb, maar het inspireert me wel, als ik het zo zie.’

         ‘Anders ga je een keer met mij mee,’ zegt Monique verheugd. ‘Ik ben nog op zoek naar een schilderij van Charline von Heyl. Een Duitse kunstenares, die momenteel woonachtig is in New York.’

          Johan krabt bedachtzaam op zijn hoofd. ‘Dat lijkt me zeer interessant, maar ik twijfel of ik daar wel tijd voor heb. Ik ben al blij als ik even niets hoef te doen en mij kan verdiepen in een goed boek.’

         ‘Dat doe ik ook het liefst. Het is niet voor niets dat ik van m’n hobby mijn werk heb gemaakt, maar het is ook goed om er zo nu en dan even tussenuit te gaan en even met hele andere dingen bezig te zijn.’

         ‘Daar moet ik je gelijk in geven,’ zegt Johan, als hij comfortabel achterover is gaan leunen en zijn rechterarm over de rugleuning achter Monique steekt.

         ‘Als beroepsspeurneus heb je toch ook recht op snipperdagen?’ giechelt Monique, terwijl ze haar rug gemoedelijk tegen de arm van Johan aandrukt.

         ‘Tuurlijk, al zijn ze wel al bijna opgebruikt. Ik kon toen nog niet voorspellen dat ik ze hard nodig zou hebben voor het bekijken van kunst met een mooie vrouw,’ zegt Johan zwoel als hij Monique zachtjes in de hals streelt.

         Van praten komt even niets meer en het duurt dan ook niet lang voordat ze volledig naakt op de bank liggen te vrijen. Na afloop drinken ze voldaan nog een glaasje wijn.

         ‘Nou, daar was ik wel even aan toe!’ zucht Monique tevreden.

         ‘Dat kun je wel stellen. Het is voor mij zeker een halfjaar geleden dat ik een naakte vrouw heb aangeraakt,’ zegt Johan tijdens het aantrekken van zijn broek.

         ‘Alleen maar aangeraakt, of nog meer?’ daagt Monique hem uit.

         ‘Nou, wel een beetje meer. Het was overigens wel met m’n ex-vrouw, als dat je geruststelt.’

         ‘Maakt mij niet uit, hoe, wat, en met wie je het doet. Het gaat mij er meer om of ik niet een soa heb opgelopen na deze uitspatting met jou.’

         Johan moet even lachen om deze opmerking en hij verzekert haar dat dat niet het geval is. Weer aangekleed drinken ze nog een wijntje en maakt Johan aanstalten om te vertrekken. Na een innige afscheidszoen is het hoogtijd voor Monique om te gaan slapen; de heftige seks en de vele wijntjes hebben haar uitgeput.

                                                               *
Het is een zonnige donderdagochtend en Monique Hoeksema is drukdoende met het uitpakken van een aantal dozen met boeken, die onlangs zijn binnengekomen. Als plotseling de deur opengaat, stappen er drie mannen naar binnen met een bivakmuts over hun hoofd getrokken. Bij het zien van deze angstaanjagende gestaltes, slaat haar hart een aantal keer over. Als versteend kijkt Monique naar de mannen, die met stevige pas op haar afkomen lopen. Voordat ze iets kan uithalen, krijgt ze een aantal rake klappen in het gezicht en wordt ze bedreigd met een pistool. Liggend op de vloer wordt er tegen haar geschreeuwd dat ze geld willen. Een van de overvallers heeft de kassa leeggehaald, maar het is hen niet genoeg. Ze willen meer.

          ‘Er is niet meer geld,’ kreunt Monique.

          ‘Hou me niet voor de gek, bitch!’ roept de overvaller, met het wapen op haar gericht. Uit frustratie geeft hij Monique een aantal harde trappen tegen het hoofd, waardoor ze buitenwesten raakt.

           Ondertussen zoeken twee van de overvallers in rap tempo de hele winkel af en gaan zelfs nog boven kijken of daar geld is te vinden. De hele bovenwoning wordt overhoopgehaald, maar op een spaarvarken na is er niets te vinden. Terug beneden, vlucht het gewelddadige drietal snel de deur uit en laten de zwaargewonde Monique voor dood achter.

           Een halfuur later wemelt het van de politie bij de bookstore. De straat is afgezet met wit-rode linten en het forensisch team is een uitgebreid onderzoek gestart naar sporen van de daders. Monique is met loeiende sirenes per ambulance naar het HMC Westeinde ziekenhuis gebracht. Ze is er zeer slecht aan toe. Haar neus en kaak zijn gebroken en er wordt onderzocht of ze een schedelbasisfractuur heeft. Een klant heeft haar hevig bloedend op de vloer gevonden en heeft onmiddellijk 112 gebeld.                                                                    De collega-winkeliers in de Denneweg staan geschokt te kijken naar de werkzaamheden van de politie. Sommige van hen kunnen de tranen niet bedwingen en worden getroost door mede-collega’s.

            ‘Wat een hufters zijn het toch!’ snikt één van hen.

            ‘Hoe kunnen ze zoiets doen, om een weerloze hardwerkende vrouw zo toe te takelen,’ wordt er in de groep gezegd.

            ‘Luie varkens zijn het. Te beroerd om te werken, maar wel het geld van anderen stelen. Moet je zien wat een ellende ze veroorzaken voor een paar euro’s,’ valt een ander hem bij.

            Na een paar uur is het onderzoek van de politie afgerond en wordt de straat weer vrijgegeven voor het publiek. Op de deur van de bookstore is een briefje geplakt: wegens omstandigheden gesloten.  

                                                                                                                                                                                          *
Johan Uiterwaarde loopt terneergeslagen het HMC Westeinde ziekenhuis binnen. Bij de receptie vraagt hij naar het kamernummer van Monique Hoeksema. De receptioniste speurt even in haar computer en stuurt hem naar de IC op de bovenste verdieping. Bij aankomst wordt hij aangesproken door de dienstdoende verpleegster. ‘Sorry, maar u mag niet naar binnen,’ zegt ze op een fluistertoon.

         ‘Oké, maar hoe gaat het met mevrouw Hoeksema?’ vraagt hij gespannen.

         ‘Ze is in coma en reageert niet op prikkels. We houden haar scherp in de gaten, want de situatie is zéér kritiek.’

         Johan schrikt behoorlijk van het antwoord van de verpleegster en hij trekt wit weg in zijn gezicht. Door het glas van de IC ruimte kan hij Monique zien liggen. Het ziet er verschrikkelijk uit. Haar hoofd is voor een groot gedeelte in het verband gerold en er is een metalen constructie gemaakt om de gebroken kaak stabiel te houden. Verder zijn er diverse zuignappen op haar hoofd en lichaam gedrukt, die allemaal met gekleurde draden in verbinding staan met een controlemonitor. Hij blijft een aantal minuten stokstijf naar Monique kijken, waarbij hij zo nu en dan even een traantje wegpinkt. Net op het moment dat hij wil vertrekken, komt er een oudere vrouw naast hem staan, die net als hem ook de ogen niet droog kan houden. ‘Ze is alles wat ik nog heb, maar voor hoe lang nog?’ zegt ze bedroefd. ‘Het is gewoon niet eerlijk hoe ze mijn lieve meisje hebben toegetakeld! En voor wat? Voor een paar stomme euro’s, die ze van mij zo hadden kunnen krijgen.’

       Johan is zeer onder de indruk van haar verschijning en kan even geen woord uitbrengen. Hij heeft medelijden met de moeder van Monique en bied haar in stilzwijgen een papieren zakdoek aan.

       ‘Dank u wel,’ zegt ze terneergeslagen.

       ‘Graag gedaan.’

       ‘Ik ken u niet. Bent u een goede bekende van Monique?’ vraagt ze, terwijl ze de tranen wegdept.

        Het duurt even voordat Johan zijn stem weer onder controle heeft. ‘Ik ken uw dochter nog maar net, maar het voelt alsof het jaren zijn,’ zegt Johan, als hij de brok in zijn keel kwijt is.

        ‘Het is gewoon niet eerlijk,’ zegt de oude vrouw.

        ‘Het is ook niet eerlijk en wij zullen er alles aan doen om de daders te vinden.’

        ‘Oh, u bent van de politie?’

        ‘Ja, maar ik sta hier niet in functie. Ik sta hier omdat ik uw dochter een aantal dagen geleden heb ontmoet en ik zeer begaan ben met haar lot. Afgelopen zaterdag heb ik haar na een gezellig feestje nog thuisgebracht, en nu sta ik hier, en heb ik geen idee of ze ooit weer aanspreekbaar zal zijn.’

        Door deze opmerking van Johan kan de oude vrouw haar emoties niet meer de baas en ze barst in huilen uit. Johan heeft meteen spijt van zijn opmerking en rijkt haar wederom een papieren zakdoek aan.

       ‘Sorry, ik dacht er even niet over na,’ verontschuldigt hij zich.

       ‘Maakt niet uit. Het is zo als het is en daar kunnen wij helaas niets aan veranderen.’

       ‘Kan ik u een kopje koffie aanbieden in de kantine?’ vraagt Johan, om het goed te maken.

       ‘Ja graag, daar ben ik wel aan toe.’

       ‘Ik zal mij even voorstellen. Johan is de naam … Johan Uiterwaarde,’ zegt Johan, haar ondersteunend naar de lift.

      ‘Ivonne Hoeksema, de moeder van Monique. Maar dat had u al begrepen.’

      In de kantine nemen ze plaats aan een tafel, met uitzicht op de entree. Het is er een komen en gaan van mensen, die in een stevige pas naar de desbetreffende behandelingsafdeling lopen.

      ‘Het is hier net lopendebandwerk,’ merkt Johan op tijdens het aanreiken van de koffie.

      ‘Ja, het lijkt wel of iedereen iets mankeert tegenwoordig.’

      ‘Dat verbaast mij ook niets met de ongezonde levensstijl die men er vaak op na houdt,’ valt Johan haar bij.

      Het kijken naar de kriskras door elkaar bewegende mensen vormt een aangename afleiding voor mevrouw Hoeksema en het lijkt erop dat ze even niet aan haar zwaargewonde dochter denkt.

      ‘Als ik het goed heb bent u de man waar Monique mij pasgeleden over heeft verteld,’ zegt ze tijdens een tweede kopje koffie.

      ‘Oh, dat is best mogelijk. Ze heeft me sinds zaterdag iedere avond gebeld en wilde snel weer iets afspreken.’

      ‘Ja, dat idee had ik al. Ze had vlinders in de buik, vertelde ze mij.’

      Johan weet zich even geen raad met de situatie en hij begint zenuwachtig met zijn vingers op de tafelrand te tikken. ‘Hoe bent u hier?’ vraagt hij na een korte stilte.

      ‘Ik ben met de bus gekomen.’

       ‘Kan ik u een lift aanbieden?’

       ‘Graag, als het niet te veel moeite is,’ zegt ze bescheiden.

       ‘Nee hoor, dit is wel het minste wat ik voor u kan doen in deze situatie.’

       ‘Zorgt u maar dat het schorem gevonden wordt, dat mijn dochter zo heeft toegetakeld.’

       ‘Daar ga ik voor zorgen. Al is het ook laatste wat ik zal doen in mijn leven, de daders zullen hun straf niet ontlopen,’ belooft Johan plechtig.

                                                                               
                                                               *
Johan Uiterwaarde is onderweg naar de Loevesteinlaan om het goede nieuws over te brengen aan mevrouw Hoeksema. De politie heeft de laatste maanden met man en macht gewerkt om de daders van een groot aantal overvallen op winkeliers op te sporen. En met succes! Na een wilde achtervolging door Den Haag, zijn ze afgelopen middag op de Noordsingel staande gehouden. Het ging gepaard met veel geweld, waarbij er diverse schoten zijn gelost. Twee overvallers zijn omgekomen en de derde ligt zwaargewond in het HMC Westeinde ziekenhuis.                                           
        Aangekomen bij het witte twee onder één kap huis, parkeert Johan zijn auto op de oprit. Hij is hier al diverse malen geweest om mevrouw Hoeksema bij te staan in deze moeilijke periode. Na de overval op de bookstore is ze mentaal ingestort. Ze kan niet verwerken dat haar dochter Monique nog steeds in coma ligt en er geen zicht is op verbetering. Dagelijks brengt ze steevast een bezoekje aan het ziekenhuis. Het vergt enorm veel van haar en dat is haar ook goed aan te zien. Twee jaar geleden is bij een noodlottig fietsongeval haar jongste dochter Laura verongelukt. Dat was al een enorme klap, maar nu is haar wereld volledig ingestort. Het goede nieuws doet haar goed. ‘Hoe kan ik jullie bedanken voor de grote inzet?’ snottert ze.

       ‘Oh, dat hoeft niet. Het is ons werk,’ zegt Johan als hij haar een papieren zakdoekje aanreikt.

       ‘Dit voelt heel goed, en ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar dat er twee overvallers zijn omgekomen, daar ben ik niet rouwig om. Ik hoop zelfs dat de derde het ook niet gaat redden,’ zegt ze verbitterd.

       ‘Dat kan ik mij goed voorstellen, en het is ook niet vreemd dat u zo denkt,’ valt Johan haar bij.

       ‘Stel dat hij het redt, wat gaat er dan met hem gebeuren?’

       ‘Dan wordt hij stevig verhoord en daarna gaat hij voor een lange tijd de gevangenis in.’

‘Hoe lang?’

       ‘Dat is niet precies te zeggen, maar ik schat wel een jaar of vijftien.’

       ‘Vijftien jaar maar…!? reageert mevrouw Hoeksema verbijsterd. Voor alle ellende die zij hebben aangericht, verwacht je toch op zijn minst levenslang!’

       ‘Dat zit er vermoedelijk niet in. Er moet bewezen worden dat hij Monique de fatale klappen heeft gegeven. Dat is een lang proces en het kan wel jaren duren voor de rechter een definitief oordeel velt.’

         Het is voor mevrouw Hoeksema moeilijk te verteren dat haar dochter waarschijnlijk nooit meer uit de coma zal ontwaken of zelfs zal sterven. ‘Mijn dochter heeft wel levenslang en die vent loopt straks weer vrolijk rond alsof er niets is gebeurd? Dit kan ik niet pikken!’

         ‘Ik begrijp uw onvrede, maar zo zit de wet nou eenmaal in elkaar, helaas.’

         ‘Daar valt niet mee te leven,’ snikt mevrouw Hoeksema. ‘Er moet gerechtigheid komen. Dat heeft Monique zeker verdiend!’

         Na een kopje koffie te hebben gedronken is het tijd voor Johan om te vertrekken. Er is nog voldoende werk te doen op het bureau en hij wil vanavond even lekker ontspannend op de bank een goed boek lezen. De laatste maanden is hij intensief bezig geweest met het opsporen van de overvallers en dat eist nu zijn tol. Bij de auto spreekt mevrouw Hoeksema hem nog vlug even aan.

       ‘Kunt u mij afzetten bij het ziekenhuis? Ik wil graag het goede nieuws aan Monique overbrengen.’

       ‘Maar natuurlijk. Ik kan u alleen niet weer terugbrengen, als u dat niet erg vindt?’

       ‘Nee hoor, ik neem de bus wel terug.’

        Aangekomen bij het HMC Westeinde ziekenhuis, parkeert Johan de auto voor de ingang. ‘Nogmaals bedankt voor de tomeloze inzet van jullie corps,’ zegt mevrouw Hoeksema, als Johan vluchtig iets op een papiertje krabbelt en de autodeur voor haar opent. ‘Geen dank, ik zal het overbrengen naar mijn collega’s,’ belooft hij haar vriendelijk.  

        Met het briefje in de handtas loopt ze rechtsreeks naar de afdeling neurologie. Bij het bed van Monique blijft ze een poosje in stilte naar het wezenloze lichaam van haar dochter kijken. De tranen lopen haar over de wangen als ze Monique liefdevol een kus op het voorhoofd geeft. ‘Dag lieverd. De kans is klein dat je nog enig besef hebt, maar ik moet je iets vertellen. Twee van de overvallers die jou dit hebben aangedaan, zijn vandaag door de politie doodgeschoten en de derde gaat de zonsondergang ook niet halen!’ zegt ze met een listige blik. ‘Voor jou verandert er helaas niets door, maar voor mij verlicht dat de pijn een beetje. Mijn troost is dat we straks in het hiernamaals weer in goede gezondheid herenigd zullen worden. Daar ben ik van overtuigd!’ In stilte slaat ze een kruisje en verlaat daarna de ruimte.                                             
       Aangekomen op de recovery afdeling, neemt mevrouw Hoeksema aandachtig het briefje met aanwijzingen van Johan door. Ze is behoorlijk zenuwachtig, maar het weerhoud haar er niet van om te doen wat ze van plan is om te doen. Bij het bed waar de derde overvaller op haar dochter ligt, kijkt ze snel even om haar heen. Ervan verzekerd dat niemand haar ziet, pakt ze een kussen van het naastgelegen bed en drukt dat stevig op het gezicht van de met meerdere kogels geraakte overvaller. Nog geen drie minuten later legt ze het kussen weer netjes terug. ‘Met de hartelijke groetjes van Monique!’ zegt ze, als ze zich omdraait en stilletjes de ruimte verlaat.       

                                                  

                                                            Einde

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 291
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.