Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 743

De boerenzoon in de stad

DE BOERENZOON IN DE STAD


Er kwam eens een jongeman van het platteland naar stad gereden. Hij had van de wereld nog weinig gezien dan de grond van zijn vader. Op school had hij ook niet gezeten. De jongen kende slechts het kraaien van de haan in de ochtend en wat hem daarop te doen stond. Nu wilde de jongen eens zijn blik verruimen. Hij pakte het tuig van zijn vader en reed de laan voor de hofstee op. “Ben je nu helemaal mesjogge!”, riep zijn ouweheer hem na. “Dat weet ik nog niet”, antwoordde de jongeman, “en daarom ga ik nu juist weg”.

In de stad aangekomen keek de jongeman zijn ogen uit. Hij reed het tuig de markt op en bleef staan voor de herberg. Bij binnenkomst hoorde hij de herbergier luid: “Komt dat zien, komt dat zien. Vandaag komen de stevigste mannen van de stad bijeen om te armworstelen. Uw prijs is de hand van mijn dochter.” Verderop zat een meisje, zo aanlokkelijk als de jongeman nog nimmer gezien had. Zij zag er zeer anders uit dan zijn jongere zuster, die toe dan de enige meid was die de jongen kende van zijn eigen leeftijd. Ze had mooie zwarte haren, een licht getinte huid en half luikende ogen. 

Ondanks dat het inschrijfgeld een aanzienlijk deel van zijn vermogen behelsde, deed de jongen dus maar al te graag mee. Des te meer omdat het landwerk hem potig gemaakt had. Zo was het niet verwonderlijk dat hij de eerste mannen zonder veel moeite versloeg.
Wat de jongeman echter niet wist was dat de herbergier onder een hoedje speelde met ene Cervinus, aan wie hij de hand van zijn dochter reeds beloofd had. Cervinus stond bovendien te boek als de man met de sterkste armen van de stad. Als de herbergier dus zijn wedstrijd zou houden en Cervinus als normaal zou zegevieren, verdeelden zij de pot en hadden zij een flinke slag geslagen.

Nu zagen Cervinus en de herbergier inmiddels met lede ogen toe hoe de jongeman de ene na de andere slager, smidszoon of houthakker versloeg. Zij zonderden zich af en zeiden elkander toe: “Die jongeman ken ik niet. Dat kan geen poorter zijn. ‘t Is er vast één van buiten de stad.” En daarop bedachten de twee een list.

En toen zowel Cervinus als de jongeman de finale van de wedstrijd hadden bereikt pakten zij elkanders handen beet, zetten hun ellebogen op tafel en keken elkaar recht in de ogen. Maar alvorens het startsein gegeven worden kon, riep Cervinus: “Ho! Deze jongen is mij toch wat kloek. Ik zou graag mijn gelukssieraad aan willen.” “De toestemming heeft u.”, zei de herbergier met een valse glimlach rond de mond. Cervinus liep weg en kwam na een poosje weer terug in de herberg met een blinkend uurwerk om zijn pols. De jongeman, die slechts had geleefd met de haan en zon als tijd, vroeg Cervinus: “Mijnheer, mag ik u vragen: waar dienen die wijzers op uw armband voor?” Cervinus antwoordde: “Wel, die draaien samen rond en als de grote wijzer de kleine overschaduwt, krijg ik bij toverslag extra kracht in mijn arm. Zou u zo vriendelijk willen zijn mij de tijd te gunnen tot de wijzers exact over elkaar heenstaan?” De jongeman, zich van de duvel niet bewust en verrukt door het idee dat hij echte toverkracht aanschouwen zou, sprak: “Wij zullen beginnen wanneer de grote wijzer de kleine overschaduwt.”

Na een poos stond de grote wijzer nog maar een minuut af van twaalf uur en de jongen zei: “Is het bijna zover?”. “Ja”, sprak Cervinus die inmiddels in zijn hoofd was begonnen af te tellen vanaf zestig evenals de herbergier. Toen zij bij nul aangekomen waren, riep de laatste: “begin!” en zette Cervinus meteen al zijn kracht en bonkte hard de hand van de boerenzoon tegen het tafelblad. Cervinus toonde de jongeman het bewijs dat de wijzers over elkander stonden en deze droop beduusd af. De jongeman kon niet begrijpen hoe Cervinus het meteen gezien had dat de wijzer over elkander heenstonden en zo stipt had gereageerd. Dat moest wel de toverkracht zijn.

Nu liep er een frater Simius door de stad, op zoek naar des stads armste stakkers. Toen deze de jongeman teneergeslagen aantrof, vroeg hij wat hem bezielde. Nadat de jongen het verhaal had verteld, laaide een vuur op in het hart van de frater. De man, zo begeesterd door Gods gerechtigheid, sprak tot de jongeman de waarheid: “U bent voor de gek gehouden, jongeman. Het gelukssieraad was een uurwerk, waarop de tijd te zien is. Die Cervinus kon precies tellen hoeveel seconden hij nog wachten moest, alvorens hij kon aanvallen.” De boerenzoon, zich van de duvel niet bewust, snapte niet wat Simius bedoelde. Daarom nam de frater hem mee naar de kerk en toonde hem de klok. “Kijk; de grote wijzer wijst de minuten aan en de kleine de uren. Als je begrijpt hoe het werkt, kun je precies uittellen hoeveel tijd er nog is voor de wijzers elkander overschaduwen. Zo zitten de mensen des zondags ochtend op tijd in de kerk.”

Toch geloofde de jongen dit niet. Hij was zich immers van de duvel niet bewust. Hij was met beste bedoelingen naar de stad gekomen, dan kon hij niet zijn belazerd, zo dacht hij. “Het moet dan toch een vergissing wezen. Ik geloof niet dat hij zo meteen en stipt reageren kon. Die ‘tijd’ waar u steeds over spreekt, daar hoorde ik nog nimmer over. Hoe weet ik dat u mij niet aan het bedonderen bent? Straks loop ik terug naar de herberg voor een nieuwe pot en verlies ik die weerom. Dan heb ik al mijn geld verloren.”
Frater Simius zei: “Luister jongen, ik zal met je meelopen naar de herberg en laten zien hoe de vork in de steel steekt. Om te bewijzen dat ik niet weg zal snellen zal ik onze handen aan elkander binden met mijn touwen ceintuur.” Zo gezegd, zo gedaan.
Toen Cervinus en de herbergier door het raam de twee zagen naderen, schrokken ze zich een ongeluk. Snel staken zij weerom de hoofden bij elkander.
En toen Simius en de Jongeman de herberg betraden, sprak de herbergier: “Ach, eerwaarde, God zij met u, maar toen we afspraken dat u tegen vergoeding tegenstanders voor Cervinus hierheen bracht, hoefde dat niet met uw ceintuur, hoor.”
De jongeman ervoer hoe teleurstelling en angst zich van hem meester maakten en rende snel de herberg uit, bang zijn laatste geld aan Cervinus te verliezen. Daarbij trok hij echter zodanig fel aan het ceintuur dat Simius wankelde en achterover viel op zijn kop, waarna hij roerloos liggen bleef. Inmiddels had de jongeman zich reeds losgemaakt en was hij in zijn tuig gesprongen om de stad uit te rijden.

Eenmaal thuis vroeg de boer: “En heb je iets opgestoken van je reis?” Zijn zoon keek bedroefd naar de grond: “Ja, vader, helaas wel.” De boer begreep dat zijn zoon het gezien had en niet langer kon leven in het sprookje van de hofstee. “Ja, zoon, maar er zitten ook goeden tussen, hoor”, sprak hij.
En net buiten de stad stond inmiddels een zerk in de grond met het opschrift:
Hier ligt frater Simius,
Hij bond een onnozelaar aan zijn ceintuur,
zo was zijn leven slechts van korte duur. 


Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Wim Groen
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 59
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "De boerenzoon in de stad"

Geschreven door Wim Groen . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
03.09.20
Feedback:
Mooi verhaal
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
02.09.20
Feedback:
Prima verhaal, prachtig bedacht. Eén dingetje: citaten. Na een citaat dat eindigt met een vraagteken hoort geen punt te staan, en na een citaat dat eindigt met een punt hoort ook geen tweede punt te komen.

Het simpels om aan te houden is om een leesteken altijd voor de aanhalingstekens te zetten. Na de aanhalingstekens hoeven dan geen leestekens meer. Bijvoorbeeld: Hij zei: 'Daarom ga ik nu juist weg.'

Ander voorbeeld: Hij vroeg: 'Heb je iets opgestoken met je reis?'
Grammatica & Spelling:
Voldoende
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
1 van de 1 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...