Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 743

DE BOEIENDE BIB VAN RONKEND REUTELGEM

Een vreemd sollicitatiegesprek was het geweest vorige week. Hugo had een ernstige, sobere man in grijs kostuum verwacht, maar in plaats daarvan kreeg hij een olijk, klein, kalend ventje tegenover zich. Bovendien droeg het een houthakkershemdje en een opvallende salopette in jeans, een kledingstuk waarvan hij dacht dat het al lang uitgestorven was of dat het alleen in hoogst uitzonderlijke gevallen nog gedragen werd door een garagist van het zevende knoopsgat, maar zeker niet door een hoofdbibliothecaris in functie. Na de gebruikelijke handshake en korte begroeting waren ze in het leeszaaltje van de dagbladen en magazines gaan zitten. Bijna een volle minuut duurde het vooraleer er iets gezegd werd. Het mannetje bekeek hem strak. Als hij denkt dat hij me daarmee kan intimideren, heeft ie het helemaal verkeerd voor, dacht Hugo. Het viel hem op dat Meneer Streepens, want zo heette de kalende dwerg volgens de vacature (hij had zijn naam gemompeld bij de begroeting, maar dat was compleet onverstaanbaar), piepende geluiden maakte. Verdomme, een neuspieper, dacht Hugo. Jaren geleden had hij zelf antibiotica moeten slikken omdat hij één of andere bacterie in zijn neus had, waardoor er harde korsten ontstonden in zijn snufferd en hij dus wekenlang ongewild een irritant neuspiepgeluid ten gehore bracht. Heel even speelde hij met het idee om er een opmerking over te maken. Gewoon om de stilte of het spreekwoordelijke ijs te breken. Riskant, want het kereltje had een volumineus reukorgaan en dat lag misschien ook gevoelig, maar als je als sollicitant meteen een gezondheidsprobleem weet aan te pakken en misschien kan verhelpen, toon je wel initiatief en probleemoplossend vermogen. Uiteindelijk kwam de opmerking er niet. Enerzijds omdat er lichte twijfel was omtrent de herkomst van het gepiep (misschien waren het zijn longen wel) en anderzijds omdat Streepens net op dat moment van wal stak.

‘Hugo Hermans.’ Hij glimlachte en liet zijn gekke kopje traag van links naar rechts overhellen. Dat kopje deed hem denken aan een soort ragebol. Zo’n bezem in bolvorm om spinnenwebben of spinrag mee te verwijderen. Alleen de zijkanten van zijn schedel waren behaard gebleven, maar best nog dik. Ongelooflijk dat hij zo’n diepe stem heeft, dacht Hugo ook nog. ‘Hugo’, zei hij opnieuw. Luider. Net als Hugo lachend ‘Ja!’ wilde zeggen, riep Streepens: ‘HERMANS!’. ‘Klopt’, zei Hugo alsnog, maar nu veel stiller dan hij aanvankelijk in gedachten had.

‘Charlie Chaplin. Ongeveer de eerste echte acteur ooit en misschien tot op heden nog steeds de grootste komiek aller tijden. Marilyn Monroe, de meest sexy vrouw ever. Steven Spielberg. Wereldregisseur! E.T., Schindler’s List, Saving Private Ryan, noem maar op. Allemaal van hem. Tina Turner, Doris Day, Sylvester Stallone, Helen Hunt, Mickey Mouse, Donald Duck, … Als je wil, blijf ik doorgaan tot morgenvroeg, maar je begrijpt mijn punt, denk ik. Allitererende voor- en achternamen! Het is bewezen dat ze een garantie zijn voor succes! Stefaan Streepens en Hugo Hermans. Hoofd- en hulpbibliothecaris. Het bekt! Over vereiste vaardigheden, alweer een alliteratie overigens, hoeven we het niet eens te hebben. Je curriculum ziet er indrukwekkend uit voor iemand die niet veel gewend is en toevallig ben ik zo iemand. We zitten hier in de bibliotheek van Reutelgem, een godvergeten boerengat waar iedereen met iedereen slaapt, de helft van de bevolking analfabeet is en de andere helft nooit een boek leest, maar dagelijks op zijn tractor kruipt of op zijn eigen dochter of die van de buren, zoals onze burgemeester. Daar kwam dan een bastaardzoon van en dat wordt jouw enige collega, naast mezelf uiteraard. Of onder mezelf, want ik ben hier de baas en ik sta op mijn strepen. Dat ben ik aan mijn rang en naam verplicht. Ik denk dat ik duidelijk geweest ben, dus zijn er geen vragen meer. Dan hoef ik alleen nog maar te zeggen dat ik je dinsdag hier verwacht om acht uur ’s morgens. Stipt. Ik kijk ernaar uit.’

Amper zes dagen later, op dinsdag, stond Hugo voor een gesloten bibliotheekdeur. Het was acht uur stipt. Hij keek even rond. Op zich was het een prachtig gebouw, een beetje futuristisch, met grote glaspanelen en puntige vormen. Het zou eender waar opvallen, maar des te meer in Reutelgem, waar de gemiddelde woning, vaak een hoeve of een boerderij, zeker honderd jaar oud was. Ongeveer een jaar geleden was hij van Antwerpen naar Reutelgem verhuisd. Geen moment had hij het zich beklaagd. Hij was in Reutelgem immers getransformeerd van opgefokte, briesende stier naar rustig schaapje. Zo eentje dat nooit mekkerde. Ook niet als afspraken niet nagekomen werden. Net als hij zich had voorgenomen om eens helemaal rond het gebouw te wandelen, zag hij twee figuren naderen. Eentje was, omwille van zijn typerende gestalte, vrij makkelijk te herkennen. De andere was als vanzelfsprekend een stuk groter, al was dat blijkbaar tegen zijn zin, want hij liep gebogen. Of krom. Of gebocheld.

‘Goedemorgen, Hermans! Jij bent er vroeg bij! Daar hou ik wel van, van die gretigheid. Doet me denken aan Greta Garbo.’ Hij knipoogde. ‘Dit is trouwens Benny. Benny Dommelmans. Vanaf vandaag mag je mij Stef noemen. Of ‘chef’, het is maar waar je voor kiest. De eerste maanden noem ik je Hermans. Ik vind dat beter, vooral vanuit hiërarchisch oogpunt. Kom, we gaan vlug naar binnen, want het begint net te druppelen.’

‘Kijk, Hermans’, zei Meneer Streepens toen ze even later met z’n tweeën achter de balie stonden, ‘Benny is geen slechte jongen, maar wel een beetje simpel. Je vindt hem overal, maar nooit achter de balie, omdat hij dat van mij niet mag, tenzij om er iets te herstellen. Hij kent gewoon geen fluit van literatuur. Ik ben al blij als hij teruggebrachte boeken weer alfabetisch in de rekken kan plaatsen. Hij is de klusjesman, de tuinman, de schoonmaker, de technicus, de koffiezetter en de boekenterugplaatser. Meer niet. Niet verbaasd zijn als je hem straks of morgen ergens slapend tussen de boekenrekken of luid snurkend onder een krant terugvindt. Hij lijdt aan narcolepsie. Af en toe valt hij eens in slaap overdag, niet omdat hij per definitie lui is of zo. Hij kan er niets aan doen. Het is iets neurologisch. Zo gaat dat, Hermans, je hebt gezonde mensen en ziekelijke. Hier in Reutelgem lijkt iedereen wel één of andere afwijking te hebben. Volgens mij ligt het aan de grond, de asbest en de incest. Dat is mijn top drie. Wees blij dat jij nog kerngezond bent. Jij bent dan ook nog geen echte Reutelgemnaar. En nu ga ik eerst een venster openen, want ik begin te piepen. Ik weet niet of je ’t al gemerkt hebt, maar ik heb chronische bronchitis en ook nogal last van benauwdheden. Mijn longen piepen als gek. Daarbij komt nog dat ik eigenlijk vrij veel stofjes en neuskeutels verzamel in mijn indrukwekkende en met overvloedig veel neushaar ingezaaide neusvleugels, waardoor ik vaak in stereo piep. Zo, dat venster staat open. Hoor je dat ruisen van die planten? Struiken zijn het eigenlijk. Heesters. Benny heeft ze vorig jaar geplant. Vroeger heeft hij nog bij de groendienst gewerkt, onze Benny. Ook al via, je weet wel, onze burgemeester. Dat ruisen doet me denken aan die Nederlandse cabaretier. Al was hij meer dan dat. Hij was ook dichter en zanger. Wat ruist er door het struikgewas? Haha! Man toch, ik kan er niet opkomen. Ik zie ‘m nochtans zo staan met zijn kleine snorretje en zijn guitige koppie.’

Enkele tellen later kwam Benny twee koffies brengen. ‘Lekker,’ zei Hugo, ‘maar ik zou eerst even moeten plassen.’

‘Toon Hermans even waar de toiletten zijn!’, snauwde Meneer Streepens naar Benny. Op zich was hij een vriendelijk man, maar hij werd er altijd een beetje chagrijnig van als hij geconfronteerd werd met zijn eigen vergeetachtigheid, zijn onvermogen om dingen te onthouden, zijn minder lucide wordende geest, zijn aftakeling.

Vijf minuten later stond Benny terug bij zijn chef. ‘Stef, moet je nu eens iets weten? Die nieuwe koos daarnet voor het gehandicaptentoilet.’

‘Ja en? Ik moet me even concentreren. Iemand belde net om ‘Het Verdriet van België’ te reserveren. Ik zou het kunnen ingeven in het computersysteem, maar af en toe moet ik mijn brein testen. Wie was die auteur nu weer? Geen onbekende alleszins! Man toch, ik zie ‘m zo staan met zijn bontjas en zijn sigaret.’

‘Ik vroeg waarom hij niet gewoon naar het herentoilet ging omdat het gehandicaptentoilet voorbehouden is voor rolstoelgebruikers en mindervaliden. Toen zei hij dat gehandicaptentoiletten doorgaans een stuk groter zijn en dat hij zich dan niet zo opgesloten voelde, want daar had hij grote problemen mee. Dan krijgt hij blijkbaar paniekaanvallen en zo.’

Meneer Streepens keek op. Hij piepte een beetje. Het was verbazend om te merken hoe hij van voornaam naar achternaam switchte naargelang de persoon in zijn nabijheid vertoefde of niet. ‘Hugo? Claustrofobisch?’, fluisterde hij meewarig. Hij stak zijn linkerwijsvinger in één van zijn spelonken van neusgaten en wist er een dikke neuskeutel uit te peuteren. Daar maakte hij dan een bolletje van en net als hij het met behulp van zijn duim wilde wegschieten, ontglipte het hem. Zoals alles bijna.

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Danny Vandenberk
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 126
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "DE BOEIENDE BIB VAN RONKEND REUTELGEM"

Geschreven door Danny Vandenberk . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
30.08.20
Feedback:
Heerlijk weer dit! Dikke complimenten!
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
16.07.20
Feedback:
Toon Hermans even waar de toiletten zijn!
Een claustrofobisch e Hugo. En nog meer grapjes. Ik vind dat je erg knap schrijft, complimenten!
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
2 van de 2 lezers vond deze review nuttig
  • Danny Vandenberk 16.07.20
    Dank je wel, Janneke. Ik ben min of meer bezeten van/door woordspelingen. Die vind je dus steevast terug in mijn schrijfsels...

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...