1 post

De achtervolging

89 Hits.

De achtervolging

Herman wordt gezien als een nogal uitzonderlijk figuur, wiens vreemde en onorthodoxe gedrag meestentijds garant staat voor flinke porties hilariteit. De cocktail van kwalificaties als opportunistisch, vergeetachtig, verstrooid en ook nog gezegend met een portie overmoedigheid maken dat overal waar hij zich vertoont hij meteen, meestal ongewild, alle beschikbare aandacht weet te genereren.

Hij heeft zich verzoend met het gegeven dat de wereld hem ziet als een paljas.

Dat zal hem allemaal een rotzorg zijn.

Wat hij absoluut niet wil is dat hij over de tong gaat als een asociale egoïstische klootzak, want hij is trots op zijn open en ruimdenkende instelling, dus dat zou zijn nogal positieve zelfbeeld over deugd en moraal gruwelijk in stukken knagen.

Gezien zijn eigenschappen is dat een nogal kortzichtige inschatting, want werkelijk bezien is Herman nogal belast met een ongezond portie vooroordelen over degene die aan zijn normbesef rammelt.  

Deze morgen ontmoet hij al vroeg zijn eerste dilemma. De buurman op de camping is daar de verwekker van als die voor het wegrijden zijn auto nog even buiten de poort in de met regenwater verzadigde berm parkeert. Dat grote donkerblauwe kreng van hem zuigt zich meteen muurvast in de modder en weigert ook maar een millimeter voor- of achteruit te bewegen.

Herman kent hem van zien op overbuurmanafstand en enkele keren dat ze elkaar zijn gepasseerd bij de doucheruimtes, verder niet. De buurman is weliswaar een frequente bezoeker van de kantinebar, maar daar komt Herman niet. Hij ziet de buurman als een arrogante aandacht-delinquent, die mijlenver buiten de grenzen vertoeft van wat hij als normaal aanmerkt, hij is zelfs een beetje bang voor hem. Dat heeft die buurman te danken aan zijn kale glanzende vollemaanschedel en z’n armen, tot in z’n mouwloze T-shirt vol delftsblauwe plakplaatjes, afbeeldingen van figuren, dieren en vrouwen in allerhande poses, die bij de kraag zijn hemd uitkruipen. Hij huist in een formaat caravan waar z’n eigen Bürstner driemaal in zou passen en nog verdwalen, langs alle randen en lijnen opgesmukt als een circustent vol toeters, bellen, lichtjes en andere aandachttrekkers.

Maar als het op bekijken en omschrijven aankomt is Herman nog beter op de hoogte van het uiterlijk van de vrouw of vriendin van dat doorgeprikte prentenkabinet.

Zij is het, zijn ogenschijnlijke, in ieder geval opzienbarend pretentieuze, uithangbord, net zo kleurig onder de versieringen, met een fraai stel Maagdenburger hele bollen, waar ze zichtbaar vervuld mee is omdat ze ogenschijnlijk vol trots half uit haar blouse hangen, die bij elke stap buiten hun caravan alle aandacht genereert en zijn hoofd met allerlei fantasieën en droombeelden volpompt.

Daarentegen heeft het stel hèm nog geen blik waardig gegund.

Gelukkig voor de buurman is op deze zonnige morgen het humeur van Herman zodanig opgewekt dat hij in staat is om zich over elk vooroordeel en elke aversie heen te zetten.

Hij wilde boodschappen doen, maar na een kleine aarzeling zet hij z’n oude doffe Kadett voor de glanzende BMW en maakt de trekkabel met de uiteinden aan de auto’s vast.

Het kost zijn vervoermiddel, dat nog net geen collectors item genoemd mag worden, de grootste moeite om de massieve Duitser op het droge te krijgen. Mocht het lukken dan heb je ook wat, hoopt hij, wellicht een wat beter contact met de boze overbuurman voortaan.

Dat valt in beginsel tegen, die gladde eikel komt er niet eens zijn statussymbool voor uit, een koel bedankje is het enige dat eraf kan, terwijl zij naast hem, minzaam en met een routineuze beweging haar blonde lokken naar achteren zwaait.

Maar waarom die kleurige spierbundel zo vlak achter hem blijft rijden is Herman een dusdanig raadsel waar hij weliswaar grommend over nadenkt maar niet meteen de oplossing van doorziet. Wat wil die gladjakker van hem, hij heeft hem toch geholpen net, wat heeft hij hem aangedaan?

Het is toch niet zijn opmerking over die onwaarschijnlijk domme parkeeractie, die was misschien ietwat stekelig maar absoluut humoristisch bedoeld, hij probeert er toch altijd een grap van te maken. Met dat volk weet je het nooit, gevoel voor humor hebben ze niet.

Of kan het zijn dat hij, omdat ze zo dichtbij was, met zijn ogen een tiental seconden te lang in haar peilloze diepte heeft gewroet, daar waar haar trotse tweetal elkaar bijna raakt, en waar hij een hoofdgebaar van goedkeuring voor over had.

Zou die glanzende schedel zich daardoor beledigd of misschien wel aangevallen voelen, zit hij hem daardoor zo op de hielen? Wat zijn motivatie ook is, hij is ongetwijfeld wat van plan, daarom zit hij bijna op zijn achterbumper en kan er elk moment voorbij stuiven, hem afsnijden, tot stoppen dwingen om hem dan met z’n groenblauwe spierballen uit de auto te sleuren en af te ranselen.

Dat vooruitzicht laat z’n overhemd sidderen.

De spiegel registreert het meedogenloos, de kale achtervolger en ook zijn blonde passagier gebaren en zwaaien beide als agressieve wilden, het licht knippert en de toeter van die Duitse bolide laat angstwekkende geluiden horen, als een trein die onheil ziet opdoemen.

De angst heeft hem helemaal bereikt, stoppen is geen optie, om de dooie dood niet, hij gaat zich toch niet overleveren aan zo’n agressieve malloot?

Niet weer, één keer eerder is hij gestopt voor iemand die achter hem z’n lampen liet knipperen, dat is hem duur komen te staan, het leverde een geweldige deuk in zijn ego op, een beschadigd vertrouwen in mensen die met ogenschijnlijk goede bedoelingen willen waarschuwen voor naderend gevaar, maar ook een deftige tandartsrekening. De oorzaak van die strafexpeditie is hij grotendeels vergeten, iets onbenulligs als onterecht voorrang nemen bij een rotonde, of zo.

Gas geven is de enige remedie om zich van een kwaadwillende te kunnen ontdoen.

Z’n hart bonkt bijna z’n lichtblauwe overhemd uit, adrenalinestoten gieren door zijn lichaam en sporen hem aan tot nog meer activiteit. In tegenstelling tot zijn oude Kadett, die lijkt op een andere manier te zijn bevangen door die hinderlijke stress, die is bij tijd en wijle aan een desastreuze verlamming onderhevig en dan niet vooruit te branden, terwijl hij bijkans het gaspedaal door de bodemplaat van dat oude brik trapt.

Dan weer, als een broodnodige afwisseling, krijgt de Kadet de geest en gromt met hoge snelheid vooruit. Maar als blijkt dat ook op die momenten de afstand tussen zijn Kadett en dat fonkelende monster nog geen meter extra afstand oplevert, roept dat een ‘Unheimisch Gefühl’ van angst op.

De spiegel in het midden weet er niets geruststellenders van te maken.

Herman ziet de telefoon aan het oor naast de gladde schedel, het plaatjesboek schijnt te bellen, natuurlijk naar zijn maten, vloekt hij hardop, die hem ergens opwachten en dan te grazen nemen, verdomme.

Hij zet zich schrap voor een achtervolging, zodanig dat de makers van Bullitt, inclusief Steve McQueen, onmiddellijk aan een remake zullen denken.

‘Vooruit dan maar, als hij dat wil.’

Hij trapt opnieuw het gas in tot op de bodem, er zit nog sprit genoeg in z’n kar om hem tot in Zuid-Frankrijk te kunnen brengen.                                                                                              

Vervolgens slecht hij het complete toeristische traject dat hij pas nog met zijn vrouw te fiets heeft afgelegd, met de BMW in zijn kielzog, waar hij maar niet los van komt.

Desondanks blijft zijn groene Kadett last houden van vreemde kuren, maar gelijk Max Verstappen maakt hij gebruik van de hele weg en geeft in de bochten geen centimeter ruimte cadeau, door uitstekend stuurmanswerk weet hij die agressieveling tot volger te houden.

Het overige verkeer verkeert in alle staten van schrik en ergernis en schiet links en rechts de berm in, fietsers die willen oversteken vallen om of vluchten in een opperste vorm van zelfbescherming het pad terug in.

Hij blijft vastberaden en geconcentreerd, maar ondanks alle goede bedoelingen, het is maar een klein momentje van onachtzaamheid, passeert hem een auto met volle snelheid.

De schrik verpulvert bijkans z’n hart.

Gelukkig, het is niet die donkerblauwe achtervolger maar een auto met rode en blauwe strepen en een zwaailicht op het dak, de politie lijkt het. Het ronddraaiende licht gaat voor hem rijden en maant via rode letters tot STOP.

De politie, zijn beste vriend nu hij hem nodig heeft, zijn redding, de opluchting ontsnapt via vele openingen. Gelijk met de agenten die voor hem uit hun dienstauto stappen ziet hij dat zijn achtervolger ook uit zijn auto stapt.

Hij slingert, als vroeger aan een koffiemolen, het raampje naar beneden als een diender daar met een vingerbeweging om vraagt.

“Zo, en waar wil meneer, met die BMW op sleeptouw, in al zijn ijver naartoe?”

Jan van Beek          

Alleen Plusleden kunnen een eigen artikel aanpassen na publicatie. KLIK HIER om alle voordelen van een pluslidmaatschap te bekijken.

De auteur van dit artikel Jan van Beek:

Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen mogelijkheid voor reacties.

Ook jouw mening is hier welkom!

Reacties:

01.09.21
Feedback:
Op zich een aardig gegeven, alleen wist ik erg snel wat er aan de hand was. Want waarom zou de hoofdpersoon meteen doorrijden na een sleepklus? Je taalgebruik is bloemrijk, maar staat ook in de weg tussen lezer en verhaal. Show, don’t tell.
  • Waardering
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Meer van deze auteur:

Titel:Hits:Waardering:Link:
Gerrit
50
Lezen?
Slangetje
39
Lezen?
Vergissing
25
Lezen?