Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 812

Dagje uit

EEN DAGJE UIT

Het was een gewone dag met wat zonneschijn. Toen Mia thuiskwam van boodschappen doen, lag er een reisfolder in de brievenbus. Een leuke aanbieding van Reizen met Kolderman. Voor 15 euro een verrassingstrip met koffie en gebak, een lunch en inclusief busvervoer. Daar had Mia wel oren naar. Ze belde haar zus Cor en die had wel zin in een dagje uit.


Zogezegd zo gedaan. Mia vulde het formulier in en ze kreeg als antwoord dat ze moesten opstappen in Nieuwegein bij het ziekenhuis. Nou, dat kwam goed. Mia woonde daar en haar zus Cor kon dan een nacht komen logeren. Om 9 uur stonden ze klaar met nog een echtpaar. In de bus werden ze welkom geheten door een man die zich voorstelde als Bert. Er zaten ongeveer tien mensen in de bus, veertigers, vijftigers, maar vooral zestigers. Nog vijf mensen moesten worden opgehaald. Twee stapten er in Utrecht op en drie in Zeist. Eindelijk gingen ze op weg. Waar zou de reis naartoe gaan? Het was een verassingstocht en niemand wist waar heen ze gingen. Ze reden een mooie toeristische route en in een wegrestaurant dronken ze koffie met gebak. De reis ging verder en de bus kwam aan in een heel klein plaatsje. Mia kon net de naam lezen: Hoender dal. Daar gingen ze via een bospad naar een groot kasteel. De chauffeur parkeerde de bus en de mensen konden uitstappen.

Bert liep voorop. Ze gingen een brug over en Bert vertelde dat, waar ze nu naar binnengingen het wel een beetje donker was. Dus goed uitkijken waar je loopt.

Het zou ook eng en levensecht zijn wat ze hier zouden zien. Ze werden welkom geheten door een man, verkleed in lompen. Binnengekomen merkte Mia dat ze haar toilettas met medicijnen had laten liggen in de bus. Die moest ze bij de lunch innemen. Ze zei dit tegen haar zus en liep terug naar de parkeerplek, maar de bus was er niet. Dat was raar! Nou, dan maar een dagje zonder medicijnen. Ze liep naar de deur en ging naar binnen. Maar waar waren de mensen zo snel gebleven? Welke gang moest ze nemen? Mia probeerde een paar deuren en jawel, er ging zomaar een deur open. Het was er pikkedonker. Ze hoorde een geluid en schrok. Het leek wel hulpgeroep. Mia ging op het geluid af en wat ze toen zag, was wel heel erg eng. Ze zag een vrouw, die geketend aan de muur vastzat.

‘Help me,’ riep de vrouw, ‘help me!’ Wat raar. Zal dit bij een van de verassingen horen? Het rook wel erg vies. Toen zag ze dat de vrouw in haar eigen vuil zat. Dit was ontzettend echt en niet nep. Mia wilde ervandoor gaan. ’Neen, niet doen’, zei de vrouw met een droge rauwe stem. Wie bent u?’ vroeg Mia. ‘Ik ben Els.’ ‘Hoe lang zit je hier al?’ vroeg Mia. ‘Dat weet ik niet,’ zei de vrouw, maar ik weet wel dat we een dagje uit gingen op 20 april. Onze groep bestond uit 14 mensen. Na het eten was ik in slaap gevallen en toen ik wakker werd, zat ik hier vast.’ Oh, dacht Mia, het is vandaag 10 mei. Dit voelt echt niet goed. Ik moet hulp gaan halen, maar hoe?

Ondertussen was de reisgroep door een lange donkere gang naar een soort kloosterkamer gebracht waar een gedekte tafel stond. Op de tafel lagen hompen brood, wat boter en een grote ham. ‘Het verrassingsmenu bestond uit gevangeniseten, daarna konden ze een kijkje nemen in dit kasteel’. Ze maakten op deze manier een dagje mee uit de historie van dit kasteel uit de vorige eeuw vertelde Bert. De mensen gingen aan tafel zitten. Cor hield een plaatsje vrij voor Mia door haar tas op de stoel naast zich te zetten. Bert hield een praatje over wat ze na het eten zouden doen. Ze kregen een rondleiding en ook zouden ze de martelkamers zien. Cor dacht ondertussen: waar blijft mijn zus toch, toen haar mobiel afging. Haar mobiel werd gelijk afgenomen door de in lompen geklede man, ook de andere mensen moesten hun mobiel afgeven. ‘Dat hoort niet thuis in een middeleeuws kasteel’, zei Bert. De mobieltjes zouden ze terugkrijgen in de bus naar huis. Een van de veertigers vond het zeer vreemd, dit had hij nog nooit meegemaakt.

Hij zou het in de gaten houden. Er kwam wijn en water op tafel. De mensen vonden het allemaal erg vreemd maar ook wel spannend.

Cor vond het ook zeer vreemd en dacht: zal ik Bert vertellen dat mijn zus nog moet komen. Neen, ik doe dat maar niet. Mia vond het raar dat Cor de telefoon niet opnam. Ze belde 112 en vroeg naar de politie. ‘Ja hallo, waar bent u?’ ‘In een kasteel bij Hoender dal.’ ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg de politie. ‘Ja, wist ik dat maar’, zei Mia. ‘Laat in ieder geval een ziekenauto komen want ik heb hier een vastgeketende ondervoede vrouw.’ ‘Mevrouw, houdt u mij voor het lapje?’ vroeg de agent. ‘Neen’, er moet onmiddellijk actie ondernomen worden en snel. ‘Ja, maar waar bent u dan? ‘Dat zeg ik,’ zei Mia, ‘in een kasteel vlak bij het plaatsje Hoender dal.’ ‘Oké, ik stuur wel hulp.’

Ondertussen was de maaltijd begonnen. Toen de maaltijd erop zat, waren een paar mensen een beetje dronken. Die mensen werden meegenomen door Bert en de lompenman om ze te laten ontnuchteren. De andere mensen mochten vrij wandelen door de lange gangen en een kijkje nemen in de gruwelkamers. Maar wel achter het glas of de tralies. Wat ze daar te zien kregen, was erg eng. De mensen praatten door elkaar: ‘Dat zijn toch wel poppen hè?’ ’Nou, dat weet ik niet. Het is net echt hè? Cor en de veertiger liepen toevallig bij elkaar. ‘Mijn zus is ook hier in de buurt, maar waar weet ik niet.’ ‘Ik vertrouw het niet’, zei de veertiger die zich als Hans voorstelde. Ze liepen de lange gang door en in elke ruimte was er marteling te zien.

De mensen zagen een draaiend rad met een man die het uitschreeuwde en een schavot waar een man in zat. Een strop waar een man aan bengelde. Het stonk overal en de mensen gingen naar buiten om een wat frisse lucht te scheppen. ‘Het is toch wel nep, hè? zeiden de mensen tegen elkaar. Het ziet er te echt uit. ‘Ik ga niet meer naar binnen.’ De veertiger zei tegen de mensen: ‘Blijf allemaal buiten, ik ga de anderen zoeken.’ Hij ging naar binnen en liep bijna tegen Mia op. Die vertelde dat de mensen echt waren. ‘Ik heb een vrouw ontmoet die hier al meer dan twintig dagen zit. Ik heb 112 al gebeld en om de politie en een ziekenwagen gevraagd. Ik hoop dat ze snel komen. De mensen in de martelkamers worden echt gevangen gehouden en tentoongesteld voor dit soort trips.’

‘Kom, we gaan op zoek naar iets om de kamers te openen’, zei Hans. Ze kwamen in een kelder. Daar was het erg stoffig en er hingen allerlei ouderwetse gereedschappen. Ze pakten wat gereedschap en opeens hoorde ze voetstappen. Snel verstopten ze zich achter een muurtje. Daar kwam een man, de lompenman, met een van de “dronken” mensen met handboeien om. Hij hing een kleine sleutelbos op aan een spijker en nam de man weer mee. Snel pakte Hans, de veertiger, de kleine sleutelbos mee. Hans en Mia liepen door de lange gang en keken in de kamer waarin de man verdwenen was. Daar zag Hans drie van zijn reisgenoten aan de tafel zitten met een verdwaasde blik.

Ze bleven kijken en luisteren. ‘Kom’, zei Bert de reisleider, we moeten deze mensen naar hun kamer brengen en aan de groep vertellen dat ze met een ziekenauto worden opgehaald. De andere man klapte in zijn handen en zei: ‘Dat hebben wij weer goed voor elkaar broer. Wat nieuw bloed in ons kasteel.’ Snel verstopten Mia en Hans zich op het toilet. Toen het groepje voorbij was, liep Hans vooruit en zag dat Bert en zijn broer een kamer in gingen met de mensen. Even later hoorde ze de deur op slot gaan. Mia en Hans liepen door de lange gang en kwamen weer in een soort kelderkamer uit.

Daar hingen allerlei martelwerktuigen en een grote sleutelbos. Ze pakten de sleutelbos mee en probeerden de grote sleutels op de deuren in de lange gang. Gelukkig, ze pasten. Met de kleine sleutels maakten ze de ketens en boeien los van de mensen die daar vastgeketend zaten. Hans zei tegen de mensen: ‘Ga rustig liggen, er komt hulp.’ Aan de mensen buiten had Bert ondertussen verteld dat er wat mensen uit de groep onwel waren geworden en dat er een ziekenauto onderweg was. ‘Hé, kijk daar eens!’ riep een van de mensen uit de groep. ‘Er komen ziekenauto’s en politie aan.’ Snel maakten Bert en zijn broer zich uit de voeten en liepen naar binnen. Recht in de armen van Mia en Hans die hen snel de boeien omdeed die ze afgenomen hadden van de vastgehouden mensen.

Zij duwden Bert en zijn broer in een van de martelkamers met de deur op slot. De chauffeur was ondertussen al naar het kasteel gereden zodat de groep in kon stappen en hij ze naar huis kon brengen. De bus werd onderschept door de politie. Mia en Hans wandelden naar buiten en vertelden de politie dat ze twee mannen hadden opgesloten en de gevangen mensen hadden verlost van hun boeien. Ze gaven de sleutelbos aan de politie en de ziekenbroeders. Gerda en Mia vielen in elkaars armen, blij dat het achter de rug was. De ziekenbroeders gingen het kasteel binnen en namen de uitgemergelde mensen mee in de ziekenwagens, evenals de drie mensen uit hun groep die niet konden bevatten wat er met hen gebeurd was.

De reisgroep ging wandelend op pad naar het café  Hoender dal. Daar werden ze getrakteerd op warme chocolademelk met een heerlijk vers belegd broodje. Hans en Mia vertelden de groep wat er gebeurd was. De politie ging verder op onderzoek uit in het kasteel. In een van de kamers lag een gemummificeerd lijk en er werd kleding en eigendommen gevonden van wel twintig mensen. Een grootscheeps onderzoek vond plaats. De politiechef nam Mia en Hans mee naar het bureau om alles uit te leggen. Er ging een telefoontje naar Utrecht om uit te kijken naar Reizen met Kolderman. Het reisbureau bestond niet. Er werd navraag gedaan etc. etc.

Er kwam een artikel in de krant om mensen te waarschuwen niet in zee te gaan met Kolderman Reizen. In het journaal werd verzocht om mensen, die met Reizen met Kolderman een dagje uit waren geweest, zich te melden bij de politie in hun woonplaats. Verschillende mensen meldden zich. Zij konden vertellen dat er twee of drie personen uit hun groep zomaar verdwenen waren, waarvan de leiding zei dat ze onwel waren geworden en naar het ziekenhuis zijn gebracht. Een echtpaar vertelde over een alleenstaande vrouw. Ze hadden geprobeerd een telefoonnummer of adres te weten te komen Maar ze hadden geen gegevens gekregen want dat was privé, had de reisorganisatie Kolderman gezegd. Daar hadden ze zich bij neergelegd. Maar ze konden wel vertellen hoe de vrouw heette. Uit onderzoek bleek dat ze een van die vastgeketende mensen was. Ze wist zelfs niet meer hoe ze heette en waar ze woonde, zo getraumatiseerd was ze.

De bende bestond uit vier personen, drie waren er opgepakt, Bert de reisleider zijn broer de in lompen geklede man en de chauffeur. Een man was nog voortvluchtig. Dat was degene die de telefoon aannam en de reispapieren in orde maakte. Een van de mensen die zich hadden aangemeld voor een dagtrip kon een beschrijving geven van die man. Ze had geen gehoor gekregen over de tijden voor het uitstapje.

Daarom was ze naar het kantoor gestapt dat in een kantorencomplex gelegen zat. Daar was een man uit de deur gekomen en vertelde dat Kolderman verhuisd was.

Een compositiefoto werd gemaakt en er werd een oproep gedaan in de kranten en op tv. Al snel had de politie deze man te pakken en alle vier werden berecht voor wrede mishandeling en van vrijheidsberoving. Ze gingen voor een hele tijd het gevang in.

De vastgezeten mensen werden begeleid en verzorgd. Ze hadden allemaal een traumatische ervaring opgedaan en het zou wel even duren voordat ze dit te boven waren. Hans en Mia kregen van de burgemeester uit Utrecht een lintje voor hun moed in deze hachelijke zaak.

 

 

 

 

 

 

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Arnolda Kools
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 287
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Dagje uit"

Geschreven door Arnolda Kools . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Grammatica & Spelling:
Passend in deze rubriek:
18.07.20
Feedback:
Correctie t.g.v. oude waarderingen.
  • Lezenswaardig:
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!