Kort verhaal

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.

Korte verhalen

Bezoek in de nacht

Kreunend van de pijn drukte een in zwart geklede man op de bel van de tandartspraktijk. Het was midden in de nacht en het duurde dan ook even voordat er reactie kwam.
‘Waarmee kan ik u helpen?’, klonk het slaperig door de intercom.
‘Ik heb pijn, mijn hoektand,’ kreunde de man.
‘Een ogenblik, ik moet mij even aankleden. Gaat u alvast maar naar de wachtkamer. Ik kom zo bij u.’

De tandarts drukte op het knopje van de deuropener. Er klonk gezoem door het pand en op het tv-tje naast de intercom zag ze haar patiënt binnenkomen. Slaperig kleedde ze zich aan. Ze wierp een blik op de spiegel en vond dat het er mee door kon. De man kwam om van zijn pijn verlost te worden, niet om haar mee uit te nemen.
Ze haastte zich naar beneden en gaf haar patiënt een hand.
‘Goedenacht, ik ben Melanie. Wat kan ik voor u doen?’
De man boog galant, pakte haar hand en drukte er een kus op. ‘Ik ben Vladimir. Mijn hoektand doet heel erg pijn.’
Melanie trok haar hand terug. Ze deed een stap naar achteren en bekeek hem van top tot teen.
‘U houdt van Gothic zie ik. Gaat u maar in de stoel zitten, dan kan ik uw hoektand bekijken.’
Ze trok handschoenen aan en deed een mondkapje voor. De man bleef aarzelend voor de stoel staan.
‘Als u niet gaat zitten, kan ik u niet helpen. Ga zitten.’
De man ging zitten en Melanie liet de rugleuning van de stoel zakken. Hij hield zijn ogen angstig dichtgeknepen.
‘Kunt u dat feestgebit er even uithalen, anders kan ik er niet bij’, zei ze geërgerd. Het was midden in de nacht en ze had slaap. Een beetje medewerking was toch wel het minste dat ze kon verwachten.
‘Haal dat gebit uit uw mond!’, snauwde ze. ‘U bent toch niet dronken hè?’
Ze keek hem boos aan, maar de Goth maakte nog steeds geen aanstalten om het gebit uit zijn mond te halen.
‘Dat kan niet’, zei hij verontschuldigend.
‘Mond open en laat me kijken’, mopperde ze. ‘Midden in de nacht wakker worden gemaakt door een Goth die zijn feestgebit niet uit z’n mond kan halen. Dat heb ik weer.’
De Goth deed zijn mond open en keek naar haar nek. Zijn ogen begonnen te gloeien. Melanie zag het niet, ze keek naar zijn tand.
‘Die hoektand is echt’, zei ze verbaasd. ‘Het is de langste die ik ooit heb gezien. Kijk nou, aan de andere kant zit nog zo’n lange! Sorry, ik dacht dat u me voor de gek hield. Ik zie het hoor. Wat een gat.’
Ze pakte een instrument van de metalen trolley en tikte op zijn tand. De Goth brulde het uit.
‘Ja, dat is de boosdoener’, zei ze kordaat. ‘Niets meer aan te doen ben ik bang. Die moet er uit.’
‘Eruit? Maar dan kan ik niet meer eten!’
‘Geen zorgen, u houdt genoeg tanden over hoor.’
‘Je snapt het niet, laat me alsjeblieft nog één keer bijten, met één hoektand gaat dat niet meer, alsjeblieft?’
Hij richtte zijn gloeiende ogen op haar nek. Ze werd een beetje bang. Er kwamen genoeg rare types langs als ze nachtdienst had, maar deze nachtelijke bezoeker spande de kroon. Ze negeerde zijn smeekbedes en plaatste een kapje over zijn mond.
‘Ik verdoof u. U merkt er helemaal niets van’, zei ze, terwijl ze haar best deed om niets van haar angst te laten blijken.
De Goth wilde opstaan, maar het lachgas had hem slap gemaakt en ze duwde hem terug in de stoel.
‘Wat ben je mooi, ik wil je bijten’, zei hij wazig.
Melanie negeerde zijn opmerking en werkte snel door. Hoe eerder ze van hem af was, hoe beter. Ze duwde de tand heen en weer totdat hij los zat, pakte een tang en trok. De hoektand kraakte en gaf zich gewonnen. Ze legde de tand in een schaaltje en bekeek de andere hoektand. Ook hier zat een flink gat in en ook deze tand was niet meer te redden.
‘Straks staat hij wéér midden in de nacht voor mijn deur,’ dacht ze. ‘Deze tand haal ik er ook uit.’ Na een heleboel gekraak en een harde ruk, lag ook de tweede hoektand in het schaaltje. De Goth keek haar wazig aan. ‘Honger’, fluisterde hij. ‘Ik heb honger.’
‘Straks mag u weer eten. Voorlopig vloeibaar voedsel en zeker geen rijst.’
‘Ik hou van vloeibaar voedsel’, grijnsde hij. ‘Vloeibaar en rood…’
Hij keek naar haar lange ranke nek en staarde onophoudelijk naar de plek waar haar halsslagader zat.
Melanie kreeg er genoeg van en liep naar haar Nespresso apparaat. Ze pakte een beker en maakte een kop koffie.
De Goth schoot overeind. ‘Tovenarij’, riep hij uit.
Melanie glimlachte. ‘Zo lekker is het nu ook weer niet. Eigenlijk houd ik veel meer van vers gezette koffie, maar dit gaat sneller en het is goed te drinken. Wacht even, dan doe ik de stoel omhoog.’
Met haar beker in de hand liep ze naar hem toe en keek in de spiegel die naast de spoelbak stond. De stoel was leeg. Vanuit haar ooghoeken keek ze nog een keer. Ze had het zich niet verbeeld. Haar patiënt had geen reflectie!
‘Jij bent geen Goth, jij bent een vampier’, zei ze met trillende stem. Haar hart bonsde in haar keel, haar oren suisden, maar ze dwong zichzelf om niet in paniek te raken. De vampier grijnsde, sperde zijn mond wagenwijd open en keek verheugd naar haar nek. Haar halsslagader was door de stress duidelijk zichtbaar. Melanie keek naar de twee getrokken hoektanden en haalde opgelucht adem. De vampier volgde haar blik en zag waar ze naar keek. Woedend sprong hij uit de stoel.
‘Wat heb je gedaan?’, brulde hij.
Melanie schrok van zijn uitbarsting. Ze stapte achteruit en struikelde. In een poging om overeind te blijven klampte ze zich vast aan de trolley en sloeg per ongeluk met haar hand tegen het bakje met de tanden. De langwerpige op messen lijkende hoektanden vlogen door de lucht en belandden op de grond. De vampier bukte en pakte ze op. Droevig staarde hij naar zijn getrokken hoektanden.
‘Vladimir, de tandeloze, hoe kom ik nu ooit nog aan vers bloed?’
Hij staarde uit het raam.
‘Ook dat nog, het wordt licht. Heb je een kelder?’
Ze knikte.
‘Breng mij er naar toe.’
Hij deed de hoektanden in zijn broekzak en liep achter haar aan.

Vladimir keek goedkeurend de kelder rond. ‘Je hebt zeker geen doodskist hè? Zo’n lekkere zachte met pluche, die liggen het lekkerst.’
Melanie schudde haar hoofd. ‘Je zult het met de bank moeten doen. Die is ook lekker zacht.’
Vladimir zuchtte. ‘Vooruit dan maar. Ik ga slapen, tot vanavond.’
‘Tot vanavond.’

Nadat ze deur van de kelder op slot had gedaan, liep ze naar de receptie. Het was vrijdag en ze had beloofd de avond- en de weekenddienst te draaien, maar met een vampier in haar kelder leek het haar beter om de diensten af te bellen. Behendig viste ze haar mobiel uit haar broekzak en toetste het nummer van de planningsdienst in. Er werd opgenomen door een vriendelijke, al wat oudere dame.
‘Goedemorgen Melanie, wat kan ik voor je doen?’
‘Goedemorgen Janet, het spijt me verschrikkelijk, maar ik kan vanavond en dit weekend geen diensten draaien.’
‘Geeft niets Melanie, je werkt veel te hard. Een weekendje vrij zal je goed doen. Geniet van je weekend. Je bent veel te jong om alleen maar te werken. Ik ben blij dat je mijn goede raad alsnog opvolgt. Jonge mensen kunnen ook een burn out krijgen hoor!’
De oudere dame klonk opgelucht. Een paar dagen geleden had ze Melanie nog op het hart gedrukt om het iets kalmer aan te gaan doen, maar Melanie had haar raad vriendelijk in de wind geslagen.
‘Dank je Janet, volgende week kan je weer op me rekenen.’
‘Dat zien we volgende week wel. Wie weet bevalt het je zo goed, dat je een hele maand geen extra diensten meer wilt draaien. Ga je wat leuks doen?’
‘Jazeker, maar als je het niet erg vindt, vertel ik je dat een andere keer. Ik moet nog wat regelen voordat mijn eerste patiënt binnenkomt.’
Nadat ze elkaar een prettig weekend hadden gewenst, hing ze op en belde ze nog een keer. Dit keer met een goede vriend, die bij de bloedbank werkte.

Het was half één en Melanie was blij dat het tijd was om te gaan lunchen. Haar concentratie was die ochtend ver te zoeken geweest en ze had bijna een gat in een verkeerde kies geboord. Gelukkig had haar patiënt er niets van gemerkt. Ze liep naar het keukentje en verheugde zich op de lunch. Het was vrijdag en dan bestelde haar assistente altijd broodjes.
‘Zo, die zien er weer goed uit, Suusje’, zei Melanie.
Ze ging tegenover Suusje zitten en pakte een broodje van de schaal. Suusje bekeek haar aandachtig.
‘Dat kan ik van jou niet zeggen, Mel. Weet je dat je enorme kringen onder je ogen hebt, je moet het echt rustiger aan doen hoor. Je werkt veel te hard.’
Melanie glimlachte. ‘Vannacht en dit weekend heb ik geen dienst. Janet vond ook al dat ik het rustiger aan moest doen.’
Ze nam een hap van haar broodje. ‘Lekker hè’, zei ze genietend.
Suusje knikte. ‘Als je toch vrij bent, ik geef een feestje. Wil je ook komen?’
Melanie schudde haar hoofd.
‘Nee dank je, een andere keer graag. Ik wil dit weekend echt even rustig aan doen.’
Suusje knikte en wilde net een hap van haar broodje nemen, toen de bel ging.
‘Mopper’, zei Suusje. ‘Waarom wordt er toch altijd aangebeld als je zit te eten!’
‘Ik ga wel, blijf maar zitten.’
‘Nee, je ziet er al zo slecht uit, ik ga wel.’

Ze kwam terug met een wit pakje.
‘Het is van de bloedbank en jouw naam staat er op. Wat ben je van plan, Mel?’
Melanie pakte het pakje uit Suusje’s handen. ‘Het is een taart. Een goede vriend van me werkt bij de bloedbank. Volgens hem is er geen betere manier om taart te bezorgen, dan in een schuimrubberen doos met ijszakjes en daarom gebruikt hij dozen van de bloedbank. Ze weten er van hoor. In ruil voor taart krijgt hij zo nu en dan een paar dozen. Het ziet er alleen een beetje vreemd uit.’
Melanie deed het pakje in de ijskast en liep naar de deur.
‘Het is bijna één uur’, zei ze verontschuldigend. ‘De volgende patiënt komt zo. Ik ga weer naar de behandelkamer.’
‘Maar je hebt nog een broodje.’
‘Ik heb geen trek.’
‘Je bent toch niet ziek aan het worden hè?’
Melanie rolde met haar ogen, keek omhoog en zuchtte theatraal. Suusje grinnikte. ‘Best hoor, dan heb ik er ééntje meer.’
De telefoon ging. Suusje pakte haar broodjes en haastte zich naar de receptie.

De middag ging tergend langzaam om, maar eindelijk werd het toch vijf uur. Suusje stak haar hoofd om de deur van de behandelkamer.
‘Prettig weekend Mel, als je je bedenkt, mag je alsnog komen hoor’, zei ze vriendelijk.
‘Misschien, veel plezier en prettig weekend Suus!’

Melanie wachtte tot ze de voordeur in het slot hoorde vallen en liep naar de keuken. Ze deed twee wijnglazen op een dienblad, haalde de witte doos uit de ijskast en maakte hem open. Tussen de ice packs lag een zak bloed. Op de zak was een etiket geplakt. “Inhoud 1 liter bloed, type A-Positief. Niet om in te nemen”. Ze vulde één glas met wijn en schonk het andere glas voorzichtig vol met bloed. Het was tijd om naar beneden te gaan. Ze haalde diep adem, pakte het dienblad op en liep er mee naar de kelder.

Vladimir was wakker. Hij hoorde de deur van de kelder open gaan en zag Melanie met de twee glazen de trap af komen.
‘Wat is ze mooi’, dacht hij. Hij stopte zijn hand in zijn broekzak en speelde met zijn getrokken tanden. Hij was niet boos meer. Ze had hem willen helpen. Toch jammer, dat hij haar niet meer kon bijten. Niet dat hij haar wilde doden, hij wilde dat ze voor altijd bij hem bleef. Samen door de nacht wandelen en samen genieten van warm bloed.

‘Hallo Vladimir, kijk eens wat ik heb’, zei Melanie vriendelijk. Ze pakte een glas van het dienblad en hield het omhoog.
‘Wijn?’
‘Nee, bloed, proef maar.’
Vladimir griste het glas uit haar handen en nam een flinke slok.
‘Als dit een grap is vind ik het geen leuke’, zei hij boos.
Melanie keek hem verbaasd aan. Ze pakte het andere glas van het dienblad en rook er aan.
‘Sorry, ik heb je het verkeerde glas gegeven. Hier, neem deze. Ik kom zo terug. Even een ander glas wijn halen.’
Vladimir pakte het glas aan, kolkte de inhoud in één keer achterover en gaf haar het glas weer terug.
‘Als je toch gaat…, ik lust er nog wel één. Dat bloed is van een uitstekend jaar en het is A-Positief, mijn favoriet.’
Melanie liet niets van haar verbazing blijken en zette zijn glas op het dienblad. Ze kwam terug met twee gevulde glazen en ging naast hem op de bank zitten. Dit keer dronk hij zijn glas minder snel leeg.
‘Ik weet dat snel drinken niet beleefd is, maar bloed stolt en dan wordt het minder lekker’, zei hij verontschuldigend.
Melanie knikte begrijpend. ‘Zou je iets over jezelf willen vertellen?’, vroeg ze.
‘Wat wil je weten?’
‘Ik wil weten waar je vandaan komt, hoe je vampier bent geworden en hoe oud je bent.’
‘Dat is een lang verhaal.’
‘Dat dacht ik al. Wacht nog even, dan haal ik mijn fles wijn. Dan hoef ik je niet te onderbreken als je aan het vertellen bent.’
‘Als je toch die kant op gaat...’
Oké, ik neem het bloed wel mee naar beneden, maar drink niet meer dan je nodig hebt, want ik kan er moeilijk aan komen.’
‘Daar weet ik alles van’, zei Vladimir. Hij staarde somber voor zich uit en speelde weer even kort met zijn getrokken tanden.’

‘Vertel’, zei Melanie. Ze had zich opgekruld op de bank, met de fles wijn binnen handbereik. Vladimir had zojuist zijn glas bloed achterovergeslagen. Zijn ogen fonkelden en hij keek haar doordringend aan.
‘Weet je het zeker? Kan je tegen gruwelijkheden? Mijn ondode bestaan is er één van dood en verderf. Het is rauw en wreed en niet iedereen houdt van de details.’
Melanie grinnikte.
‘Ik ben tandarts, ik ben wel wat gewend.’
Vladimir streelde onbewust over zijn getrokken hoektanden en zuchtte diep.
‘Ik heb je gewaarschuwd, als je er niet meer tegen kan, zeg het, dan stop ik.’
Hij leunde achterover in de bank, staarde naar het plafond en begon te vertellen.

‘Ik ben geboren in 1772. Mijn vader was een rijke graaf en heel erg geliefd bij de dorpsbewoners. Mijn moeder was een lieve gravin, die veel goeds deed voor de armen. Hoewel mijn ouders hun best deden om mij goed op te voeden, was ik een losbol. Ik deed niets anders dan feesten en ik was een echte rokkenjager. Mijn vader riep me geregeld tot de orde, maar ik trok mij niets van hem aan. Ook de vriendelijke berispingen van mijn moeder legde ik naast mij neer. Mijn ouders gingen geregeld op bezoek bij mijn zus. Een heel ander type dan ik. Ze was getrouwd met een knappe rijke hertog en ze woonde een dag reizen bij ons vandaan. Meestal bleven ze een paar dagen weg, genoeg tijd voor mij om een feest te organiseren en de restanten van mijn uitspattingen op te ruimen. Op en nacht werd er aangebeld. Mijn bediende deed open en vertelde dat er een beeldschone dame voor de deur stond. Haar koets had pech en ze had hulp nodig. Nieuwsgierig liep ik met hem mee. Hij had geen woord teveel gezegd. Ze was de mooiste vrouw die ik ooit had gezien en ik wilde haar hebben. Ze stelde zich voor. Haar naam was Markiezin de Haine, maar ik mocht haar bij haar voornaam noemen. Laurette. Ik gaf mijn bediende de opdracht haar koets te laten maken en nam haar mee naar mijn privé vertrekken. Ik bood haar een glas wijn aan, maar ze sloeg het af. In plaats daarvan keek ze mij veelbetekenend in de ogen en kuste me. Ik nam haar mee naar mijn slaapkamer en blies de kaarsen uit. Ik ging op bed liggen. Ze boog zich over mij heen. Ik dacht dat ze me weer ging kussen, maar ze beet me! De pijn in mijn hals voelde gruwelijk en prettig tegelijk. Ik wilde opstaan, maar ze was sterk en ze hield me tegen. Ik hoorde een slurpend geluid en ik voelde mij steeds slapper worden. Net voordat ik bewusteloos raakte hield ze op.
‘Wil je dood of wil je leven?’, siste ze.
‘Leven’, kreunde ik.
Het was volle maan en in het maanlicht zag ik haar een mesje pakken. Ze maakte een sneetje in haar hand en beval mij haar hand te likken. Dat deed ik en ik voelde mij meteen een stuk beter. Ze lachte zachtjes en zei: ‘Welkom aan de donkere kant graafje’.
Toen liep ze naar mijn balkon en sprong er vanaf. Ik wankelde haar achterna en keek naar beneden. Er zat een vleermuis op de grond. De vleermuis veranderde langzaam in Laurette. Ze zwaaide, blies mij een kushandje toe en verdween in de nacht. Sindsdien ben ik een vampier.’
‘Hoe ging het verder?’
Vladimir wilde verder vertellen, maar de bel ging. Melanie stond geërgerd op en liep naar de intercom.
‘Goedenavond, ik heb geen dienst. Onder aan de bel vindt u een telefoonnummer en…’
‘Stop maar kind’, klonk de stem van haar moeder. ‘Wij zijn het. We hoorden van Janet dat je vrij bent en we komen even langs.’

Melanie deed de deur open en liet haar ouders binnen. ‘Lief dat jullie er zijn, maar ik ga zo weg. Suusje geeft een feest en ze heeft me uitgenodigd.’
Haar ouders keken teleurgesteld. ‘Nou, dan gaan we weer. Veel plezier hoor. We hebben een schilderijtje gekocht. Zou papa je klopboor mogen lenen?’
Melanie schrok. De boormachine lag in de kelder.
‘Ik pak hem wel even hoor’, zei haar vader. ‘Ik zie je schrikken, vroeger was je ook al zo bang voor donkere ruimtes.’
Hij wilde naar de kelderdeur lopen, maar Melanie hield hem tegen.
‘Niet doen pap, ik heb last van ongedierte. Ratten.’
‘Heb je de bestrijdingsdienst al gebeld?’
Melanie schudde haar hoofd.
‘Moet je doen hoor. Ratten zijn niet goed voor een tandartspraktijk. Ga je mee moeder? Dat schilderijtje hangen we wel een andere keer op. Ik had toch al niet zoveel zin om te klussen. Veel plezier vanavond. Ga maar lekker feesten. We laten ons zelf wel uit. Tot gauw!’

Melanie hoorde de deur dichtslaan en ging weer terug naar de kelder.
‘Wie waren dat?’, vroeg Vladimir.
‘Mijn ouders. Ze wilden op bezoek komen, maar zolang jij in mijn kelder zit lijkt me dat geen goed idee.’
Vladimirs gezicht kreeg een donkere uitdrukking en zijn ogen smeulden in zijn oogkassen.
‘Wees blij dat je ouders hebt. Mijn ouders hebben ze vermoord. Ze hebben mijn hele familie uitgeroeid.’
‘Wie?’
‘De dorpelingen.’ Vladimir stond op en begon te ijsberen. Hij stopte voor Melanie en keek haar aan.
‘Wil je nog meer weten?’
‘Ja.’
‘Uit meelevendheid of uit nieuwsgierigheid?’
‘Allebei.’
Vladimir zuchtte. ‘Je eerlijkheid siert je. Vooruit dan maar.’
Hij ging op de bank zitten en staarde weer naar het plafond.
‘Alsof hij daar een film op geprojecteerd ziet’, dacht Melanie. Ze nam een slok wijn en keek hem geïnteresseerd aan.

‘Hoewel ik een losbol was, was ik zeker geen moordenaar. In het begin probeerde ik te leven van het bloed van dieren, maar dat had niet genoeg voedingsstoffen. De aantrekkingskracht van mensenbloed, met name het bloed van jonge meisjes werd steeds groter en op een nacht kwam de dochter van de kokkin naar de kelder om wijn te halen. Ik wilde mij beheersen, maar ik kon het niet. Het was mijn eerste menselijke slachtoffer en al gauw volgenden er meer. Eén keer in de maand ging ik naar het dorp om aan mijn vitamines te komen. Je begrijpt dat dit niet goed kon blijven gaan.’
‘Wisten je ouders wat er met je aan de hand was?’, vroeg Melanie.
‘Nee, ze dachten dat ik op reis was. Ik had mijn bediende gezegd dat ik Laurette ging zoeken en voor mijn ouders had ik een brief achtergelaten.’
‘Kon je meteen al niet meer tegen daglicht?’
‘Nee, dat kwam geleidelijk.’ Hij hield zijn pink omhoog. ‘Kijk, mijn topje mist. Dat komt door de zon.’
‘Deed het zeer?’
‘Heel erg zeer. Nadat ik mijn pink geschroeid had, ben ik onder de grond gaan wonen. Onder het kasteel van mijn vader bevonden zich vluchtgangen en daar heb ik mij teruggetrokken. De gangen waren aangelegd om te kunnen ontsnappen bij een belegering.’
‘Werden die gangen nog gebruikt?’
Vladimir schudde zijn hoofd. ‘Nee, al heel lang niet meer, maar toch waren ze nog in goede staat.’ Hij stopte met praten. Het leek wel of zijn gezicht uit graniet was gehouwen. Hij haalde diep adem en vertelde verder.
‘De ochtend, nadat ik de dochter van de bakker had gebeten, kwamen de dorpelingen naar het kasteel. Ik had vergeten mijn sporen uit te wissen…’
‘Hadden jullie geen ophaalbrug?’
‘Jawel, maar de poort stond altijd open. Mijn ouders hielden van mensen en iedereen was welkom. Mijn vader was niet bang voor de woedende menigte. Waarom ook? Ze waren altijd goed geweest voor de dorpelingen. Hij ging naar buiten om ze tot rede te brengen.’
‘Lukte dat?’
Vladimir lachte bitter en schudde zijn hoofd. ‘Nee. Ze namen hem als eerste te pakken. Voor de ogen van mijn moeder sloegen ze een houten staak door zijn borst. Daarna was ze zelf aan de beurt, daarna mijn zus en haar man en daarna hun pasgeboren baby.’
Ze hebben al mijn familieleden een houten staak door het lijf gejaagd Melanie en dat heb ik op mijn geweten. Ook de dood van onze bedienden. Die hebben ze met touwen vastgebonden en naar de binnenplaats gesleurd. Op de binnenplaats werden ze met olie overgoten en in de brand gestoken. De lucht van aangebrand vlees, het gegil, het gekerm… Het was vreselijk.’
‘Maar jou hebben ze niet gevonden?’
‘Nee. Een vleermuis in een gang valt niet op en nadat ze zichzelf er van overtuigd hadden dat iedereen dood was, zijn ze naar hun dorp teruggegaan. Die nacht heb ik hun dorp in de brand gestoken. Niemand heeft het overleefd.’
Melanie gaapte. Vladimir trok zijn wenkbrauwen op.
‘Vind je mijn verhaal saai?’
‘Nee, maar ik heb vannacht weinig slaap gehad en het was vandaag erg druk op de praktijk. Ik ben moe.’
‘Zal ik morgen verder vertellen?’
Melanie wreef in haar ogen en gaapte weer. ‘Nee, vertel maar verder.’ Ze schonk zichzelf nog een glas wijn in en ging rechtop zitten. Vladimir keek naar zijn glas.
‘Heb je nog?’
‘Ja, wil je een schoon glas? Het is een beetje aangekoekt.’
‘Nee, zonde van het bloed. Het lost wel weer op.’
Hij dronk het glas in een teug leeg, leunde achterover in de bank en staarde weer naar het plafond.

‘Nadat ik wraak op de dorpelingen had genomen, ging ik op zoek naar Laurette. Ik wilde haar laten verzengen door de zon. Ik haatte haar. Als zij mij niet had gebeten, was ik geen vampier geworden. Het was niet mijn schuld wat er met mijn familie en bedienden was gebeurd, het was háár schuld en ze zou er voor boeten. Het duurde lang, maar uiteindelijk vond ik haar. Ze was verrast mij te zien en heel gevleid dat ik zo’n moeite had gedaan om haar te vinden. Ik vertelde haar dat ik van haar hield en dat ik mijn donkere nachten met haar wilde delen. IJdel als ze was geloofde ze me. Ze nam me mee naar de catacomben van haar kasteel en bracht me naar haar kamer. Er stonden twee doodskisten, waarschijnlijk kreeg ze wel vaker bezoek. Ze gebaarde naar de linker en stapte zelf in de rechter. Ze wenste mij een goede dagrust en schoof de deksel op haar kist. Ze ging er vroeg in, want een goede vriend van haar gaf een feest en ze wilde geen kringen onder haar ogen hebben. Ik heb gewacht tot ze sliep. Toen heb ik haar uit de kist getild en vastgebonden. Ze werd wakker en probeerde zich los te maken, maar dat lukte haar niet. Ze schold me uit, zei lieve woordjes, schreeuwde, huilde, maar het boeide me niet. Ze was beeldschoon, maar ze was de oorzaak van de slachtpartij op de binnenplaats van mijn kasteel. Ik bracht haar naar de binnenplaats van haar eigen kasteel en legde haar zo neer, dat de zonnestralen haar streepje voor streepje zouden verbranden. Ik ging terug naar de catacomben, waar ik in mijn kist genoot van haar gekrijs. Wraak is heel zoet weet je. Heeeel zoet.’
Hij keek naar Melanie. Ze was in slaap gevallen. Glimlachend liep hij naar haar toe. Zijn vingers streelden de getrokken hoektanden in zijn zak.
‘Misschien is het maar beter dat je mijn laatste verhaal niet hebt gehoord’, fluisterde hij. Voorzichtig tilde hij haar van de bank en bracht haar naar boven. Toen hij haar slaapkamer had gevonden sloeg hij het dekbed open en legde haar in bed.
‘Melanie, mijn lieve Melanie’, zei hij teder. Hij kuste haar zachtjes op haar voorhoofd en ging weer terug naar de kelder.

Melanie schrok wakker. Iets had haar arm aangeraakt. Ze draaide zich om en keek in het gezicht van haar moeder.
‘Nou, dat was me een feestje wel’, zei haar moeder grinnikend. ‘Je ligt met je kleren aan in bed en je was niet wakker te krijgen.’
‘Wat doe je hier?’ Melanie stond gepikeerd op en deed een poging om haar rommelige haar te fatsoeneren met haar handen.
‘Daar kan je beter een haarborstel voor pakken kind. Papa heeft een ongedierte bestrijdingsbedrijf voor je geregeld. Dat viel nog niet mee op zaterdag, maar het is gelukt. We hebben aangebeld, maar je deed niet open en toen heeft papa de reservesleutel gebruikt. Ze zijn net naar de kelder. Ga je mee?’
Melanie voelde het bloed uit haar gezicht trekken en wankelde een beetje.
‘Beetje teveel gedronken gisteren? Je kan ook op bed blijven liggen hoor. Dan zet ik even thee.’
Melanie schudde haar hoofd.
‘Nee, het gaat wel weer. Ik heb de laatste tijd last van een te lage bloeddruk.’

Ze rende naar beneden en probeerde onderweg een reden te bedenken voor Vladimir’s aanwezig. Hoe ze haar best ook deed, er schoot haar niets te binnen. Ze hoopte maar dat ze het kelderluik niet open hadden gemaakt. Ze deed de deur van de kelder open. Het kelderlicht brandde, dat betekende dat het luik nog dicht was. Zo snel als ze kon liep ze de smalle keldertrap af. Haar vader stond samen met de ongedierte verdelger de grond af te speuren. De bank was leeg. Waar was Vladimir? Ze keek omhoog en zag een vleermuis aan het plafond hangen.
‘Goedemorgen kind. Sorry dat we bij je “ingebroken” hebben.’ Haar vader maakte met zijn vingers twee aanhalingsteken in de lucht. ‘Maar meneer had alleen vanmorgen tijd.’
De ongedierte verdelger stak zijn hand uit en stelde zich voor.
‘Jan, van Jan’s Ongedierte Bestrijding.’
Melanie schudde zijn hand. ‘Melanie.’
‘Kan je aanwijzen waar je de ratten hebt gezien? Normaal gesproken laten ze keutels achter, maar er ligt niets op de grond.’
‘Kijk!’, wees haar vader enthousiast. ‘Daar op het plafond!’
Melanie kromp in elkaar. Te laat…
‘Sorry meneer, als dat het ongedierte is, dan kan ik helaas niets voor u betekenen. Vleermuizen zijn beschermde dieren, daar mag ik niets tegen doen.’
Melanie haalde opgelucht adem.
‘Het kunnen er zelfs wel meer worden’, ging de man verder. ‘Ze zoeken elkaar op. Hou het kelderluik goed dicht. Dan blijft het misschien bij deze. Zo te zien is het een mannetje, dus je hoeft niet bang te zijn dat er jonkies komen.’
‘Kunt u niet een uitzondering maken? Ik vind het maar niets, zo’n vleermuis in de kelder van mijn dochter. Wat als hij hondsdol is?’
‘Laat maar pap,’ zei Melanie vlug. ‘Het is een beschermde diersoort en je weet hoe dol ik op dieren ben. Ik gebruik de kelder toch niet zo vaak. Pak de boormachine maar, dan gaan we weer naar boven.’
Haar vader haalde zijn schouders op en pakte de boormachine. Nadat ze weer boven waren, deed Melanie de kelderdeur op slot en deed de sleutel in haar zak.

Het bezoek van haar ouders leek wel uren te duren. Haar moeder bleef maar ratelen en haar vader zat achter de zaterdagkrant, waar hij zo nu en dan overheen keek om zijn ongenoegen over de inhoud te spuien. Na een uurtje hield Melanie het niet meer uit.
‘Ik vind het heel gezellig dat jullie er zijn, maar ik moet nog boodschappen doen. Zullen we volgende week afspreken? Dan kom ik gezellig bij jullie eten.’
Haar moeder keek verheugd. ‘Hè ja, gezellig. Kom Jaap, we gaan. Ik moet ook nog boodschappen doen.’
‘Maar ik heb de krant nog niet uit’, mopperde hij.
‘Neem maar mee’, bood Melanie aan.
‘Fijn, dank je wel. Zal ik hem vanmiddag even terug komen brengen?’
‘Doe maar door de brievenbus. Ik ben er vanmiddag niet.’
‘Heb je een vriendje?’, vroeg haar moeder nieuwsgierig. ‘Je mag hem wel meenemen, als je komt eten hoor. Hoe heet hij?’
‘Mam, ik heb geen vriendje en voordat ik boodschappen ga doen wil ik eerst nog even douchen. Jullie moeten nu echt gaan.’
Ze gaf haar ouders een zoen en liep voor ze uit naar de voordeur. Ze zwaaide nog even naar ze en deed de voordeur dicht. Voor de zekerheid deed ze ook de knip nog op de deur. Voor de tweede keer die dag haastte ze zich naar de kelder.
Vladimir sliep. Teleurgesteld ging ze weer naar boven. Ze wilde hem niet wakker maken en bovendien moest ze haar weekendboodschappen nog doen. De voorraad bloed ging er harder door dan ze had gedacht en behalve haar normale boodschappen, moest ze ook aan bloed voor Vladimir zien te komen. Ze ging aan de keukentafel zitten en maakte een lijstje. Toen ze daarmee klaar was pakte ze haar boodschappentas en ging naar buiten. Het was zomer en de zon brandde fel. ‘Ook maar even zonnebrand meenemen’, dacht ze. Ineens had ze een idee. Wat nu als ze voor Vladimir een zonnebrand met een hele hoge beschermingsfactor mee zou nemen. Zou hij dan overdag gewoon buiten kunnen lopen? Ze besloot de gok te nemen. Ze pakte haar telefoon en zocht naar een apotheek met weekenddienst. Ze had geluk. De apotheek in haar straat had dienst en ze kende de apotheker goed.

‘Hallo Melanie.’
‘Hallo Johan.’
‘Wat kan ik voor je doen?’
‘Een vriend van mij heeft last van zonneallergie. Heb jij een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor?’
‘Hoe erg is zijn allergie?’
‘Heel erg. Als hij maar een klein straaltje zon op zijn huid krijgt, zit hij meteen onder de uitslag. Gisteravond is hij komen eten en hoewel het niet de bedoeling was, is hij blijven slapen. Vanmorgen wilde hij zich insmeren, maar hij was zijn crème vergeten mee te nemen.’
De apotheker lachte veelbetekenend. ‘Zozo, nachtelijk bezoek voor onze jonge tandarts.’
‘Het is niet wat het lijkt’, zei Melanie blozend.
‘Je hoeft niet rood te worden hoor kind. Ik ben blij dat je eens iets anders doet dan werken. Wat is het voor type?’
Melanie keek geïrriteerd en de apotheker lachte plagend.
‘Ahhh l’amour….’ Hij rolde met zijn ogen en liep grinnikend weg.
Hij kwam terug met een flacon en een paar tubes.
‘Dit is de sterkste zonnebrandcrème die ik heb. Er komt geen zonnestraaltje door. Hier, ik doe er ook wat proefjes bij. Dan kan je kijken of het hem niet irriteert. Eerst een beetje proberen op de binnenkant van zijn arm. Als hij geen vlekjes krijgt, kan hij het gebruiken. Als hij wel vlekjes krijgt, mag het teruggebracht worden. Je weet zeker niet wat hij thuis gebruikt hè? Hij kan natuurlijk ook bij je blijven totdat het weer donker is.’
Melanie glimlachte vriendelijk naar de al wat oudere, kalende man. ‘Dank je wel Johan. Wat krijg je van me?’
‘Kijk eerst maar even of het werkt. Betalen komt maandag wel. Fijn weekend!’
‘Jij ook. En nogmaals bedankt hè!’
Ze liep de apotheek uit, zwaaide nog een keer en liep toen naar de slager.

‘Goedemorgen Melanie, wat mag het zijn?’ De slager glimlachte vriendelijk naar haar.
‘Ik wil graag bloedworst maken, heeft u vers bloed?’
De slager stopte met glimlachen en keek moeilijk. ‘Kan je niet beter bloedworst kópen? Het is een heel gedoe hoor.’
Melanie knikte. ‘Dat weet ik, maar ik wil het graag zelf maken. Laat anders maar hoor, weet u misschien een adres waar ik wel aan bloed kan komen?’
De slager zuchtte. ‘Je mag wel wat van mijn eigen voorraad hebben. Ik ga dit weekend zelf bloedworst maken, maar ik kan wel een paar liter missen. Om de een of andere reden loopt bloedworst best goed op maandag. Ik ga even naar achteren, dan pak ik meteen het orgaanvlees dat er bij hoort. Dat ligt niet in de vitrine. Mensen vinden het er niet zo lekker uitzien.’
De slager kwam terug met een jerrycan bloed en een zak vlees.
‘Dank u wel’, zei Melanie. ‘Wat krijgt u van me?’
‘Doe maar een keer een gratis gebitscontrole voor mijn kinderen. En ik wil een stukje van de bloedworst proeven. Als het beter is dan de mijne huur ik je in’, grinnikte de slager.
Melanie lachte vriendelijk naar hem. ‘Ik heb het nog nooit gemaakt’, zei ze verontschuldigend. ‘Maar als het lukt, kom ik je maandag een stukje brengen. Fijn weekend!’
‘Fijn weekend Melanie, tot maandag.’

De jerrycan was zwaar en daarom bracht ze haar boodschappen eerst naar huis. Het was warm. Eigenlijk had ze helemaal geen zin meer om boodschappen te doen, maar ze had trek in ijs en haar wijn was op. Nadat ze het bloed en het orgaanvlees in de ijskast had gedaan nam ze een flink glas water en ging ze voor de tweede keer die dag boodschappen doen.

Vladimir was wakker geworden van de dichtslaande voordeur en kon niet meer slapen. Hij stond op en pakte de karaf met bloed. Gestold. Tegen beter weten in hield hij de karaf op de kop. Er kwam niets uit. Moedeloos zette hij de karaf naast zich neer en staarde voor zich uit. Geen hoektanden meer. Nooit meer een verse maaltijd. Misschien was het maar beter zo. Bloed was lekker, maar hij hield niet van doden. Anders dan Laurette liet hij zijn slachtoffers niet kiezen tussen dood of ondood. Het leven als ondode was eenzaam en vaak had hij zichzelf aan het daglicht willen blootstellen om voor altijd tot stof te vergaan, maar hij durfde niet. En nu zat hij in de kelder van een knappe vrouwelijke tandarts, zonder hoektanden. Hij dacht aan Melanie en staarde dromerig voor zich uit. ‘Wat is ze mooi’, mijmerde hij, ‘en zo lief…. Kon ze maar voor altijd bij me blijven….’
Vladimir was voor het eerst in honderden jaren verliefd.

Melanie zeulde de boodschappen de trap op. Zoals gewoonlijk had ze weer meer meegenomen dan ze van plan was geweest. Ze ruimde de boodschappen op en nam een ijsje. Likkend aan haar ijsje bestudeerde ze de zonnebrandcrème. Ze was benieuwd of het ging werken. Eerst moesten ze het testen, maar hoe? Als het niet werkte zat ze met een bergje stof in huis. Ze giechelde. Ineens besefte ze dat ze wel om het idee kon lachen, maar dat ze het helemaal niet leuk zou vinden. Ze zou hem missen!
‘Je bent gek geworden Melanie’, sprak ze zichzelf berispend toe. ‘Nog even en je gaat nog denken dat je verliefd op hem bent.’
Ze voelde zich een beetje ongemakkelijk worden. Verliefd op een vampier… Het zou toch niet hè… Ze haalde de krant uit de brievenbus en sloeg hem open. Dat zou haar gedachten wel van Vladimir af houden. Na een paar pagina’s wereld ellende voelde ze vast geen vlinders meer in haar buik.
Het werkte niet, ze kon zich niet concentreren. Na een paar minuten legde ze de krant weg en keek naar buiten. Het zou nog wel even duren voordat het donker werd. Misschien moesten ze de zonnebrandcrème nu gaan proberen. Het was nog wel licht, maar het begon al avond te worden en de zon scheen niet meer zo fel. Ze pakte de proefjes en ging er mee naar de kelder.
‘Als hij maar wakker is’, dacht ze. ‘Ik heb geen idee of het gevaarlijk is om een slapende vampier wakker te maken. Als hij slaapt laat ik hem gewoon liggen.’

Vladimir hoorde de kelderdeur opengaan en ging rechtop zitten. Hij keek naar de trap en zag Melanie voorzichtig de trap aflopen. ‘Ik ben wakker hoor, je hoeft niet zachtjes te doen.’
Ze schrok en struikelde. Vladimir was in minder dan een seconde bij haar en ving haar op.
‘Hoe doe je dat?’, vroeg ze verbaasd. ‘Je mag me wel weer neerzetten hoor.’ Ze bloosde een beetje.
‘Wat heb je een mooie roze wangen’, zei Vladimir dromerig. ‘Ik zet je zo weer neer hoor, eerst even van je genieten.’
‘Je gaat me toch niet bijten hè?’, flapte ze eruit.
Vladimir keek ongelukkig. ‘Hoe? Ik heb geen hoektanden meer. Bovendien zou ik jou nooit kunnen bijten.’
‘Waarom niet?’
‘Dat vertel ik je nog wel een keer.’
Hij bracht haar naar de bank en zette haar voorzichtig op de plek waar ze de nacht tevoren had gezeten. Dromerig bleef hij naar haar staan kijken.
Melanie voelde zich een beetje ongemakkelijk worden.
‘Ga zitten Vladimir.’
Voordat ze met haar ogen kon knipperen zat hij naast haar.
‘Noem me maar Vlad. Heb je misschien nog een beetje bloed voor me? Ik heb slecht geslapen’, zei hij verontschuldigend. ‘Dan heb ik altijd trek.’
‘Ik haal wel even wat.’ Ze wilde opstaan en weer naar boven lopen maar Vladimir hield haar tegen.
‘Nee, het gaat nog wel even. Haal straks maar. Ik ben veel te blij dat ik je zie.’
Melanie bloosde weer.
‘Een vampierenleven is eenzaam. Ik heb al een paar jaar niemand meer gesproken’, zei hij droevig. ‘En weet je wat ik nog het ergste vind, ik was altijd zo dol op de zonsonder- en zonsopgang. Ik weet niet wat ik méér mis. Mijn hoektanden of de wisseling van de dag en de nacht.’
‘Misschien heb ik een oplossing voor je’, zei Melanie zachtjes. Ze keek hem lief aan.
‘Ik verga tot stof in de zon’, zei Vladimir wanhopig. ‘En behalve dat ik verdwijn, doet het ook heel erg zeer!’
‘Luister nou eerst eens even’, zei Melanie kattig. ‘Ik wil je helemaal niet oplossen in de zon.’
Vladimir keek verheugd. ‘Niet?’, vroeg hij verrast. ‘Maar ik ben zomaar je leven in gekomen en ik heb het er niet makkelijker voor je op gemaakt.’
‘Ken je het woord luisteren?’, vroeg Melanie fijntjes. ‘Dat is als jij je mond houdt en dat een ander iets gaat vertellen.’
Vladimir keek beteuterd. ‘Sorry, ik wilde je niet boos maken. Vertel.’
Melanie haalde de proefjes tevoorschijn. ‘Dit is zonnebrandcrème met een hele hoge beschermingsfactor. Als je dit op je huid smeert, kan de zon je niet raken. Volgens de apotheker moeten we eerst een beetje op de binnenkant van je arm doen om het te testen. Dan weten we of je er niet allergisch voor bent.’
Vladimir keek gespannen naar de tubes. ‘Dit spul zou er voor kunnen zorgen dat ik weer naar buiten kan als het dag is. We kunnen het niet testen op de binnenkant van mijn arm. Als het niet werkt heb ik geen arm meer. We smeren wel een beetje op mijn pink en dan steek ik mijn pink door de kier van het kelderluik.’
Vladimir smeerde zijn pink in en stak hem door de kier. Zijn gezicht vertrok van de pijn.
‘Werkt het niet?’, vroeg Melanie bezorgd.
Vladimir trok zijn pink terug. Er zat een flinke haal over, maar zijn pink was niet weg.
‘Je bent door een kat gekrabt, maar je hebt je pink nog’, zei Melanie opgelucht. ‘Smeer je in, dan kunnen we straks samen naar de zonsondergang kijken. Ze gaf hem de rest van de tubes.
‘Succes Vlad en tot zo. Geen stukjes vergeten hoor, anders ben je straks wat kwijt. Tot zo!’
Ze liet Vladimir verbaasd achter en rende de trap op.

Vladimir was klaar met smeren. Hij zette zijn zonnebril op en ging naar boven. Aarzelend deed hij de deur van de kelder open en hield een vinger in het zonlicht. Daarna zijn hele hand en daarna zijn arm. De zonnebrandcrème werkte! Nog steeds een beetje voorzichtig stapte hij door de deur en voor het eerst in meer dan honderden jaren stond hij weer in het daglicht.
‘Melanie!’, riep hij. ‘Waar ben je? Ik wil je bedanken! Jij geniale vrouw!’
Hij maakte een dansje in het licht, draaide een rondje op de bal van zijn voet en keek toen recht in het grijnzende gezicht van Melanie.
‘Volgens mij ben je blij,’ grinnikte ze. ‘Kom, laten we wat te drinken halen, dan gaan we op het terras van de zonsondergang genieten.’
Ze liepen naar de keuken en Melanie schonk de drankjes in. Vladimir rook aan het glas en trok een vies gezicht.
‘Wat is dit voor viezigheid?’
‘Varkensbloed, van de slager. Ik kan mijn studiegenoot niet om bloed blijven vragen, dat valt te veel op.’
‘Wat voor bloed heeft de slager nog meer?’
‘Geen idee, wees blij met wat je hebt. Het valt niet mee om aan bloed te komen hoor. Kan je echt niets anders eten? Een bloederige biefstuk of zo?’
Vladimir schudde zijn hoofd. ‘Ik doe het er wel mee, dank je wel voor de moeite. Het is in ieder geval voedzaam.’
‘Is er zoveel verschil in smaak?’, vroeg Melanie nieuwsgierig.
‘Jazeker, varkensbloed smaakt naar vuilnis, omdat varkens afval eten. Laten we er maar over ophouden. Voor het eerst in een paar honderd jaar kan ik de zon onder zien gaan en er is niets dat mijn humeur kan verpesten. Ik zal met plezier van mijn glaasje nippen. Kom, wijs me de weg.’

Melanie had geen tuin, maar een dakterras. Aan de rand van het terras had ze een schommelbank neergezet. Als je op de bank zat kon je over de zee kijken en vaak zat ze rond zonsondergang met een drankje toe te kijken, hoe de zon in de zee verdween. Ze waren in de bank gaan zitten en ze keek opzij. Met tranen in zijn ogen zag Vladimir de zon langzaam in het water zakken. De zonsondergang was werkelijk schitterend. De oranje bal zakte langzaam in het water totdat hij uiteindelijk helemaal verdwenen was.
Lange tijd bleven ze stil, alsof praten het mooie moment zou kunnen bederven. Vladimir was de eerste die sprak.
‘Wat was dat mooi Melanie, dank je wel.’ Hij lachte, deed zijn zonnebril af en stopte de bril in zijn zak.
‘Zullen we ergens naar toe gaan? Waar heb je zin in? Vertel! Kom, de avond is nog jong!’
Melanie bekeek hem van top tot teen. ‘Als we ergens heen gaan, moet je wel andere kleding aan Vlad. Je ziet er uit alsof je van een gekostumeerd bal komt.’
Vladimir keek naar zijn kleding. ‘Er is niets mis met mijn kleding’, sputterde hij tegen. ‘Het is van bijzonder goede kwaliteit. Ik draag het al een paar honderd jaar en het is nog steeds niet versleten.’
‘Dat is het punt niet. Je kleding valt te veel op. Ik heb nog wel iets in de kast liggen dat je past. Wacht maar even.’
Ze kwam terug met een spijkerbroek en een wit overhemd.
‘Je denkt toch niet dat ik dáár in ga lopen hè?’, mopperde Vladimir. ‘Er zitten gaten en scheuren in die broek. Ik ben geen landloper!’
‘Zeur niet zo. Dit is wat de mensen nu dragen. Het is een spijkerbroek volgens de laatste mode. Je eigen kleding is goed voor een museum en…’
Ze stopte met praten en keek hem met grote schrikogen aan.
‘Wat is er?’, vroeg Vladimir geïrriteerd. ‘Als het zo belangrijk voor je is, verkleed ik me wel hoor.’
Melanie schudde haar hoofd. ‘Dat is het niet Vlad’, bracht ze met moeite uit. ‘Fijn dat je je verkleden gaat, maar dat is het niet.’
‘Wat is het dan wel? Zeg op! Wat is er?’
‘Je hoektanden komen weer door.’
‘Echt?’, zei Vladimir verrast. ‘Dit is wel mijn geluksdag hè! Hij likte met zijn tong langs zijn tanden en knikte verheugd. ‘Jammer dat ik niet in een spiegel kan kijken. Vampieren hebben geen reflectie. Kijk jij eens Mel, groeien ze snel?’
Hij deed zijn mond open en Melanie keek.
‘Ze zijn ongeveer even lang als de rest van je tanden. Daarnet waren ze nog maar net doorgekomen.’
Vladimir pakte Melanie bij haar handen en maakte een rondedansje door de kamer. Toen stopte hij en keek hij haar intens aan.
‘Jij hoeft niet bang voor me te zijn Melanie. Ik zal je nooit iets doen. Ik hou van je.’
Hij trok haar naar zich toe en kuste haar intens. Melanies knieën voelde zo slap als gelatine. ‘Ik ben verliefd op een vampier’, schoot het door haar hoofd. Vladimir kuste haar weer en dit keer kuste ze hem terug met alle passie die ze in zich had. Ze gingen niet weg, maar besloten thuis te blijven. Ze zaten op de schommelbank en wisselden hun gesprek af met vurige kussen en hun vurige kussen met levendige verhalen.

Melanie schrok wakker. De zon scheen. Waar was Vladimir? Stel dat de zonnebrandcrème maar kort werkte, wat dan? Ze haastte zich naar binnen. Hij was er niet. Waar was hij?
‘Vladimir!’, riep ze.
‘Ik ben hier, in de badkamer. Ik ben mij aan het insmeren. Zullen we zo ergens naar toe gaan?’
Ze haalde opgelucht adem. ‘Ja leuk, maar zullen we eerst ontbijten?’
‘Heb ik al gedaan.’ Vladimir kwam de huiskamer in en Melanies hart begon luidt te bonzen. Ze bekeek hem van top tot teen en kon geen woord uitbrengen. Hij lachte en kuste haar. ‘Ik heb een ontbijtje voor je gemaakt, eet snel op, dan gaan we.’
Verbaasd liep ze achter hem aan. Op de keukentafel stond een gekookt eitje, een croissant met jam en een glas sinaasappelsap.
‘Waar heb je dat geleerd?’
‘Als vampier moet je bij de tijd blijven. Ik ben altijd blijven lezen en heb me constant op de hoogte gehouden van alle nieuwe ontwikkelingen. Je zou kunnen zeggen dat ik een wandelend geschiedenis boek ben’, grapte hij. ‘Een ontbijtje is simpel, een stoommachine repareren is heel wat moeilijker.’
‘Kan jij een stoommachine repareren?’
Vladimir knikte. ‘Maar ook een motorfiets, of een auto.’
‘Nog even en je vertelt me dat je kan autorijden.’
‘Dat kan ik ook. Ik zal je maar niet vertellen hoe ik aan mijn rijbewijs ben gekomen. Dat zou je bang kunnen maken. Ga nu maar eten, ik wil weg.’

Die dag liepen ze samen langs het strand, wandelden ze door het bos en genoten ze weer van de zonsondergang.
‘Vanavond kan ik niet zo lang opblijven’, zei Melanie. ‘Hoe graag ik ook bij je ben, morgen moet ik werken en ik moet helder zijn als ik mijn patiënten behandel.’
‘Ik begrijp het Melanie. Laten we maar naar bed gaan. Heb je een boek voor mij? Dan is de nacht minder lang.’
Ze wees hem de boekenkast, maar Vladimir las die nacht niet en ondanks alle goede bedoelingen van Melanie, kon ze niet slapen. Ze genoten van elkaar en pas bij het ochtendgloren viel ze in slaap.’

Ze werd wakker van gebons op de slaapkamerdeur. ‘Melanie!’ Ze keek op de wekker en schrok. Het was negen uur. De eerste patiënt stond zo op de stoep.
‘Ik kom er aan Suusje!’ riep ze terug. ‘Ik heb slecht geslapen vannacht.’
‘Heeft dat te maken met die knappe vent op de bank binnen?’, grinnikte Suusje. ‘Ik ga alvast achter de receptie zitten. Ik zeg wel dat je met een spoedgeval bezig bent.’
Melanie sprong snel onder de douche en poetste haar tanden. Ze deed haar haar in een staart en besloot vandaag de make up maar te vergeten. Ze stak haar hoofd om de deur, wenste Vlad goedemorgen, propte een krentenbol in haar mond en rende naar de praktijkruimte. De dag kon beginnen.

Maandag was de drukste dag van de week en de ochtend vloog voorbij. Het was tijd om te gaan lunchen.
‘Suusje, het is tijd om te lunchen’, riep ze. Er kwam geen antwoord. Vreemd. Ze riep nog eens en toen Suusje weer niet antwoordde ging ze naar de receptie. Suusje zat niet achter de balie. Ze lag in Vladimir’s armen en ze staarde wazig voor zich uit.
‘Wat heb je gedaan’, brulde Melanie.
‘Nog niets’, zei Vladimir. ‘Waarom kijk je zo boos?’
‘Omdat je haar wilt bijten’, schreeuwde Melanie.
‘Voor mij is het ook lunchtijd hoor.’
‘Er staat nog varkensbloed in de ijskast, laat haar los.’
‘Maar ze is jong en ze heeft bloedgroep A-positief. Dat is mijn lievelingsbloed en dat varkensbloed is echt heel vies.’
Melanie liep rood aan van woede. ‘Laat haar los’, siste ze. ‘Als je zo nodig iemand bijten moet, bijt mij dan, maar laat Suusje gaan.’
Vladimir liet Suusje los. Ze viel op de grond, maar gelukkig kwam ze goed terecht. De val deed haar uit Vladimirs hypnose ontwaken en ze keek verbaasd rond.
‘Je bent flauw gevallen’, zei Melanie. ‘Heb je een beetje te wild gefeest van het weekend?’
Suusje schudde haar hoofd. ‘Nee, ik heb mijn feestje afgezegd, ik voelde me niet zo lekker. Vanmorgen voelde ik mij best goed, eigenlijk voel ik mij goed genoeg om te werken hoor.’
‘Toch denk ik dat het beter is als je naar huis gaat. Zal ik je brengen?’
‘Nee het gaat wel.’
Suusje pakte haar tas en knikte vriendelijk naar Vladimir. Toen richtte ze haar ogen weer op Melanie. ‘Weet je het echt zeker?’
‘Heel zeker en trek de deur goed achter je dicht.’
‘Doe ik.’
Ze zwaaide nog een keer en liep de receptie uit. De voordeur viel met een bons in het slot.

Melanie had haar patiënten afgebeld en zat bij Vladimir op het balkon.
‘Je hebt me het één en ander uit te leggen.’
Vladimir knikte bedroefd. ‘Ik kan het niet helpen’, zei hij zachtjes. Het zit in mijn aard. Als ik een knappe jonge vrouw zie, dan moet ik haar bijten.’
‘Dank je wel’, zei Melanie sarcastisch. ‘Je vindt mij dus te lelijk om te bijten. Tsja, lelijk zijn heeft zo zijn voordelen hè. Wat doe je hier eigenlijk nog. Je hebt je lol gehad, je weet hoe je aan bloed moet komen en je hebt je zonnebrandcrème. Je kan met een gerust hart vertrekken. Donder op!’
Met de rug van haar hand veegde ze de opkomende tranen weg. Vladimir stond op en sloeg zijn armen om haar heen.
‘Zo zit het niet Mel. Dat weet je best’ zei hij zachtjes. ‘Als je mijn hoektanden niet had getrokken, had ik je gebeten echt waar. Nu kan ik dat niet meer. Ik hou van je en als ik je zou bijten zou je het leven van een ondode moeten leiden en dat is verschrikkelijk.’
Hij stond op en leunde tegen de rand van het balkon.
‘Mijn ondode leven is een lijdensweg, waar alleen een einde aan kan komen als ik mij laat verzengen door de zon. Daar heb ik vaak aan gedacht, maar ik durf het niet.’
Melanie was gestopt met huilen en keek hem aan. ‘Ik geloof je’, zei ze. ‘Maar je kan zo niet doorgaan. Straks heb ik een kelder vol met lijken. Iemand doden mag niet Vlad. Geen mens mag het leven van een ander nemen.’
Vladimir knikte. ‘Je hebt gelijk, maar ik ben geen mens meer. Eigenlijk ben ik een onmens. Sinds ik vampier ben heb ik er geen moeite mee om iemand te bijten en leeg te zuigen. Vampieren doen dat nu eenmaal.’
Melanie stond op. ‘Ik moet naar het toilet. Ik kom zo terug.’

Ze was naar het toilet geweest en nu zat ze op de rand van het bad. Haar gedachten raasden door haar hoofd met de snelheid van een hoge snelheidstrein. Dit kon zo niet doorgaan. Als ze Vladimir niet zou stoppen zouden er de komende honderden jaren heel veel onschuldige slachtoffers gaan vallen. Ze liep naar het medicijnkastje en pakte de zonnebrandcrème. Ze zou de zonnebrandcrème kunnen ruilen voor één met een veel lagere beschermingsfactor…. De tranen sprongen in haar ogen. Ze kon het niet. Ze was stapelgek op Vladimir. Ze wilde en kon niet zonder hem. Haar besluit stond vast. Als mens kon ze niet leven met zijn moordende aard. Als vampier wel. Hij moest haar bijten. Ze zou wel zien hoe het af ging lopen. Ze hoefden in ieder geval niet in het donker te leven. Eigenlijk was het best wel romantisch. Voor altijd samen, maar dan zonder dat de dood hen scheidde. Ze deed de zonnebrandcrème weer terug en liep naar het balkon.

‘Ik heb nagedacht Vlad’, zei ze. ‘Er zit niets anders op. Je moet me bijten. Als mens kan ik geen vrede vinden met je gedrag. Als vampier wel. Ze deed haar haar in een staart en rekte haar hals uit. ‘Bijt’, beval ze.
Vladimir schudde zijn hoofd. ‘Laten we er nog even mee wachten, denk er alsjeblieft nog even over na. Er is geen weg terug. Als je er morgenochtend tegen zonsopgang nog zo over denkt, zal ik je bijten. Afgesproken?’
Melanie knikte, maar Vladimir kon aan de uitdrukking op haar gezicht zien dat ze haar besluit al had genomen.
‘Kom we gaan uit eten’, zei Vladimir. ‘Wat is je lievelingsgerecht? Vampieren leven alleen op bloed. Kies een goed restaurant uit, want het is je laatste normale maaltijd.’
‘Staat dat niet raar? Ik lekker aan het eten en jij niet? En wat als er een spiegel staat en ze zien dat je geen reflectie hebt?’
Vladimir haalde zijn schouders op. ‘Dan hypnotiseer ik ze. Dat moet ik wel vaker doen. Kom, we gaan.’

Ze keken samen naar de zonsondergang en toen gingen ze naar Melanies favoriete restaurant. Daarna gingen ze naar de film. Ondanks dat ze goed gegeten had kocht Melanie een grote bak popcorn. Na de film gingen ze naar het plaatselijk beroemde wijnlokaal. Na een paar wijntjes, gingen ze met een vaatje wijn naar huis.
‘Kan dat geen kwaad, gebeten worden met een volle buik?’, giechelde Melanie. ‘En hoe zit het met mijn wijnconsumptie? Kan jij dronken worden van de alcohol in mijn bloed?’
Vladimir schudde zijn hoofd. ‘Nee, maar ik wil wel dat je weet wat je doet en als je dronken bent ga ik je niet bijten.’
Melanie keek verbaasd. ‘Maar Vladdie, dit is de laatste avond dat ik een wijntje drinken kan.’
‘Je gaat het niet missen Mel. Bloed is de lekkerste drank die er is. Daar kan geen wijn tegen op.’
Hij glimlachte en zijn hoektanden glansden in het maanlicht. ‘Kom’, fluisterde hij. ‘Nog een paar uurtjes, dan wordt het licht. Ga nog maar even slapen. Ik maak je wakker als het tijd is.’

De dageraad brak aan en Vladimir schudde Melanie zachtjes wakker. ‘Het is tijd Melanie, weet je het zeker?’
Ze knikte. Vladimir smeerde Melanie in met zonnebrandcrème en nam haar in zijn armen.
‘Ik hou van je Melanie.’
‘Ik hou van jou Vlad.’ Ze keek hem verliefd aan en toen gilde ze het uit van ontzetting.
‘VLAD! WAT GEBEURT ER! VLADIMIR NEE! OH NEE, NEEEEEEEEE’
In het zonlicht veranderde Vladimir’s huid langzaam in as. Het waaide een beetje en de as werd zachtjes van zijn gezicht geblazen. Zijn schedel werd zichtbaar en zijn ogen staarden haar aan vanuit zijn oogkassen, totdat de zon in zijn ogen scheen en zijn tot as geworden ogen ook door de wind werden weggeblazen. Op de plek waar zijn neus zat verschenen twee gaten. De zon kwam nu bijna bij zijn lippen.
‘Sorry Melanie.’ De pijn die hij leed was ondragelijk en zijn ooit zo krachtige stem was nu zachtjes, bijna fluisterend geworden. ‘Ik kan geen ondode van je maken, ik hou te veel van je, vaarwel.’
Zijn lippen werden grijs en een zacht briesje nam ze mee. Melanie gilde. Zijn mond was weg en de grimas van zijn schedel staarde haar aan. Zijn kaak bewoog nog op en neer, maar er kwam geen geluid meer uit zijn mond. Nog had de zon geen genoeg van haar spel, maar Vladimir voelde het niet meer. Zijn hoofd was weg en de rest van zijn lichaam veranderde langzaam in as. Huilend pakte Melanie de spijkerbroek en het t-shirt van de grond. Ze verfrommelde de kleding tot een bal en begroef haar gezicht er in. Ze huilde en ze bleef maar huilen.
Ze huilde nog steeds toen Suusje binnenkwam. Troostend sloeg Suusje haar arm om Melanie heen.
‘Waar is Vladimir?’, vroeg ze.
‘Weg’, snikte Melanie.
‘Wat een rotzak. Wees blij dat je van hem af bent’, mopperde Suusje. ‘Iemand die je zo behandeld kan je missen als kiespijn. Over kiespijn gesproken’, ging Suusje verder. ‘Je eerste patiënt komt zo. Zal ik je patiënten vandaag maar afbellen?’
Melanie schudde haar hoofd. ‘Nee, ik heb mijn patiënten gistermiddag ook al afgebeld. Straks heb ik geen praktijk meer. Bovendien leidt het werk mij af.’

‘s-Middags belde Melanie haar ouders. ‘Is het goed als ik vanavond bij jullie kom eten?’
‘Natuurlijk lieverd, gezellig! Tot vanavond. Papa heeft gisteren een leuk cadeautje voor je gekocht, het is een kleinigheidje hoor, maar we denken dat je het wel leuk vindt. Tot vanavond. Voorzichtig hoor.’

Haar moeder kon fantastisch koken en ondanks haar verdriet, had Melanie goed gegeten. Ze zaten aan de koffie.
‘Tijd voor je cadeautje, Mel.’ Haar vader stond op en liep naar de boekenkast. Hij kwam terug met een rechthoekig pakje en ging weer zitten.
‘Alsjeblieft, omdat we je boor mochten lenen.’
Nieuwsgierig pakte ze het uit. Het was een boek over vleermuizen.
‘Gevonden, in die tweedehands boekenwinkel waar we weleens komen’, vertelde haar vader. ‘Ik dacht dat je het wel leuk zou vinden, omdat je zelf een vleermuis in je kelder hebt. Vroeger dachten ze dat vleermuizen in een vampier konden veranderen. Pas maar op hoor’, grinnikte hij. ‘Straks word je nog gebeten.’
Melanie sprong op en rende snikkend van tafel.
‘Wat heeft die nu ineens?’ Verbaasd keek hij naar de deur die zojuist met een klap was dicht geknald.
‘Ze werkt veel te hard’, antwoordde haar moeder bezorgd. ‘Werd ze maar eens verliefd op een zorgzame man.’
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 738

Graag je mening

Dit artikel is passend (tzt NIET verwijderen) - 4 stemmen
00

Elk kwartaal verwijderen we een aantal artikelen. Je kunt ons helpen door je mening te geven. Zo heb je invloed op de inhoud van Schrijverspunt

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Alle gepubliceerde inzendingen

  • juli 2019
    • Peter Madsen (61) Annemieke Spaander 15-07-2019

      Dat was toch die man die die journaliste had vermoord? Kom, hoe heet ze ook alweer, dacht Mimi...

      Lees meer...

    • Telefoon-analyse (37) Marie 76 14-07-2019

      "Het zou voor mij gemakkelijker zijn om over mijn gevoelens te praten als hij mij eens...

      Lees meer...

    • Afscheid (41) Marie 76 13-07-2019

      Wilfried bekeek het smalle steegje in zijn thuisstad Antwerpen. Hier was hij opgegroeid. Het was...

      Lees meer...

    • Lift (36) Marie 76 12-07-2019

      Met klamme handjes en een overhoop liggende maag, drukte ik op de liftknop. Het zou vast beter...

      Lees meer...

    • Doos (71) Marie 76 08-07-2019

      Ook dat nog. Vanmorgen overslapen, snel een beschuit in mijn mond gepropt en moeten hollen om de...

      Lees meer...

    • De rode knop (51) Marie 76 08-07-2019

      “U drukt op de rode knop.” Dat zou je niet verwachten, als je de job op het internet zag. Het werk...

      Lees meer...

    • Over de kop. (72) Jan Sluimer 08-07-2019

      Failliet verklaard, sorry voor het ongemak.

      Lees meer...

    • Omkerende angst (71) Annemieke Spaander 05-07-2019

      'Je bent niet goed bij je hoofd', snauwt hij haar toe. Angstig kijkt ze naar hem op. Zou hij  weer...

      Lees meer...

    • Rimpels in scheerlicht (86) Daan Kogelmans 03-07-2019

      Hij eet met grote happen. Zo bijvoorbeeld: hij balanceert de dot slagroom op het vorkje en schuift het...

      Lees meer...

    • Broze charme 64.0 (67) Annemieke Spaander 02-07-2019

      Wat gek, dacht Mimi terwijl ze de was ophing, die ze al talloze keren had uitgesteld. Dat je soms...

      Lees meer...

    • Schipbreuk. (69) Jan Sluimer 01-07-2019

      Het schip verdween onder de ozonlaag.

      Lees meer...

  • juni 2019
  • mei 2019
    • De verleiding. (116) Pieter Wouter Broekharst 28-05-2019

      De verleiding.     Vanmorgen ben ik wat later opgestaan dan gewoonlijk. Dat kwam doordat de...

      Lees meer...

    • Huis in beeld (117) Monique Cunnen 28-05-2019

      Ze willen dat ik vertrek uit ons huis vol herinneringen. Maar wat weten zij van het geluk en het...

      Lees meer...

    • Broze charme 15.5 (93) Annemieke Spaander 27-05-2019

      Er was een tijd dat alle mannen hongerig naar haar keken als Mimi binnenkwam. De gretige blikken...

      Lees meer...

    • Het vliegende nonnetje. (94) Pieter Wouter Broekharst 26-05-2019

      Het vliegende nonnetje. Als een boos beest stond het sombere klooster op de bergtop, en de grijze...

      Lees meer...

    • "Dicht die deur!" (118) Edith E (©Inspiratiewater) 25-05-2019

      Wat een vakantie! Had ik maar nooit ingestemd met het idee om elke dag een kasteel aan te doen,...

      Lees meer...

    • Als sneeuw voor de zon (90) Dave Koresh 25-05-2019

      Het was de ochtend nadat het voor het eerst gesneeuwd had. Hij stond buiten voor de voordeur en...

      Lees meer...

    • Truitje ( zomaar een voorleesverhaal voor jong én oud) (82) Guido Aerts 25-05-2019

      Het was hartstikke koud die winter. Toch moest mijnheertje Talon zijn warme huisje uit omdat hij...

      Lees meer...

    • Broze charme 14.0 (120) Annemieke Spaander 24-05-2019

      Mimi Na een week gaf hij haar mobiel terug. Mimi was teleurgesteld. Een week was bij lange na niet...

      Lees meer...

    • Oma denkt dat ik doof ben (96) Guido Aerts 22-05-2019

      (Inzending wedstrijd met als opdracht : maak van een 6-woord een 500-woord verhaal.)Uitbundig vieren wij haar...

      Lees meer...

    • Sp(r)ookverhaal (66) Guido Aerts 22-05-2019

      Niève Leblanc de Chasseur (of Sneeuw de Wit de Jaeger) is moe. Sinds haar huwelijk met prins...

      Lees meer...

    • Halfbakken houvast (83) Marieke Vos 21-05-2019

      Hans werkt half. Zijn schoorsteen moet roken, maar wel middels minimale inspanning.Nadat hij zijn...

      Lees meer...

    • Zomaar een morgen (82) Eleonora Reijn 21-05-2019

      Violet drukte op de bel en keek langs de gevel. Al die jaren had dit huis haar geïntrigeerd. Een...

      Lees meer...

    • vakantie emotie (64) Trees Middelkoop 20-05-2019

      Een vliegtuig landt op een tropisch eiland met aan boord verwachtingsvolle mensen, mensen die lang...

      Lees meer...

    • De beste koffiereclames (74) Guido Aerts 20-05-2019

      ‘Koffie, koffie, lekker bakkie koffieWat knapt een mens daar van op…..’ De (letterlijk) grote...

      Lees meer...

    • Broers. (67) Pieter Wouter Broekharst 20-05-2019

      In de achtertuin staan, met de openslaande tuindeuren op de achtergrond, mijn twee grote broers. De één...

      Lees meer...

    • Niet thuis. (72) Pieter Wouter Broekharst 19-05-2019

      Haar moeder nam de telefoon op, en herhaalde hardop mijn naam. Er viel een korte stilte. Toen zei...

      Lees meer...

    • De keuken van tante Marie (71) Trees Middelkoop 19-05-2019

      Toen werken nog werken voor hem betekende zat hij op dit tijdstip nog gewoon achter zijn pc op...

      Lees meer...

    • Spijt (88) Pieter Wouter Broekharst 18-05-2019

      Festoenen van klimopranken kronkelen langs de tuinmuur, boven naar omhoog reikende klimrozen. Mijn...

      Lees meer...

    • De prima ballerina (116) ruby thijs 18-05-2019

      Sierlijk danst ze in het rond. Haar voeten aaien zachtjes de grond. De prima ballerina danst vrij...

      Lees meer...

    • Oerknal (80) Dave Koresh 17-05-2019

      Dag 131 Door het matglazen raampje dat mijn vader er ooit zelf in heeft gezet zie ik dat het dag...

      Lees meer...

    • GELUKSVOGEL (61) Eleonora Reijn 17-05-2019

      ‘Nee’, de man kucht even, ‘ik had nooit durven dromen dat zoveel geluk voor mij was weggelegd. Ik...

      Lees meer...

    • Spijt. (63) 10-05-2019

      Festoenen van klimopranken kronkelen langs de tuinmuur, boven naar omhoog reikende klimrozen.Mijn...

      Lees meer...

    • Aan het lijntje (103) Dave Koresh 09-05-2019

      Je lange blonde haren wapperen terwijl je door het park heen huppelt. Het is herfst en een vers...

      Lees meer...

    • EINDELIJK (93) Eleonora Reijn 09-05-2019

      Ze zou die dag haar eerste liefde terugzien. Na 45 jaar. Het telefonisch contact was onverwacht en...

      Lees meer...

    • WAT JE WILT (76) Ferenc Schneiders 07-05-2019

      Kubus en Panda zitten op het muurtje. Ze laten hun benen bengelen en kijken verveeld. - Zullen we...

      Lees meer...

    • Transport (123) Marco Stroo 03-05-2019

      Angstig, verscheurd van binnen keek Claudia rond zich heen. Onopvallend. Ze had altijd geweten dat ze...

      Lees meer...

    • Charmant bij-effect (101) Dave Koresh 03-05-2019

      ‘Het prikt misschien een beetje’ sprak de stem vanachter het glazen masker dat naadloos overging...

      Lees meer...

    • Karper (89) Guido Aerts 03-05-2019

      Al zou ik mij er tegen werenSteeds meer dagen beelden opDe ene sterker dan de anderMaar ik weer ze...

      Lees meer...

    • Hupsakee ! (103) Guido Aerts 03-05-2019

      Toen hupsakee thuiskwam vond hij een briefje op de tafel dat zei: “Hei Hupsakee, heb jij zin om...

      Lees meer...

  • april 2019
    • Interim (104) Marieke Vos 29-04-2019

      In Huis ten Bosch is het vroeg dag op deze zaterdagochtend 27 april 2019. Koninklijke teckel Bea...

      Lees meer...

    • Dood (104) Jac Deuss 28-04-2019

      Liever dood dan sterven zei hij en toen trok hij de stekker eruit.

      Lees meer...

    • IK (131) Ferenc Schneiders 19-04-2019

       Kubus is aan het joggen in het park. Panda sluit zich bij hem aan. Ze hollen hijgend samen verder -...

      Lees meer...

    • (N)iemand (103) Guido Aerts 18-04-2019

      Ik schrik op en vraag of er iemand aan de deur heeft gebeld?Niemand antwoordt. Het kan ook niet...

      Lees meer...

    • De kater (125) MW Valkenburg 13-04-2019

      Rood of wit? Ik twijfel. Waarom de hele avond in een kanten kriebelstring lopen, terwijl ik niet...

      Lees meer...

    • Op de baan naar de Kapellekens (93) Guido Aerts 11-04-2019

      Waar men ging langs Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk….men kwam ze overal tegen: de...

      Lees meer...

    • Iets en niets (111) Ferenc Schneiders 10-04-2019

        Kubus en Panda zitten op het muurtje voor Panda's huis. Ze zitten daar al een hele tijd en hebben...

      Lees meer...

    • Huisje op de wei (158) ruby thijs 08-04-2019

      In vele verhalen heb je een goede tovenaar en een slechte tovenaar. Maar niemand staat stil waarom hij...

      Lees meer...

    • Nietmachine (146) Lucien Dewez 03-04-2019

      Willem kijkt naar de nietmachine die voor hem op de glazen salontafel staat. Hij zit al een uur in...

      Lees meer...

    • Het water was veel te diep (116) Ferenc Schneiders 03-04-2019

      Na weken van regen eindelijk weer een zonnige dag. Ik zit op de voorplecht van mijn woonboot met...

      Lees meer...

    • De advertentie (120) Suzette Boyer 02-04-2019

      Tsjilpende mussen. Was er een zomerser geluid denkbaar? Hij zette zijn handen op de armleuningen...

      Lees meer...

  • maart 2019
    • Een kleine reus (160) Ferenc Schneiders 28-03-2019

      Er was eens een hele kleine reus. Hij was heel ongelukkig, want omdat hij zo klein was, kon...

      Lees meer...

    • Geen keus (143) User ID 4551 27-03-2019

      Haar lange blonde haren wapperen woest in de wind. Dankzij de dikke winterjas heeft ze het warm,...

      Lees meer...

    • Donker licht (179) Ferenc Schneiders 24-03-2019

      Het liefst is hij buiten waar niemand hem kan zien. In het weiland dat nooit gemaaid wordt. Het...

      Lees meer...

    • Over 6 weken. (152) Jan Sluimer 23-03-2019

      De vader van Anna, Joris gaat boodschappen doen.'Ga je mee', vraagt hij aan Anna.'Nee, ik blijf...

      Lees meer...

    • Klokkengelui(den) in de nacht (105) Edith E (©Inspiratiewater) 21-03-2019

      Beneden schrikken de mensen wakker van het plotselinge klokgelui, dat eenmaal begonnen van geen...

      Lees meer...

    • Stof (120) Trees Middelkoop 19-03-2019

      Daar dwarrel ik door de kamer, van links naar rechts, omhoog en omlaag.Ik geniet van zo’n kamer...

      Lees meer...

    • Een zachte plek (135) Ferenc Schneiders 16-03-2019

      Hoe oud het kind was, viel moeilijk te zeggen. Het kon acht zijn, maar ook vijftien. Het had een...

      Lees meer...

    • De veldmuis (130) Ferenc Schneiders 15-03-2019

      Er zijn nog steeds mensen die denken dat dieren niet kunnen denken. Die denken dat denken iets is...

      Lees meer...

    • De zwarte aarde (158) Trees Middelkoop 10-03-2019

      Zwart diep donker zwart, is de aarde die door haar vingers glijdt. Hardnekkig werkt ze door, de...

      Lees meer...

    • Het plezier van de natuur - Hockney en van Gogh (153) Reinder Veelinx 10-03-2019

      ‘Wat bel je vroeg.’ ‘Ik dacht, dan heb je tijd voor me.’ ‘Je bent mijn favoriet, dat weet je...

      Lees meer...

    • Morgen (143) Ernie Maanzaad 06-03-2019

      Het is weer een dag waarop ik geen vooruitgang heb geboekt, niet veranderd ben, geen beter plan...

      Lees meer...

    • Bij God op de koffie (121) Ernie Maanzaad 05-03-2019

        Over smaak valt niet te twisten, maar het design van het behang in de hal leek erop te wijzen dat...

      Lees meer...

    • Rondtoer door Rome. (132) Jan Sluimer 05-03-2019

      Het hoogtepunt van twee weken Rome.Wij, als toeristen zitten in de bus en hebben een Nederlandse...

      Lees meer...

    • Terug in de tijd (200) Gerard Treffers 02-03-2019

      Treffers, de bekende astronoom en wetenschapper in moderne fysica, werd wakker in de pikdonkere...

      Lees meer...

    • In de bus (148) User ID 4551 02-03-2019

      Ik kan nooit ergens op tijd zijn. Of ik ben net te laat, of ik ben veel te vroeg. Die dag had ik...

      Lees meer...

    • Zwartje (114) User ID 4551 02-03-2019

      ZWARTJE Af en toe mochten mijn vriendin en ik met de baby van haar buren wandelen.  Van te voren...

      Lees meer...

  • februari 2019
    • Godenspijs (251) wilfred van Breda 11-02-2019

      'Ik wil graag dat u naar hem op zoek gaat.' John merkte dat hij er moeite mee had zijn blik van...

      Lees meer...

  • januari 2019
    • Een koud kunstje (234) Sylvie De Caluwe 30-01-2019

      “Godver!” roep ik terwijl ik mijn handen in een reflex omhoog gooi. Bijna was ik uitgegleden!De...

      Lees meer...

    • Johanna's hoop (126) Inge Sleegers 30-01-2019

      Johanna staarde wezenloos naar haar ontbijt. Ze begreep er geen snars van. Ze hadden het toch goed...

      Lees meer...

    • Sneeuwpret. (225) Jan Sluimer 22-01-2019

      Voor vannacht voorspellen ze sneeuw.Roos, 88 jaar is gek op een witte wereld.Op dinsdag is het de...

      Lees meer...

    • Dagje uit. (267) Jan Sluimer 15-01-2019

      Vandaag met de kinderen van groep 4 naar de dierentuin.We wachten op de trein, deze komt iets...

      Lees meer...

    • Je wilt ze toch helpen. (212) Jan Sluimer 12-01-2019

      Er valt een enveloppe in de brievenbus.Of je weer geld wilt storten voor een...

      Lees meer...

    • Het verwijderde einde (183) Frans Tolsma 10-01-2019

      Ik stond voor de hemelpoort en dacht dat ik droomde maar bij nader inzien besefte ik dat ik op weg was...

      Lees meer...

    • Versie 1.0 (155) Inge Sleegers 07-01-2019

      Ze keek naar de reflectie van haar spiegelbeeld in het water. Ze had zich verschanst aan de oever...

      Lees meer...

  • december 2018
    • Avontuur (355) Japke Weij 28-12-2018

      De meeste fotoshoots, fittings (kleren passen) en castings van onze modeldochter verlopen...

      Lees meer...

    • Kerstdiner (299) wilfred van Breda 22-12-2018

      De SUV ploegde zich moeizaam vooruit. Toen ze twee uur geleden vertrokken scheen een stralende zon aan...

      Lees meer...

    • Angstig vermoeden (161) wilfred van Breda 16-12-2018

      De telefoon gaat vier keer over voor Marjan het doorheeft. Zonder haar ogen van de televisie af te...

      Lees meer...

    • Verslaafd... (263) wilfred van Breda 05-12-2018

      Anna is stomdronken en hangt meer in haar stoel dan dat ze zit. Haar make up is uitgelopen en haar...

      Lees meer...

  • november 2018
    • Kees cross (152) Lousette Blekendaal 24-11-2018

      Daar lag hij, even draaide de hele wereld om hem heen. Zijn fiets was een paar heuvels verder...

      Lees meer...

    • Twee baby's (187) Inge Sleegers 23-11-2018

      Twee baby’s in hetzelfde ziekenhuis. Bijna gelijktijdig geboren. De ene als eerste en enige kind. De...

      Lees meer...

    • Tijdloze liefdesbrief (213) Kristel Klein Hesselink 15-11-2018

      Eigenzinnige, beruchte, egocentrische en verrukkelijke Nadia, Een vlaagje sprankelende zoete geur...

      Lees meer...

    • Mausje's (191) Maudy Kruiswijk 12-11-2018

      Mijn vader was een voorleesvader. Iedere avond voor het slapen gaan zat hij op één van onze bedden en...

      Lees meer...

    • Twee! (245) Maudy Kruiswijk 12-11-2018

      Twee....... !! Ik heb m'n camera bij me, maar de zon schijnt niet echt. Jammer.Ik kom bij een...

      Lees meer...

    • Weer 2 (165) Maudy Kruiswijk 11-11-2018

      Op vrijdag doe ik altijd wat boodschappen bij Lidl.In de parkeergarage boven het winkelcentrum is...

      Lees meer...

  • oktober 2018
  • september 2018
    • Mijn zoon? (184) Noortje Bruins 22-09-2018

      ‘Toen ik nog in Luxemburg woonde’, begon mijn zoontje al spelend met de blokken zijn verhaal. Ik...

      Lees meer...

    • Afrekening (239) wilfred van Breda 11-09-2018

        Gecondoleerd.   De jongeman bevond zich achter in de steeg onder het zwakke schijnsel van de...

      Lees meer...

    • Rust (291) Cor Johma 05-09-2018

      Hij kijkt om zich heen. Hij ziet de rust. De rust heeft geen kleur. De rust is in elk opzicht een...

      Lees meer...

    • Slayer (217) Bas Broekhoven 02-09-2018

      Op dit verhaal heb ik veel haat reacties gehad dus heb ik een politiek correcte versie en...

      Lees meer...

  • augustus 2018
  • juli 2018

Hoogste beoordeelding:

Boekentip

Top 10 : Meest gelezen

BookBuster