• Kort verhaal
  • Blog
  • Column
  • Cursiefje
  • Essay
  • Haiku
  • Poëzie
  • Senryu
  • Limerick
  • Vrij vers
  • 55 woorden
  • Kort verhaal
  • Flitsverhaal
  • Volksverhalen
  • SF & Fantasy
  • Proefstuk
  • Ik, schrijver
  • 3 kleuren
  • Schrijfopdracht
  • Mijn schrijftip
  • Kort verhaal

    976 gepubliceerde artikelen.
    Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
    Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Blog

    255 gepubliceerde artikelen.
    Een blog is in feite een persoonlijke webpagina met verhalen over het leven van de schrijver. In een blog vertel je iets aan de lezer waar hij/zij wat aan heeft. Heel vaak is dat iets informatiefs (hoe kun je het beste....) maar het kan ook inspirerend zijn (een persoonlijk verhaal over hoe je omgaat met een scheiding).  Bij een blog hoort een losse en informele schrijfstijl. In een persoonlijke blog draait het erg om de verteller die opschrijft wat hij of zij zelf allemaal meemaakt. Dat kan bijvoorbeeld de dagelijkse beslommeringen als moeder van twee kleine kids (mamablog) zijn.
    Maximaal 1000 woorden. 
  • Column

    433 gepubliceerde artikelen.
    Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
    Maximaal 750 woorden.
  • Cursiefje

    518 gepubliceerde artikelen.
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
  • Essay

    1 gepubliceerde artikelen.
    Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een we­ten­schap­pe­lijk, cul­tu­reel of fi­lo­so­fisch on­der­werp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen.
    Maximaal 1000 woorden.
  • Haiku

    274 gepubliceerde artikelen.
    Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst waarin de natuur, of iets in de natuur, centraal staat, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht..
  • Poëzie

    1149 gepubliceerde artikelen.
    Poëzie is de kunst van het dichten. Ook is poëzie een verzamelnaam voor gedichten en verzen. Poëzie is een taaluiting waarbij een grote nadruk ligt op vorm, klank en beeldspraak. Het geheel is meer dan de som der delen.
    Toen hem gevraagd werd een definitie van poëzie te geven, zei de dichter Robert Frost: "Poetry is the kind of thing poets write." - Poëzie is wat dichters schrijven .
  • Senryu

    409 gepubliceerde artikelen.
    Senryu is een vorm van Japanse dichtkunst over de onvolkomenheid van de mensen, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht.
  • Limerick

    35 gepubliceerde artikelen.
    Een limerick is een gedicht van vijf regels met het rijmschema a a b b a. In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam die meestal gekozen wordt vanwege het rijm. Voorts heeft een limerick vaak humoristische of dubbelzinnige inhoud. De laatste regel is de clou.
  • Vrij vers

    21 gepubliceerde artikelen.

    Een vrij vers is een gedicht zonder regelmatige strofebouw. De eerste strofe telt bijvoorbeeld zes, de tweede twee, de derde vijf verzen. Het gaat om poëtische teksten die vooral een sfeer oproepen. De strofe in een vrij vers heeft veelal een eenheid van idee. Vrije verzen hebben vaak eveneens geen vast maatsysteem. Het ontbreken van (eind)rijm komt eveneens vrij vaak voor in het vrije vers. Daarentegen komt binnen- en middenrijm veel voor in vrije verzen en soms zelfs voorrijm.

  • 55 woorden

    1033 gepubliceerde artikelen.
    Waarom een verhaal in exact 55 woorden (incl. titel)? Omdat de vorm ons dwingt te schrappen tot de essentie van wat we willen zeggen. “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, of anders gezegd, in weer een andere taal: “Less Is More.” Alleen fictie komt in aanmerking. Dus een echt, afgerond prozaverhaal, met een begin, een midden en het liefst een verrassend eind en met één of meerdere personages , moet in exact 55 woorden, inclusief de titel, worden verteld.
  • Kort verhaal

    976 gepubliceerde artikelen.
    Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
    Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Flitsverhaal

    119 gepubliceerde artikelen.
    Een flitsverhaal is, bij Schrijverspunt, een krachtig en compleet verhaal in het kleinst mogelijk (maximaal 150) aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. De voorkeur gaat uit naar een verhaal in een of slechts meerdere zinnen. Geen zgn quotes, wijsheden, gezegden, etc. Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
    " Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
  • Volksverhalen

    40 gepubliceerde artikelen.
    Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze schrijfactiviteit bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.
    Maximaal 1000 woorden.
  • SF & Fantasy

    12 gepubliceerde artikelen.
    Science fiction en Fantasy vallen beide onder een speculatief fictiegenre waarin veel elementen, personages en instellingen worden gecreëerd uit verbeeldingskracht en speculatie in plaats van uit de realiteit en het dagelijks leven. Er is echter een duidelijk verschil tussen science fiction en fantasy. Science fiction is gebaseerd op wetenschap en technologie en geeft daarom scenario's weer die op een dag waar zouden kunnen zijn. Fantasie daarentegen heeft betrekking op veel bovennatuurlijke elementen en vindt plaats in een wereld die niet bestaat en nooit kan bestaan.
    Bij een SF of Fantasyverhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Proefstuk

    19 gepubliceerde artikelen.
    Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien. Dat is mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen. Je mag max. 1 proefstuk insturen!
    Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback.
  • Ik, schrijver

    9 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Schrijf een fantasierijk verhaal met als onderwerp 'Ik, schrijver'. Waarheidsgetrouw of compleet fictief, het is aan jou als het maar de moeite waard is om te lezen. Probeer de lezer te boeien en mee te trekken in jouw wereld als schrijver.
  • 3 kleuren

    4 gepubliceerde artikelen.
    Een verhaal geschreven in maximaal 300 woorden waarbij 3 kleuren een rol spelen. De schrijver bepaalt zelf de kleuren. Het is echter niet de bedoeling om een kleur sec alleen als kleur te gebruiken maar ook als bv begrip, symbool of gemoedstoestand (Een blauwtje lopenZich groen en geel ergeren, wit wegtrekken, etc) .
  • Schrijfopdracht

    87 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Inzenden voor deze schrijfactiviteit is niet meer mogelijk. Op termijn beëindigen we deze mogelijkheid.
  • Mijn schrijftip

    Elke auteur heeft zo haar/zijn persoonlijke ervaringen met schrijven en weet vaak wat haar/hem beter, makkelijker, lezenswaardiger, spannender, etc. doet schrijven. Die ervaringen willen we hier graag delen met andere schrijvers. Zo beknopt mogelijk worden hier persoonlijke schrijftips voor schrijvers beschreven. Voor de een een ervaring, voor de ander wellicht een eye-opener.
    Maximaal 20 woorden.

Ook jouw artikel is welkom! Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

Berend Botje en Femke Fiederelsje

‘Waar ga je heen, jongetje?’

‘Zuidlaren, meneer.’

‘In dat speelgoedbootje, met een plastic peddel?’
‘Ja, meneer.’
‘Weten je ouders dit wel?’
‘Jazeker. Ze zeiden nog: “Pas op jongen, soms is de weg recht en dan weer krom. Ze zullen later een liedje over je schrijven.”’

‘Wacht eens even… Wat is je naam?’
‘Berend.’
‘Berend wat?’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Je achternaam, natuurlijk.’
‘O, Botje.’
– nee hè! Dat is die galbak aan wie we dat kutliedje te danken hebben. Ik kan het nog voorkomen…
‘Berend.’
‘Ja, meneer.’
‘Je wilt helemaal niet naar Zuidlaren, hè? Maar naar Amerika.’
‘Eh… ja, meneer.’
‘We gaan eerst een spelletje doen: wie het langst onder water kan blijven. Jij begint!
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven…

Hè, waar ben je nou gebleven?’

‘Geef me je peddel, dan trek ik je aan boord. Ik ben Christoffel. Wie ben jij?’
‘Berend Botje. Christoffel…? Is uw achternaam Columbus?’
‘Hoe weet je dat?’
‘Ik kom uit de toekomst.
Keer om meneer! U zult een vreselijk land ontdekken: Amerika.’
‘Nee, Berend, ik ga naar Indië.’
‘U vergist zich. De indianen zullen op gruwelijke wijze worden vermoord. De slechtste Europeanen zullen chauvinistische Amerikanen zijn. Een donkere dominee en meerdere presidenten worden vermoord.
Geloof me, een vreselijk volk. Met de Bijbel op tafel vermoorden ze elkaar. Voeren bloedige oorlogen in landen waar ze niets te zoeken hebben. Alles uit naam van God en lotsbestemming.
Een gevaarlijke man met gek haar wordt daar president.’
‘Haha, jochie, heb je zeewater gedronken?’

‘Nee, meneer Columbus.’

‘Kijk, Berend, daar komt de Titanic aan. Wat ziet dat schip eruit zeg. Het lijkt wel of het tegen een ijsberg is aangevaren. Kapitein, mag dit jongetje aan boord, hij wil naar huis. Toch, Berend?’

‘Ja hoor,’ zegt de kapitein, ‘veel passagiers heb ik toch niet meer.’

De stuurman is een echte Nederlandse Amerikaan. Tjonge, hij gaat van voor naar achter en van links naar rechts. Berend wordt er kotsmisselijk van. Ook van de haring die met kieuwen en ingewanden en al wordt gegeten. Zul je altijd zien: als je Willem Beukelszoon nodig hebt om het haringkaken uit te vinden, is hij er niet.

‘Wat een eigenwijs opdondertje ben jij,’ klaagt de stuurman. ‘Ga je mij even vertellen hoe ik een schip moet varen? Kom zeg. Heet jij soms Johan en word jij later een beroemde voetballer?’

‘Welnee,’ zegt Berend. ‘Ik heb geen zin om onder de tatoeages te zitten. Zo ordinair.’

Dat was tegen het zere houten been van de kapitein: ‘Wat is er mis met een tatoeage? Johan heeft trouwens helemaal geen tatoeages.’

‘Dat kunt u niet weten, kapitein. Kunt u soms in de toekomst kijken? Johan moet nog geboren worden.’

Daar heeft de kapitein geen antwoord op. Hij is blij als ze weer aan land komen en hij eindelijk van die apenkop af is. Dat durft hij niet hardop te zeggen, omdat ‘apenkop’ heel omstreden zal gaan worden.

‘Berend!’ roept Elsje Fiederelsje.

‘Elsje!’ roept Berend. Wat fijn dat je er bent. Heb je mijn appje ontvangen?’

‘Ja, natuurlijk, anders stond ik hier toch niet, eikel. Waar was je al die tijd?’

‘Ken je die mop van dat jongetje dat naar Amerika ging?’

‘Nee, wel die van dat jongetje dat naar Zuidlaren ging.’

Ach ja, er gaat weleens een mop de mist in.

‘Heb je honger?’ vraagt Elsje.

‘Een berehonger,’ zegt Berend die wel van een woordgrap houdt.

‘Ik moet nog meel kopen, mijn moeder bakt pannekoeken.’

‘Dat zeg je verkeerd,’ zegt Berend – ook al is dit geen mooie zin: zeg en zegt in dezelfde zin.

‘Hoe dat zo?’ vraagt Elsje.

‘Het is pannenkoek,’ Elsje.

‘Ho ho, die tussen-n is nog lang niet uitgevonden.’

‘Nee, maar dat gaat wel gebeuren.’

‘Jij zegt trouwens zelf beregoed; zonder tussen-n.’

‘Dat klopt: bij een versterking zoals bere en reuze krijg je geen tussen-n.’

Die Berend toch. Hij weet het altijd beter.

Ze lopen naar de Lidl, maar daar is geen zelfrijzend bakmeel. ‘Wat wil je,’ zegt de verkoopster, ‘het is vakantietijd; wie is er dan niet op reis?’

Berend en Elsje lopen naar haar huis in de Van Eeghenstraat. Een chique straat in Amsterdam-Zuid, genoemd naar de ontdekker ervan: Frans Fiederelsje, die daar een liedje over heeft geschreven. Niet te verwarren met Frans Hals, want die kon absoluut niet zingen.

‘Dag mevrouw, ik ben Berend.’

‘Dag Berend. Ik ben mevrouw Fiederelsje. Maar zeg gerust Femke Halsema.’

‘Bent u soms familie van Frans Fiederelsje?’ vraagt Berend.

‘Nee, hoor, maar ik kan wel goed schilderen.

Elsje, zet je klompen maar bij het vuur. Heb je het meel?’

‘Ja, mama.’

‘Zo duur?!’

Dat is nou weer typisch mevrouw Fiederelsje. Altijd weer zeuren. Maar ze heeft het ook niet makkelijk. Nee zeg. Haar man is veroordeeld omdat hij een neppistool in zijn bezit had. Zó dom, Oey wat is die man dom zeg. Je zag gelijk dat het nep was. Alleen zijn zoon had het niet door, die was nog dommer.

‘Lust je spekpannenkoeken, Berend?’ vraagt Femke.

‘Jawel hoor, als er maar geen spek in zit.’

Wat een rare jongen, denkt Femke. Als die geen corona heeft… Ze doet haar mondkapje voor.

‘Wat stinkt het hier,’ zegt Berend.

Femke doet haar mondkapje naar beneden, blaast in haar hand en zegt: ‘Ik ruik niets. Behalve rook; ben je nu weer begonnen, Elsje?’

‘Mama!’ Elsje wijst naar het fornuis…

‘Potverdikke, stomme trut! Ik had gezegd je klompen bij en niet op het vuur te zetten.’

‘Dat zijn mijn klompen niet, mama.’

Alle pannenkoeken zijn verbrand. Op zijn sokken loopt Berend naar huis. Het zit hem ook nooit mee. Zijn vader heeft een ziekelijke slaapzucht met een moeilijke naam: lethargie. Hoe kun je nou van een jochie verwachten dat ie zo’n moeilijk woord als lethargie onthoudt? Hij kan nooit op het woord lethargie komen. ‘Gebruik dan een ezelsbruggetje,’ zegt zijn vader dan. ‘Bijvoorbeeld liturgie. Maar liturgie is minstens net zo moeilijk en slaapverwekkend als lethargie dat hij daar een ezelsbruggetje voor moet verzinnen.

Berends moeder is een dame van plezier, maar hij heeft haar nog nooit zien lachen. Dat vinden haar klanten ook: ‘Wat een zuurpruim.’ De man van de fruitstal stuurt haar altijd weg: ‘Scheer je weg, zo verkoop ik nog geen pruim.’ Maar dat vindt Berends vader nooit een goed idee: ‘Wat stinkt mijn scheermes toch zuur,’ klaagt hij dan weer.

‘Vader, vader, slaapt gij nog?’

‘Potverdikke, nee nu niet meer,’ zegt Jacob. ‘Eerst die kut kerklokken of die moskee, en nu jij weer, oelewapper! Ik heb weer zo’n last van die, uh…’

‘Lethargie, vader?’

‘Ja, onthoud dat woord nu eens, sukkel.

En wat hebben al die sirenes te betekenen, Berend?’

‘Er staat een huis in de fik, vader.’

‘Waar?’

‘In de Van Eeghenstraat, vader.’

‘O, dat is toch een kakbuurt. Er wordt aangebeld, doe eens open en vraag wie het is.’

‘Wie is daar…?

‘Andries.’

‘Het is Andries, vader.’

‘Vraag wat ie komt doen.’

‘Wat komt u doen.’

‘Ik kom Jezus brengen.’

‘Hij komt Jezus brengen, vader.’

‘Zeg maar dat ie ‘m op de trap zet en dat ik hem later wel kom ophalen. Dat gezeik.’

Maar Andries houdt zijn poot stijf zoals het Andries betaamt; voordat ze het weten staat hij bij Jacob in de slaapkamer, samen met een man met een pijp in zijn mond en een schriel mannetje met een voetbal onder zijn arm. Hij praat slecht Nederlands, met kromme zinnen.

‘Jezus,’ zegt Jacob.

‘Dag Jacob.’ ‘Dag Jacob.’

‘Zeg Andries, alles goed en wel, maar wie is nu Jezus?’

‘Daar zijn we nog niet uit, Jacob. Maar morgen is het Hemelvaartsdag, dus kun je gelijk mee. Je krijgt tien procent korting op je uitvaart en zo reduceer je ook die kut-coronaverspreiding, op jouw hoge leeftijd’ – ja, die Andries is soms best grof.

‘Die heb ik helemaal niet, Andries.’

‘Heb je je dan laten testen, Jacob?’

‘Als aartsvader weet ik toch zeker zelf wel of ik een kut heb of niet?’

Het was een mooie uitvaart. Voor het eerst zag Berend zijn moeder lachen.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Berend Botje en Femke Fiederelsje"

© Han Maas
02.10.20
Feedback:
Zelden zo gelachen om een kort verhaal en zeer goed geschreven ook!
  • Kwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

In elke boekenwinkel: