1 post

Belaagd!

67 Hits.
‘Je houdt je bek!’

Het lemmet van zijn mes weerkaatst flikkerend de veelkleurige kermisverlichting. Zijn grommende, haast gruntende, stem mengt zich met het vrolijke ‘Tulpen uit Amsterdam’ dat uit het draaimolenorgel even verderop klinkt, als betrof het de death-metal-versie van die evergreen. Van schrik sluit zij zich op in een cocon van veilige herinnering.

Ach die draaimolen… Als klein meisje mocht ze er van papa elke kermis een paar ritjes in maken. Ze wilde dan altijd in een brandweerautootje. Dat had twee zitplaatsen vóór en twee achter, met elk een stuurtje. Ze wachtte dan tot ze een plek op een voorstoeltje kon bemachtigen. Daar probeerde ze zich dan voor te stellen dat zij de draaimolen stuurde. Met een ernstig gezicht dirigeerde ze dan haar autootje naar links. Altijd tegen de klok in. Waarom draaien die molens eigenlijk tegen de klok in? De stuurtjes waren loos natuurlijk en hadden geen invloed op de koers. Dat wist ze als kind al wel, maar het was spannend om te doen alsof. In werkelijkheid hield de draaimolen haar gevangen in starre rondjes waar pas aan te ontkomen viel als de kermismeneer besloot de draaimolen stil te zetten. Nu houdt hij haar gevangen, is zij afhankelijk van zijn luimen en draait ze gedwongen mee in een mallemolen van geweld.

Bij het zien van de kermis was zij, overvallen door jeugdsentiment, in een opwelling het kermisterrein opgewandeld. De kermis deed haar denken aan haar vader die vorige maand was overleden. Als klein meisje mocht ze er met hem mee naar toe. Haar kleine handje begraven in zijn beschermende grote. De caleidoscopische neonverlichting, de draaiorgelmuziek en de attracties voelden magisch. Zij had zich in een sprookjeswereld vol avontuur gewaand. Het hoogtepunt vormde steevast de ritjes in de brandweerauto van de draaimolen. Na afloop kocht papa dan een suikerspin voor haar. Net zo eentje als zij zojuist in haar nostalgische bui had gekocht.

Hij was van achteren gekomen en had de arm om haar heengeslagen alsof zij zijn vriendin was. Hij trok haar mee naar de inktzwarte slagschaduw aan de achterkant van het lunapark. Ze ziet hem niet. Hij staat achter haar en drukt in zijn klemmende omhelzing het mes stevig tegen haar van schrik heftig pulserende halsslagader. Zij houdt zich doodstil en probeert rustig te ademen, bang als ze is dat bij de geringste beweging het mes haar fataal wordt. Net als toentertijd in de draaimolen is zij niet bij machte de gang der dingen te beïnvloeden. Wat wil hij? Haar geld? Ze voelt hoe hij aan iets frunnikt. De rits van zijn broek? Is hij zijn geslacht aan het opdiepen? Jasses! De gedachte doet haar kokhalzen. Niet langer bij machte zich stil te houden, probeert zich los te wringen uit zijn greep. De mespunt prikt omineus.
 
‘Sta stil of ik steek je lek!’, sist hij.
 
Een hand glijdt onder haar rokje.
 
‘Nee, niet doen!’, smeekt ze.
 
Ze heeft nog steeds haar suikerspin krampachtig vast als ware het een reddende strohalm. Ze bevriest als zijn klamme hand tussen haar benen beweegt. Ze verstevigt haar greep om het stokje. Haar suikerspin lijkt precies op een roze Amy-Winehousepruik vindt ze. Als je er een mierzoete hap van neemt blijft er altijd een plukje aan je neus plakken. Hoe was het mogelijk dat zij vroeger die zoetigheid lekker vond?
Een hand trekt aan haar slipje. Wat kan ze doen? Machteloos in de ijzeren greep van de belager achter haar en het vlijmscherpe mes tegen haar hals. Ze haalt diep adem.

‘Schat?’

‘Huh?’ Even is zijn greep iets losser.

‘Zou het niet fijn zijn als ik me vrijwillig aan je zou geven? Dat ik je mijn prachtige borsten laat zien en tergend langzaam mijn slipje voor je uittrek en….’

‘Huh?’

‘Kom, laat me los, of hou mijn pols vast als je wilt, dan draai ik me om en laat ik je zien hoe lekker ik ben!’

Even blijft de belager stil. Kennelijk vraagt hij zich af waar de plotselinge verandering in haar opstelling vandaan komt. Ze onderdrukt de trilling in haar stem.

‘Ik houd wel van mannen die een vrouw lekker wild behandelen. Spannend! Kom! Je bent toch niet bang voor een mooie lekkere vrouw?’

‘Bang? Wie ik? Ha! Ik dacht het niet. Kom hier hoer, dan leer je een echte man kennen!’

Hij grijpt haar pols en laat haar los uit zijn wurgende omhelzing. Ze kan zich nu omdraaien en haar belager aankijken. Hij draagt een zwarte mondkap. Zijn geslacht steekt grotesk uit de gulp van zijn broek, als een obscene koekoek uit een klok. Nu of nooit, denkt ze. Met alle kracht die in haar is stoot ze de suikerspin door zijn gulp in zijn kruis. Het puntige stokje boort hard in zijn balzak. Hij loeit het uit. Zijn kreet smelt sinister samen met de sirene van een kermisattractie even verderop. Zijn greep op haar verzwakt, waarop zij zich losrukt en het op een lopen zet. Ze is weg!

Omdenken! Haar vader had het haar geleerd. Van belaagde belager worden! Haar wraak is zoet. Suikerspin zoet!

‘Dankjewel papa’, mompelt ze terwijl haar angst oplost in een sardonisch glimlachje.

Alleen Plusleden kunnen een eigen artikel aanpassen na publicatie. KLIK HIER om alle voordelen van een pluslidmaatschap te bekijken.

De auteur van dit artikel Martin Reekers:

Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen mogelijkheid voor reacties.

Ook jouw mening is hier welkom!

Reacties:

Meer van deze auteur:

Titel:Hits:Waardering:Link:
Column
Ik ben een racist!
723
Lezen?
Column
Mijn moeder
631
Lezen?
De man die wilde loslaten
619
Lezen?
Column
Soufflé
580
Lezen?
De pianostemmer
570
Lezen?