Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Bazuin
Inzendingen: 974
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Bazuin
© L.M. Spooren op .
Aantal hits: 51

          Malen, daartoe ben ik op aarde. Ik sta en maal, loop, maal, zit, maal. Van rechtsonder via boven naar linksonder, via onder naar rechts en zo door. Of van linksonder via boven naar rechtsonder, dat kan ook. Fijn vind ik dat, malen. Grazen en malen. Gras, of een doornig struikje, of sinaasappelschillen: ik maal er niet om. Of juist wel dus.            

          Jongensmensen passen op ons, een jongensmens past op mij, ik geloof dat hij Boaz heet.  Boaz heeft een doek om zijn kop tegen de warmte van de zon. En hij heeft een mes. Met dat mes snijdt hij soms in een tak die hij gevonden heeft. Als hij die tak dan aan zijn bek zet, komt er geluid uit. Net als zijn stem, maar zonder woorden, alleen toon. Het klinkt altijd een beetje eenzaam, droevig en troostend tegelijk. Als Boaz de tonentak aan zijn lippen zet, ga ik liggen. Liggen en malen. Op mijn zij, anders komt mijn buik in de knel. Mijn linkerzij, ik lig het liefst op mijn linkerzij. En dan maal ik met het lied van Boaz mee, in het ritme van zijn tonen, lang en zwaar en traag.

          Als ik mezelf zo hoor dan klink ik rustig, maar dat ben ik allerminst. Meestal beweeg ik driftig, mijn knokige knieën slaan er soms van tegen elkaar. Of ik maak korte rukjes met mijn kop. De lelletjes aan mijn hals schommelen mee, die maken dat ik soms een beetje een onnozele indruk wek. Maar dat is schijn. Intelligentie, daadkracht en flexibiliteit zijn mijn kernkwaliteiten. En slim ben ik, altijd slimmer dan gedacht. Sneller ook. Wie even niet oplet vindt me niet meer. Ik kan namelijk overal komen. Richeltjes, uitstekende puntjes zo groot als een mosterdzaadje, een loodrechte wand met maar één graspolletje: ik heb er geen enkele moeite mee. Dus als het even kan, dan ben ik ‘em gesmeerd.

          Boaz komt me dan zoeken, roept me. Meestal laat ik hem een tijdje begaan, dan maal ik rustig nog even door. Maar op den duur roep ik terug, zodat hij me vinden kan. Ik wil Boaz en de tonenstok niet missen. En mijn maatjes ook niet, natuurlijk. Mijn hele familie hoort bij Boaz, en een paar verre neefjes ook nog.

          Dat van die verre neefjes, dat vertel ik niet iedereen; alleen als het mij een beetje uit komt. Mijn neefjes zijn namelijk onnozel. Niet gewoon een beetje, of dat ze onnozel lijken maar dat ze het niet zijn. Ze zijn het echt. Ze zullen zelfs straks officieel tot onnozelaars verklaard worden bij één van de Grote Goden. Maar zo ver is het nog niet.  

          Vanavond is het koud, en er hangt iets onbestemds in de lucht. Gewoonlijk is het donkerder als het koud is, maar nu hangt er een soort heldere sprankeling in de lucht die zelfs mijn onnozele neefjes hebben gevoeld. Onrustig zijn we ervan geworden. We drommen bijeen, lekker warm, maar ook om het veilige gevoel van een ademende flank tegen de jouwe te voelen. Onze ogen zoeken Boaz, de veilige Boaz bij zijn vuur, die vonken in de avondlucht laat schrijven als het vuur van vlam naar smeulen gaat en hij met zijn adem de sintels weer tot leven wekt. Maar nu is het vuur bijna uit en Boaz is weg. Waarschijnlijk even plassen, denken we, dan lopen jongensmensen altijd een stukje weg, maar die gedachte stelt ons niet gerust omdat we diep van binnen weten dat Boaz niet weg is om te plassen. Hij hoeft nooit zo lang te plassen. En hij zou in zo’n koude nacht nooit het vuur uit laten gaan. Onze ogen blijven hem zoeken en we drukken onze flanken nog wat dichter bijeen. Dat Boaz weg is, heeft iets met die sprankeling te maken, vast en zeker.

          Gelukkig, daar is hij weer. Of nee: het is Boaz niet, maar een ander jongensmens, misschien een neef. Maakt niet uit, jongensmens is jongensmens. Nu kunnen we weer rustig slapen. Ik ga naar links hangen en naar rechts en maak zo een beetje ruimte om te gaan liggen. Ik rol me op. Ik hoop dat het jongensmens een tonenstok heeft die net zo mooi klinkt als die van Boaz. Wacht, hij gaat op een rots staan zodat we hem allemaal goed kunnen zien. Dat had van mij niet gehoeven, bij het vuur was ook prima geweest, maar sommige jongensmensen hebben rare gebruiken. En hij heeft een tonenstok, die zet hij aan zijn bek. Ik adem een keer diep in en uit: alles komt goed. Ik wacht op de hese, strelende, dromerige tonen om me te vergezellen op mijn reis van waken naar slapen. Maar wat er komt is een schel, schetterend geluid dat pijn doet aan mijn oren. Ik schrik me rot! Slapen is uitgesloten in die herrie. Om me heen grote ogen, draaiende koppen, ontstelling zelfs. Laat die kerel ophouden!

          Gelukkig, de fanfare is afgelopen. Nu gaat-ie praten. Moet dat nou midden in de nacht? Is dat niet de taal van de bezetter? Gloria in excelis deo? Is-ie niet wijs of zo?

Dit artikel delen?

geef een waardering voor: "Bazuin"

Geschreven door L.M. Spooren . Geplaatst in Kort verhaal.
Emoticons: ;o = wink, :d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart

Jouw feedback hier?

Je helpt een andere schrijver met jouw eerlijke, respectvolle feedback en een serieuze waardering voor de schrijfkwaliteit van het artikel. Zie je verbeterpunten? Geef ze dan a.u.b. concreet aan in je commentaar.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen.

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !