Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

194 Hits

Publicatie op:
BEUL VAN EEN WIJF

Ik hoest al enkele dagen de longen uit mijn lijf, de huisarts verwees mij door:

voor de kroon op al zijn harde werk, een Corona test bij een beul van een wijf.

Zelfs haar tanden zitten  vol met haar en zij rost een wattenstaafje in mijn strot,

mijn huig tikt ze aan en ik schrik mij kapot, alvorens ik mijzelf antiperistaltisch ontledig...

‘Het schavot zou je niet hebben misstaan’ grap ik tegen beter weten in en ze lacht haar harige tanden bloot, om snel het slijm uit mijn neusgat met een wattenstaafje  te kielhalen.

Het procedé mag nooit of te nimmer  worden veronachtzaamd en bij gebrek aan beter: dan maar een beul van een wijf!

 

 

 

 


&caption=www.schrijverspunt.nl" class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'facebook');"> facebook
  •   Het lukt niet, ik zie alleen maar zijn rug in de verte. ‘Rik! Rik!’, probeer ik boven het gejuich van het publiek uit te komen. Maar Rik lijkt nog verder weg, klaar voor actie, zijn ogen gericht op de fretten van zijn versleten Fender. En Jake heeft zijn microfoon van de standaard afgehaald. Hij rent de catwalk op die ver het publiek insteekt. Omdat ik niet aftel, dondert zijn stem over de mensenzee: ‘ONE, TWO, THREE, FOUR!’  ‘Ik heb dorst!’, roep ik naar niemand in het bijzonder. We zouden het moeten doen zoals wielrenners. Met een bidon aan onze instrumenten. Met een rietje.

    Toen we pukkelige jongens waren in een garage, droomden we na de bandrepetitie  over het Godendom.  Nu ben ik een God, maar ik wil maar één ding: drinken. In Godsnaam, drinken. Maar de massa wil show, hier, ergens in Europa, God weet waar,  in een stadion. We spelen onder de rook van een vliegveld. De landingslichten van de Jumbo’s voeren een surreëele dans op met het schijnsel van onze theaterlampen. Het is bijna volbracht, God zij geprezen. Sally, ik kom thuis. Je bent vandaag jarig, maar ik kreeg je niet aan de lijn. Misschien lag je wel in je bed, moed te verzamelen voor de dag. Je krijgt van mij een zwembad. Eigenlijk wil ik je liefde geven, maar een zwembad is makkelijker. Het leven doet mij ook pijn, Sally. Meer pijn dan ooit, omdat dit het is wat ik altijd al wilde, en dit het dus is. Daar neem ik pillen voor, poeders, injecties….Maar voor de dorst, voor de dorst moet ik even kunnen stoppen, even alles stilleggen en drinken. Dan herinner ik me dat er een halve liter Budweiser naast mijn basedrum staat, onaangeroerd. Mijn rechterhand bevindt zich maar veertig centimeter van het ingeblikte koude vocht af! Maar die heeft het druk met de snare te bedienen, met de toms, met de cimbalen….. Wacht even. Denk helder na, zegt een stem in mij. Heerlijk helder, kloekklinkend frisdrinkend…….zet alles eens op een rij. In Jupiter Explosion zit de solo van Rik. Je begeleidt hem dan alleen op je hihat. Met je voet! Dan kan je de Budweiser pakken,  het lipje verwijderen en het bier in één keer achterover gooien. Halleluja! Gered! Maar waar blijft die solo nou? Die had er al lang moeten zijn. Ik ga dood. Als ik nu geen vocht krijg droog ik uit als het waterschildpadje dat ik had toen ik kind was, en dat de buurjongen zou verzorgen toen ik op kamp ging met de YMCA. Maar de buurjongen durfde niet aan te bellen, bang als hij was voor mijn vader en moeder. Die altijd genoeg te drinken hadden. 

    Een schijnwerper met helwit licht kiest mijn snare als brandpunt. Mijn zweetdruppels vallen op het drumvel en spatten in een lichtgevende nevel uiteen. Ik moet het zweten stoppen, het vocht bij me houden!

    Ik concentreer me op de muziek, die slechts in flarden mijn oren binnenkomt, alsof ik er zelf geen onderdeel van uitmaak. Hell. We spelen helemaal geen Jupiter Explosion. We spelen Marrakesh Torment. Of tenminste-John, Rik en Jake spelen Marrakesh Torment, ik speel Jupiter Explosion. Dus is er geen solo, dus geen Budweiser. Help me, collega’s! Jahweh, Allah, Ganesha met je Jumbokop! Geef ons heden ons water en bier! Maar mijn gebeden vervliegen in de mist op het podium. Wacht eens even…de mist trekt op, en onthult een gedaante. Het is niet Rik, Jake of John. Daar staat Hij, vlak voor mijn drumstel, Zijn gezicht naar mij toe. Liefdevol kijkt hij mij aan, zijn mantel wit als melk, zijn lange haren golvend als een waterval…Hoe kon ik je vergeten, Jezus Christ Superstar! 

    Zijn mond beweegt. Hij spreekt tegen me. Dan hoor ik zijn woorden:

    ‘Drink hiervan, dit is mijn zweet, het zweet van het verbond, dat voor velen wordt geplengd tot vergeving van zonden.’

    De Messias verandert de helwitte lichtbaan op mijn snare in een baan van sprankelend geel, het zweet zijns aanschijns, waarin Hijzelf oplost. Ik les mijn dorst met het licht, het bruisende licht dat drinkbaar is, het Goddelijke zweet dat mij bedwelmt als Dionysos achter zijn vilten drumstel. Vilten drumstel? Voorwaar, ik zeg u: mijn drumstel is veranderd in een vilten exemplaar. En waarom hebben Rik, John en Jake pakken aan die ook van vilt zijn gemaakt? En waarom draait de lavende lichtbundel weg? Lampje, waarom zwenk je? Ik spring over het vilt achter het gerstelicht aan, ik val, maar beland zacht op mijn rug op het vilten podium. Mijn ogen zijn wijdopen, en kijken recht in de landingslichten van Ganesha. God van de reizigers, land zacht! In gedachten zie ik de olifant rechtstandig dalen. Haar buik klapt open, en honderden stewardessen in sarongs van dunne doorzichtige lichtblauwe stof dansen een choreografie met hun blote voeten op het vilten vloerkleed. Ze gieten India Pale Ale in mijn mond vanuit kelken die op hun blote schouders rusten. Maar in het echt dorst de Jumbo hier niet te landen en verdwijnt uit het zicht.  En dan, heel plotseling, is alles donker. Honderden schijnwerpers zijn gedoofd. Nu kan ik het steelpannetje zien. Ik hoor geklap. Onheilspellend  langzaam ritmisch geklap van zestigduizend paar handen. Sally, waar ben je? Ik wil bier. Beer. Grote beer.

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'googleplus');"> google+
  • twitter
  • pinterest
  •   Het lukt niet, ik zie alleen maar zijn rug in de verte. ‘Rik! Rik!’, probeer ik boven het gejuich van het publiek uit te komen. Maar Rik lijkt nog verder weg, klaar voor actie, zijn ogen gericht op de fretten van zijn versleten Fender. En Jake heeft zijn microfoon van de standaard afgehaald. Hij rent de catwalk op die ver het publiek insteekt. Omdat ik niet aftel, dondert zijn stem over de mensenzee: ‘ONE, TWO, THREE, FOUR!’  ‘Ik heb dorst!’, roep ik naar niemand in het bijzonder. We zouden het moeten doen zoals wielrenners. Met een bidon aan onze instrumenten. Met een rietje.

    Toen we pukkelige jongens waren in een garage, droomden we na de bandrepetitie  over het Godendom.  Nu ben ik een God, maar ik wil maar één ding: drinken. In Godsnaam, drinken. Maar de massa wil show, hier, ergens in Europa, God weet waar,  in een stadion. We spelen onder de rook van een vliegveld. De landingslichten van de Jumbo’s voeren een surreëele dans op met het schijnsel van onze theaterlampen. Het is bijna volbracht, God zij geprezen. Sally, ik kom thuis. Je bent vandaag jarig, maar ik kreeg je niet aan de lijn. Misschien lag je wel in je bed, moed te verzamelen voor de dag. Je krijgt van mij een zwembad. Eigenlijk wil ik je liefde geven, maar een zwembad is makkelijker. Het leven doet mij ook pijn, Sally. Meer pijn dan ooit, omdat dit het is wat ik altijd al wilde, en dit het dus is. Daar neem ik pillen voor, poeders, injecties….Maar voor de dorst, voor de dorst moet ik even kunnen stoppen, even alles stilleggen en drinken. Dan herinner ik me dat er een halve liter Budweiser naast mijn basedrum staat, onaangeroerd. Mijn rechterhand bevindt zich maar veertig centimeter van het ingeblikte koude vocht af! Maar die heeft het druk met de snare te bedienen, met de toms, met de cimbalen….. Wacht even. Denk helder na, zegt een stem in mij. Heerlijk helder, kloekklinkend frisdrinkend…….zet alles eens op een rij. In Jupiter Explosion zit de solo van Rik. Je begeleidt hem dan alleen op je hihat. Met je voet! Dan kan je de Budweiser pakken,  het lipje verwijderen en het bier in één keer achterover gooien. Halleluja! Gered! Maar waar blijft die solo nou? Die had er al lang moeten zijn. Ik ga dood. Als ik nu geen vocht krijg droog ik uit als het waterschildpadje dat ik had toen ik kind was, en dat de buurjongen zou verzorgen toen ik op kamp ging met de YMCA. Maar de buurjongen durfde niet aan te bellen, bang als hij was voor mijn vader en moeder. Die altijd genoeg te drinken hadden. 

    Een schijnwerper met helwit licht kiest mijn snare als brandpunt. Mijn zweetdruppels vallen op het drumvel en spatten in een lichtgevende nevel uiteen. Ik moet het zweten stoppen, het vocht bij me houden!

    Ik concentreer me op de muziek, die slechts in flarden mijn oren binnenkomt, alsof ik er zelf geen onderdeel van uitmaak. Hell. We spelen helemaal geen Jupiter Explosion. We spelen Marrakesh Torment. Of tenminste-John, Rik en Jake spelen Marrakesh Torment, ik speel Jupiter Explosion. Dus is er geen solo, dus geen Budweiser. Help me, collega’s! Jahweh, Allah, Ganesha met je Jumbokop! Geef ons heden ons water en bier! Maar mijn gebeden vervliegen in de mist op het podium. Wacht eens even…de mist trekt op, en onthult een gedaante. Het is niet Rik, Jake of John. Daar staat Hij, vlak voor mijn drumstel, Zijn gezicht naar mij toe. Liefdevol kijkt hij mij aan, zijn mantel wit als melk, zijn lange haren golvend als een waterval…Hoe kon ik je vergeten, Jezus Christ Superstar! 

    Zijn mond beweegt. Hij spreekt tegen me. Dan hoor ik zijn woorden:

    ‘Drink hiervan, dit is mijn zweet, het zweet van het verbond, dat voor velen wordt geplengd tot vergeving van zonden.’

    De Messias verandert de helwitte lichtbaan op mijn snare in een baan van sprankelend geel, het zweet zijns aanschijns, waarin Hijzelf oplost. Ik les mijn dorst met het licht, het bruisende licht dat drinkbaar is, het Goddelijke zweet dat mij bedwelmt als Dionysos achter zijn vilten drumstel. Vilten drumstel? Voorwaar, ik zeg u: mijn drumstel is veranderd in een vilten exemplaar. En waarom hebben Rik, John en Jake pakken aan die ook van vilt zijn gemaakt? En waarom draait de lavende lichtbundel weg? Lampje, waarom zwenk je? Ik spring over het vilt achter het gerstelicht aan, ik val, maar beland zacht op mijn rug op het vilten podium. Mijn ogen zijn wijdopen, en kijken recht in de landingslichten van Ganesha. God van de reizigers, land zacht! In gedachten zie ik de olifant rechtstandig dalen. Haar buik klapt open, en honderden stewardessen in sarongs van dunne doorzichtige lichtblauwe stof dansen een choreografie met hun blote voeten op het vilten vloerkleed. Ze gieten India Pale Ale in mijn mond vanuit kelken die op hun blote schouders rusten. Maar in het echt dorst de Jumbo hier niet te landen en verdwijnt uit het zicht.  En dan, heel plotseling, is alles donker. Honderden schijnwerpers zijn gedoofd. Nu kan ik het steelpannetje zien. Ik hoor geklap. Onheilspellend  langzaam ritmisch geklap van zestigduizend paar handen. Sally, waar ben je? Ik wil bier. Beer. Grote beer.

  • %0A%0Ahttps://www.schrijverspunt.nl/verhalenwedstrijd/ik-heb-dorst%0A%0A" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'email');"> email
  • instagram
  •   Het lukt niet, ik zie alleen maar zijn rug in de verte. ‘Rik! Rik!’, probeer ik boven het gejuich van het publiek uit te komen. Maar Rik lijkt nog verder weg, klaar voor actie, zijn ogen gericht op de fretten van zijn versleten Fender. En Jake heeft zijn microfoon van de standaard afgehaald. Hij rent de catwalk op die ver het publiek insteekt. Omdat ik niet aftel, dondert zijn stem over de mensenzee: ‘ONE, TWO, THREE, FOUR!’  ‘Ik heb dorst!’, roep ik naar niemand in het bijzonder. We zouden het moeten doen zoals wielrenners. Met een bidon aan onze instrumenten. Met een rietje.

    Toen we pukkelige jongens waren in een garage, droomden we na de bandrepetitie  over het Godendom.  Nu ben ik een God, maar ik wil maar één ding: drinken. In Godsnaam, drinken. Maar de massa wil show, hier, ergens in Europa, God weet waar,  in een stadion. We spelen onder de rook van een vliegveld. De landingslichten van de Jumbo’s voeren een surreëele dans op met het schijnsel van onze theaterlampen. Het is bijna volbracht, God zij geprezen. Sally, ik kom thuis. Je bent vandaag jarig, maar ik kreeg je niet aan de lijn. Misschien lag je wel in je bed, moed te verzamelen voor de dag. Je krijgt van mij een zwembad. Eigenlijk wil ik je liefde geven, maar een zwembad is makkelijker. Het leven doet mij ook pijn, Sally. Meer pijn dan ooit, omdat dit het is wat ik altijd al wilde, en dit het dus is. Daar neem ik pillen voor, poeders, injecties….Maar voor de dorst, voor de dorst moet ik even kunnen stoppen, even alles stilleggen en drinken. Dan herinner ik me dat er een halve liter Budweiser naast mijn basedrum staat, onaangeroerd. Mijn rechterhand bevindt zich maar veertig centimeter van het ingeblikte koude vocht af! Maar die heeft het druk met de snare te bedienen, met de toms, met de cimbalen….. Wacht even. Denk helder na, zegt een stem in mij. Heerlijk helder, kloekklinkend frisdrinkend…….zet alles eens op een rij. In Jupiter Explosion zit de solo van Rik. Je begeleidt hem dan alleen op je hihat. Met je voet! Dan kan je de Budweiser pakken,  het lipje verwijderen en het bier in één keer achterover gooien. Halleluja! Gered! Maar waar blijft die solo nou? Die had er al lang moeten zijn. Ik ga dood. Als ik nu geen vocht krijg droog ik uit als het waterschildpadje dat ik had toen ik kind was, en dat de buurjongen zou verzorgen toen ik op kamp ging met de YMCA. Maar de buurjongen durfde niet aan te bellen, bang als hij was voor mijn vader en moeder. Die altijd genoeg te drinken hadden. 

    Een schijnwerper met helwit licht kiest mijn snare als brandpunt. Mijn zweetdruppels vallen op het drumvel en spatten in een lichtgevende nevel uiteen. Ik moet het zweten stoppen, het vocht bij me houden!

    Ik concentreer me op de muziek, die slechts in flarden mijn oren binnenkomt, alsof ik er zelf geen onderdeel van uitmaak. Hell. We spelen helemaal geen Jupiter Explosion. We spelen Marrakesh Torment. Of tenminste-John, Rik en Jake spelen Marrakesh Torment, ik speel Jupiter Explosion. Dus is er geen solo, dus geen Budweiser. Help me, collega’s! Jahweh, Allah, Ganesha met je Jumbokop! Geef ons heden ons water en bier! Maar mijn gebeden vervliegen in de mist op het podium. Wacht eens even…de mist trekt op, en onthult een gedaante. Het is niet Rik, Jake of John. Daar staat Hij, vlak voor mijn drumstel, Zijn gezicht naar mij toe. Liefdevol kijkt hij mij aan, zijn mantel wit als melk, zijn lange haren golvend als een waterval…Hoe kon ik je vergeten, Jezus Christ Superstar! 

    Zijn mond beweegt. Hij spreekt tegen me. Dan hoor ik zijn woorden:

    ‘Drink hiervan, dit is mijn zweet, het zweet van het verbond, dat voor velen wordt geplengd tot vergeving van zonden.’

    De Messias verandert de helwitte lichtbaan op mijn snare in een baan van sprankelend geel, het zweet zijns aanschijns, waarin Hijzelf oplost. Ik les mijn dorst met het licht, het bruisende licht dat drinkbaar is, het Goddelijke zweet dat mij bedwelmt als Dionysos achter zijn vilten drumstel. Vilten drumstel? Voorwaar, ik zeg u: mijn drumstel is veranderd in een vilten exemplaar. En waarom hebben Rik, John en Jake pakken aan die ook van vilt zijn gemaakt? En waarom draait de lavende lichtbundel weg? Lampje, waarom zwenk je? Ik spring over het vilt achter het gerstelicht aan, ik val, maar beland zacht op mijn rug op het vilten podium. Mijn ogen zijn wijdopen, en kijken recht in de landingslichten van Ganesha. God van de reizigers, land zacht! In gedachten zie ik de olifant rechtstandig dalen. Haar buik klapt open, en honderden stewardessen in sarongs van dunne doorzichtige lichtblauwe stof dansen een choreografie met hun blote voeten op het vilten vloerkleed. Ze gieten India Pale Ale in mijn mond vanuit kelken die op hun blote schouders rusten. Maar in het echt dorst de Jumbo hier niet te landen en verdwijnt uit het zicht.  En dan, heel plotseling, is alles donker. Honderden schijnwerpers zijn gedoofd. Nu kan ik het steelpannetje zien. Ik hoor geklap. Onheilspellend  langzaam ritmisch geklap van zestigduizend paar handen. Sally, waar ben je? Ik wil bier. Beer. Grote beer.

  • " class="popup" onClick="ga('send', 'event', 'socialshare', 'click', 'linkedin');"> Linkedin
  • Youtube
  • Printen
  • Whatsapp
  • Telegram
  • Als een auteur geen behoefte heeft aan feedback verschijnt er geen review mogelijkheid.

    Feedback voor schrijfactiviteiten

    Review voor: "BEUL VAN EEN WIJF"

    © Asko De vries robles
    22.11.20
    Feedback:
    Leuk verhaal. Maarre, zou het kunnen dat jij gewoon een watje bent..? ;-)
    • Schrijfkwaliteit
      4.0/5
    Show more
    1 van de 1 lezers vond deze review nuttig

    In elke boekenwinkel: