Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 743

Baarmoeder

   Pijn. Razende pijn. Alsof een gloeiende pook keer op keer hard in haar onderbuik wordt geramd. De bewusteloosheid wordt erdoor weggeduwd. Ineengedoken zit ze op haar knieën, handen om haar buik. Zweet druppelt van haar voorhoofd op het goedkope linoleum van de keuken. Een intense fluittoon in haar oren, vergezeld van een misselijkmakende duizeligheid. Om die te verdrijven probeert ze een van haar gezwollen ogen open te doen. Ze ziet zonlicht door roze tranen terwijl muziek uit een verre radio tot haar doordringt:

We doen net alsof het niet zo is
Alsof het niet zo is
Alsof het niet waar is
We doen net alsof ze gewoon verder leeft
Alsof ze gewoon verder leeft
Zelfs als het niet zo is

   Ze trilt door een volgende afgrijselijke pijnscheut in haar onderbuik, oh mijn god, het brand, pijn zoals ze nooit eerder voelde. Ze probeert het vuur weg te puffen, en dan voelt ze het. Tussen haar benen. Aan de binnenkant van haar dij. Alsof iemand met vingertoppen kriebelt. Met haar eigen vingertoppen voelt ze warm bloed dat uit haar stroomt. Ze beseft het meteen. Ze geeft over en weet dat de dochter die in haar groeide dood is. Doodgetrapt door de vader.

~

   Inderdaad dames, die is van mij! denkt hij, terwijl hij op het knopje van de sleutel drukt en geniet van het piep-piep en de knipperende lampjes. Hij heeft speciaal met uitstappen gewacht tot de twee meisjes dichterbij zijn. Oh meisjes, niet zo’n arrogante bek trekken en doen alsof je de aandacht niet leuk vindt. Je hebt dat strakke truitje om je dikke tieten vanochtend niet voor niets aangetrokken, toch? Hij stopt de sleutel in zijn zak en steekt over. Als ik een arrogante bek wil zien kijk ik wel naar mijn vrouw. Oh nee! Haar arrogantie heb ik op slot geslagen en raad eens wat? De fucking sleutel heb ik weggeflikkerd. Zelfverzekerd zwaait hij de deur van de zonnestudio open. Zo! Eindelijk tijd voor mezelf.      

~

   We zijn ondoden, denkt ze later, zittend aan een tafel in dezelfde keuken, starend naar hetzelfde linoleum. Gestorven maar teruggehaald uit de dood. Ik en mijn dochter, in de cocon van mijn gedachten werkend aan wraak. Ik voor haar, zij voor mij. Het slaan gaat door maar ondoden voelen geen pijn. De vernederingen worden erger maar ondoden voelen geen emotie.
   Nog later. Wraak wordt concreet, wraak wordt definitief. De zonnestudio, als plek voor vergelding. Het eerste contact, heimelijke gesprekken, gewonnen sympathie, begrip en na lang praten onvoorwaardelijke hulp. Dat hij ook tegenover de vrouw die er werkt zich als een klootzak gedraagt helpt, dat ze een lotgenote is helpt, het geld helpt, de afdrukken van de echo helpen.

~

   Natuurlijk moet die ouwe kut met dat gore litteken op haar wang dienst hebben vandaag! Oordeelt hij in de tijd die het kost om de deur achter zich sluiten, af te rekenen en naar cabine 17 te lopen. Die durft me niet eens aan te kijken terwijl ze wel vrolijk verteld dat ik maar 20 minuten kan zonnen! Want het is al bijna tien uur! Alsof ik er godverdomme wat aan kan doen dat ze nu pas plek hebben. Altijd wat met die kutwijven, maar goed voor één ding, denkt hij en fantaseert hoe hij die kut achter de balie vol op haar litteken ramt. Bam, schatje! Verder nog iets? Het zijn de exacte woorden die zijn vader ijskoud uitsprak, vroeger, als hij zijn brede riem losmaakte en eerst zijn moeder en vervolgens hem ervan langs gaf. Bam, schatjes! Verder nog iets?   
   Hij gaat de cabine binnen, kleed zich uit, gaat liggen en zet een koptelefoon op. De Megasun 69 sluit en hij drukt op start. 92 lampen met een vermogen van bijna 14.000 watt komen tikkend tot leven.
   Zoals altijd heeft hij last van een claustrofobisch gevoel. Dat drukt hij weg hij door een tijdje te spelen met de instelling van de lampen, de airco en de ventilatoren. Even zeker weten dat het ding open kan, want in een zaak die wordt gerund door stinkhoeren kun je nergens op vertrouwen, denkt hij terwijl hij de bovenkant van de zonnebank iets omhoog duwt. De paniek die vanuit zijn maag omhoog komt als er geen centimeter beweging in blijkt te zitten, is wat iedereen voelt die opgesloten wordt in een oven, zonder ruimte om te bewegen.

~

   Ze ziet vanaf de straat dat de lichten in de zonnestudio uitgaan en dat een bordje wordt omgedraaid waarmee ‘open’ wordt vervangen door ‘gesloten’. Een flauwe gloed uit het achterste van de zonnestudio bereikt nauwelijks de straat. Vanuit binnen de afgesproken blik van verstandhouding. Ze staart naar zijn geparkeerde auto, verstijfd van angst. De laatste keer dat ze in zijn auto zat brak hij haar neus en drie tanden. Waarom hij toen haar hoofd in zijn grote hand nam en twee keer tegen het dashboard ramde weet ze niet meer. Het walgelijke geluid van brekend bot en de ijzersmaak van bloed herinnert ze zich helder.
   Ze gaat trillend achter het stuur -zijn stuur- zitten, doet de stoel -zijn stoel- naar voren, de sleutels in het contact en kijkt trillend naar de donkere plekken op de stoel naast haar.

Ik kan dit niet.
Er is te veel kapot.
Ik ben mezelf al zo lang kwijt, ben haar kwijt.
Het is te veel.
Ik wil niet meer.

Ze huilt. Pijnlijke snikken benemen haar de adem. Ze huilt omdat de verwachte opluchting niet komt en omdat ze beseft dat die misschien wel nooit zal komen.
   Ze stapt wankelend uit de auto, het portier laat ze open, en loopt naar een kerktoren die zijn lange schaduw over het plein laat vallen. De lage deur naar de betonnen wenteltrap is snel gevonden. Met een hand op de koele leuning loopt ze het duister in, naar boven.

~

   Het klokje geeft aan dat hij 41 minuten onderweg is. Het is die kut van een vrouw van me, denkt hij, met zweet in zijn pijnlijke ogen. Hoe heeft dat stomme rund dit voor elkaar gekregen? Oh, als ik je te pakken krijg ga je lijden zoals je nog nooit hebt geleden. Maar eerst hieruit komen want God, het voelt alsof mijn hersens koken. Het besef van de kleine ruimte bezorgt hem pijn op zijn borst en hij moet vechten om niet te hyperventileren.
   Ok, de bediening werkt niet en als die lampen niet allemaal tegelijk naar de filistijnen gaan verbrand ik levend. Moeizaam draait hij zich op een zij. De oppervlakte is glibberig van zweet. Bewegen doet pijn nu zijn huid begint te verbranden. Hij wurmt met moeite een hand door de smalle spleet en voelt ruwe stof.  Spanbanden? Haha! Als je mij wilt pakken moet je vroeger opstaan schatje! Hij rukt eraan waardoor hij de huid van zijn vingers en pols openhaalt. Bloed vermengt zich met zweet. ‘Godverdomme. Godver-de-godverdomme! ‘, komt het rauw uit zijn keel. De banden bewegen niet. Als hij terugvalt op zijn rug jammert hij van pijn door de hitte onder hem. Zijn gedachten worden onsamenhangend terwijl witte flitsen tegen zijn oogleden ontploffen.

~

   Ze is boven, staat op een rand en wil naar beneden duiken met haar armen schuin naar achteren, als een vliegtuig. Dan zie ik de grond goed op me afkomen, tenminste, als mijn ogen niet tranen. Tranen door de wind, niet door verdriet want ondoden huilen niet. Zou ik de uitdrukking van mensen kunnen zien, vlak voor mijn hoofd de grond raakt? Hij ligt nu dood te gaan maar stel dat dit niet zo was en dat hij beneden zou staan en dat ik zijn gezichtsuitdrukking zou kunnen zien? Zouden die gitzwarte ogen vol minachting me nog raken? Zou hij dwars door het geluid van de wind die hoort bij te pletter vallen vanaf een toren nog iets zeggen? ‘Zo schatje? Stukkie vliegen op je vrije dag?’
   Terwijl ze nadenkt waait een plotselinge windvlaag de tranen van haar wangen. Ze kijkt in de richting waar de wind vandaan komt en door haar oogleden naar de maan. Warmte op haar wangen en voorhoofd. En dan zijn het niet meer zijn ogen die haar bekijken maar twee schitterende warme blauwe ogen waarvan ze voelt dat die van haar dochter zijn.

~

‘Bloed…Bloed….’ komt het in een monotone cadans over zijn gebarsten lippen. Bloed…Bloed…. vormt het ritme waarop zijn vuist tegen het gloeiende kunststof boven hem slaat, een trilling door het apparaat veroorzakend. Tussen de paar barstjes die hij heeft weten te maken zitten stukjes vel. Bloed…Bloed…. Zijn lichaam is een lappendeken van blaren en stekende wonden waarvan de huid los begint te laten. Bloed…Bloed…. Het klokje geeft 249 minuten aan als hij spastisch begint te bewegen doordat zijn lichaam volledig is uitgedroogd. Het klokje geeft 251 minuten aan als hij zijn ogen ver open spreidt, happend naar adem. ‘Nee, nee, nee, blijf van me af, raak me niet aan’ komt het rauw piepend uit zijn keel als vanuit het licht in zijn hoofd een meisje in een wit jurkje op hem afloopt, haar dode blauwe ogen gebonden aan de zijne. Het klokje geeft 252 minuten aan en staat daarna stil als ze hem meetrekt naar een wereld van duisternis. Bam, schatje! Verder nog iets?

~

Lang staart ze in de verte, zonder iets te zien, zonder iets te horen. Dan is het alsof het volume ineens weer harder wordt gezet. Bovenop de toren hoort ze de geluiden van de stad. De bel van een tram, een claxon, de lach van een meisje. Ze staat op omdat ze voelt dat het voorbij is. Nog een laatste moment koestert ze de warmte, in de wetenschap dat het hen is gelukt. Waarna ze alleen de trap af begint te lopen. Naar beneden. Naar een toekomst. 

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Gerben Nijmeijer
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 301
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Baarmoeder"

Geschreven door Gerben Nijmeijer . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...