SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan!
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Angst en korenbloemen

Publicatie: 10.07.2021 | Janneke De Leeuw van Weenen

Inktzwarte duisternis. Ik krijg geen lucht. Help me, ik stik! Doodsbenauwd graai ik met mijn armen, mijn vingers klampen zich vast in het puin. Ik moet een opening maken, ik moet lucht, zuurstof, snel! Het zweet parelt over mijn gezicht, mijn hoofd bonkt alsof het uit elkaar wil barsten. Ik ga dood, nu al, zomaar dood. Maar ik wil niet sterven, nog lang niet. Geef me lucht, geef me alsjeblieft lucht!

Een hand op mijn hoofd, een zachte stem. Ik haal adem, zo diep als ik kan. Wat een opluchting, ik leef! Voorzichtig open ik mijn ogen en kijk in de bezorgde ogen van mijn man.

“Eerst proberen wat de psycholoog heeft gezegd, doe je ogen weer dicht.”

Ik sluit ze en probeer een goed einde te verzinnen. Verder dromen moet ik, het negatieve ombuigen naar iets moois, mijn eigen droom veranderen.

Ik maak een gat in de tunnel, ik zie licht, kruip eruit en kom in een weiland vol bloemen. Het zijn prachtige blauwe korenbloemen. Daar is mijn moeder, haar armen vol bloemen. Ze heeft haar blauwe jurk aan en is mooier dan ooit. Ik lach en ren als een kind door het gras. De frisse lucht laat mijn borstkas bijna klappen, ik zuig het naar binnen en nog eens en nog eens. Zuurstof, leven, ik leef!

“Goed zo,” zegt de stem.

Ik open mijn ogen weer en omhels mijn liefste. Wat heeft hij een geduld met me. Wat zou ik moeten als hij weg zou vallen, als hij meegezogen zou worden in de zwarte, verstikkende duisternis die me bijna iedere nacht overvalt? Er rolt een traan over mijn wang als het tot me doordringt dat mama wel weg is. Ze leek zo levend net, zo mooi. Ik knip het licht aan en kijk op de wekker. Vijf uur 's ochtends, veel te vroeg. Dan sluit ik opnieuw mijn ogen en laat me meevoeren naar het land van de dromen.

Het is pas een half jaar geleden gebeurd. Langzamerhand zal het over gaan, zegt Henk, mijn psycholoog. Als ik maar consequent probeer een goed einde te dromen, mijn lot in eigen handen te nemen. Soms doe ik ook alsof het beter gaat, ontken ik mijn nachtelijke dromen. Mij gaat het goed, ik heb geen hulp nodig! Ik weet prima te verklaren waarom ik het huis niet uitkom. Als ik niets anders meer weet te bedenken gooi ik het op mijn eeuwige hoofdpijn, dat werkt altijd.

Het is ironisch, ik ging zelf helpen, arme mensen helpen, een lang gekoesterde droom. Goed doen voor de armen, helpen in een kindertehuis. Destijds zag ik smekende kinderogen in mijn dromen, grote dankbaarheid aan de blanke weldoener. Ze zouden van me houden, ze zouden me nodig hebben. Het had vast te maken met het verwerken van de dood van mijn moeder, heeft Henk me verklaard. Ik had haar nodig en daarom verlangde ik erna dat anderen mij nodig zouden hebben. Ik begreep hem niet, ik wilde alleen maar weg, helemaal alleen. Misschien zou ik daarna wel een stichting opzetten om nog meer te helpen. Goed doen wilde ik, nodig zijn.

Geen kind heb ik gezien. De allereerste nacht in het hotel kwam de aardbeving en lag ik plotseling begraven in het puin. Ik herinner me de angst, de pikzwarte duisternis. Ik was alleen, moederziel alleen. Ik hoorde niets en ik zag niets en ik kreeg slechts moeilijk lucht. Mijn hoofd stond op barsten, daar was iets tegen aangeklapt, maar ik had geen idee wat.

Toen ik wakker werd, lag ik in een ziekenhuiszaal. De muren waren witgekalkt, mijn bed was er één van de vele. Er werd gehoest, gehuild, gekreund. Ik wist als eerste dat ik weg moest, voor me nog meer zou gebeuren. Waar was mijn telefoon? Waar waren mijn geliefden?

Een zuster in witte kleding kwam even langs en vroeg me iets in een mij onbekende taal. Ik viel weer in slaap, onmachtig om verandering te brengen in mijn situatie. Het verband om mijn hoofd voelde zo vreemd en onwennig, het maakte dat ik even later opnieuw ontwaakte.

Er stond iemand bij mijn bed, een vrouw van middelbare leeftijd. Ze legde een hand op mijn wang, net onder het verband en keek me bezorgd aan.

“I am Lisa,” zei ze met de liefste stem die ik ook heb gehoord.

Lisa, de leidster van het kindertehuis waar ik zou gaan helpen. Ik, de held, de redder. Beschaamd sloeg ik mijn ogen neer.

“How are you? Please give me the phonenumber of your husband or your children. Do you remember?”

Niets wist ik, helemaal niets. Mijn telefoon zou wel onder het puin liggen, evenals de rest van mijn bagage.

“I don't know,” kreunde ik, hulpeloos als een kind.

Lisa glimlachte naar me en overhandigde me een kindertekening. Gemaakt door een meisje uit het tehuis, dat medelijden had met de blanke vrouw die op bezoek zou komen. Er stonden korenbloemen op, blauwe korenbloemen.

 

Als de wekker gaat is het zeven uur. Arnoud komt kreunend zijn bed uit, hij moet naar de zaak. Ik blijf meestal liggen, omdat ik de kracht niet heb om op te staan. Maar vandaag moet alles anders gaan, ik ben mezelf zat. Slaapdronken gooi ik mijn benen uit bed en sta op. Het voelt als een overwinning om me aan te kleden en de trap af te lopen naar beneden. Arnoud kijkt me verbaasd aan, maar dan lacht hij me toe.

“Ik ben trots op je!”

Ik ben ook trots op mezelf, maar ook diep teleurgesteld. Wat nu een overwinning is, was vroeger niets, helemaal niets. Ik ben opgestaan en heb me aangekleed, wat een heldendaad. Ik zou de wereld gaan redden, maar ben mezelf verloren.

Als Arnoud de deur uitgaat, haal ik diep adem en stap achter hem aan. Nu is hij echt verbaasd, maar ook bezorgd.

“Ga je het redden lieverd? Heb je een telefoon bij je? Heb je de sleutel in je zak gestopt? Waar ga je heen?”

Ik knik alleen als antwoord en zet mijn ene voet voor de andere en dan de andere weer voor de ene. Ik loop, ik ben het huis uit.

De vroege ochtendzon schijnt in mijn gezicht. Ik zwaai naar Arnoud die langsrijdt met de auto en ik loop, zomaar naar nergens.

De duisternis in mijn hart verdwijnt langzaam en ik krijg lucht. Als ik de blauwe korenbloemen in de berm zie staan, moet ik hardop lachen.

Ik leef, dank God, ik leef!

WAARDERING

HITS:

397

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Commentaar en/of waardering voor dit artikel:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een waardering geven voor dit artikel! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs.
03.10.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Mooi!
Ik werd gelijk gegrepen om verder te lezen.
Bij de zin: 'Ik had haar nodig en daarom verlangde ik erna dat anderen mij nodig zouden hebben.' moet er 'ernaar' staan?
De blauwe (zijn er ook andere kleuren?) korenbloemen in de berm op het laatst voelen voor mij wat veel.
Mooi subtiel detail: 'Ze legde een hand op mijn wang, net onder het verband en keek me bezorgd aan.'
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Janneke De Leeuw van Weenen 05.10.21
    Heel hartelijk bedankt voor je commentaar Erica, hier heb ik wat aan!
    • Erica van Stralen 06.10.21
      @Janneke Gelukkig, dat is fijn om te horen, Janneke. Ik hoor het zelf ook graag, want dat helpt om mij als schrijver te ontwikkelen.
    • Janneke De Leeuw van Weenen 05.10.21
      @EricavanStralen Voor mij zeker niet! Weinig mensen nemen de moeite om opbouwende kritiek te geven, ik stel dat zeer op prijs!
    • Erica van Stralen 05.10.21
      Graag gedaan.
      Is het niet te 'streng'? Best lastig om te bepalen...
12.07.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Zeer levendig beschreven, erg mooi!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
10.07.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
De angst prachtig beschreven!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
Naar boven

Ook meedoen aan een schrijfactiviteit? Meedoen is gratis. We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door eerst in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.