Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 641

Plaspijn

‘Hé hangjas!’
De begroeting in onvervalst Amsterdams is bedoeld voor de zeiknatte Willem Jan die de kroeg aan de Warmoesstraat binnenstapt.
Willem Jan steekt met een grimas zijn middelvinger omhoog. ‘Noem mij nog een keer hangjas en ik trek je persoonlijk aan die grote flappers van je over de bar heen en krijg je een heis op die lelijke treiter van je’, zegt Willem Jan, voor hij met een uitgestreken porem zijn drijfnatte jas uittrekt en hem over de verwarming gooit.
De man achter de bar is Arie, de eigenaar. Gespeeld angstig kijkt hij Willem Jan aan, vouwt zijn handen samen in een smeekbede, glimlacht en tapt een biertje voor zijn maatje.
Vanaf de alle eerste ontmoeting is er een klik tussen de twee mannen en is er een hechte vriendschap ontstaan. Willem Jan zijn favoriete plekje aan de bar is leeg. Soms verdenkt Willem Jan Arie ervan dat hij het plekje aan de bar speciaal voor hem vrijhoudt. Kreunend als een oudwijf hijst hij zichzelf op de barkruk.
‘Wat een nieges dag’, moppert hij en neemt dankbaar een slokje van het biertje dat Arie voor hem heeft neergezet. 

Belangstellend vraagt Arie: ‘Waarom?’
Willem Jan haalt zijn schouders op. ‘Ben jij al bij de nieuwe huisarts geweest?’
Arie schudt ontkennend zijn hoofd.
‘Je zou er gewoon eens voor de lol naar toe moeten gaan, je weet niet wat je overkomt.’ Willem Jan trekt een pruilmondje. ‘Ze hebben een nieuwe baliemedewerkster. Die zou je voor geld nog niet willen doen, wat een takkewijf’ Hij schudt nog steeds vol ongeloof zijn hoofd. ‘Ik kom binnen vraag ze aan me wat ze voor me kan betekenen. Dus ik zeg tegen haar dat ik graag de dokter wil spreken omdat ik zo een last heb van mijn tampeloeres. Zegt die gratenkut: Meneer, dat kunt u zo niet zeggen. Er zitten mensen in de wachtkamer die zich misschien storen aan uw taalgebruik. U kunt beter zeggen dat u last heeft van uw oor en dan bij de dokter het echte probleem uitleggen.’
Willem Jan neemt nog een slok van zijn biertje. ‘Kerel, je weet ik ben niet de moeilijkste dus ik zeg haar dat ik een dokter wil spreken omdat ik last heb van mijn oor. Zegt dat mokkel: Dat kan, maar mag ik vragen wat het probleem is met uw oor?’
De irritatie bij Willem Jan borrelt weer op en is van zijn gezicht af te lezen. 'Natuurlijk mag je dat vragen, Florence Nightingale. Ik kan er niet mee pissen!’ 

Arie schiet in de lach.
Willem Jan kijkt benauwd en piept: ‘Ja, lach maar, maar ik kan niet eens meer naar mijn eigen gezeik te luisteren, zoveel pijn doet het.’
Hij neemt weer een slok. Arie kijkt hem nu bezorgt aan. Willem Jan zucht: ‘Pijn bij het plassen en gebakkelei thuis.’
‘Oei, dat klinkt niet best’, Arie geeft zijn maatje een schouderklopje. ‘Komt wel weer goed gappie. Waarover hadden jullie bonje?’ vraagt hij nieuwsgierig.
Willem Jan haalt een beetje ongemakkelijk zijn schouders op. ‘Truus noemde me een zeur en zuipschuit en zei dat als ik niet zoveel zou zuipen ik ook niet zoveel zou hoeven pissen. Vanmorgen zat Truus voor de spiegel te mopperen over haar rimpels. Dat was natuurlijk een inkoppertje, had ze me maar geen zeur en zuipschuit moeten noemen. Dus ik zei: 'Schatje, hoeveel je ook van die anti-kreukel crème op je bakkes smeert beter zal het niet worden, als je als een Skoda geboren bent word je nooit een Ferrari.’
Geschrokken kijkt Arie zijn maatje Willem Jan aan. ‘Dat heb je toch niet echt gezegd?’
Willem Jan lacht. ‘Nee natuurlijk niet, maar dacht het wel.’

Twee weken later loopt Arie met een bosje bloemen het Slotervaart ziekenhuis binnen. Willem Jan is geopereerd en hij moet een paar dagen blijven. De pijn bij het plassen werd veroorzaakt door een vergrote prostaat. Arie neemt de lift naar de derde verdieping en gaat op zoek naar kamer 327. In een bed voor het raam ligt Willem Jan met een grote grijns op zijn gezicht. ‘Ik zeg net tegen me eigen wat zou het leuk zijn als Arie langs zou komen en wie komt er binnengelopen?’ De grijns op Willem Jans gezicht wordt mogelijk nog groter.
‘Hoe maak je het?’ vraagt Arie. Willem Jan kijkt zijn vriend geniepig aan.
‘Dat ga ik jou niet vertellen, dan maak jij het ook’, maar tovert dan een tevreden glimlach op zijn gezicht. ‘Ze hebben een APK-tje uitgevoerd en dat is volgens de heren doctoren goed gegaan. Nu nog even met Truus oefenen om te zien of ie voor de rest ook nog werkt.’ 

Hij gebaart Arie naast hem te komen zitten. ‘Zie je die gast daar die ligt te maffen?’
Hij wijst naar het bed naast de deur. Arie draait zich in de richting die Willem Jan aanwijst.
‘Die is hier eergisteren binnen gebracht met een vaas in zijn achterwerk.’
Arie kijkt vol ongeloof. Willem Jan heeft moeite om zijn gezicht in plooi te houden.
‘Hij had gedoucht en was op weg naar zijn slaapkamer om zich aan te kleden, In de gang is hij uitgegleden, precies met zijn poepert op een vaas gevallen.’
De grijns op het smoelwerk van Willem Jan wordt steeds groter. ‘Hij kon niet zitten, dus hebben zij hem liggend in een taxi binnen gebracht.’
Willem Jan lacht nu hardop. ‘Gevallen, zie je het voor je’, hikt hij lachend, ‘en dan een vaas in zijn aars!’
Arie ziet dat de man in de hoek wakker wordt.
Hij stoot Willem Jan aan en zegt: ‘Sttt, zachtjes straks hoort hij je.’
Willem Jan haalt zijn schouders op en schreeuwt over de afdeling: ‘He Kees, mijn maatje heeft bloemen voor me meegenomen mag ik jouw vaassie effies lenen?’

Dit artikel delen?
Auteur: ©Anita Vlietman
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 395
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Plaspijn"

Geschreven door Anita Vlietman . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!