Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 650

Aangenaam klein!

Het is donderdagochtend en Truus is onderweg naar de Albert Cuyp. Ondanks het vroege tijdstip is het al broeierig warm. De tram stopt en ze is blij dat ze de benauwde naar mensenzweet stinkende tram kan verlaten. Ze is een beetje vroeg voor de markt dus gaat ze eerst een bakkie doen in haar favoriete koffiehuis. Zoals altijd op dit tijdstip is het er een drukke bedoening. Truus wurmt zich tussen de marktkooplieden door en neem achterin plaats.

‘Is deze stoel vrij?’
Truus kijkt op om vervolgens verbaasd om zich heen te kijken. Ze zou toch gezworen hebben dat iemand iets aan haar vroeg. Ze voelt een korte ruk aan haar mouw en kijkt naar beneden. Naast de vrije stoel staat een mannetje van amper een paar turven hoog. Met stomheid geslagen kan ze alleen maar knikken en verwijderd snel haar tas van de vrije stoel. Ze bloost. De man klimt op de stoel.
‘Dank je’, zegt hij met een vriendelijke lach. Ze beantwoord zijn vriendelijke glimlach.
‘Sorry, ik zag je niet.’
Hij reageert fel: ‘Bedoel je daarmee dat ik klein ben? Ik ben niet klein, ze hadden gewoon minder nodig om mij fantastisch te maken.’
Truus die net een slokje van haar koffie neemt verslikt zich. Ze snakt naar adem. Panisch slaat ze wild om zich heen. Een van de marktkoopmannen overziet de situatie en klopt behulpzaam op haar rug. Truus begint te hoesten en dan is het voorbij, ze kan weer ademhalen.
Met het schaamrood op haar wangen piept ze tegen de marktkoopman: ‘Heel erg bedankt, neem wat te drinken van me.’
Abrupt draait zij zich om naar haar tafelgenoot. ‘Het spijt me, ik wilde je niet beledigen.’
De kleine man geeft haar een knipoog. ‘En ik wilde je niet laten schrikken, ik maakte maar een grapje.’
Hij steekt zijn hand uit. ‘Willem Alexander, voor mijn vrienden WA.’
Aarzelend schudt ze zijn hand en zegt: ‘
Geertruida, voor mijn vrienden Truus.’
Hij laat haar hand niet los. ‘Mijn moeder is een monarchist en gelukkig analfabeet, anders had ze me geheid Robin genoemd.’
Vragend kijkt Truus hem aan.
‘Mijn achternaam is Hoed’, grinnikt hij. Truus moet even nadenken, maar dan valt het kwartje.

Ze glimlacht en bekijkt het kleine mannetje eens goed. Hij heeft een vrolijk lief gezicht met mooie blauwe ogen en een opvallend groot voorhoofd. Zijn romp lijkt normaal, maar daarentegen zijn de armen en benen erg kort. Zijn linkerhand ligt op tafel en het valt haar op dat zijn vingers, op de pink na, allemaal even lang zijn. Ondanks zijn korte lengte is hij een aantrekkelijke verschijning.
‘Ik heb Achondroplasie, dat is een groeistoornis. In mijn pubertijd hebben mijn groeischijven niet genoeg kraakbeen aangemaakt waardoor mijn botten niet genoeg zijn gegroeid. Gelukkig zit niet overal bot in en zijn sommige onderdelen van mijn lichaam boven gemiddeld groot’, lacht hij innemend.
Ze begrijpt meteen waar hij op doelt en voor de tweede keer in zeer korte tijd bloost ze.

Hij heeft nog steeds haar hand vast. Met zijn duim draait hij rondjes op de bovenkant van haar hand. Het voelt aangenaam maar ook ongepast. Ze probeert haar hand los te trekken, maar hij houdt haar hand stevig vast. Hij kijkt haar met een zwoele blik aan en tuit verleidelijk zijn lippen. Ze weet niet wat haar overkomt. Ze ziet zijn linkerhand onder tafel verdwijnen. Ze wil niet denken aan wat hij met die hand zou kunnen doen. Ze schuift haar benen van hem weg, maar het is te laat. Ze voelt zijn hand op haar been en een rilling gaat door haar lichaam. Ze kijkt hem aan en schudt van neen, maar hij neemt geen genoegen met haar neen. Heel zachtjes knijpt hij in haar kuit. Het zweet breekt haar uit.
‘Niet doen’, mompelt ze zachtjes en duwt zijn hand van haar been.
‘Willen jullie misschien nog wat drinken?’ vraagt een mannenstem.
'Nee, dank u’, zegt ze gehaast, ‘ik wil graag afrekenen.’
‘Dat ken, ik haal de rekening, ben zo terug.’
Ze voelt de hand weer op haar been. Deze keer bewegen zijn vingers langzaam omhoog. Niet bij machte zijn hand voor de tweede keer weg te duwen laat zij het gelaten toe. Zijn vingers zijn voorbij haar knie. Ze voelt de opwinding in haar onderbuik, maar ze voelt ook de schuld wanneer ze aan Willem Jan, haar echtgenoot, denkt. Tergend langzaam kruipen zijn vingers omhoog tot aan het randje van haar slipje. Plots begint hij wild aan haar been te schudden.

‘Truus, ik ga.’
Ze schrikt wakker. Willem Jan staat aan de rand van haar bed en houdt haar been vast. Zuchtend beantwoord ze zijn kus en draait zich nog een keertje om!’

Dit artikel delen?
Auteur: ©Anita Vlietman
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 333
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Aangenaam klein!"

Geschreven door Anita Vlietman . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!