kortverhaal938x200

Meer Schrijfactiviteiten

Ook een kort verhaal toevoegen?

Alleen leden kunnen een gedicht toevoegen.
  Door eerst in te loggen kun je op de volgende button klikken om een nieuw flitsverhaal toe te voegen: Nieuw button  
  • Toelichting :
    • Vul bij 'Titel' een titel in.
    • Voeg je tekst toe in het tekstblok en bewerk de tekst desgewenst.
    • Meer invullen is niet noodzakelijk. Klik alleen nog op--> Opslaan.
  • Je verhaal is niet gelijk zichtbaar.
gratis40Inloggen / registreren is mogelijk onderaan op elke pagina!
Dai Sifu Jonathan borg zijn reistas op in de persoonlijke bergruimte boven zijn vliegtuigstoel en nam plaats. Ondanks de meditatieve oefeningen die hij enkele uren voor het vertrek naar Hong Kong had uitgevoerd, hield hij er ernstig rekening mee dat de paniek vlak voordat het vliegtuig opsteeg, als de motoren bulderden, zou toeslaan. Meer nog dan dit geweld vreesde hij het moment dat het toestel de aarde verliet en hij het gevoel kreeg dat hij geen vaste grond meer onder zich voelde. Zuchtend probeerde hij te berekenen hoeveel kilometer hij tot nu toe vliegend had afgelegd. Misschien wel meer dan een miljoen, waarvan het merendeel tussen Amsterdam en Hong Kong.
Rustgevende middelen en alcohol nam hij nooit. Hij begon bewust met buikademhaling. Een signaal klonk, een paneeltje waarop een vliegtuiggordel stond afgebeeld lichtte op.  Een stewardess kwam langs om te  controleren of de passagiers hun riemen hadden dicht gegespt en geen losse bagage bij zich hadden. Zoals altijd vreesde Jonathan het onvermijdelijke van het vertrek. Alleen door heftig schreeuwend een scene te maken of geweld tegen personeel of medepassagiers te gebruiken, zou hij nog kunnen ontsnappen. Zijn handpalmen werden vochtig. Het toestel begon te taxiën, draaide vervolgens in de richting van de startbaan. Het gedaver, de acceleratie, het  loskomen, het gevoel te zweven en neer te gaan storten…Jonathan greep zich vast aan de stoelleuningen en sloot de ogen. Hij voelde zich licht in het hoofd.
Na enige tijd vloog het vliegtuig horizontaal. Het signaal klonk opnieuw. De riemen mochten los.
 ‘Gaat het een beetje?’ Hij keek in het gezicht van een oudere stewardess. Haar make up vertoonde barstjes. Jonathan knikte. ‘Ik zag dat u een beetje angstig was tijdens het opstijgen.’
‘Ja, maar dat is nu over.’
‘Wilt u misschien een kijkje in onze cockpit nemen? Dat werkt altijd heel geruststellend.’
‘Nee dank u. Heeft u misschien een kop thee voor mij?’ Zij knikte en verdween. Als een klein kind aan de hand van een stewardess naar de cockpit, dacht hij. Zodat iedereen kan zien dat ik bang ben geweest. Nooit van mijn leven.
Uit zijn handbagage haalde hij een laptop tevoorschijn. De stekker stak hij in de stroomvoorziening naast zijn privacy scherm. Hij beantwoordde enkele e mails en bezocht vervolgens de website van zijn eigen organisatie. Jonathan was eigenaar van vijf scholen waar het Wing Mei Kung Fu werd onderwezen. Deze uit het noorden van China afkomstige stijl leidde tot enkele jaren geleden een kwijnend bestaan, maar door de niet aflatende inspanningen van Jonathan kon men spreken van een snel groeiende Chinese vechtkunst. Als Dai Sifu (hoogste leraar) had hij scholen in Amsterdam, tevens zijn hoofdkwartier, Londen, Hamburg, Genua en Madrid. In totaal trainden meer dan elfhonderd mannen, vrouwen en kinderen op deze locaties. Jonathan was dan ook een rijk man geworden. Hij ontwikkelde plannen voor nieuwe scholen in Kopenhagen, Bordeaux en zelfs Hong Kong. Maar de mogelijkheden in deze laatste stad vormden niet de reden voor zijn reis: hij had over twee dagen een examen af te leggen, dat hem bij goed gevolg de op eén na hoogste te behalen graad zou opleveren. Voor de laatste graad was geen examen vereist, dit betrof een eretitel. Jonathan had zich voor dit allerlaatste examen uiteraard grondig voorbereid. Hij bezocht de website van de internationale Wing Mei organisatie en keek voor de zoveelste maal de exameneisen door:
Een gevecht van drie minuten tegen twee ongewapende tegenstanders, waarbij de kandidaat een blinddoek draagt. – Met metalen werpsterren een op een houten bord geschilderde cirkel raken, waarbij het bord op een afstand van zevenentwintig meter werd geplaatst. – Het zich onbeschermd van een stenen trap laten rollen- Het in het Mandarijn een mogelijke vijand ervan overtuigen geen gevecht maar vrede te wensen. – Het als bescherming tegen een schop in het kruis in het lichaam terugtrekken van de testikels.- Het plaatsnemen in een donkere ruimte, waarbij op een niet  van tevoren aangekondigd moment een mes in de richting van de kandidaat wordt geworpen.- Het met de schedel klieven van een eikenhouten kloostertafel.-
Dit laatste onderdeel had Jonathan slechts enkele malen beoefend, terwijl het toch binnen Kung Fu kringen als het gevaarlijkste werd beschouwd. Enkele kandidaten bleken na afloop niet meer bij hun volle verstand en werden als kwijlende idioten in een plaatselijk verzorgingshuis opgesloten. Vorig jaar nog was een Sifu overleden doordat hij met het voorhoofd weliswaar het tafelblad wist te splijten, maar de roestige spijker die in het hout verborgen omhoog stak over het hoofd zag. Hij was nooit meer overeind gekomen. Diens portret, omgeven door een wit lint, hing op een prominente plaats in Jonathans Amsterdamse school. Jonathan keek  dan ook niet bepaald naar dit examen onderdeel uit.
Ruim elf uur zou deze non stop vlucht duren. Hij bracht zijn stoel in horizontale toestand en vroeg de stewardess om een deken. Zijn angst was geheel verdwenen. Hij trok de deken over zijn gezicht. Al snel viel hij in slaap.

Jonathan schrok wakker doordat het toestel in een luchtzak terecht kwam. Slaapdronken liet hij zijn stoelleuning omhoogkomen. Stewardess en purser serveerden maaltijden. Hij at weinig en keek hierna naar een avonturenfilm. Maar zijn gedachten dwaalden af.  Steeds vaker betrapte hij zichzelf erop dat de Chinese vechtkunst die hij tot levenswijze voor hem en vele van zijn leerlingen had verheven hem enigszins begon te vervelen. Jonathan was uitgeleerd. Hij beschikte over een ijzeren conditie, en onwaarschijnlijk snelle reflexen. Hij kon met eén klap iemand doden en was nog steeds in alle opzichten de door hem opgeleide zwarte bandhouders de baas. Met zwaard en speer behoorde hij tot de grootmeesters. Binnen en buiten de oefenzaal werd hij door menigeen gevreesd. Maar hij begon zich af te vragen wat hij met die enorme vaardigheden aan moest. Ja, leerlingen opleiden, maar dat werd in toenemende mate door leraren overgenomen die hij zelf had getraind. Hij trad steeds minder vaak nog zelf op als docent. Waarom, zo vroeg hij zich frequent af, heb ik me zo extreem getraind? Ik voel er mij zeer goed bij, dat is waar, maar ik heb een niveau bereikt met als enig doel dit niveau te handhaven. Beter worden kan ik niet meer. Volgend jaar word ik veertig. De afbraak van mijn lichaam heeft zich al jaren geleden ingezet. Ik haal dus mijn doel niet, want mijn niveau zal dalen, naarmate ik verouder.
Op één uitzondering na, had hij zichzelf nooit op straat of in enige openbare gelegenheid hoeven verdedigen. Een aantal jaar geleden gaf Jonathan met zijn Amsterdamse school een demonstratie op een vechtsportgala. Na afloop werd hij door een kickbokser uitgedaagd tot een vrij gevecht. Jonathan weigerde, waarna hij voor lafaard werd uitgemaakt. Om gezichtsverlies in de ogen van zijn leerlingen te vermijden zag hij zich genoodzaakt de mat te betreden. Zijn opponent, bijna een kop groter, ging meteen fanatiek in de aanval. Jonathan zag een lage schop op zijn rechterzijde afkomen, bracht het been met zijn knie uit balans zodat zijn tegenstander doorschoot en met de linkerzijde vrij kwam te staan. Onmiddellijk daarna gaf de Sifu hem zo’n enorme duw, dat de man de zaal doorvloog en zeer hard tegen een muur terecht kwam. Jonathan beschouwde het gevecht als beëindigd, maar daar dacht zijn uitdager anders over. Na enkele schermutselingen begon het hem te vervelen. Jonathan sloeg met zijn rechtervuist dwars door de verdediging van zijn opponent en won op knock-out. De kickbokser diende zich in het ziekenhuis te laten behandelen voor botbreuken in het gelaat en deed vervolgens aangifte wegens openbare geweldpleging. Jonathan werd op het politiebureau ontboden. Hij werd voor de keuze gesteld: ofwel zijn leerlingen leren om eerst met een tegenstander te praten ofwel zijn school in Amsterdam sluiten.

Een nieuwe e-mail. Léonore, een van zijn beginnende leerlingen wenste hem veel succes. Zij was het soort vrouw dat met een bescheiden en ingetogen houding toch alle mannen naar zich liet omkijken. Grote, lichtbruine ogen onder zwarte, boogvormige wenkbrauwen. Zij leek van gedeeltelijk Chinese afkomst. Jonathan begon zich al vanaf haar eerste les zo vaak met haar te bemoeien dat het begon op te vallen. Maar veel talent bezat zij niet. Hij nam zich voor om haar na terugkeer in Nederland tegen voordelig tarief privé lessen aan te bieden.

Hong Kong. Het toestel vloog over het reusachtige Boeddha beeld op het eiland Lantau en landde op Check Lap Kok. Zonder veel oponthoud kwam Jonathan door de douane controle heen. Ooit was hij meer dan vierentwintig uur op een Amerikaans vliegveld vastgehouden vanwege een ontdekt zwaard in zijn bagage, maar hij had ditmaal geen wapens meegenomen. Een taxi bracht hem naar Kowloon City en zette hem voor het hotel af waar hij een suite had gereserveerd. Hij voelde zich vermoeid en bestelde een masseuse, die hem in zijn hotelkamer uitgebreid  onder handen nam, zonder hierbij een happy end aan te bieden. Vervolgens nam hij een langdurig bad in de whirlpool. Aldus verkwikt begaf hij zich aan het begin van de avond naar het hoofdkwartier van de Wing Mei Associatie. Dit tempelachtige gebouw bevond zich op loopafstand van zijn hotel. Volkomen ontspannen wandelde hij door drukke straten. Het verkeer klonk oorverdovend. Verlichting in talrijke kleuren sprong aan. Een zwoele zeewind stak op. De westelijke hemel kleurde roze. Jonathan beklom de trappen naar het hoofdkwartier. Aan weerszijden van de hoofdingang hielden donkerrood gekleurde draken de wacht. Bij binnenkomst werd hij met alle egards bejegend. Hij herinnerde dat dit vroeger wel anders ging. Ooit was hij naar een eerste afspraak met zijn Dai Sifu gereisd om tevergeefs bijna twee uur op diens verschijning te wachten. Jonathan maakte een nieuwe afspraak die succesvol verliep. Xian Wan  ontving hem en luisterde naar zijn wens om de geheimen van het Wing Mei Kung Fu te leren doorgronden. Later begreep Jonathan dat Xian hem bij de eerste afspraak had bespied, zonder zich na afloop aan hem te vertonen. Zo testte hij Jonathans motivatie.
Chinezen waren gek op geheimzinnigdoenerij. Op het moment dat je dacht ze door te hebben, kwam er al weer een nieuwe complicatie als gevolg van verborgen overleg. Dit gedrag had hem even vaak gehinderd als geholpen bij het realiseren van zijn droom: zijn eigen Wing Mei organisatie. Sommige grootmeesters die hij bezocht om hun geheimen te leren, weigerden hem te onderwijzen omdat hij geen Chinees was. Anderen gingen met Jonathans ontdekkingen uit de geschiedenis van deze vechtkunst aan de haal om ze vervolgens zelf te exploiteren.

Jonathan hoefde niet lang te wachten. Een slanke, rijzige man van omstreeks zeventig jaar kwam op hem af. Hij droeg een dunne, grijze baard. Zij schudden handen. Jonathan ontving een schouderklopje. Xian ontving hem vervolgens in zijn kantoor. Deze ruimte was zakelijk en sober ingericht. Achter Xians bureaustoel hingen zwartwit foto’s van overleden grootmeesters. Jonathan vergat niet ervoor te buigen, waarbij hij de rechtervuist tegen de linkerhandpalm gedrukt hield. Gezamenlijk dronken zij thee, waarbij Jonathan geduldig met drinken wachtte tot Xian de eerste slok had genomen. Na de bespreking van Jonathans examen nodigde zijn Dai Sifu hem uit om de avond gezamenlijk met enkele andere  grootmeesters op gezellige wijze door te brengen. Jonathan, die het liefst naar zijn hotel was teruggekeerd, durfde niet te weigeren. Xian nam hem mee naar een vergaderzaal, waar vier grootmeesters met elkaar in gesprek waren. Zij begroetten Jonathan met enthousiasme. Hij begreep dat dit gezelschap de examencommissie vormde. Gezamenlijk bezochten zij een restaurant, waar Jonathan tijdens de maaltijd gefrituurd en gestoomd gedierte op zijn bord kreeg geserveerd, waarvan hij de naam niet eens wilde weten. Geroutineerd slokte hij het voedsel broksgewijs naar binnen. Het gezelschap converseerde op luidruchtige wijze in het Mandarijn. Zonder zeer actief aan het gesprek deel te nemen, kon Jonathan bijna alles verstaan. Maar na de avondmaaltijd ontstond het voornemen waarvoor Jonathan al had gevreesd: het bezoeken van een Karaoke bar. Iedere verdomde keer hier in Hong Kong was het raak. En telkens werd gedaan alsof het een spontaan opgekomen ingeving betrof. Jonathan besloot deze voorspelbare ontwikkeling te beschouwen als een examen onderdeel. Je moest er doorheen, maar daarna volgde de beloning. Tenzij… je wist het nooit met hen.

De Karaoke bar zat vol aangeschoten chinezen. Xian en zijn Sifu’s dronken geen alcohol, maar gedroegen zich alsof ze per persoon een fles rijstwijn in hun keel hadden gegoten. Talrijke wentelende spots wierpen harde kleuren naar het publiek. De melodie van allerlei zeer bekende liedjes dreunde door de zaal. Onder grote hilariteit werd de een na de ander naar voren geduwd. De betreffende zanger beklom een podium en begon een op een beeldscherm verschenen tekst die bij de muziek hoorde te zingen. Het gegil klonk dermate vals, dat Jonathans tenen er krom van gingen staan. En onvermijdelijk werd ook hij op zeker moment naar voren gedwongen. Eenmaal op het podium staand probeerde hij zo zuiver mogelijk in zijn microfoon  te zingen, hetgeen een ongehoord lachsalvo tot gevolg had. Na een paar coupletten hield Jonathan ermee op. Urenlang jengelde men door. Pas tegen middennacht wist Jonathan te ontsnappen. Met lichte hoofdpijn ging hij naar bed. De veelkleurige lichtjes uit de bar dansten nog geruime tijd voor zijn ogen.

Jonathan wandelde door de aankomsthal van Schiphol, zijn koffer op wieltjes achter zich aan trekkend. Een bericht op zijn telefoon gaf aan dat zijn taxi op hem stond te wachten. Hij voelde zich doodop doordat de terugreis veel langer dan voorzien had geduurd. Een tussenlanding in Dubai bracht een technisch defect aan het licht. Het had uren geduurd voordat het toestel vetrekken kon.  Nog een uur, dacht hij. En dan een douche en mijn bed. Mails van nieuwsgierige leerlingen liet hij voorlopig onbeantwoord. Maar tijdens de taxirit huiswaarts werd hij door Léonore gebeld. Zij vertelde hem graag te willen ontmoeten.  Zo vermoeid als hij was stelde hij voor te dineren in een fameus Amsterdams restaurant.
Eenmaal thuis schakelde hij zijn telefoon uit en stapte onder warme waterstralen. Half afgedroogd lag hij even later op zijn matras. De slaap kwam snel. Enigszins verkwikt ontwaakte hij bijna twee uur later. Meteen begon zij door zijn hoofd te spoken. Het kon toch haast niet anders of zij was in hem geïnteresseerd? Hij nam zich voor voorzichtig te zijn. Zorgvuldig schoor hij zich.
Even voor de afgesproken tijd kwam Jonathan het restaurant binnen. Léonore zwaaide, zittend aan een tafel bij het raam. Hij hief zijn rechterhand op en gaf zijn jas af. Voordat hij tegenover haar kon gaan zitten was zij al opgestaan om hem te omhelzen. Haar lange, bijna zwarte, golvende haar bedekte hierbij gedeeltelijk zijn gezicht. Zij droeg een zwarte avondjurk met glitters en rook verrukkelijk.  Aan haar oren had zij gouden hangers bevestigd. Haar ogen glansden. Bezorgd keek zij naar de blauwpaarse verkleuring op zijn voorhoofd.’ Heb je jezelf gestoten?’
‘Zo zou je het kunnen stellen.’ De ober kwam kaarsjes aansteken en hun keuze opnemen. Jonathan was niet bijzonder hongerig en bestelde uitsluitend een hoofdmaaltijd. Zij volgde zijn voorbeeld. Zij dronk witte wijn, hij thee. Léonore wilde alles over zijn examen weten, maar Jonathan maakte haar duidelijk vooral over haar te willen praten. Wat deed zij bijvoorbeeld voor werk, of volgde zij misschien een studie?  Enigszins verrast vertelde zij hem schoonheidsspecialiste te zijn en een eigen salon te bezitten. En waarom zij Wing Mei lessen volgde? Voor zelfverdediging uiteraard. Zo lukte het Jonathan haar voortdurend aan de praat te houden. Na de maaltijd legde zij haar rechterhand  op de zijne. Hij durfde haar bijna niet aan te kijken en stond op het punt om haar tegen voordelig tarief privélessen aan te bieden.
‘Ga je straks met mij mee?’ vroeg zij zachtjes. Haar grote bruine ogen leken hem de hemel te beloven. Jonathan zag het licht van de kaarsjes erin weerspiegeld.

Léonore woonde boven haar salon. Zonder aarzeling of oponthoud begaven zij zich naar haar slaapkamer. Léonore stak kaarsen aan. Zij verwijderde haar gouden hangers. Glimlachend kwam zij op hem af. Jonathan omhelsde haar.  Vervolgens begonnen  zij elkaar te ontkleden. Al zoenend kwamen zij op haar bed terecht. Net toen hij haar tegen zich aan probeerde te trekken, tastte zij hem in zijn kruis om hem vervolgens verbaasd aan te kijken.
‘Sifu, waar zijn je ballen?’
‘Dat is een vreemd verhaal.’ Hij kwam half overeind, leunde op zijn onderarmen.
‘Ik moest ze tijdens het betreffende examenonderdeel terugtrekken om ze tegen een schop te verdedigen. Dat lukte, maar ik heb ze nooit meer terug kunnen vinden.’
 Zij proestte het uit, waarbij rijen parelwitte tanden tevoorschijn kwamen.
‘Het is toch geen probleem?” vroeg hij. ‘Ik ben weliswaar hierdoor voor het examen gezakt, maar ze doen het volgens mij nog prima.’
‘Maar Jonathan, je bent een eunuch! Je hebt ze laten verwijderen! Dan hoor je toch niet met een vrouw in bed te liggen? Ik greep gewoon mis!’
 Jonathan ontdekte enige verontwaardiging in de manier waarop ze beurtelings naar haar teruggetrokken hand en naar hem keek. Van teleurstelling kon hij bijna geen woorden vinden. Zij liet hem los en schoof bij hem vandaan naar de rand van haar bed. Hij probeerde haar aan te raken, maar Léonore  weerde hem zachtjes af. Een rimpel was op  haar hoge voorhoofd verschenen. Zij begon zich aan te kleden.
‘Ik geloof het gewoon niet!’
‘Toch is het echt zo.’ Wanhopig vertelde hij haar over zijn examen. Bij het onderdeel eikenhouten kloostertafel aangekomen, verdween haar rimpel. Over zijn testikels stelde Jonathan dat deze organen toch ook op jeugdige leeftijd via de betreffende kanalen waren ingedaald.
‘Ik ben ze niet echt kwijt, maar waar ze precies zitten weet ik niet.’
 In haar ogen meende hij nu enig medelijden te bespeuren.
‘Ik wil je wel helpen zoeken Jonathan, maar waar moet ik beginnen?’ In een gebaar van machteloosheid spreidde zij haar handen zijwaarts. Jonathan had hierover een idee, maar durfde het haar niet voor te stellen. Zij liep bij hem vandaan, knipte een plafonniere aan en begon de kaarsjes uit te blazen.
Pin It

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2018