Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 

208 Hits

Publicatie op:
2040

Vier kleinkinderen.

Bettina kijkt om zich heen en geniet.

Benny, die net 5 is geworden, klampt zich vast aan haar looprek en speelt hard brommend dat oma in een auto zit: “Sneller oma, sneller!”

Irene, haar dochter, maakt hier snel een einde aan.

“Benny, laat oma eens met rust! Straks valt ze nog!”

Maar oma valt niet, oma geniet.

Als ze in de keuken koffie heeft gezet en warme chocolademelk heeft gemaakt voor de kinderen, komt Hilda haar helpen om het naar binnen te brengen. Zij is de oudste van haar zoon Samuel en de enige die 'het virus' heeft meegemaakt. Zo vaak ze oma ziet, omhelst ze haar. Net zoals haar ouders kent zij de waarde van knuffels.

Als oma in haar leunstoel zit, kruipt Benny gelijk op schoot.

“Oma, vertel eens een verhaaltje! HET verhaaltje oma, je weet wel!”

Irene probeert haar zoon weer tot de orde te roepen, “Laat oma nou eens even met rust jongen, ze heeft haar koffie nog niet eens op!”

Maar Benny is vastbesloten.

“Je moet van opa vertellen”, zegt hij met een eigenwijs stemmetje, “van hoe hij gevochten heeft.”

Dat is het nieuwe familieverhaal, dat oma eindeloos moet vertellen. Haar ogen tranen als ze begint.

“Er was eens een heel klein virusje,” begint ze, “zo klein dat hij compleet onzichtbaar was voor de mensen. Alleen onder de microscoop konden de mensen hem zien. Toch was hij geweldig sterk. En hij had de eigenschap dat hij zichzelf kon verdubbelen. Eerst was er een, toen waren er twee, toen waren er vier...”

Oma laat op haar vingers het dubbele zien. Bij het dubbele van acht zijn ook Benny's vingers nodig, daarna doet de rest van de ploeg mee, totdat de vingers op zijn.

“Dat virusje was heel gemeen,” vervolgde oma. “Het ging namelijk op reis, van het ene lieve mens naar het andere. Vooral lieve mensen kregen het, die veel van knuffelen hielden en van kusjes geven.”

Ze aait Benny over zijn hoofd en geeft hem een kus. Hij geeft oma snel een regen van kusjes terug.

“Ik heb het niet he oma? Van mij kan je het niet krijgen!”

De grote kinderen lachen om hem, maar ook zij zitten vol spanning te luisteren naar het inmiddels bekende verhaal, dat oma toch steeds weer een beetje anders vertelt.

“Alle mensen moesten afstand van elkaar houden,” vertelt oma weer verder. “En ze moesten iets voor hun mond doen, een mondkapje. Dat moest voorkomen dat het virusje van de ene mond naar de andere zou springen.”

Benny springt van schoot af. Op dit moment van het verhaal mag hij altijd de grote lade van de eikenhouten kast van oma opentrekken. Alex, zijn broertje, helpt hem. Even later komt hij terug met een paar mondkapjes. Alle kinderen zetten er één op en zo vertelt oma verder.

“Op een dag had opa wat last van zijn knie. Hij ging naar de dokter om te vragen wat er aan de hand was. De dokter schreef hem een zalfje voor en zei dat opa zijn knie wat vaker moest laten uitrusten. Iets meer dan een week hierna begon opa ineens heel naar te hoesten.”

Oma's ogen tranen weer. Irene en Hilda gaan samen naar de keuken om het volgende kopje koffie in te schenken. Benny aait oma over haar hoofd.

“Niet huilen oma! Opa heeft toch gewonnen?”

Oma snuit haar neus in haar boerenbonte zakdoek en vervolgt haar verhaal.

“Natuurlijk mijn jongen! Je opa was heel sterk, bijna net zo sterk als jij!”

“En als ik?” vraagt Alex, die inmiddels op de armleuning van oma's stoel zit.

“Natuurlijk lieverd,” antwoordt oma.

Ze neemt een paar slokjes van haar koffie en gaat verder.

“Omdat opa zo lief was, had het virusje besloten om ook naar hem te verhuizen.”

“Maar opa was sterk he oma? Heel sterk?”

Alex zijn ogen glimmen, terwijl hij de vraag stelt. Hij is met zijn zeven jaren groot genoeg, om te weten dat oma's antwoord niet helemaal met de waarheid klopt. Maar het is zo een mooi verhaal.

“Supersterk hoor, hij was supersterk! Hij liet zich niet klein krijgen!”

“Zal ik de knuppel even pakken oma?” vraagt de vijftienjarige Tony behulpzaam.

Even later komt hij terug met een grote houten knuppel.

“Opa begreep dat het virusje naar hem was verhuisd,” zei oma. “Daar werd hij zo boos van dat hij deze knuppel pakte en hem doodknuppelde, helemaal dood, totdat er niets meer van over was! Opa hield van iedereen, maar niet van dat stoute virusje dat zorgde dat lieve mensen niet meer konden knuffelen. Toen heeft hij een berichtje in alle kranten van de hele wereld laten zetten, dat hij de andere virusjes ook dood zou knuppelen als ze niet heel snel zouden vertrekken. Daarom is dat virus toen snel verdwenen!”

“En opa?” vraagt Benny.

“Dat virusje was heel erg klein he jongen, opa zag het niet zo goed. Een paar dagen later probeerde hij bij de buurman te knuppelen. Hij dacht dat hij wat naar zijn eigen hoofd zag springen en sloeg toen heel snel,” besluit oma haar verhaal. “Dat liep niet zo goed af en dat was heel erg verdrietig. Maar hij heeft wel de wereld gered!”

“Zou het niet beter zijn om de kinderen de waarheid te vertellen ma?” vraagt haar zoon Samuel haar nu, met een licht verwijt in zijn stem.

“De waarheid is dat we elkaar nu weer mogen knuffelen,” vervolgt oma eigenwijs. “Kom op! Wie is de eerste?”


Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "2040"

18.02.21
Feedback:
Heel ontroerend en visueel geschreven. Je ziet de familie zo zitten luisteren.
  • Schrijfkwaliteit
    5.0/5
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig