Korte verhalen

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde.

"Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan. Eerst inloggen s.v.p.

Johanna staarde wezenloos naar haar ontbijt. Ze begreep er geen snars van. Ze hadden het toch goed samen? God, wat wilde ze terugkeren naar die eerste dag. Toen was alles perfect. Nu was alles kapot. Ze had hem er over aangesproken. Ze had geschreeuwd.  
Ze had nog beter haar best gedaan.

JohannaNiets hielp. Toen ze zwanger, kon ze ergens nog begrijpen dat hij zijn heil elders zocht. Dat fluisterden haar vertrouwelingen haar alleszins geruststellend toe. Dat het normaal was dat haar echtgenoot het gezelschap van andere vrouwen verkoos, terwijl zij kotsmisselijk zijn kind in haar buik meezeulde. 

Alsof ze plots geen vrouw meer was en geen verlangens meer had. Maar nu was ze niet zwanger. Toch had hij weer een nieuwe vrouw in zijn vizier. Die heks, die zich zoetsappig glimlachend tussen haar hofdames nestelde. Een dezer dagen krabde ze die glimlach eigenhandig van haar gezicht. Haar wrede gedachten werden opgeschrikt door voetstappen in de gang.

Bedienden openden de zware eiken deuren van de eetzaal voor een tweede keer vandaag. Hij schreed binnen, met een onschuldige grijns op zijn engelachtige gezicht.
Hoewel razernij haar vanbinnen verteerde, bracht die aanblik nog iets anders bij haar teweeg. Hoe boos ze ook was, toch ging haar hart nog steeds sneller slaan. Voor haar was er niets veranderd sinds die fantastische eerste ontmoeting. Hij had haar het gevoel gegeven dat ze de mooiste vrouw ter wereld was. Dat ze de enige vrouw was die er voor hem toe deed. Ze consummeerden hun huwelijk al de dag voor het plaatsvond, zo verliefd waren ze. Hoewel ze wist dat er geen grotere leugen bestond, toch keek hij nu ook zo naar haar. 

‘Dag liefste,’ glimlachte hij ondeugend, terwijl hij zich neervlijde op de stoel tegenover haar.
Loop naar de maan met je liefste, dacht Johanna. Je stinkt waarschijnlijk nog naar die sloerie. Toch deden zijn woorden haar hart een slagje overslaan.
‘Waarom zeg je niets?’
‘Je weet waarom ik niks zeg,’ snauwde ze, harder dan ze bedoelde.
Ze had haar emoties niet onder controle. Haar vader had er haar al over aangepakt.
Haar gedrag betaamde een koningin niet.
Op Filips gedrag had echter niemand iets aan te merken.
‘Gaan we weer die toer op?’ zuchtte Filips, alsof ze een kind was dat zeurde om een snoepje.
‘Ja, we gaan weer die toer op!’ schreeuwde ze nu. ‘En die blijven we opgaan totdat jij die hoeren links laat liggen!’
De glazen trilden onheilspellend na op de tafel. De bedienden stonden stoïcijns in de haak naast de deuren van de eetzaal. Ze waren dit soort discussies intussen gewend.
‘Let op je taal, Jo. Zo spreek je niet tegen me. Ik ben hier de koning.’
‘En ik koningin. Moet ik je eraan herinneren dat die kroon op je hoofd staat dankzij mij?’
Filips grijns maakte plaats voor een vijandige grimas.
‘Jij moet je plaats kennen. Ik doe wat ik wil. Basta.’

Johanna’s kwaadheid maakte plaats voor een intens verdriet. Zijn woorden sneden onverbiddelijk door haar hart. Hij had evengoed een mes in haar rug kunnen steken.
Ze probeerde haar verdriet te verbijten, maar kon niet voorkomen dat de tranen over haar gezicht liepen. Filips gezicht verzachtte ook.
‘Toe, niet huilen,’ suste hij, terwijl hij naar haar toeliep. Zijn vingers streken over haar wang en vaagden de beschuldigende tranen weg. Ze wilde hem slaan, krabben, bijten.
In plaats daarvan liet ze zich troosten. Haar snikkende lichaam viel in zijn liefkozende armen. Ze voelden zijn lippen haar voorhoofd beroeren.
‘Waarom hou je niet van me?’ vroeg ze radeloos.
Filips lichaam verstarde. Met een vinger liftte hij haar kin op. Zijn diepblauwe ogen keken diep in de hare.
‘Ik hou wel van je. Meer dan van het leven zelf. Dat weet je.’
Een rilling trok tot diep in haar ruggengraat. Ze was als was in zijn handen. Dat wist hij.
Maar ze was nog niet klaar om de strijd op te geven. Gelukkig stond de kamer vol bedienden. Anders had deze ruzie vast een andere wending gekregen.
‘Waarom ben ik dan niet genoeg? Waarom kwets je me telkens opnieuw?’
Filips zuchtte en krabde vertwijfelde door zijn blonde krullen. Zijn prachtige haar, waar haar vingers in verdwaalden wanneer hij ‘s nachts in haar bed lag. Helaas waren de hare niet de enige handen die dat parcours aflegden.
‘Je begrijpt het niet.’
‘Nee,’ bevestigde ze. ‘Leg het me dan uit. Zeg me wat ik moet doen. Ik doe alles wat je wil.’
Filips keek haar aan met een ongemakkelijke blik in haar ogen. Ze wist nu al hoe dit gesprek zou eindigen. Zoals het altijd eindigde.
‘Ik heb een bespreking met de kroonraad. Ik kom straks naar je toe, goed?’ zei hij, alvorens een vluchtige kus op haar lippen te drukken. Ze wilde hem naar zich toetrekken, hem verhinderen van haar te verlaten. Maar ze kon hem niet tegenhouden. Ze kon enkel toekijken hoe hij zich van haar losmaakte en de eetzaal verliet.
Ze voelde hoe ze geen lucht kreeg. Ze greep naar haar maag en krimpte in elkaar.
Ze wist al hoe de rest van de dag zou verlopen. Ze zou de hele dag op hem wachten.
Dan zou hij naar haar vertrekken komen. Of niet. Ze zouden de liefde bedrijven. Ze zou terug hoop krijgen. En de volgende dag begon het spelletje opnieuw. Kon ze hem maar opsluiten in die kamer. Kon ze hem maar afsluiten van alle verleidingen die de buitenwereld bood.
Ze kon dit niet meer. En niemand was bereid haar te helpen. Ze kon niemand vertrouwen. Filips niet, haar vader niet. Zeker haar vriendinnen niet.
Als het zo verder ging, werd ze nog gek.  

Dit artikel delen?
Pin It

Graag je mening

Dit artikel is passend in deze rubriek - 0 stemmen
00
Dit artikel handhaven (tzt NIET verwijderen)? - 1 stemmen
10
%

Elk kwartaal verwijderen we een aantal artikelen. HELP ONS MET KIEZEN. Je kunt ons helpen door je mening te geven. Zo heb je invloed op de inhoud van Schrijverspunt.Je kunt ook een reactie geven.

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap