Korte verhalen

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde.

"Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan. Eerst inloggen s.v.p.

Leden van Schrijverspunt kunnen maximaal 4 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.

Toen Jenkins eindelijk in slaap viel en de droom begon, besefte hij meteen, dat het helemaal mis was. Hoewel hij zich nog steeds in zijn slaapkamer bevond, kwam deze omgeving hem opeens vreemd en onheilspellend voor. Hij kon gedeeltelijk door de muren heen zien, alsof ze van gekleurd matglas waren gemaakt en elk voorwerp leek met een blauwachtig halo omgeven.

            “Kom maar!”, riep hij uit. “Kom maar allemaal gelijk te voorschijn!”

            Hij wist niet of zich ergens monsters of spoken schuilhielden, maar als dat zo was, had hij het liefst alle ellende tegelijk. Dan wist hij in ieder geval waar hij aan toe was.

            Er gebeurde niets.

            “Verdomd vervelend, dat je niet naar believen uit een droom kunt stappen”, mopperde Jenkins. “Het lijkt wel een dolgedraaid computerprogramma, waarbij de escapeknop niet werkt.”

            Hij liep naar de badkamer om een glas water te drinken. In de spiegel staarde het doorgroefde rokersgelaat hem aan. Dat was in ieder geval niet veranderd. Hij was een door de wol geverfde dromer. Wat hij in zijn dagelijks leven te kort kwam, compenseerde hij in zijn dromen. En dat was veel.

            “Jenkins waar zijt gij? Hoort ge mij?”, baste een stem uit de slaapkamer. Schoorvoetend keerde hij terug; het moest er blijkbaar toch van komen. De slaapkamer was nog steeds leeg.

            “Jenkins, uw leven was als een mop met een baard. Saai en voorspelbaar. Geen wonder dat het niets geworden is. Nu kunt ge dit veranderen. Volbrengt ge iets groots, dan zal uw leven vol en rijk worden en ge zult vele vrouwen hebben. Wat zegt ge?”

            Hij had nauwelijks begrepen waarover het ging, behalve dat hij rijk kon worden en veel vrouwen hebben en daarom zei hij gauw ‘ja’.

            De stem hervatte: “Volbrengt ge het niet, dan vergaat het u slecht en verandert de droom in een nachtmerrie.” Stilte volgde.

            Was de afspraak nu gemaakt? Zolang het tegendeel niet bleek, ging hij er van uit. De overige woorden van de stem drongen nu tot hem door. Wat voor groots moest hij volbrengen?

            Hij ging weer in bed liggen in de hoop, dat de droom uitsluitsel zou geven, maar er gebeurde niets meer. Dit kon toch de bedoeling niet zijn. Dan maar een kunstgreep toegepast. 

De situatie was te bijzonder om zijn toevlucht te nemen tot zulke oubollige methoden als schaapjes tellen. Hij haalde een stuk zwarte, Afghaanse hasjiesj te voorschijn met een pluk tabak en draaide hier een joint van. Diep inhalerend en de rook zo lang mogelijk vasthoudend in zijn longen, leunde hij achterover. De laatste keer dat hij in werkelijkheid hasj gerookt had, kon hij zich niet eens meer herinneren. Sigaretten daarentegen was hij door blijven roken als een schoorsteen.

Eerst merkte hij niets. Verwoed rookte hij de joint op. En opeens sloeg de roes toe, alsof hij een klap op zijn hoofd had gekregen en in een vertraagde film terechtkwam. Zijn spieren verstijfden. Hij liet zich in de kussens vallen, terwijl de gedachten in zijn hoofd echoden. Versteend bleef hij zo liggen tot hij opgezogen leek te worden in een diepere droom. Uit één van de gedachte-echo’s maakte zich een mannenstem los.

“Fraaie beelden”, sprak de stem. Het geluid verdichtte zich tot een magere, oude man, die een afgedragen, bruin pak aan had. “Fraaie beelden, daar kun je op varen.”

Jenkins en de man bevonden zich in een woestijnlandschap, roodachtig zand strekte zich uit tot aan de horizon; verspreid rezen grillig gevormde rotsformaties op. Samen keken zij om zich heen en hij liet het natuurschoon op zich inwerken.

 “Ja, fraaie beelden. Maar te varen valt hier niet veel. Het zou jammer zijn om nu wakker te worden.”

“Wakker worden? Je zult niet meer wakker worden”, zei de man. “Heb je het niet begrepen? Dit is het mysterie, dat na het leven komt. Grijp je kans om iets groots te verrichten. De dood heeft je omhuld, schud haar nu weer af. Of blijf hier voor eeuwig ronddolen.”

Jenkins schrok. Existentiële angst greep hem bij de keel. Hij snapte, dat de man de dood voorstelde.

“Hoe kan ik nu dood zijn? Ik droom.”

“Wat is het verschil? Misschien ben je wel in je slaap gestorven. Wellicht sterven we iedere keer dat we in slaap vallen, maar weten we ook telkens de weg terug te vinden behalve de laatste keer.”

“Is dit voor mij de laatste keer?”

“Dat zal moeten blijken.”

Jenkins voelde, dat hij zo niet verder kwam. De droom, want daar ging hij nog steeds van uit, begon tekenen van een nachtmerrie te vertonen. Hij besloot geen maatregelen meer te nemen om zijn droom te verdiepen.

“Let wel, dat geldt voor iedereen, die je hier ontmoet. Zijn ze dood of dromen ze alleen maar?”

De oude dood begon hem op de zenuwen te werken. Om van hem af te raken richtte hij zijn aandacht op iets anders. Hij concentreerde zich op gezichten. In alle vormen, maten en kleuren en in een eindeloze hoeveelheid. Oceanen van gezichten. Eén gezicht had een strop boven zich in de lucht zweven. Jenkins voelde, dat dit gezicht geholpen moest worden. Hij legde zijn handen eromheen en zei:”Vrees niet, ik zal je helpen.” De vermoeide ogen van het gezicht knipperden dankbaar. Kort daarop zag hij een ander gezicht onder een strop en hij begreep dat er weer een helpende hand nodig was.  Maar toen hij ook een derde gezicht geholpen had, kwam de oude dood op hem af.

“Dat is not done, not done!”, riep hij uit. “Wie geeft jou het recht die dromers te vermoorden? Aan moordenaars hebben we hier een broertje dood.”

Jenkins keek nu goed en zag de geholpen gezichten als bloemen met geknakte stengels op de grond liggen. Schuldgevoel maakte zich van hem meester, maar ook begon het hem te dagen, dat er iets niet klopte.

“Hoe kan ik hen nu vermoorden? Dood zouden zij volgens jou als dromers rond moeten blijven dolen?”

“Dat doen ze ook. Ze zijn alleen naar een andere droomdimensie gegaan.”

Het besef van onlogica werd sterker.

“Dan heb ik hen dus niet vermoord, maar bestaan ze gewoon verder, zij het elders in de droom. Wat ze daarvoor al deden.”

“Hm…”

“Dan ben ik dus geen moordenaar.”

“Touché…, voor deze keer.”

Het ging erom dit soort gedrochten de mond te snoeren. Tenslotte waren het slechts producten van zijn eigen geest. De oude dood was weer verdwenen. Jenkins vroeg zich af, waarom hij geen overleden bekenden ontmoette, als hij dood was. Zat hij soms in de verkeerde dimensie? Of was het allemaal onzin?

Om zich heen kijkend, bemerkte hij in een stad te zijn beland. Jenkins had trek gekregen in een sigaret. Hij wilde er één opsteken, maar zijn pakje Camel was leeg. Aan de overkant van de straat was een sigarenzaak. Hij stak over en ging naar binnen. Een sloffende tred werd traag luider hoorbaar vanachter een gordijn, dat de winkel afschermde van de rest van de woning.

“Een pakje Camel, alstublieft”, wilde Jenkins zeggen, maar de woorden stokten hem in de keel, toen hij in de winkelier zijn vader herkende. Maar dan zoals deze er vijfentwintig jaar geleden uit had gezien. Zijn vader was sinds enkele jaren dood. Hij herkende Jenkins wel, maar leek zich in aanwezigheid van zijn zoon niet op zijn gemak te voelen. Zonder te weten waarom voelde Jenkins zich schuldig.

“Vader,…”, wilde hij beginnen, maar zijn vader legde een vinger op de lippen en hief zijn andere arm afwerend op. Plotseling drong het tot Jenkins door, dat zijn vader er niet aan herinnerd wilde worden, dat hij dood was. Daarom had hij zich een jongere leeftijd aangemeten. Gaf Jenkins’ aanwezigheid hem het gevoel nog doder te zijn dan hij al was, of maakte het hem ook werkelijk doder? Hij liep naar buiten en riep om de oude dood. Die kwam uiteindelijk.

“Kan ik hen nog doder maken dan ze al zijn?”

 “Roep je mijn hulp in? Ik zal je een therapeutisch antwoord geven. Zoals gewoonlijk gaan minderwaardigheidsgevoelens gepaard met grootheidsfantasieën. Maar daar is in jouw geval geen reden voor. Je kunt hen niet doder maken dan ze al zijn. Dus vergeet die grootheidsfantasieën maar.”

Eerst voelde hij zich gepikeerd, maar daarna wist hij dat de dood gelijk had.

Maar hoe zou het verder gaan? Zou hij blijven rondzwerven in dromenland, verstrikt in zijn eigen hersenspinsels?

Dat nooit. Hij bemerkte, dat hij zich op de rand van een diep ravijn bevond. Was het een hint? Hij sprong naar beneden.

“Je bent nu gestorven in je dromen en omgekeerd zijn de dromen gestorven in jou. Je zult niet meer dromen,” sprak de dood.

Toen werd hij wakker. De overbekende, alledaagse werkelijkheid omringde hem. Hij was niet gestorven in zijn slaap en hij hoefde niet in de droomzone te blijven rondzwerven. Evenmin wachtten hem rijkdom of vrouwen. Hij zou alleen niet meer dromen en genoegen moeten nemen met zijn doelloze dertien-in-een-dozijn bestaan, waar helemaal niets in te beleven viel.

Hij dacht aan wat de stem in de droom had gezegd: ”…dan verandert de droom in een nachtmerrie…” Halo’s omhulden zwak zijn spullen. Was hij eigenlijk wel wakker geworden?

Dit artikel delen?

Graag je mening

Dit artikel is passend (tzt NIET verwijderen) - 0 stemmen
00

Elk kwartaal verwijderen we een aantal artikelen. Je kunt ons helpen door je mening te geven. Zo heb je invloed op de inhoud van Schrijverspunt

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap