Feuilleton

Feuilleton

Een feuilleton is een verhaal dat uit meerdere delen en afleveringen bestaat en over een langere tijd wordt uitgezonden of gepubliceerd.

Met een feuilleton verschijnt een groot verhaal in meerdere delen. Elke keer moeten mensen na het lezen of beluisteren van een stuk een tijd wachten op het vervolg. Door het gebruik van zogenoemde cliffhangers wordt het wachten een stuk spannender. Anders dan bij een boek of film kan men niet meteen verder kijken of lezen en moet er in spanning worden gewacht op het vervolg. Oorspronkelijk waren feuilletons de losse blaadjes als bijlage van een blad en later werden het vaste rubrieken over recensies, wetenschappelijk of culturele nieuwtjes en andere zaken. Inmiddels gaat een feuilleton vooral om romans, novellen en verhalen, ofwel fictie.

 

Je kunt hier ook jouw feuilleton toevoegen. Periodiek kun je dan een nieuwe 'aflevering' aanvullen. Gebruik elke keer dezelfde titel, maar voeg een afleveringsnummer toe.

Blog

EEN TIJDMACHINE VOOR OOM ADRIAAN, DEEL 4

jeugdnovelle over pesten en terugpesten, 10/12 jaar- DEEL 4



Richard klopte op de glazen ruit van de achterdeur. “Kom er ook maar in en haal een stoel uit de woonkamer. Dan mag je een boterham, als je trek hebt,” zei Harms moeder. “Heb je een nieuwe pet op?”

“Nee, dank u, ik hoef niks. En jazeker, die pet is nieuw. Van mijn opa gekregen.” Richard bleef bij het gasfornuis staan, tot iedereen klaar was. Daarna deden oom en diens zus (anders gezegd: Harms moeder en haar broer) de afwas. De anderen vertrokken naar Harm z’n kamer. Moeder riep Harm en Sippi eerst nog even apart: “Als jullie gaan spelen, mogen jullie onze visite niet buitensluiten. En ik wil ook niet, dat pesterig beleefde toontje van jou horen, Sippi: ‘Ja, oom Adriaan, nee, oom Adriaan’. Hebben jullie dat goed begrepen?” Ze haalden berustend hun schouders op.

Sippi gooide de deur met kracht dicht. “Nu kan niemand afluisteren,” merkte ze tevreden op. Daarna ontvouwden Sippi en Richard een schitterend plan. Ze hadden het vrijdagavond samen uitgeknobbeld. Het beloofde erg leuk te worden voor hen alle drie en heel leerzaam voor de andere betrokkene. Want dat oom Adriaan mocht, nee, moest deelnemen, stond voor allen vast.

“Om te beginnen hebben we batterijen nodig voor het aan/uit-lampje. Dan lijkt het allemaal een stuk echter. Wat voor soort?”

Harm haalde eerst de grijze plank met de wijzertjes van de zolder en ging vervolgens rechtstreeks naar de kelder, waar zijn vader het timmergereedschap bewaarde. Hij keerde een minuut later met plank en schroevendraaier terug naar zijn kamer, waar Sippi met oom Adriaan in een moeilijk gesprek verwikkeld was. “Wat kom jij doen? Moet je niet afwassen?” vroeg Harm onaangenaam getroffen.

Adriaan verslikte zich in zijn antwoord: “Ik wil meedoen met jullie experi, expedi. Kom, hoe heet het?”

Hij zei: “Bedoel je experiment?”

Richard voegde er aan toe: “Of expeditie?”

“Allebei.”

“Dat mag,” vond Sippi. “We moeten eerst kijken, wat voor batterij in dit toestel past. Geef die kleine kruiskopschroevendraaier eens aan, Harm.” Deskundig opende zij het opbergvakje aan de achterkant van het grijze paneel. Ze wurmde er voorzichtig twee lekkende batterijen uit. “Aha, deze noemen ze ‘penlite’. Hebben jullie hier ergens nieuwe in voorraad of zullen we naar de supermarkt moeten? Deze zijn onbruikbaar.”

“Nee, die hebben we niet, geloof ik.” Hij nam de oude batterijen mee naar de tuin, waar zijn moeder paarse seringentakken afsneed voor in een vaas binnen op tafel. “Mam, hebben we nog van deze?”

Ze antwoordde: “Nee. Doe je een beetje zachtjes? Je vader slaapt.”

“Mag ik geld voor twee nieuwe?”

“Sinds wanneer vraag je me om geld? Je pakt het tegenwoordig toch zonder wat te zeggen?” (Hij protesteerde niet. Zinloos.) “De portemonnee zit in mijn zwarte schoudertas. Die hangt aan de kapstok. O, en zeg tegen Adriaan, dat hij over een half uur mee moet naar Terneuzen. Hij heeft nieuwe sokken nodig. En ik wil daar bovendien boodschappen doen voor het Pinksterweekend.”

Harm pakte een tientje en bracht het bericht over.

Ze kochten op de Markt batterijen- meer, dan ze nodig hadden: vier stuks. Adriaan maakte zich in de winkel hinderlijk vrolijk over de eigenaardigheden van het Zeeuwsvlaamse dialect, dat sommige klanten met elkaar spraken in de rij bij de kassa (bijvoorbeeld ‘g’ in plaats van ‘h’). Hij realiseerde zich vast niet, hoe de directe omgeving over zijn eigen Rotterdamse accent dacht (bijvoorbeeld ‘ui’ in plaats van ‘eu’). Harm schaamde zich kapot voor zijn familielid. Adriaan brulde “Hoejndah-ha-ha, boern!” bij het verlaten van de supermarkt.

Mamma stond al ongeduldig te wachten, toen ze weer thuis kwamen. “Schiet op, Adri. Anders zijn de winkels dicht, voor we klaar zijn.”

“Momentje,” antwoordde hij, terwijl hij haar voorbij stormde- de anderen achterna. “Doet-ie het?”

Hij haalde de schakelaar voorzichtig over. Het rode lampje flitste aan. Snel zette hij het ding weer uit. “Wat gaan we doen?” vroeg hij.

Sippi pakte Harm de tijdmachine af, duwde Richard met haar heup vooruit in de richting van de kast en zei: “Wij kiezen een jaartal en een plaatsnaam. Dan zetten we het apparaat aan. We kruipen samen naar binnen. Jullie draaien de deuren op slot. Ik druk op de terugknop. Dan halen jullie ons over een paar uur weer uit de kast. Afgesproken?”

Adriaan en Harm gingen daarmee akkoord.

Sippi koos ‘A’. “Hopelijk komen we in Amsterdam terecht ten tijde van De Gouden Eeuw,” zei ze. Als datum koos ze ‘plus 17-06-1642’. Het rode lampje brandde. Richard opende beide deuren. Hij klom als eerste naar binnen. Hij kreunde “Auhau”, zodra Sippi zich erbij wurmde. Het paste maar net.

Adriaan knalde de deuren dicht en sloot de boel af. “Niet weglopen,” grijnsde hij. Hij stak voldaan de sleutel bij zich. (Wat een flauwe streek!) Hij verdween vals fluitend naar beneden. “Rond vier uur kom ik terug,” riep hij achterom.

Wat kon Harm verder doen? Hij begaf zich naar het slaapvertrek van zijn ouders en gluurde voorzichtig om het hoekje. Zijn vader lag met wijd open ogen op bed. Hij sliep niet. “Heb je een reservesleutel van het kabinet op zolder?”

“Ja, waarom?”

“Richard en Sippi kunnen er niet meer uit.”

“Hoe kan dat nou?”

Harm was geen verrader, maar ook geen leugenaar: “Iemand heeft hen opgesloten.”

“Iemand? Jaja, wat een rotjongen is die ‘Iemand’. In de kelder boven de werkbank naast de bijl en de schaaf hangen alle reservesleutels.”

Na drie minuten had Harm zijn vrienden laten ontsnappen. Ze voelden zich verfrommeld. Ze stelden Harm z’n vader gerust en renden haastig naar de kreek om een flinke ganzenveer te zoeken. Dat had Sippi zo bedacht. Ze wilde een souvenir uit De Gouden Eeuw. “Dan gelooft Adriaan het helemaal, als we straks door hem bevrijd worden. En Richard, jij moet nog bruine olieverf op je handen smeren. Want jij mocht helpen met verfbereiding. Er staat vast wel een opengebroken potje beneden. We maken Adriaan wijs, dat we aanwezig waren in het atelier van Rembrandt bij de totstandkoming van dat ene wereldberoemde schilderij.”

“Welk?”

“Ik bedoel De Nachtwacht.”

Een ganzenveer zoeken was niet moeilijk. De kreek zat propvol met veren. Er was echter een probleem. De veren zaten vast aan de watervogels. Toen Richard een slagpen uit een ganzenvleugel wilde trekken, protesteerde het dier kwaadaardig en pikte hem gemeen in zijn kuiten. Tot hun opluchting dreef er verderop een losse, grote, grijze veer op de golfjes. Richard viste hem er met een lange rietstengel uit. Thuis droogden ze hem met de föhn van moeder. Sippi sneed er met een aardappelschilmesje een scherpe punt aan. Die punt bewerkte zij met een blauwe viltstift. Nu had ze gebruikt schrijfgerei van een paar eeuwen oud.

Daarna werden Richard z’n handen met donkerrode menie bewerkt. De kerkklok sloeg half vier. Ze raakten nerveus. Adriaan kon ieder ogenblik thuiskomen.

Terwijl de anderen alvast terug naar boven gingen, bleef Harm beneden achter het huiskamergordijn op de uitkijk staan. Hij sloot zijn vrienden om tien over vier op, zodra hij de auto van zijn moeder zag naderen. De reservesleutelbos had hij teruggehangen in de kelder.

Om dertien over vier duikelden Sippi en Richard met verwarde haren uit de kast, die door oom Adriaan ontsloten werd. Alles, alles, alles slikte Adriaan voor zoete koek: En waarom zou hij niet? Had Richard geen plakkerige rode verf op zijn handen? Bezat Sippi geen originele, klassieke pen? En ze hadden toch nergens meer naar toe gekund, nadat Adriaan de kast had dichtgedaan en met zijn zus naar Terneuzen vertrokken was?

* * *

Met de televisiebril van Harms moeder bleek die avond iets onverklaarbaars te zijn gebeurd. Na het eten zette mamma het TV-journaal aan. “Geef mijn bril even aan, Harm,” vroeg ze. Gehoorzaam liep Harm naar de schoorsteenmantel om de bril van zijn moeder te pakken. Het ding voelde kleverig aan. Snot? Wat een geluk, dat het niet de zijne was.

“Het ding is vies. Pak hem zelf maar.” Harm holde walgend naar de keukenkraan om zijn handen te wassen.

Zuchtend stond zijn moeder op van de bank en zag, dat Harm gelijk had. Ze rook er voorzichtig aan. Iemand had vaseline op de glazen gesmeerd. Je kon er wel doorheen kijken, maar je zag alleen vage vormen en kleuren. Dus miste ze op die manier de messcherpe beelden van het wereldnieuws. Ze moest zich tevreden stellen met het geluid, terwijl ze de rommel eraf poetste. Harm en zijn vader ontkenden elke betrokkenheid.

Mamma wendde zich tot haar broertje. “Waarom toch, Adri?” vroeg ze op zacht verwijtende toon. Die legde geduldig uit, dat hij haar had willen helpen. Ze had gisteren immers zelf geklaagd, dat al die oorlogen en overstromingen te verschrikkelijk waren om aan te zien. Zijn brutale grijns duidde op een heel andere verklaring.

* * *

De volgende dag (Pinksterzondag) reisde Harm na het middageten naar de westelijke rand van het Romeinse Rijk. Wat hij daar allemaal meemaakte (wolven, zee, moord en doodslag), had hij de vorige avond (zaterdag) zorgvuldig samen met Sippi uitgepuzzeld. Met behulp van internet en een papieren encyclopedie had hij zich goed op zijn reis naar Spanje voorbereid. (Sippi en Harm konden ongestoord op z’n slaapkamer gegevens verzamelen voor zijn avonturenverzinsel, want Richard hield Adriaan zolang bezig met een lawaaiig computerspelletje in de woonkamer.) Dat Romeinse gewaad, een zogenaamde ‘toga’- was Sippi’s idee geweest: “Smokkel een wit laken mee naar Spanje, opgevouwen onder je trui. Dat kun je later omslaan, als de kast weer open gaat. En verstop je schoenen meteen bovenin achter de winterjas, die daar hangt. Dat is geloofwaardiger.”

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 26
(Gemiddelde waardering 0 met waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Alle gepubliceerde inzendingen

Geef een waardering voor een artikel
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Hoogste beoordeelding:

Schrijfwedstrijden

Boekentip

Top 10 : Meest gelezen

BookBuster