Loading...
Feuilleton

Een feuilleton is een verhaal dat uit meerdere delen en afleveringen bestaat en over een langere tijd wordt uitgezonden of gepubliceerd.

Met een feuilleton verschijnt een groot verhaal in meerdere delen. Elke keer moeten mensen na het lezen of beluisteren van een stuk een tijd wachten op het vervolg. Door het gebruik van zogenoemde cliffhangers wordt het wachten een stuk spannender. Anders dan bij een boek of film kan men niet meteen verder kijken of lezen en moet er in spanning worden gewacht op het vervolg. Oorspronkelijk waren feuilletons de losse blaadjes als bijlage van een blad en later werden het vaste rubrieken over recensies, wetenschappelijk of culturele nieuwtjes en andere zaken. Inmiddels gaat een feuilleton vooral om romans, novellen en verhalen, ofwel fictie.

 

Je kunt hier ook jouw feuilleton toevoegen. Periodiek kun je dan een nieuwe 'aflevering' aanvullen. Gebruik elke keer dezelfde titel, maar voeg een afleveringsnummer toe.

Blog

Feuilleton

De fotomagiër deel 4

De deelnemers zaten in hun kleedkamer. Gespannen keken ze naar het videoscherm. Flip hield niet van menselijk contact, hij was bang voor ziektes en bacteriën en mensen zag hij niet als mensen, maar als infectiehaarden. Hij communiceerde daarom het liefst middels videochat. In de echte wereld lukte dat niet, maar in zijn eigen gemaakte wereld wel. Flip keek op zijn lijstje. Ha! Het was tijd voor de laatste twee kandidaten. Het jongetje en zijn moeder. Hij grijnsde wreed en maakte contact.

‘Hallo dame’, zei hij spottend. ‘Je weet dat de jongen zelf om zijn rekwisieten moet vragen. Je mag hem niet helpen.’

‘Toe maar Timmy, zeg maar tegen de meneer wat je hebben wilt.’ Het jongetje dook achter zijn moeder, maar de moeder stapte opzij en keek hem streng aan. ‘Je weet wat er gebeurd als je niet naar me luistert. Dan laat de meneer je verdwijnen. Wees dapper jongen.’
Het jongetje stapte voorzichtig naar voren en keek naar zijn voetjes. ‘Vleugels’, fluisterde hij.
‘VLEUGELS’, bulderde Flip. Het jongetje dook weer achter zijn moeder. ‘Wat voor vleugels?’
De moeder pakte het jongetje op en zette hem voor de camera. ‘Zeg de meneer wat voor vleugels je wilt hebben Timmy.’ Ze vocht tegen haar tranen. Ze mocht niet huilen, ze moest zich sterk houden voor Timmy.
‘Engeltjesvleugels’, fluisterde Timmy.
‘Engeltjesvleugels’, deed Flip het jongetje na. ‘Ben jij soms een engeltje?’ Hij lachte hard en gemeen. ‘Wil jij een engeltje worden? Dat gaat vast wel lukken.’ Hij keek de moeder vals aan. Ze kromp in elkaar, maar ze herpakte zich.
‘Hij heeft het gevraagd en jij hebt hem verstaan. Geef hem zijn rekwisieten’, snauwde ze.
Flip fronste zijn wenkbrauwen en haalde zijn schouders op. Hij begon te tekenen en even later lagen er twee vleugels op de grond. ‘Hij moet ze ook zelf aan doen, dat weet je toch he?’ De moeder knikte. ‘En wat wil je voor jezelf?’
‘Ik wil ook engelenvleugels.’
Flip begon te lachen. ‘Nou, nou, nou. Wat een engelachtig gebeuren gaat dit worden. Het lijkt wel kerst’, hij lachte een akelige raspende lach. Het jongetje dook weer achter zijn moeder. Ze deed haar mond open om iets terug te zeggen, maar ze zag haar rekwisieten verschijnen en bedacht zich. Ze had geen tijd om met Flip te ruziën. Ze moesten hun act voorbereiden.

‘Timmy?’ Het jongetje keek haar aan. Hij had prachtige blauwe ogen en zijn lieve onschuldige blik sneed door haar ziel. Hij mocht niet verdwijnen! Nooit! Hij moest winnen! ‘Timmy, weet je nog jullie kerstuitvoering op school?’ Timmy knikte. ‘Kan je dat liedje nog zingen?’ Het jongetje dacht even na en schudde toen zijn hoofdje. ‘Nee mammie, dat weet ik niet meer.’

Ze voelde de paniek door zich heen flitsen, maar liet niets merken. ‘Als mammie het voor je zingt dan weet je vast wel weer hoe het ging’, zei ze bemoedigend. Ze begon te zingen en Timmy knikte enthousiast.

‘Ik weet het weer!’, riep hij vrolijk. ‘Nou ik, mammie.’ Hij begon te zingen. In de andere kleedkamers werd het stil. Hier en daar klonk een ontroerd snikje. Het jongetje zong prachtig en hij hield pas op toen hij het hele liedje gezongen had.

‘Goed zo Timmy. Mama gaat je nu laten zien hoe je de vleugeltjes aan moet doen.’ Het was een slim ventje en hij had meteen door hoe het moest. De moeder deed haar eigen vleugels aan en nam het jongetje op schoot. Ze pakte hem stevig beet en knuffelde hem. ‘Jij gaat winnen Timmy en als je gewonnen hebt, krijg je het lekkerste en grootste ijsje dat je ooit gehad hebt.’
‘Met slagroom?’
‘Met slagroom!’

Er waren veel kandidaten voor hen en de tijd ging tergend langzaam. Timmy was tegen zijn moeder in slaap gevallen. Ze maakte hem voorzichtig wakker. ‘Timmetje, Timmy? Je bent zo aan de beurt ventje. Wordt eens wakker.’

Het jongetje keek zijn moeder slaperig aan. ‘Ik wil niet zingen, ik wil slapen.’ Hij deed zijn oogjes weer dicht.
‘Als je slaapt kan je geen ijsje eten.’ Dat hielp. Hij sprong van de schoot van zijn moeder. ‘Kom mee mama.’ Zijn moeder glimlachte. ‘Zo meteen Timmy, we zijn nog niet aan de beurt.’

Jenny keek naar de weerbarstige kruin op het hoofd van haar zoontje. Hoe ze haar best ook deed, het plukje haar liet zich niet bedwingen. Het stond altijd omhoog. Het gaf zijn gezichtje iets ondeugends. Een ondeugend engeltje. Ondanks haar zorgen, gleed er even een glimlach over haar gezicht. Even maar, daarna staarde ze weer bezorgd voor zich uit. Zelfs als hij zou winnen, was hij nog niet veilig. Hoe kwam een drie-jarige thuis? ‘Timmy’, begon ze.
‘Ik weet waar we wonen mammie. Je hebt het al heel veel keer gezegd.’
‘De laatste keer Timmy, maar nu moet jij het zelf zeggen.’ Het jongetje noemde hun adres. ‘Goed zo Timmy! En naar wie ga je toe?’
‘Naar een politie meneer. Wanneer ben ik nou aan de beurt? Ik heb geen zin meer om te wachten, ik wil ijs.’
‘Zometeen, nog twee mensen, dan ben jij.’ Het jongetje zuchtte.
‘Ik wil van schoot, ik wil niet meer zitten.’
‘Nog even Timmy, oefen je liedje maar.’
‘Ik hoef mijn liedje niet te oefenen, ik ken het al.’
Nu was het Jenny’s beurt om te zuchten. Het duurde inderdaad erg lang en Timmy werd steeds drukker. Ze hoopte maar dat ze hem rustig kon houden tot zijn optreden. Een jengelend kind was nu niet iets waar het publiek op zat te wachten. Ze keek op het scherm. Nog een kandidaat, dan was hij aan de beurt. Ineens golfde de paniek door haar heen. ‘Beheers je’, vermaande ze zichzelf. Wat moet er van hem worden als je instort! Ze zocht naar een zak om in te ademen, maar vond er geen.
‘En dan nu nummer 13’, klonk het vanuit de zaal.
‘Dat ben jij Timmy’, zei Jenny. Haar stem klonk hees van de ingehouden tranen. ‘Goed je best doen hoor. Hoe beter het gaat hoe meer bolletjes ijs je krijgt.’ Ze liep met hem mee naar het podium en stopte bij de coulissen. ‘Loop maar naar het midden van het podium. Je mag beginnen met zingen als de meneer het zegt. Doe je best Timmy!’

Het kleine ventje liep naar het midden van het podium en keek naar het publiek. Zijn gezichtje vertrok en zijn onderlip begon te trillen. Toen draaide hij zich om en rende hij terug naar zijn moeder.
‘Wat veel mensen mammie. Ik ben bang.’
Jenny pakte hem bij de hand en liep met hem het podium op. ‘Ga zingen’, zei ze streng. ‘Denk aan je ijsje. Als je niet zingt krijg je ook geen ijsje.’ Haar hart bloedde van haar eigen strenge stem, maar ze had geen keuze. Als hij niet ging zingen, zou hij voorgoed verdwijnen. Hij moest gewoon zingen!
‘Mevrouw, u bent nog niet aan de beurt. Ga van het podium af.’ Flip’s gezicht keek spottend op haar neer vanaf het balkon.
‘Kunnen we niet samen optreden?’, vroeg ze smekend. ‘Alstublieft meneer Flip, voor deze ene keer.’
Het publiek begon te juichen en te klappen. Flip keek om zich heen en haalde zijn schouders op. ‘Ok’, zei hij. ‘Waarom ook niet. Jullie mogen samen optreden, maar jullie worden wel apart beoordeeld.’
‘Dank u wel.’ Jenny keek naar haar zoontje en aaide hem over zijn haar. Het plukje haar veerde parmantig terug. ‘Kom Timmy’, zei ze. ‘We gaan samen zingen.’

En dat deden ze. Het publiek was tot tranen geroerd. Het fijne zachte stemmetje van het jongetje en de prachtige stem van Jenny hield ze tot de laatste noot in de ban. Jenny en Timmy maakten een buiging. Het publiek stond op en gaf ze een staande ovatie. Even was iedereen alle ellende vergeten en werd er niet meer gedacht aan de wrede competitie. Even maar, totdat Flip het beeld overnam en hij zijn eigen ijskoude gezicht op het scherm projecteerde. Hij applaudisseerde. Langzaam liet hij zijn handen een paar keer tegen elkaar aankomen. Hij glimlachte spottend en keek lichtelijk geamuseerd naar de laatste twee kandidaten.

‘Dat was prachtig’, zei hij. ‘Heel erg ontroerend. Daar krijgt het publiek nog een flinke klus aan. Ik ben blij dat ik niet hoef te stemmen. Ik zou niet kunnen kiezen. Echt niet hoor. Maar ja, het publiek móet stemmen…’ Hij liet zijn ogen over het publiek gaan. ‘De tijd gaat nu in!’

Er verscheen een timer op het scherm. De timer was ingesteld op een minuut, de tijd die het publiek kreeg om te stemmen. Er klonk geroezemoes door de zaal en veel vergetenen schuifelden ongemakkelijk heen en weer op hun stoel. De nummers van de kandidaten verschenen in beeld en onder de nummers kon je zien hoeveel stemmen de kandidaten kregen. De spanning was te snijden. Hoewel iedere kandidaat een of meer stemmen kreeg, ging de strijd voornamelijk tussen Timmy en zijn moeder. Het was een nek aan nek race. Flip keek woedend naar het scherm.
‘Ik weet wat jullie aan het doen zijn!’, brulde hij. ‘Jullie gaan proberen om ze gelijk te laten eindigen, maar dat lukt jullie nooit!’
Er klonk een golf van verontwaardiging door het publiek. ‘Dat zullen we nog wel eens zien!’, riep iemand.
Flip lachte wreed. ‘Ik denk dat ik vanavond iemand uit moet gummen’, siste hij. ‘Gummen niet verwijderen….’ Het werd meteen weer stil in de zaal. ‘Nog twee seconden’, zei Flip. ‘Ik zei toch, dat lukt jullie niet, want...’

Het lukte wel. De tellers van Jenny en Timmy stonden allebei op 1024. Het publiek was door het dolle heen en het gejuich klonk zo hard dat Timmy zijn handjes voor zijn oren deed en geschrokken tegen zijn moeder aankroop. Zijn moeder pakte hem op en drukte hem stevig tegen zich aan.
‘We gaan naar huis Timmy! We zijn gered!’

Flip zat achter zijn computer. Hij was woedend. Zijn hele zaterdagavond was verpest.
‘Eerst die twee maar eens terugbrengen’, mompelde hij. Hij keek naar buiten. Het sneeuwde. Dat vrolijkte hem een beetje op. Hij had de moeder en de jongen op een mooie herfstdag laten verdwijnen en ze hadden luchtige kleding aan. ‘Dat wordt kou lijden’, gniffelde hij. Hij selecteerde de foto en liet de twee verschijnen door de verwijderingen ongedaan te maken. Vals lachend liep hij naar het raam. Ja hoor, daar stonden ze. Zij in haar zomerjurkje en de jongen in een korte broek met een t-shirt.

Hij ging weer achter zijn computer zitten en staarde peinzend voor zich uit. Het zat hem niet lekker. Jarenlang was alles goed gegaan en nu had hij de verwijderingen van de vrouw én van dat jongetje ongedaan moeten maken. Hoe was het mogelijk dat ze allebei hadden gewonnen? Dat was nog nooit gebeurd! En dan had hij nóg een fout gemaakt. Ze hadden nooit mee mogen doen. Daarvoor waren ze al veel te lang verdwenen. De meespelende kandidaten mochten niet langer dan een paar weken in de andere wereld zijn. Anders zou de terugkeer teveel in de gaten lopen en nu waren er een moeder en een jongetje teruggekeerd, die al meer dan vier jaar weg waren geweest. Het jongetje had nu zeven jaar moeten zijn, maar hij was nog steeds drie. Dat ging in de gaten lopen. Nee, ze moesten terug. Gewonnen of niet.

Nu hij de knoop had doorgehakt voelde hij zich wat beter. Hij scrolde door zijn bestandenlijst op zoek naar hun foto. De foto was weg! Hoe hij ook keek en hoe hij ook zocht de foto was weg en zonder foto kon hij die twee niet laten verdwijnen. De foto kon toch niet weg zijn? Hij had hem net nog bewerkt. Als het maar geen virus was! Gespannen doorzocht hij zijn bestanden. Hij miste nog veel meer foto’s! Hoe had dat kunnen gebeuren? Hij was altijd zo voorzichtig met zijn PC en nu had hij een virus. Ineens dacht hij aan de computer monteur, die hij een paar dagen geleden had laten komen. Hij hield er niet van om anderen op zijn PC te laten, maar het ding had niet op willen starten en hij had geen keuze gehad. Flip bladerde door zijn telefoon. Ja, dat was het nummer, de naam van het bedrijf stond er bij. Hij stond op het punt om te bellen, maar toen realiseerde hij zich dat het zaterdagavond was. Mopperend legde hij zijn telefoon naast zijn toetsenbord en liep naar de keuken om een beker winter thee te maken. Onderweg naar de keuken keek hij uit het raam. Het was weer gaan sneeuwen. Dikke vlokken vielen uit de lucht en de twee figuurtjes aan de overkant van de straat waren nauwelijks meer te zien.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 358
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Ongeldige invoer

Ter controle je e-mailadres

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.