Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Wake
Inzendingen: 477
Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
Wake
© Lieven Vandekerckhove op .
Aantal hits: 62

De nacht woog als een dreiging over Paynesville. Ik parkeerde vóór het society house, de vergaderplaats van het geheime genootschap, waarvan hij lid geweest was. Dat gebouw had ik altijd al instinctief gemeden, ongegrond natuurlijk, maar er werd zoveel over geroddeld. Terwijl ik langzaam naar Joe Williams onafgewerkte, nieuwe woning stapte, keek ik vergeefs uit naar bekende gezichten. Het voelde onwennig aan. Niemand keek naar me om, allen bleven ze in groepjes verder praten. Ik zigzagde daartussen naar de ingang van de woning en sloot aan bij een dubbele rij, die geduldig aanschoof. Op enkele passen afstand was inderhaast een afdakje gespannen, waaronder de fanfare van de Nationale Wacht tegen stortbuien beschermd zat. Het regende wel niet, maar het was volop regenseizoen en dan kan de regen op ieder moment met bakken uit de hemel vallen. Ernaast was met brede palmtakken een weinig efficiënte schuilplaats opgericht voor de bezoekers, want binnen was er voor zoveel volk niet voldoende plaats. Stoelen waren naar buiten gesleept, maar slechts enkele oudere dames waren gezeten en keuvelden onder het groendak. Overal rond het huis verspreid zaten of stonden in trosjes de verwanten en de vrienden. Ze praatten, ze lachten, ze dronken.

Toen Joe Williams nog vlakbij woonde, had hij die éne keer dat hij ons thuis had opgezocht wel beloofd, mij in zijn kring te introduceren, maar hij had dat naderhand nooit gedaan. Ik zag dat nogal wat blikken me vreemd aankeken. Eén van de aanwezigen kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg me of ik óók op Financiën werkte. Ik had net zo goed ja kunnen knikken en daarmee ware mijn aanwezigheid opgehelderd, maar ik ontkende en zei dat Joe Williams een tijdje mijn buurman geweest was. Dat leek ook een aanvaardbare uitleg, want ik stond meteen weer alleen.

Wanneer ik op de drempel van het huis stond, blies de fanfare de laatste noten van een processiemars. Binnen hief het koor een lied aan. De rij schoof maar langzaam vooruit. Reikhalzend over de schouders vóór mij zag ik ze zitten: een twintigtal in het zwart geklede vrouwen met scherp in het oor snijdende stemmen. Ze zaten op stoelen in rijen achter elkaar, het gezicht naar de deur gekeerd, naar mij dus. Onwillekeurig snoof ik de geuren op, besefte meteen hoe penibel dit zou geweest zijn indien één van de familieleden gezien had dat ik me zo respectloos wapende tegen de geur van ontbinding.

Plots scheerden schrille noten boven het koor uit, en nog een keer, en nog een keer. Een ijzige stem, die zich snijdend uit het klaaglied lostrok en mij in die tropennacht koude rillingen over de rug joeg. Het zweet liep onder de oksels mijn ribben af. Maar ik kon niet meer terug, de rij stond dicht opeengepakt achter mij. Ik slofte dus mee naar binnen. Onder een overvloed van bloemen, frisse roze en witte bloemen, stond op een lage katafalk de zware, kastanjebruine kist. Het deksel was met witte zijde bekleed en stond als een open valdeur opgericht. Het lijk was tot halfweg de borst met een houten sluiting overdekt, het hoofd was onder een glazen schuifje zichtbaar. Onder dat ruitje zag ik hem liggen, zwaarder en zwarter dan ik hem ooit gezien had. Zijn snor was niet afgeknipt. Snel sloot ik de ogen, alsof ik bang was van hem. Ik groette de weduwe  en spoedde me naar buiten. Daar zaten jonge meisjes op de motorkappen van de wagens, wiegelden hun benen, lachten met jonge snaken, of met ouderen. De venters waren er natuurlijk ook bij met hun bakje sigaretten, kauwgom, colanoten, koekjes, enzovoort. Two-cent-oh, two-for-five-oh, fifty-cent-a-package-oh. Eén van hen kwam bij me staan, het was onze vroegere house boy.

"Zo baas, dat is dus de tweede wake die je meemaakt in Liberia?"

"Nee, Harris, het is de derde. Vóór ik je die keer bij de Wolo´s gezien heb, was ik al naar Karnga´s wake geweest, enkele maanden geleden"

"Doen ze dat in uw stam ook, baas?"

"Neen, dat doen ze niet."

"Wat doen jullie dan?"

"Wij gaan het lijk groeten tijdens de dag, en we condoleren natuurlijk ook, zoals hier."

"Is dat alles?"

"Dat is alles."

Er lag plezier in zijn blik, en een tikkeltje misprijzen.

Er werd bier rondgedragen, en sterke drank. Ook koffie zag ik, maar die werd nauwelijks gedronken. Lege flesjes werden hier en daar op de grond of in de struiken gegooid en er werd vlug naar een tweede flesje gegrepen, en naar een derde. De nacht zou lang worden, daarom werd er gretig naar drank gegraaid, de voorraad zou wel eens niet tot zonsopgang kunnen reiken. Op de zandweg had één van de jongens paniek gezaaid door met een krokodillenjong te zwieren dat hij bij de staart hield. Het diertje was dood, doch waar hij voorbijkwam, stoven ze uit elkaar. Ik zakte af in zijn richting, liep het spektakel voorbij naar een buurtwinkeltje, dat al jaren in de ruwbouw was blijven steken, en bestelde een biertje. Dat had ik eigenlijk van Joe Williams´ familie gratis kunnen krijgen, maar ik wilde even weg, weg van het drinkgelag, waarmee de dood werd weggehoond. Onmiddellijk werd ik aangesproken door een man, die zich voorstelde met zijn naam en zijn titel. Zijn naam kon ik herhalen, maar zijn titel ontsnapte me, zo lang was die. Ik begreep dat hij op het vliegveld voor de meteorologische dienst werkte. Blijkbaar was hij ook naar de wake gekomen, doch nu eventjes van de party weggelopen. Hij lichtte zijn verwantschap met Joe Williams toe, maar ik kon zijn uitleg niet volgen. Ach ja, de Afrikanen zijn voor elkaar sowieso allemaal brothers and sisters. Een biertje kon hij nog wel op, oh ja, dank u. Ik betaalde en reikte hem het flesje over.

"Zeg nu eens," vroeg ik, "is dat niet een beetje vreemd: enerzijds zijn jullie bedroefd om het overlijden en anderzijds komen jullie samen om te praten, te lachen, te drinken alsof het feest is?"

Hij bekeek me eens en lachte om zoveel onbegrip.

"Neen," zei hij, "in het geheel niet, want er is reden om te vieren: wij hebben Joe verloren, maar hij heeft alles gewonnen. Hij is van het leven verlost, van de ellende en de lasten verlost. Hij ligt zalig te rusten. Trouwens, hij is nog onder ons, hé. Hij is hier, en we hebben een laatste drink ter ere van hem, een vaarwel. En we steunen de familie, we komen zijn echtgenote bijstaan. Wij waken met haar tot morgenvroeg, tot het dag wordt."

"Van de ellende verlost, heeft hij het dan zo kwaad gehad in zijn leven?"

"Sir", zei hij meewarig, "kijk eens rond U in dit land, wat ziet U?"

Ik beaamde knikkend en gooide het maar snel over een andere boeg door wat uitleg over zijn job  te vragen. Hij was met het klimaat bezig. Zo kwam hij al snel bij de vraag hoe het klimaat er in mijn land uitziet, en als vanzelf bij de volgende vraag, hoe wij dan met het lijk van onze overledenen omgaan. Ik antwoordde dat het bij ons niet nodig was om iets speciaals te doen buiten het wassen en het opbaren. In zijn land echter is er wel wat méér nodig. Daar wordt het lijk naar het hospitaal gebracht, althans bij overlijden in de stad. De excrementen worden eruit getrokken, en dan wordt er formol in gespoten, zodat het lijk wat langer kan bewaard worden vóór het begraven wordt.

Ik zag terug de scène voor ogen, die me ooit door mijn goede vriend Ben was verteld. Toen die een kleine jongen was, leefde hij niet in Monrovia, maar in Harper, Cape Palmas. Zijn vader, die onderwijzer was, volgde met een streng oog de schoolactiviteiten van zijn kinderen. Doch zijn grootmoeder lachte om zoveel gestrengheid en spoorde hem telkens weer aan om te spijbelen: verstop je onder het bed, verstop je tussen de cassava, verstop je daar, verstop je ginder. Zekere middag kwam hij thuis van school en moeder zei: "Your granny is dead", en ze verbood hem om één bepaalde hut binnen te gaan. Hij raadde natuurlijk dat zijn grootmoeder in die hut lag, en zodra hij de kans had, sloop hij binnen. Granny lag echter niet uitgestrekt op een mat of op de grond, maar zat recht op een snel opgericht staketseltje, helemaal naakt. Ze verroerde niet, ze sprak niet, ze keek niet. Ze zat daar, dood, over een put, op ontlasting te wachten. Hij keek en keek en keek, en is toen als bezeten de hut uit gerend. Een jongetje.

"Tja, in uw land is het makkelijker, daar is het niet zo vochtig heet" zei de meteoroloog.

Hij dronk zijn biertje op, wierp het flesje naar buiten en nam afscheid. Ik drentelde naar de wake terug. Mensen liepen af en aan. Ik had er eigenlijk niets meer verloren, ik had de weduwe mijn medeleven betuigd en dat kon volstaan. Maar ik was nieuwsgierig, wilde de scène nog eens waarnemen. Ik sloop het huis weer binnen, voelde weer zoveel zwarte blikken op mij gericht. Achter de kist had intussen een afgevaardigde van het geheim genootschap plaatsgenomen. Hij droeg een zwart pak. Om zijn lenden had hij een sneeuwwit schortje gebonden. Met sneeuwwitte handschoenen hield hij een glimmende sabel vast, die vlak voor zijn neus pijlrecht omhoog gericht stond. Het koor was stilgevallen, maar de vrouwen bleven op hun stoelen zitten. Buiten zette de fanfare de zoveelste treurmars in. Ik staarde voor mij uit in het duister, zag een wijle niets, maar zag het toen plots weer allemaal gebeuren.

De taxi was uit de richting van Kakata gekomen en had halt gehouden aan de zandweg, waarlangs zowel Joe Williams als ikzelf naar de hoofdweg waren gestapt. Voor wie geen eigen wagen had, was het geen sinecure om naar de stad te gaan. Openbaar vervoer was er niet. Wie vanuit Paynesville naar Monrovia wou, was aangewezen op de taxi´s, die de route Monrovia - Kakata bedienden. Doorgaans Japanse auto´s, die niet zelden met haken en ogen aan elkaar hingen. Jaren geleden door onze tweedehandshandel op de vruchtbare bodem van Afrika gedumpt, bleven ze rijden tot ze het definitief begaven. Dan bleven ze staan waar ze stilgevallen waren, langs de kant van de weg, om er als geplunderde karkassen weg te roesten. De karossen startten de rit pas, zowel heen als terug, als alle plaatsen bezet waren. De kosten werden gedeeld. Een goedkope, maar vrij onbetrouwbare  dienst dus. Daarenboven kon al wie tussen begin- en eindpunt van de rit op een taxi stond te wachten, alleen maar hopen dat er onderweg plaats was vrijgekomen; anders zag men de volgeladen wagens letterlijk aan zijn neus voorbij rijden en was het wachten op wat méér geluk. Zo verging het ons ook die dag. Meerdere Mazda’s waren al voorbij gekomen, maar Joe Williams had er zich niet druk om gemaakt - op een half uurtje kwam het niet aan op Financiën. 

Dan eindelijk toch twee plaatsen vrij. Ik nam rechts achterin plaats, terwijl Joe Williams  langs voor naar het linker achterportier stapte. Doch vlak vóór de wagen stuikte hij in elkaar. Toen hij blijkbaar niet meteen weer recht stond, stapte eerst de chauffeur uit, dan volgden alle andere passagiers. Hij lag vóór de wielen op zijn buik, bewegingsloos, zijn dikke zwarte nek met zweetdruppeltjes besprenkeld. Hij reageerde niet. Snel werd beslist om hem in de wagen te hijsen en hem naar het John Kennedy Hospital te voeren. Hij werd schuin tegen het achterportier gezet, iedereen stapte weer in. Tijdens de lange rit werd nauwelijks gepraat. Ik lichtte de schellen van zijn ogen op, schudde zijn kin, sloeg op zijn wangen, noemde zijn naam, maar hij bleef in alle talen zwijgen. De weg naar de hoofdstad lag er slecht bij, het regenseizoen had behoorlijk wat putten in het wegdek geslagen, maar de chauffeur deed wat hij kon. We vlogen de dreef naar het hospitaal in. Vóór we bij de ingang kwamen, keerde een ouderling vanop de passagierszetel zich naar Joe en bekeek hem een wijle.

"Hoe is het mogelijk", zei hij. "Zou je het geloven", zei hij. "Hij is ratsdood", zei hij.

Dit artikel delen?
Feedback voor schrijfactiviteiten

Hier jouw review voor: "Wake"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove . Geplaatst in Cursiefje.
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen.
Emoticons: ;o = wink, :d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart