Cursiefjes

Cursiefjes op Schrijverspunt
  • Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon en  relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
  • meedoenWil je ook een cursiefje publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen (lid worden is gratis).
  • Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

Verbond

Opgedragen aan meester Roland Taillieu, op 87-jarige leeftijd overleden te Ieper op 5 oktober 2019

Hij kwam iedere dag in een marineblauw Renaultje uit het Ieperse getuft. Zo'n doosje met een schuin afhellende, geribde rug, je kon het nauwelijks een auto noemen. Maar aan hem had het vast niet veel overlast, hij was op de maat van zo'n doosje geschapen. Af en toe kon hij zelfs nog een paar knapen inladen, die hij na schooltijd een eindweegs in de Iepersestraat meevoerde. Want hij reed altijd in de richting van Ieper als hij de dagtaak beëindigd had. Tja, waar woonde hij eigenlijk?                                                                                                                                                     

Als de bel het spel verbrodde, vormden de klassen zich op de speelplaats in kaarsrechte, stilzwijgende rijen. Zoals het hoorde, stonden de hoogste klassen het dichtst bij de ingang en kwamen zij, in Indiaans gelid, het eerst in beweging. Ons klasje - het derde leerjaar - lag op het gelijkvloers, naast de donkere bergplaats waar Gilbert, de knecht, 's morgens zijn fiets stalde, en 's middags zijn kan koude koffie dronk. Terwijl het grut hem in stilte passeerde, overschouwde de meester de kleine processie. Er spetterden geen vonken uit zijn ogen, en zijn handen jeukten nooit. Op de speelplaats werd al eens verteld dat hij het fijt had, en dat dit hem pijnlijke vingers bezorgde. Was het daarom dat hij nooit de hand ophief? Ik geloof het niet.                                      

En dan die vrijdagen, die vele vrijdagen. Wat was er dan met die vrijdagen? Valt er van de vrijdag méér te zeggen dan dat hij volgt op de donderdag en voorafgaat aan de zaterdag? Allicht niet. Doch zelfs nog maar de helft van deze wijsheid beklemde mij toen. De gedachte namelijk dat ik 's anderendaags - er werd ook nog op zaterdag school gelopen - mijn rapport moest krijgen. Ik had er bij voorbaat schrik van, buitenmatig zelfs, omdat de sanctie thuis voor slechte punten te groot was. Tot ik op één van die vrijdagen al mijn jongensmoed samenpakte, en na klastijd om "drie vieren" ging bedelen - een vier voor gedrag, een vier voor naarstigheid en een vier voor stiptheid: het foutloos parcours. Hij vroeg geen uitleg voor die ongewone manier van doen. Hij zweeg, bekeek me indringend, en handelde wijs.                                                                                      

De vrijdag daarop eindigde volgens hetzelfde scenario. Weer zweeg hij, bekeek mij, en  knikte. Ik kreeg vertrouwen in de routine, en nog een week later kostte het mij al zoveel moeite niet meer. Maar toen hij mij aanstalten zag maken, net vóór het sluitingsgebed, deed hij me teken, terug op mijn bank plaats te nemen. Ik zakte vertwijfeld neer. Een bange verwachting, die 's anderendaags overbodig zou blijken. Toen hij mij de daarop volgende vrijdag opnieuw zag rechtstaan, bleef hij halsstarrig over de hoofden heen voor zich uit staren, als naar een vast punt op de muur. Vóór ik een stap gezet had, knikte hij, nauwelijks merkbaar. Ik twijfelde, maar het was wel degelijk het geruststellende signaal, dat voor mij was bestemd. Zo ben ik dan verder met hem blijven communiceren, week na week, voor anderen niet waarneembaar. Eén enkele tred uit mijn bank formuleerde mijn bede, één verstrooide hoofdknik zijn antwoord. Een ongelofelijk verbond. En niemand, niemand die er  ooit weet van had.                                                                                                                                         
             
De meester van toen is, mét ons, dat derde leerjaar uitgestapt. Want na de grote vakantie was van hem geen spoor meer te bekennen. Hij stond niet meer klaar nabij het hokje van Gilbert, niet voor de nieuwe lichting van het derde leerjaar, noch voor ons in het vierde leerjaar, noch voor welke klas dan ook. Hij was er om God-weet-welke reden niet meer bij. Ik zocht hem tijdens de speeltijd, maar ik zocht hem tevergeefs. Voor een mooi verhaal was geen vervolg weggelegd.

Vele, vele jaren later zette ik mij op een avond eens loom voor de televisie. Achter een drukte van maanden was een punt gezet, en ik genoot van het kastje dat ik welwillend zijn entertainment liet spuien. 'Terloops' met wat nieuws in de marge: over de nacht van de poëzie in Vorst, over een wedstrijd voor brandweerkorpsen in Maasmechelen, over het koninklijk bezoek aan de militairen te Koksijde, over de nachtelijke wachtbeurten, die de boeren van Geluveld met enkele sympathisanten tegen veediefstal organiseerden. Veediefstal? Wachtbeurten? Boeren en sympathisanten? De organisator van die zelfhulp kwam het in enkele woorden toelichten. Toen hij, close-up in beeld, mijn richting uitkeek, deed een warme zindering van binnen mijn aandacht veren. Zoals een klok in de verte de oren doet spitsen, een insect op het water de ogen doet sperren. Geluveld? Ieper of omliggende? Ik zat er vastgenageld bij, hoorde niet meer wat hij zegde, mobiliseerde alles wat ik aan verre beelden kon oproepen, maar dat hoefde al snel niet meer, want zijn naam werd meteen voluit op het scherm gezet. Dan moest ik het wel geloven. Ik wou hem bij de arm nemen en hem in de zetel leiden, die vlak naast het kastje voor hem klaar stond, hij zei iets van een wolf tussen de schapen, merkte niet eens dat ik hem wilde onderbreken, keek dan weer de andere richting uit, liet me met mijn vragen zitten, en nochtans ik wilde het vragen, ik wilde het weten, uit zijn eigen mond wou ik het horen, ik wou hem uit dat kastje halen, een glas voor hem inschenken en hem dan vragen, vragen, vragen... of hij zich dat groot Verbond van weleer kon herinneren.  

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 112
(Gemiddelde waardering 3.7 met 3 waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Recente inzendingen voor schrijfactiviteiten met een hoge waardering van bezoekers.

DOOR WINTERMAGIE BEVANGEN

okt 30, 2019 Poëzie Rebelle van Reymerswael, schrijfgek

Allerzielen

nov 02, 2019 Quote Guido Aerts

Kortsluiting

okt 26, 2019 Schrijfopdracht Connie van Vuuren

Meer schrijfactiviteiten