SCHRIJFACTIVITEIT: CURSIEFJE

Bij een cursiefje verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon. Maximaal 750 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Tist

Publicatie: | Lieven Vandekerckhove

Op het kerkhof valt het houten kruis net niet om. Het wacht tot zijn punt in de aarde helemaal vermolmd is. Dan zal het zich op een dag of op een nacht neerleggen, en blijven liggen tot de gemeentelijke diensten het opruimen. Vooralsnog probeer ik het wat rechter te trekken, zodat het nog enige standvastigheid simuleert. Op de dwarslat is met moeite nog te lezen wie er begraven ligt. Ik wéét wie er ligt, en daarom kan ik in de verweerde letters zijn naam ontcijferen: J.B. De Pril: Jean-Baptist De Pril, voor mij zoals voor de hele familie Tist, af en toe eens Pierken, in de engste familiale kring ook al eens Pierke Poel. Geen geboortejaar, geen stervensjaar, te weinig plaats op de dwarslat, en te onbelangrijk om te vermelden. Wie zou er ook iets om geven?

Tist was geboren in Montataire, maar zelf wist hij niet waar hij dat op de wereld zou moeten gaan zoeken. Ik weet niet hoe lang hij daar geleefd heeft, en ik denk dat hij dat zelf ook niet wist. Hij heeft nooit leren tellen, nooit leren lezen, nooit leren schrijven. En Frans heeft hij daar ook nooit leren spreken. Zijn moeder was weduwe, en verwant met mijn grootvader. Hoe ze met haar Vlaamse man in Frankrijk terechtgekomen was, en wat ze daar, in Montataire, gedaan hadden, is mij onbekend. Toen ze zelf ook op jonge leeftijd gestorven was, waren de weesjes terug in Vlaanderen beland, Tist in het gezin van mijn grootvader.

De wereld van Tist was niet groter dan Steenhuize, het dorp waarin hij woonde. Brussel kende hij van naam, zijn pensioen kwam vandaar. En Ieper, ja, dat kende hij ook, niet alléén van naam. Ik weet niet of hij het stadje zelf kende, doch hij sprak altijd van Ieper als hij naar het front in de Westhoek verwees, waar hij de eerste wereldoorlog had uitgevochten. De hel was het geweest. Als hij na deze ellendige tijd weer thuiskwam, kon hij niet eens nog horen wat hem verteld werd. Het geschut en de bombardementen hadden hem quasi potdoof gemaakt.

Hoe ervaart iemand, die doof en daarenboven ook nog analfabeet is, de wereld? Geen toegang tot de krant, geen toegang tot de radio. En veel later, op hoge leeftijd, enkel beeld zonder klank op de televisie. Hij sprak enkel als het nodig was, en op zijn beurt werd hij ook alleen maar aangesproken als het nodig was. Het kostte wat moeite om met hem te communiceren, het moest hem allemaal in het oor geroepen worden. Aan tafel zat hij er stilzwijgend bij. Als hem al iets gezegd of gevraagd werd, antwoordde hij met twee-drie woorden. Zijn wereld was blijven stilstaan in de loopgraven van de Westhoek. Van de wonderen die hij naderhand wel eens rond zich zag geschieden, kon hij enkel akte nemen, zonder er een jota van te begrijpen. Als hij op de nationale feestdag de koning op het televisiescherm zag verschijnen, stond hij als trouwe soldaat recht, salueerde, en bleef voor de hele duur van de koninklijke toespraak in deze respectvolle houding staan. Hij zag met eigen ogen dat de koning sprak tot hem, dus moest de koning hem toch ook wel zien, zeker? Toen hij eens op het scherm zag hoe enkele fikse jongeren op een trampoline herhaaldelijk een paar meter omhoog schoten, wendde hij zich tot mij en fluisterde me verwonderd in het oor: „Den elektriek, dat is toch iets raars, newaar?“

Voor de diensten die hij leverde, kreeg hij kost en inwoon. Het hele jaar door mestte hij de koestal uit, en stampte hij de aardappelen, die hij de varkens voederde. In de lente keerde hij het hooi, en zaaide de bieten. In de zomer bond hij het graan in schoven en gaarde de aren. En in de winter bond hij de twijgen samen tot bundels, waarmee de oven verhit werd waarin wekelijks het brood werd gebakken. Als de voorraad meel begon te slinken, reed hij met de hondenkar een zak tarwe naar de molen. Hoe vaak heb ik hem toen niet verwenst als ik zag dat hij ook zichzelf nog eens in die kar hees, en mijn grootste vriend op het hof, de Mechelse schaper Max, van pure uitputting in ademnood bracht. Daar trok Tist zich niets van aan. Na de middag klom hij naar de hooizolder boven de remise, en deed er ronkend zijn middagdutje.

Ik was erbij toen hij bij het inhalen van de oogst van de hoog gestapelde lading graanschoven naar beneden stuikte. Hij bleef liggen, hij duizelde. Als evenwel bleek dat hij er het leven niet had bij ingeschoten, werd hij vooraan op de kar getild, en pas als de wagen was vol geladen, werd hij samen met de oogst naar huis gebracht. ´s Avonds waste hij zich, zoals elke zaterdagavond, in de koestal, waar het altijd warm was, en ´s anderendaags trok hij om zes uur naar de vroegmis.

Hij was al hoog bejaard als ik op het eind van ieder academiejaar naar Steenhuize trok voor de voorbereiding van mijn examens. Ik kon me daar op de boomgaard installeren en ver weg van alle gewoel de honderden bladzijden erdoor jagen, die veel te lang onberoerd gebleven waren. Tist, die zich daarbij allicht niet veel zinnigs kon voorstellen, sleepte zijn stoel mee naar buiten en installeerde zich op zijn beurt voor enkele weken naast mijn tafeltje. Hij zat daar maar te zitten, de knieën over elkaar geslagen, en rookte rustig zijn pijp. Af en toe zwaaide hij met zijn arm de kippen op afstand, omdat hij gezien had dat ik dat ook deed als hun gekakel mijn concentratie te zeer op de proef stelde. Doch maar al te vaak moest ik hem zelf het zwijgen opleggen, want te pas en te onpas schoot hem iets te binnen dat hij kwijt wilde. Eén keer evenwel liet ik hem uitpraten omdat zijn woordenschat in dat vertelseke me méér boeide dan het vertelseke zelf. Hij had het over een koppel, en vermeldde in de marge dat de vrouw zwanger geworden was. Doch in zijn taal waren vrouwen niet zwanger, ook niet in verwachting. In zijn taal stond zelfs de vrouw daarbij niet centraal, doch de man. Hij had het dus niet over haar, doch over hem: de man in kwestie, zo zei hij, had ze namelijk „volgestoken“. Ik beet op mijn lippen om hem met mijn gelach niet te onderbreken, herkende - en erkende - natuurlijk de boerenknecht in hem, die ieder jaar met een koe naar de stier was getrokken om ze te laten….volsteken. Ach, Pierke Poel.

Hij was negentig als hij op zijn geel-rubberen sletsen over een modderig plekje uitgleed. Hij kreunde. Een dijbreuk deed hem voor de eerste keer in zijn leven in de kliniek belanden. Een dijbreuk op die leeftijd? Enkele weken later werd hij teruggebracht naar Steenhuize. In een corbillard. Na een sobere kerkdienst werd hij er te ruste gelegd onder een sober houten kruis, dat nu zwaar achterover leunt, en wacht tot zijn punt in de aarde helemaal vermolmd is. Dan zal het zich op een dag of op een nacht neerleggen, en blijven liggen tot de gemeentelijke diensten het opruimen.

Jean-Baptist De Pril, soldaat van de koning, bijna onbekend.

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
14.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Heel mooi zeg! Vier sterren en zo liefdevol opgeschreven, wat fijn dat je verhalen gebundeld zijn! X
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
08.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Graag gelezen!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
07.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Wat een boeiend verhaal, dat ook nog zo mooi geschreven is.
Ik heb het met veel plezier gelezen
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
07.07.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Alweer uitmuntend geschreven Lieven!
Zou je er niet eens aan denken om een verhalenbundel van je werk te maken?
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • lieven vandekerckhove 08.07.22
    Dank je, Hans. Een bundel is voor enkele weken bij de uitgeverij Liverse, Dordrecht, verschenen onder de titel "Van A tot Z, of toch bijna". Bestelbaar via info@liverse.nl.

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.