Cursiefjes

Cursiefjes op Schrijverspunt
  • Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon en  relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
  • meedoenWil je ook een cursiefje publiceren op Schrijverspunt? Dat is mogelijk door eerst in te loggen (lid worden is gratis).
  • Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

Sanctus Antonius

Wat is er van aan? Zijn tradities niet meer zo heilig als ze traditioneel waren? Of zijn enkel de écht heilige tradities wat weggedeemsterd? De viering van de patroonheilige, bijvoorbeeld,  is behoorlijk in de verdrukking geraakt door de viering van de verjaardag. Al met al zou de ‘feestdag’ niet echt vervallen zijn, maar verschoven op de kalender, geënt op een profanere stam. De  naamdag staat op de helling.

            Het is niet altijd zo geweest. De uitbundige wijze waarop wij vroeger het naamfeest van onze meesters vierden, behoorde tot de folklore van het collegeleven. Het was een traditie die alleen al daarom een lang leven beschoren was, dat de gevierde die dag niets anders mocht doen dan gevierd worden, de hele dag lang. Begrijpelijk dus dat we dit niet lieten ontglippen. En we vergisten ons nooit van datum, daar zorgde de mondelinge overlevering wel voor, die nimmer faalde. 

            Hoe spontaan zulke viering ook leek, ze gehoorzaamde aan een heleboel onuitgesproken regels, die het doen en laten van alle betrokkenen nauwkeurig voorschreven. De grondregel was dat op die dag een evenwichtige verhouding van geven en nemen in de plaats moest treden van de scheefgetrokken machtsbalans tussen de meester en zijn leerlingen. Er moest een voorbeeldige, zelfs beminnelijke verstandhouding heersen, gebaseerd op het besef van het wederkerige voordeel, dat beide partijen bij deze uitzonderingssituatie hadden. Alle andere regels die bij deze gelegenheid golden, waren daarvan af te leiden. Zo bijvoorbeeld al de initiële verwachting dat de meester op de vooravond van zijn naamdag achteloos de klasdeur niet op slot zou doen. Dat moest het de rekels mogelijk maken om heimelijk de klas tot een feestzaal om te toveren. En ook hier schreef de traditie vóór, hoe dat diende te gebeuren: met gebruik van het beschikbare materiaal, in hoofdzaak het bord en kleurkrijt. Kon iemand van thuis al eens papieren lampions meebrengen, of her en der wat vlaggetjes of slierten mee graaien, dan werd daarvan dankbaar gebruik gemaakt. Maar echt kosten doen, dat mocht niet.  Het bord vol tekenen creëerde een sfeer van kleurrijke feestelijkheid, en het toonde tegelijk aan de meester dat er voor een gewone les geen plaats meer was die dag. Want dat was de beloning die we van hem verwachtten: dat hij ons op een leuke dag zou trakteren. Wij versierden het lokaal, eerden onze meester heel bijzonder, bleven braaf en volgzaam zonder smet, zetten ons beste beentje voor met een gedichtje, een liedje of een stukje toneel. Het was dan ook niet méér dan billijk dat de meester daar niet ongevoelig voor bleef, en ons beloonde met zijn inschikkelijkheid, met verhaaltjes en met muziek, en in elk geval: met de volledige negatie van het leerplan.   

            In het middelbaar viel deze optie niet meer zo goed te rijmen met de ernst van het studieprogramma. Of was het praktisch niet meer doenbaar, omdat de leraars zowat om het uur wisselden van klas? Of waren we allicht te groot geworden voor zulke kinderlijke afspraken? Ik herinner me niet meer dat er nog veel van zulke vieringen in huis is gekomen. Behalve één memorabele keer.

            Ik zat niet in de klas waarvan hij titularis was, wel in een zusterklas daarvan. Ik was daar blij om, want zijn tirannieke reputatie had ons lang op voorhand het beeld bijgebracht van een weliswaar gerenommeerd, maar toch te mijden schepsel (nog zo'n domein waarop de mondelinge overlevering nooit verstek laat gaan). Helemaal ontkomen was echter te veel gevraagd. Want al gaf hij geen Grieks en Latijn aan ons (wat hij in zijn eigen klas wél deed), we moesten hem toch één uur per week gedogen voor de les biologie, meer in het bijzonder dat jaar: dierkunde ofte zoölogie.  

            We hebben het er allemaal levend afgebracht, het moet dus alles bij elkaar nog meegevallen zijn. Zijn soevereiniteit steunde trouwens niet op de inzet van fysiek geweld. Hij heerste als een absolutistische vorst, maar hij bereikte dat met eerder subtiele middelen. Geen stalen handen, maar een stalen gezicht. Smidje Smee had zijn mond in een dreigende, neerwaartse boog geslagen. Zelden heb ik de discipline zo letterlijk belichaamd gezien. Merkwaardig genoeg kon hij zich ook vergissen, en bij het ontwaken die neerwaartse boog ondersteboven opzetten voor de rest van de dag, zijn Fernandel-gebit breeduit bloot lachend. Maar daarmee zaaide hij verwarring, zijn profiel was eigenlijk anders.  

            17 januari: Sanctus Antonius. We zouden het riskeren, het laatste lesuur van de dag moest hij aan ons zijn zoölogische wijsheid kwijt. Géén lampions, géén belletjes, géén kleurtjes of méér van dat kinderachtige, maar een daverend en hartverwarmend applaus wanneer hij zou binnenkomen. Zijn eigen klas was eerst aan de beurt, 's voormiddags voor Grieks en Latijn. En wonder boven wonder, het ondenkbare geschiedde. Hij stapte mee in de boot die zijn discipelen hadden aangemeerd, nam het roer in handen, en voer hen twee volle uren langs een exalterend panorama. In de namiddag zouden wij dan de gegadigden zijn.

            Gespannen maakten we ons op als voor een droomreis. Een paar keer konden degenen die bij de deur zaten en dus op de uitkijk stonden, ons verschalken: "Hij is daar, hij is daar!" Op een wip zat de taterende groep dan piekfijn in het gelid, voorbeeldig om niet bij voorbaat alles te verbrodden, en klaar om hem met lief en eerbiedig applaus te vermurwen. "Hij is daar, hij is daar!” Loos alarm, doch méér dan een paar keer lukte dat niet. Hij dreef warempel de spanning nog op door niet tijdig op te dagen. Het uur was al wat gevorderd, de pret dus eigenlijk al wat bedorven, toen we in de verte zijn stap op het plankier hoorden naderen. Het werd muisstil. Onze handen prikkelden al, wie zou het sein geven? Daar kwam hij dan eindelijk, zijn ronde buik ver voor zich uit dragend, zwierig de hoek om gelaveerd. We geloofden het niet. Echt, we geloofden het niet. Zijn mond was nooit eerder zo adembenemend naar beneden getrokken, het staal nooit eerder zo hard geweest. We zaten er ronduit perplex bij. Het sein diende echt niet gegeven te worden, het kon alleen maar een ongeluk over ons storten. Met zijn notities in de linkerhand tegen de borst gedrukt, stapte hij in een ijzige stilte op de lessenaar af. Geen vin die verroerde. Hij legde zijn papieren neer, en liet de stilte nog een tijd lang haar werk doen. Dan keerde hij zich naar het bord toe, en schreef doodgewoon met doodgewoon krijt in doodgewone letters: „Het konijn”. We mochten het dus wel voor bekeken houden. Ontgoocheling en woede hielden elkaar in evenwicht in de beklemming die zich van ons meester maakte. Het konijn dat hij ons serveerde, hebben we nauwelijks kunnen verteren.  

            Maar het slot van dit bravourestukje, ja zelfs het theatrale hoogtepunt ervan, werd eigenlijk pas 's anderendaags opgevoerd. Toen hij op 18 januari opnieuw voor Latijn of voor Grieks in zijn eigen klas aantrad, liet hij de verkeerd geplaatste boog opnieuw poeslief zijn grote tanden bloot lachen. Dan zei hij, tot groot jolijt van zijn bende bevoorrechten: "Ik had ze daar gisteren nogal liggen, hé, hiernaast...”. Waarmee hij het applaus, dat hij van ons had moeten krijgen, op de valreep nog aan hen ontfutselde. 

            Sanctus Antonius, van een feestvarken gesproken.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 61
(Gemiddelde waardering 4 met 1 waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Recente inzendingen voor schrijfactiviteiten met een hoge waardering van bezoekers.

DOOR WINTERMAGIE BEVANGEN

okt 30, 2019 Poëzie Rebelle van Reymerswael, schrijfgek

Koen

nov 12, 2019 Poëzie Dorine Van der Marel

Scheeloogje.

nov 09, 2019 Kort verhaal Pieter Wouter Broekharst

Allerzielen

nov 02, 2019 Quote Guido Aerts

Meer schrijfactiviteiten