Voor schrijvers, door schrijvers

Cursiefje

Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon en  relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
Aantal gepubliceerde inzendingen: 211
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

Pijnlijk

| Lieven Vandekerckhove

Het ouderlijke erf lag aan de rand van de wereld, in een godvergeten uithoek van Ardooie. Eén keer ben ik er te gast geweest, toen ik hem zijn schriften en boeken bracht nadat hij enige dagen van school was weggebleven, wegens ziekte. Ik was er met de fiets heengereden, op een winderige woensdagnamiddag, met permissie van de subregent om de wekelijkse voetbalellende in te ruilen voor die ´goede daad´. Ik weet nog dat ik fel heb mogen trappen om langs slijkerige wegen het vlakke land van Ardooie en omliggende te doorkruisen, zoekend van de éne hofstee naar de andere. Maar ik werd ervoor beloond, ik heb er dikke sneden boerenbrood gegeten met dik veel hoeveboter, en koffie gedronken met dik veel cichorei, uit een dikke spoelkom zonder oortjes, want voor de handgreep van een boer zitten zulke porseleinen krullen alleen maar in de weg. Je krijgt er verdomme niet eens een vinger door. 

            Dat hij ziek was, was er niet aan te merken. Ik geloof eerder dat de boer te weinig arbeidskrachten had op een moment dat het weer hem eindelijk toeliet de bieten te rooien, en dat hij dan maar zijn zoon had opgevorderd. Twee sterke armen méér of minder, het maakt een karrevracht uit op een dag. Ze konden ginder op het college gemakkelijker een paar dagen wachten op zijn zoon, dan hij dat met al die weersellende kon doen. Als het eventjes niet wil gieten, is het voor de boer 'nu of nooit'. Dan vliegen alle hens aan dek, zonder pardon. Het eten, voor mens en dier, staat immers op de tocht. Maar die taal verstaan ze natuurlijk niet op het college, en dus is de zoon maar een week ziek. Althans, zo stelde ik mij dat allemaal voor toen ik hem blakend van gezondheid over het erf zag lopen. 

            Hij was er ook de man niet naar om ziek te worden. Nimmer verging hem de blos, die over heel zijn gezicht lag. En of het nu aan vaders genen lag, dan wel aan de landarbeid die hij vaak mee hielp verrichten, hij had een lijf om U tegen te zeggen. Hij torste brede schouders, als de schoften van een stier, en boven zijn knieën balden zijn spieren als de schoonste partijen van een dikbil. Een prijsbeest, kort gezegd. 

            Op zó iemand moest het oog wel vallen van Football Club Ardooie. Met zijn korte benen dribbelde hij elke tegenstander voorbij, om dan met alle kracht die in die spiermassa's opeengestapeld zat, te vuren zoals in heel Ardooie geen kanon ooit gedaan had. Ook op het college was het schot van zijn rechter berucht en beroemd. Niet alleen kwam hij goed van pas om bij interscolaire wedstrijden de kleuren van het college op de grasmat te verdedigen, op de speelplaats vierde hij elke dag zijn voetbalpassie bot. 

            Het voetbal op de speelplaats was geen sinecure. Daar speelden niet twee ploegen van elf man tegen elkaar, op een terrein dat naar voetbalnorm was afgemeten; daar speelden doorgaans zes, soms zelfs acht ploegen tegen elkaar op een koer die niet groter was dan de grasmat waarop reglementair één match gespeeld wordt. De doelen waren op de muren gekalkt, op een spanne van elkaar. Vier, zes, acht ploegen achter twee, drie, vier identieke ballen aan die voortdurend elkaars vluchtlijnen doorkruisten, het was me een zootje. En toch werd er alles bij elkaar maar weinig gebotst. Maar dat ook dáár wel eens een ongeval gebeurde, is natuurlijk onvermijdelijk.  Zoveel ballen die door de lucht zoefden, die konden wel eens pijnlijk aankomen. Vraag dát maar aan mijn neef. 

            Van sportiviteit is mijn familie goeddeels gespeend. Liever lui dan moe misschien, ik weet het niet; maar voetbal, atletiek, zwemmen en al dat soort populaire schoolsporten waren aan ons niet besteed. Mijn neef had het zo mogelijk nog erger, die had er ronduit weerzin van. De speeltijd diende voor hem niet om te spelen, laat staan om te sporten, maar om slenterend te keuvelen. En telkens de subregent hem tot wat méér beweging kwam aanmanen, schoten zijn grote oren bloedrood van ergernis. Dan ging hij kaarsrecht en pal vóór zich uitkijkend in militaire stijl over de speelplaats marcheren, tot hij het commando als uitgevoerd beschouwde, en hij met een heimelijke sneer naar de commandant gezapig weer in de plooi van zijn eigen ritme zakte. Al dat geloop, het was heus zijn kopje thee niet. 

            We zagen het gebeuren, in een flits. Driftig liep hij weer te koppen, omdat de subregent hem andermaal met rinkelende sleutelbos tot wat dynamiek had willen aanzetten. De armen demonstratief tot op schouderhoogte zwaaiend, stapte hij plankrecht de voetbalchaos in. En daar gebeurde het. Alsof de kampioenstitel ervan afhing, vuurde de kanonnier van F.C. Ardooie de bal met duizelingwekkende kracht op lage hoogte naar doel. Dat die bal door de soloparade van Jan Soldaat in het verkeerde doel zou ploffen, had niemand kunnen voorzien. Het sterschot was er niet minder raak om. Jan Soldaat klapte voorover, en schoot purper van de pijn, van woede en van schaamte. Zijn oren werden nóg groter dan ze altijd al geweest waren. Wij klapten eveneens toe, van het hoogst onbehoorlijke maar hoogst onbedaarlijke lachen. Hij sleepte zich voort, als een gekraakte plank, in een hoek van negentig graden, met de handen, let wel, met de handen zedig in elkaar gewrongen achterop de rug. De sukkel durfde er zich niet eens van vergewissen of hij er zijn mannelijkheid niet had bij ingeschoten. Hij kermde en vloekte in stilte, maar hij gaf zich niet gewonnen. Met de handen bedeesd op de achtergrond bleef hij als een winkelhaak lopen, in alle richtingen, om de blikken uit alle richtingen te ontwijken. Hij vroeg zich niet af welke snoodaard tot zoiets in staat was geweest; hij vroeg zich af wie het zo allemaal zou gezien hebben. 

            De snoodaard van Football Club Ardooie is intussen een toegewijd dierenarts geworden. Ik vraag me wel eens af: als er zo een ‘pelsen madammeke’ binnenkomt om Pepijn, haar kater, te laten castreren, zou hij dan nooit eens met enig schuldgevoelen aan die klap van toen terugdenken?

Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 335

4.295

(De gemiddelde waardering is 4.3 door 7 stem(-men)

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Ik ben ook maar een simpele man

Geschreven door Ewald Hagedorn. Geplaatst in 55 woordenverhaal.
De nieuwe buurvrouw komt een glaasje wijn drinken. De huiskamer is opgeruimd. Er staat een fleurig boeketje op tafel. De wc is gepoetst. Ik leg een boek op tafel; lezende m...
Actuele Top 3 van deze rubriek

ZEN

22, mrt, 2020 Diane Thone

In haar blauwbebloemde kleed

30, apr, 2020 Lieven Vandekerckhove

Eerst even de wereld redden

23, apr, 2020 Vera Bijma
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!